Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g89 22/4 blz. 15-19
  • Deel 8: Vanaf ca. 563 v.G.T. — Een verlichting die verlossing beloofde

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Deel 8: Vanaf ca. 563 v.G.T. — Een verlichting die verlossing beloofde
  • Ontwaakt! 1989
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • De weg tot verlossing
  • Overwinningen in den vreemde, een nederlaag thuis
  • De vele gezichten van de Boeddha
  • Boeddhisme en politiek
  • Boeddhisme — Op zoek naar verlichting zonder God
    De mens op zoek naar God
  • Is het boeddhisme de weg naar verlichting?
    Ontwaakt! 1974
  • De Borobudur — Filosofie in steen
    Ontwaakt! 1972
  • Het denkbeeld doet zijn intrede in oosterse godsdiensten
    Wat gebeurt er met ons bij de dood?
Meer weergeven
Ontwaakt! 1989
g89 22/4 blz. 15-19

De toekomst van de religie gezien haar verleden

Deel 8: Vanaf ca. 563 v.G.T. — Een verlichting die verlossing beloofde

„De toetssteen van een religie of filosofie is het aantal dingen dat ze kan verklaren.” — De 19de-eeuwse Amerikaanse dichter Ralph Waldo Emerson

ER IS weinig of niets met zekerheid over hem bekend. Volgens de overlevering heette hij Siddhartha Gautama, was hij een prins en zag hij ongeveer 600 jaar voor de geboorte van Christus het levenslicht in het noordelijke Indiase koninkrijk der Sakya’s. Hij werd Sakyamuni (wijze uit het geslacht Sakya) genoemd en Tathagata, een titel waarvan de betekenis onzeker is. Hoogstwaarschijnlijk zult u hem slechts kennen bij zijn meer bekende titel, de Boeddha.

Gautama groeide op aan het hof, maar toen hij 29 jaar was, werd hij zich plotseling bewust van de ellende om hem heen. Hij zocht naar een verklaring, zoals mensen in deze tijd zich in alle oprechtheid afvragen waarom er kwaad en lijden bestaan. Hij verliet zijn vrouw en zoontje en vluchtte naar de woestijn, waar hij zes jaar het leven van een asceet leidde. Hij sliep op dorens en leefde een tijdlang op één enkele rijstkorrel per dag. Dit bracht echter geen verlichting.

Toen Gautama ongeveer 35 jaar was, besloot hij een gematigder weg in te slaan, die hij de Middenweg of het Pad noemde. Hij zwoer dat hij onder een vijgeboom zou blijven zitten totdat hem verlichting ten deel zou vallen. Eindelijk, na een nacht van visioenen, voelde hij dat zijn zoeken was beloond. Van toen af stond hij bekend als de Boeddha, wat „verlichte” betekent. Gautama maakte echter geen aanspraak op het alleenrecht op de titel. Die moet daarom altijd gebruikt worden met een lidwoord, een boeddha of, in Gautama’s geval, de Boeddha.

De weg tot verlossing

De hindoegoden Indra en Brahma hebben de Boeddha naar verluidt gesmeekt, anderen deelgenoot te maken van zijn pasgevonden waarheden. Hij trok er op uit om dat te doen. Hoewel de Boeddha trouw bleef aan de verdraagzame instelling van het hindoeïsme dat elke religie haar verdienste heeft, was hij het oneens met het kastenstelsel en de nadruk die er op dierenoffers werd gelegd. Hij wees de bewering dat de hindoeïstische veda’s geschriften van goddelijke oorsprong waren af. En hoewel hij niet ontkende dat God misschien bestond, sloot hij de mogelijkheid dat God een Schepper was uit. De wet van oorzaak en gevolg, zo beweerde hij, had geen begin. En hij ging verder dan het hindoeïsme, want in zijn eerste preek moet hij beloofd hebben: „Dit, monniken, is de middenweg, waarvan het kennen . . . visie en wijsheid schenkt, die leidt tot geestelijk evenwicht, tot inzicht, tot volmaakte verlichting, tot het nirvana.”

’Wat is het nirvana?’, zult u zich afvragen. „Het is moeilijk een onjuist antwoord op deze vraag te vinden,” zegt de historicus Will Durant, „want de Meester heeft dit punt duister gelaten en zijn volgelingen hebben elke betekenis onder de zon aan het woord gegeven.” „Je kunt niet spreken van één boeddhistische zienswijze”, bevestigt The Encyclopedia of Religion, want die „varieert naar gelang van de cultuur, de periode in de geschiedenis, de taal, de school en zelfs de persoon.” Eén schrijver noemt het „de pure afwezigheid van begeerte, de tijdloze oneindigheid van de leegte . . ., de eeuwige rust van de dood zonder wedergeboorte”. Anderen baseren zich op het grondwoord in het Sanskrit, dat „uitwaaien” betekent, en zeggen dat het als een vlam is die uitgaat als de brandstof op is. In ieder geval belooft het nirvana verlossing.

