Van onze lezers
Holocaust Mijn vrouw en ik willen onze dank en diepe waardering uiten voor de openhartige en duidelijke taal in de Holocaust-artikelen (8 april 1989). De foto’s en de kaart hebben ons diep geraakt. Ze geven een beeld van de wreedheid en beestachtigheid van een menselijk systeem. Wij hebben genoten van het artikel over de opstanding; dat was zo positief en troostrijk! Hoewel wij deze dingen niet persoonlijk hebben ervaren, vinden wij het belangrijk dat erover gesproken wordt en dat ze niet in het vergeetboek raken.
I. L., Bondsrepubliek Duitsland
Ik moet uw schrijvers feliciteren. Zij hebben beslist hun huiswerk gedaan. Die uitgave zal tot aan mijn dood in mijn bibliotheek blijven! Hoewel ik nooit een ’Jehovah’s Getuige’ zal worden, wil ik u wel laten weten dat er mensen zijn die u dankbaar zijn voor zulke informatie.
A. S., Verenigde Staten
Onderwijs In uw artikel wordt een langdurige universitaire opleiding afgekraakt („Jonge mensen vragen . . . Welke loopbaan moet ik kiezen?”, 8 mei 1989). U schrijft: „Een universitaire graad mag dan al of niet je kansen op een baan vergroten, . . .” Daarmee geeft u te kennen dat de kans groot is dat een graad geen hulp zal zijn om werk te vinden. Dat is gewoon bezijden de waarheid! Kortere opleidingen hebben echter uw zegen.
A. N., Verenigde Staten
Het was niet onze bedoeling universitair onderwijs af te kraken, maar jonge mensen aan te moedigen voor een loopbaan in Gods dienst te kiezen. Wij hebben toegegeven dat academici gemiddeld hogere salarissen verdienen en minder vaak werkloos zijn dan personen met een middelbare-schooldiploma. Niettemin is een universitaire graad geen garantie voor financieel succes — iets wat door betrouwbare autoriteiten wordt bevestigd. Een kortere opleiding werd eenvoudig genoemd als een alternatief dat sommige jongeren zouden kunnen overwegen als hun ouders erop staan dat zij naar de universiteit gaan. Hoeveel werelds onderwijs iemand wil volgen, is een volkomen persoonlijke zaak. Maar zonder blind te zijn voor de economische realiteit, moeten christelijke jongeren toch de mogelijke ongezonde uitwerking in aanmerking nemen die blootstelling aan het studentenwereldje op hun geestelijke gezindheid zou kunnen hebben (1 Korinthiërs 15:33). Zij moeten ook iets in gedachte houden wat niet in werkgelegenheidsstatistieken tot uiting komt — Gods belofte om voor degenen te zorgen die zijn belangen op de eerste plaats stellen (Matthéüs 6:33). — Red.
Ozon Ik kreeg van mijn leraar de opdracht een spreekbeurt te houden over een actueel milieuprobleem. Ik koos het onderwerp „Gat in de ozonlaag”, waarbij de uitgave van 22 januari 1989 een grote hulp was. Dank zij het informatieve materiaal in het artikel kreeg ik een hoog cijfer.
C. B., Bondsrepubliek Duitsland
AIDS-slachtoffer Hiermee wil ik mijn liefde en steun laten blijken voor de jonge man die „Iets ergers dan AIDS” (22 april 1989) schreef. Wat een nederigheid en waardering spraken er uit zijn relaas!
B. E., Verenigde Staten
Onder het lezen van het artikel schoten de tranen mij in de ogen en kreeg ik een brok in mijn keel. Ook ik had een zoon die Jehovah verliet. Dertien jaar lang zagen wij hem het geluk zoeken. Terwijl wij pal stonden voor Jehovah’s maatstaven verzekerden wij Wayne altijd van onze liefde. Maar hij raakte onder de invloed van alcohol en cocaïne. Zijn dood kwam totaal onverwacht, hoewel ik altijd in angst had geleefd voor wat er zou kunnen gebeuren. Hij was 28. Ik bid of andere jongeren hun voordeel mogen doen met de ervaring van de jonge man, zodat zij Jehovah niet verlaten en niet zo’n hoge prijs hoeven te betalen.
S. E., Verenigde Staten