De noodzaak de verlossing te bereiken, werd door de Boeddha samengevat in de Vier edele waarheden: Het leven is pijn en lijden; beide vloeien voort uit de dorst naar het bestaan en naar de genietingen des levens; het is de weg der wijsheid deze dorst te onderdrukken; dit wordt bereikt door het Achtvoudige pad te volgen. Dit pad bestaat uit juist inzicht, juist besluit, juist woord, juiste daad, juist leven, juist streven, juist denken en juiste meditatie.

Overwinningen in den vreemde, een nederlaag thuis

Van meet af aan vond het boeddhisme veel weerklank. Een groep materialisten uit die tijd, de Charvakas, hadden de weg al bereid. Zij verwierpen de heilige hindoegeschriften, spotten met het denkbeeld van geloof in God en verwierpen religie in het algemeen. Hun invloed was aanzienlijk en mede daardoor ontstond er wat Durant beschrijft als „een vacuüm dat bijna dwong tot de groei van een nieuwe religie”. Dit vacuüm, samen met „het intellectuele verval van de oude religie”, droeg bij tot de opkomst van de twee grote hervormingsbewegingen van die tijd, het boeddhisme en het jainisme.

In het midden van de derde eeuw v.G.T. deed koning Asjoka, wiens rijk het grootste deel van het Indiase subcontinent omvatte, veel om het boeddhisme populair te maken. Hij versterkte de zendingsaspecten door zendelingen naar Ceylon (Sri Lanka) en mogelijk ook naar andere landen te sturen. In de eerste eeuwen van de gewone tijdrekening verbreidde het boeddhisme zich over heel China. Van daar uit breidde het zich via Korea naar Japan uit. In de zesde en zevende eeuw G.T. was het te vinden in alle delen van Oost- en Zuidoost-Azië. Thans zijn er wereldwijd meer dan 300 miljoen boeddhisten.

Ook vóór koning Asjoka’s tijd was het boeddhisme al in opmars geweest. „Tegen het einde van de vierde eeuw v.Chr. werden er boeddhistische zendelingen in Athene aangetroffen”, schrijft E. M. Layman. En hij voegt eraan toe dat na de grondvesting van het christendom de vroege christelijke zendelingen overal waar zij kwamen met de boeddhistische leer geconfronteerd werden. Toen er voor het eerst katholieke missionarissen naar Japan gingen, werden zij zelfs voor een nieuwe boeddhistische sekte aangezien. Hoe kon dat?

Klaarblijkelijk hadden de twee godsdiensten veel gemeen. Volgens de historicus Durant waren dat dingen zoals „de verering van relikwieën, het gebruik van wijwater, kaarsen, wierook, de rozenkrans, klerikale gewaden, een liturgische dode taal, monniken en nonnen, de tonsuur en het celibaat, de biecht, vastendagen, de canonisatie van heiligen, het vagevuur en missen voor de doden”. Hij voegt eraan toe dat deze dingen „het eerst in het boeddhisme in zwang geraakt schijnen te zijn”. Men zegt zelfs dat het boeddhisme „vijf eeuwen op de roomse kerk voorliep wat betreft de uitvinding en het gebruik van alle ceremoniën en formaliteiten die de twee religies gemeen hebben”.

Als de schrijver Layman uitlegt hoe deze overeenkomsten zich ontwikkeld hebben, zinspeelt hij op een gemeenschappelijke oorsprong. Hij schrijft: „Toen het christelijke tijdperk naderde . . . waren er heidense invloeden gaan meespelen in boeddhistische vormen van aanbidding. . . . Heidense invloeden waren waarschijnlijk [ook] verantwoordelijk voor enkele van de gebruiken die zich in de christelijke kerk bij de eredienst ontwikkelden.”

Ondanks de invloed die het boeddhisme wereldwijd verwierf, leed het in India zelf een ernstige nederlaag. Tegenwoordig is nog niet 1 procent van de bevolking van India boeddhist; 83 procent is hindoe. De oorzaak is niet duidelijk. Misschien was het boeddhisme zo verdraagzaam dat het eenvoudig weer door het meer traditionele hindoeïsme is opgeslokt. Of misschien hebben de boeddhistische monniken het hoeden van de leken laten verslappen. Een voorname factor is in ieder geval geweest dat de islam India wist binnen te dringen. Dat leidde tot een moslimbewind waaronder veel mensen, vooral in Noord-India, tot de islam overgingen. In feite was tegen het einde van de dertiende eeuw ongeveer een kwart van de bevolking moslim. Ondertussen keerden veel boeddhisten terug tot het hindoeïsme, dat zij klaarblijkelijk beter toegerust vonden om zich tegen de aanvallen van de islam te verweren. Het hindoeïsme deed zijn reputatie van verdraagzaamheid eer aan; het verwelkomde hen met open armen en maakte hun terugkeer gemakkelijker door de Boeddha tot god uit te roepen, een incarnatie van Vishnu!

De vele gezichten van de Boeddha

„De eerste beelden van de Boeddha werden door de Grieken gemaakt”, schrijft E. M. Layman. Boeddhisten beweren dat deze beelden niet aanbeden worden maar slechts hulpmiddelen bij de aanbidding zijn, bedoeld om respect te tonen voor de grote Leraar. Soms wordt de Boeddha staand uitgebeeld, maar meestal zit hij met gekruiste benen, met zijn voetzolen naar boven gekeerd. Als zijn handen op elkaar liggen, mediteert hij; als zijn rechterhand naar de kin gebracht is, zegent hij; en als de duim van zijn rechterhand zijn wijsvinger aanraakt of als hij beide handen voor zijn borst bijeen houdt, onderwijst hij. De liggende houding beeldt hem af op het moment dat hij het nirvana binnengaat.

Zoals er verschillen zijn in zijn houding, zijn er ook variaties in zijn leer. Naar verluidt bestonden er nog geen 200 jaar na zijn dood reeds 18 verschillende versies van het boeddhisme. Thans, 25 eeuwen na Gautama’s „verlichting”, zijn er talloze boeddhistische interpretaties van de manier waarop het nirvana bereikt kan worden.

Erik Zürcher van de Universiteit van Leiden legt uit dat er „drie hoofdrichtingen binnen het boeddhisme zijn, elk met hun eigen leerstellige denkbeelden, cultusgebruiken, heilige geschriften en iconografische tradities”. Deze richtingen worden in de boeddhistische terminologie voertuigen genoemd omdat ze, net als veerboten, iemand over de rivier des levens brengen totdat hij uiteindelijk de kust der verlossing bereikt. Dan kan het voertuig veilig verlaten worden. En de boeddhist zal u vertellen dat de manier van reizen — het soort voertuig — niet van belang is. Er komen is het enige wat telt.

Een van deze voertuigen is het Theravada-boeddhisme, dat klaarblijkelijk tamelijk dicht bij dat wat de Boeddha predikte blijft en vooral vaste voet heeft gekregen in Birma, Sri Lanka, Laos, Thailand en Kampuchea (het vroegere Kambodja). Het Mahayana-boeddhisme, dat zijn aanhangers vooral in China, Korea, Japan, Tibet en Mongolië heeft, is liberaler en heeft zijn leerstellingen aangepast om meer mensen te bereiken. Om die reden wordt het het Grote voertuig genoemd, in tegenstelling tot het Theravada, het Kleine voertuig. Het Vajrayana, het Diamanten voertuig, algemeen bekend als het tantrisme of esoterisch boeddhisme, combineert riten met de beoefening van yoga en wordt geacht iemands voortgang naar het nirvana te bespoedigen.

Deze drie richtingen zijn weer verdeeld in talrijke scholen, die elk verschillen in de interpretatie van bepaalde basiselementen, vaak doordat er speciale nadruk wordt gelegd op bepaalde delen van boeddhistische geschriften. En daar het boeddhisme volgens Zürcher, waar het ook ging, „in uiteenlopende mate de invloed onderging van plaatselijke geloofsovertuigingen en gebruiken”, ontsproot er uit deze scholen al spoedig een oneindig aantal plaatselijke sekten. Net zoals de christenheid met haar duizenden verwarrende sekten en onderafdelingen heeft de Boeddha, figuurlijk gesproken, vele gezichten.

Boeddhisme en politiek

Evenmin als het judaïsme en het zogenaamde christendom heeft het boeddhisme zich beperkt tot religieuze activiteiten, maar bijgedragen tot het vormen van het politieke denken en gedrag. „De eerste vermenging van boeddhisme en politieke actie vond plaats tijdens de regering van [koning] Asjoka”, zegt de auteur Jerrold Schecter. Het politiek activisme van het boeddhisme duurt tot in onze tijd voort. In de tweede helft van 1987 werden in Lhasa 27 Tibetaanse boeddhistische monniken gearresteerd wegens deelneming aan anti-Chinese demonstraties. En de betrokkenheid van het boeddhisme bij de oorlog in Vietnam van de jaren ’60 bracht Schecter tot de conclusie: „Het vreedzame pad van de Middenweg is verdraaid tot het nieuwe geweld van straatdemonstraties. . . . Het boeddhisme in Azië is een geloof in vlammen.”

Ontevreden over de deplorabele politieke, economische, maatschappelijke en morele toestanden in de westerse wereld, keren sommige mensen zich tot oosterse religies, waaronder het boeddhisme, om daar een verklaring te vinden. Maar kan „een geloof in vlammen” de antwoorden verschaffen? Als u Emersons criterium aanlegt dat ’de toetssteen van een religie het aantal dingen is dat ze kan verklaren’, hoe hoog slaat u Gautama’s verlichting dan aan? Zouden sommige van de andere Aziatische religies die ’naar de juiste weg op zoek zijn’, het er beter afbrengen? Lees voor een antwoord op die vraag onze volgende aflevering.

[Kader op blz. 18]

Mensen, plaatsen en dingen

Adamspiek, een berg op Sri Lanka die als heilig wordt beschouwd; een uitholling in de rots daar wordt door boeddhisten beschouwd als de voetafdruk van de Boeddha, door moslims als die van Adam en door hindoes als die van Shiva.

Bodhi-boom, de vijgeboom waaronder Gautama de Boeddha werd; „bodhi” betekent „verlichting”. Een loot van de oorspronkelijke boom is naar verluidt nog steeds in leven en wordt vereerd in Anuradhapura (Sri Lanka).

Boeddhistische monniken, te herkennen aan hun aparte gewaden, vormen een zeer belangrijk element in het boeddhisme; zij beloven waarheidlievend te zijn, mededogen te hebben met mens en dier, door bedelen in hun levensonderhoud te voorzien, vertier te schuwen en in kuisheid te leven.

De dalai lama, Tibetaans wereldlijk en geestelijk leider, door boeddhisten beschouwd als een incarnatie van de Boeddha, die in 1959 in ballingschap werd gedreven; „dalai”, van het Mongoolse woord voor „oceaan”, betekent veelomvattende kennis; „lama” duidt op een geestelijk leraar (zoals de goeroe in het Sanskrit). Volgens nieuwsberichten gaf de dalai lama tijdens de demonstraties van 1987 in Tibet „zijn zegen aan burgerlijke ongehoorzaamheid maar veroordeelde geweld”, wat er voor India, zijn gastland, aanleiding toe was hem eraan te herinneren dat politieke uitspraken zijn verblijf daar in gevaar zouden kunnen brengen.

Tempel van de tand, een boeddhistische tempel in Kandy (Sri Lanka), die, zo zegt men, een van de tanden van de Boeddha herbergt als relikwie.

[Kader op blz. 19]

Thee en het boeddhistische „gebed”

Ondanks overeenkomsten is „meditatie” de meer correcte term voor het boeddhistische „gebed”. Een vorm die vooral zelfdiscipline en diepe meditatie beklemtoont, is het zen-boeddhisme. Het deed in de twaalfde eeuw G.T. zijn intrede in Japan en is gebaseerd op een Chinese vorm van het boeddhisme die bekendstaat als tsj’an, dat zijn oorsprong vond bij een Indiase monnik die Bodhidharma heette. Hij trok in de zesde eeuw G.T. naar China en nam bij het ontwikkelen van het tsj’an veel uit het Chinese tauïsme over. Men zegt dat hij eens in een vlaag van woede zijn oogleden afsneed nadat hij onder het mediteren in slaap was gevallen. Ze vielen op de grond, schoten wortel en brachten de eerste theeplant voort. Deze legende is de traditionele basis voor het theedrinken van de zen-monniken om wakker te blijven onder het mediteren.

[Illustraties op blz. 16, 17]

Boeddhistische tempels, zoals de Marmeren Tempel in Bangkok (Thailand), zijn zeer indrukwekkend

Ook ziet u hier een beeld van een boeddhistische demon die een tempel bewaakt en, onder, een beeld van een boeddha. Dit is een vertrouwde aanblik in boeddhistische landen

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen