Het verdwijnende ozon — Verwoesten wij onze eigen beschermlaag?
Denkt u zich eens in elke dag door een dodelijke, vurige regen te moeten lopen. Uw enige bescherming is een paraplu, één die volmaakt ontworpen is om de dodelijke regendruppels te weerstaan. Kunt u zich voorstellen hoe kostbaar die paraplu voor u zou zijn? Zou u zich de opperste dwaasheid kunnen voorstellen dat u de paraplu zou beschadigen, misschien zelfs door er gaten in te knippen? De mensheid bevindt zich echter op wereldomvattende schaal in een soortgelijke situatie.
ONZE planeet wordt met een gestadige stroom zonnestraling overgoten. Hoewel de meeste van deze stralen nuttig zijn omdat ze onze wereld van warmte en licht voorzien, is een klein percentage bijzonder dodelijk. Ze worden de ultraviolet-B- of UV-B-stralen genoemd, en als ze allemaal het aardoppervlak zouden bereiken, zou al het leven erop worden gedood. Gelukkig werd onze planeet ontworpen met een „paraplu” waardoor wij tegen deze stralen worden beschermd, deze paraplu is de ozonlaag. Ongelukkig genoeg is de mens bezig die paraplu te verwoesten!
Wat is de ozonlaag? Hoe functioneert ze en op welke wijze zijn wij bezig haar te verwoesten? Welnu, ozon is een instabiele vorm van zuurstof. Het heeft drie zuurstofatomen (O3) in plaats van de gebruikelijke twee (O2). Ozon komt gewoonlijk voor in de stratosfeer, waar het de gevaarlijke UV-B-stralen absorbeert en tegelijkertijd het benodigde veilige licht doorlaat. Bovendien wordt het ozon, hoewel het gemakkelijk door andere gassen wordt afgebroken, in de stratosfeer voortdurend door de zonnestralen aangemaakt. Het is dus een zichzelf herstellende beschermlaag. Een knap staaltje van ontwerp!
De problemen rijzen wanneer de mens zijn eigen industriële gassen aan dit fijn afgestemde systeem gaat toevoegen. Dan wordt het ozon sneller afgebroken dan het door de zonnestralen kan worden aangemaakt. In 1974 rees onder geleerden het vermoeden dat de CFC’s, of chloorfluorkoolwaterstoffen, gassen zijn die het ozon vernietigen. Deze CFC’s zitten echter overal. Ze worden gebruikt voor het maken van allerlei soorten schuimplastic, van isolatiemateriaal tot bekertjes en doosjes voor snacks. Ze worden gebruikt als drijfgas in spuitbussen, als koelmiddel in airconditioners en koelkasten en als oplosmiddel voor het reinigen van elektronische apparatuur.
Eén van de geleerden die het gevaar rapporteerde, herinnert zich: „Het was niet een moment waarop ik ’Eureka!’ gilde. Ik kwam op een avond gewoon thuis en zei tegen mijn vrouw: ’Met het werk gaat het heel goed, maar het eind van de wereld lijkt te zijn gekomen.’” Maar sedert de CFC’s in 1930 werden uitgevonden, zijn ze door velen verwelkomd omdat ze niet-toxisch en opmerkelijk stabiel zijn. Hadden zij het mis?
De voorspelde bedreiging
Nee. Het was maar al te waar. Juist omdat de CFC’s zo stabiel zijn, houdt hun verwoestende werking lang aan. Nadat de CFC’s uit de afgedankte airconditioners en verkreukelde schuimplastic bekertjes zijn gelekt, drijven ze langzaam omhoog naar de stratosfeer. Daar vallen ze door het bombardement van ultraviolette stralen ten slotte uiteen, waardoor er een werkelijke ozonverwoester vrijkomt, chloor. Het chloor danst een dodelijke menuet met de kwetsbare ozonmoleculen, die hij vernietigt, waarna hij ongeschonden verder gaat op zoek naar een volgende onfortuinlijke partner. Eén chloormolecule kan op deze manier meer dan een eeuw verder dansen en onderwijl honderdduizend ozonmoleculen vernietigen.
Bezorgde geleerden lieten een luid protest weerklinken tegen het voornaamste gebruik van CFC’s — als drijfgas in spuitbussen. Rond 1978 hadden Canada, Zweden en de Verenigde Staten het gebruik van CFC’s in spuitbussen verboden, maar slechts weinig andere landen volgden dat voorbeeld. Tot overmaat van ramp werden er meer toepassingen gevonden voor de taaie chemicaliën, waardoor de produktie ervan snel bleef stijgen. De Verenigde Staten verbruiken jaarlijks nog steeds een kwart van de wereldproduktie.
Gewapend met computermodellen van de aardatmosfeer bleven de geleerden waarschuwen dat de chemische vervuiling geleidelijk de ozonlaag zou uitdunnen waardoor meer UV-B-stralen zouden worden doorgelaten. De industrie en de regeringen trokken zich niets van de beweringen van de geleerden aan en noemden hun bewijzen ondeugdelijk en hun gevolgtrekkingen uit de lucht gegrepen.
Het tijdschrift Discover noemde deze controverse de „Ozonoorlog” en merkte op dat researchers „jarenlang dachten de kwestie te kunnen beschouwen als een gigantisch experiment op wereldomvattende schaal: elk jaar opnieuw pompt de mensheid een miljoen ton CFC’s de atmosfeer in terwijl ze afwacht wat er zal gebeuren”. Wat er gebeurde, verbaasde iedereen.
In plaats dat er over de hele wereld genomen een gelijkmatige en procentsgewijs geringe uitdunning plaatsvond, zoals alle computermodellen hadden voorspeld, trad er een scherpe daling op in de hoeveelheid ozon boven de Zuidpool! In oktober 1984 ontdekte een groep Britse geleerden op Antarctica dat de hoeveelheid ozon boven hen met zo’n 40 procent was gedaald, waardoor het inmiddels beruchte „ozongat” was ontstaan. Aanvankelijk waren andere geleerden sceptisch. Het Britse team genoot niet veel bekendheid. Bovendien hadden andere atmosferische meetinstrumenten geen opvallende dalingen in het ozon boven Antarctica geregistreerd.
Later bleek echter dat de computers die de gegevens van de satellieten ontvingen, zo waren geprogrammeerd dat ze een daling van meer dan 30 procent van de hoeveelheid ozon als onjuist verwierpen. De apparaten hadden het gat in de ozonlaag jarenlang gemeten, maar hadden de gegevens weggegooid!
Geleerden kibbelden een tijdje over de oorzaak van het gat. Maar de met instrumenten volgepropte vliegtuigen die door het ozongat zelf vlogen, ontdekten de werkelijke boosdoener — chloor, afkomstig van door mensen vervaardigde chemicaliën! Hoog boven de Zuidpool bestaat er een enorme wervelende luchtstroom met wolken, samengesteld uit kleine ijsdeeltjes, die het chloor miljoenen kleine oppervlakten bieden waar de dodelijke dans met het ozon zelfs nog sneller kan plaatsvinden.
Geleerden hebben sedertdien kennelijk een soortgelijk gat boven de Noordpool ontdekt. Beide gaten zijn aan seizoenschommelingen onderhevig en gaan elk jaar open en dicht. Het gat boven de Zuidpool is ongeveer zo groot als de Verenigde Staten; het gat boven de Noordpool heeft ongeveer de omvang van Groenland.
Welke invloed hebben deze gaten in de ozonlaag op u? Ze hebben boven delen van Noord-Europa gezworven en hebben de uiterste zuidpunt van Zuid-Amerika bedreigd, maar u hoeft u niet onder een ozongat te bevinden om er de gevolgen van te ondervinden. Sommige geleerden vrezen dat de gaten verantwoordelijk zijn voor de ozonarme lucht die zich over het noordelijk en het zuidelijk halfrond verspreidt. In feite is de ozonlaag boven de dichtstbevolkte delen van het noordelijk halfrond in de afgelopen 17 jaar 3 tot 7 procent dunner geworden. Voordien dachten geleerden dat het een eeuw zou duren eer de hoeveelheid ozon met 3 procent zou zijn afgenomen.
De resulterende toename van UV-B-stralen die het aardoppervlak bereiken, zal verstrekkende gevolgen hebben. Deze stralen veroorzaken huidkanker bij mensen. Ze schaden ook het menselijke immuunsysteem en veroorzaken staar. Science News berekent dat de toegenomen UV-B-straling „3 miljoen slachtoffers zal eisen, hetzij onder de thans levenden of onder degenen die vóór 2075 geboren worden”.
Dr. Michael Oppenheimer, een wetenschappelijk onderzoeker van de atmosfeer, zei: „Deze veranderingen zullen ieder mens en elk ecosysteem op aarde beïnvloeden, en wij hebben er maar een vaag vermoeden van wat die veranderingen zullen zijn.” Een toegenomen UV-B-straling zal het minuscule krill en ander plankton vernietigen dat nabij het oceaanoppervlak leeft, waardoor de voedselketen in de oceaan ontwricht wordt. Een vernietiging van het planteleven op grote schaal, mislukte oogsten en zelfs veranderingen in de wind- en weerpatronen van de wereld kunnen het gevolg zijn van een uitgedunde ozonlaag. Als een van deze bedreigingen in de komende decennia werkelijkheid wordt, zal dat zeker problemen opleveren voor de mens en de wereld waarin hij leeft.
Is er hoop?
In september 1987 tekenden zo’n 24 landen een overeenkomst, het zogeheten Montreal Protocol. Het doet een beroep op de meer geïndustrialiseerde landen om het gebruik en de produktie van CFC’s te stabiliseren op het niveau van 1986, en tegen het jaar 1999 een vermindering van 50 procent te hebben bewerkstelligd. De ontwikkelingslanden hebben wat langer respijt daar CFC’s van groot belang worden geacht voor modernisatie.
Het verdrag dat in 1989 in werking zal treden als op zijn minst 11 landen het ratificeren, is toegejuicht als een „mijlpaal”. Een Amerikaanse politicus jubelde: „Voor het eerst werden de landen der wereld het in verband met een milieuprobleem eens om samen te werken voordat er zich op grote schaal schadelijke gevolgen voordeden.”
Niet iedereen was echter zo extatisch. Enkele geleerden maakten zich zorgen omdat slechts twee weken nadat het verdrag van Montreal was getekend, het overtuigendste bewijs werd vrijgegeven dat CFC’s het ozongat hadden veroorzaakt. Tegen de ondertekenaars van het verdrag werd zelfs gezegd de gaten in de ozonlaag niet in hun overwegingen op te nemen. Eén deskundige zei: „Als de onderhandelaars van Montreal deze bevindingen voor zich hadden gehad, zouden zij het erover eens zijn geworden de CFC’s geheel uit de produktie te nemen.”
Maar wat nog erger is, de CFC’s die momenteel door de troposfeer omhoogstijgen, zullen er zeven tot tien jaar over doen voordat ze de stratosfeer bereiken. Dit betekent dat het huidige niveau van CFC’s in de stratosfeer hoe dan ook zal verdubbelen, verdrag of geen verdrag. The German Tribune berichtte: „Zelfs als er een onmiddellijk verbod van kracht werd, zou de atmosfeer 80 jaar nodig hebben om terug te keren tot de staat waarin ze in de jaren ’20 verkeerde.”
Intussen werken de chemische bedrijven hard om vervangingen voor CFC’s te vinden. Enkele daarvan zijn veelbelovend. Maar het testen ervan en het ontwikkelen van produktiemethoden kost tijd. „Wij hebben ze nu nodig, niet morgen”, betoogt Joe Farman, de geleerde die als eerste het gat in de Antarctische ozonlaag ontdekte. „Onze uitstoot van CFC’s in de atmosfeer verloopt vijf keer sneller dan het natuurlijke proces ze kan verwijderen.” Er bestaan echter goede redenen om niet overhaast vervangingsmiddelen te lanceren. „Niemand wil in zee met een produkt dat straks, als het in alle keukens staat, giftig blijkt te zijn”, waarschuwt het hoofd van de milieucontroledienst van een chemische fabriek.
Hoewel er dus hoop bestaat op een oplossing, zijn de geleerden geschokt. Zij zijn erachter gekomen dat de aardatmosfeer een enorm complex en fijn afgestemd mechanisme is; het reageert plotseling en onvoorspelbaar op de vervuiling door de mens.
Dr. Oppenheimer vat het als volgt samen: „Wij vliegen blindelings een zeer onzekere toekomst tegemoet.” Oppervlakkige oplossingen voor een dergelijke diepgaande crisis veroorzaken slechts hilariteit. Toen een Amerikaanse functionaris pleitte voor een ’persoonlijke beschermings’-campagne die tot het dragen van hoeden en zonnebrillen zou aansporen, vroegen critici hoe men sojabonen sombrero’s of wilde dieren zonnebrillen moet opzetten.
Het is overduidelijk dat alleen een zeer grondige oplossing respect zal afdwingen of het probleem blijvend zal kunnen oplossen. Is de mens in staat om zijn eigen talloze zonden tegen deze planeet weer goed te maken? Het lijkt er beslist niet op. De mens wenst zelden geld uit te geven voor het opruimen van zijn eigen vuil totdat hij er praktisch in stikt. Is het niet verstandiger om voor een antwoord naar de Ontwerper van ons complexe milieu op te zien? Duidelijk voorzag hij de kommervolle tijd waarin wij leven toen hij beloofde „hen te verderven die de aarde verderven”. — Openbaring 11:18.
[Kader op blz. 25]
HET PARADOXALE OZON
Ozon, de levenreddende beschermlaag. Ozon, de giftige vervuiler. Wellicht hebt u ozon op beide manieren horen beschrijven. Welke van de beschrijvingen is waar? Beide! In de stratosfeer, waar het thuishoort, is ozon inderdaad levenreddend. Maar hier beneden in de troposfeer ontstaat ozon als bijprodukt van de menselijke vervuiling. Mensen pompen enorme hoeveelheden koolwaterstoffen de lucht in, vooral door de verbrandingsgassen van auto’s. Door inwerking van de zon op deze koolwaterstoffen ontstaat ozon.
Mensen zijn er niet voor gemaakt ozon in te ademen. Het schaadt de longen. In feite zijn geleerden pas recentelijk gaan beseffen dat het zelfs nog gevaarlijker voor de menselijke gezondheid is dan voorheen werd gedacht. Sommigen hebben dringend gepleit voor strengere maatregelen tegen de ozonvervuiling — met weinig succes.
Ziet u hoe ironisch de ozoncrisis geworden is? Hoog boven ons, waar ozon nodig is, vernietigen wij het. Hier beneden, waar ozon giftig is, produceren wij het!
Maar misschien vraagt u zich af: ’Waarom kunnen wij het ozon niet gewoon naar de stratosfeer brengen, waar het nodig is?’ Eén reden is dat ozon te instabiel is om de reis te overleven: het zou lang voordat het die hoogte bereikt, zijn uiteengevallen. Sommige geleerden hebben fantastische plannen verzonnen om ozon naar boven te transporteren met luchtschepen, straaljagers of raketten. Zij geven echter grif toe dat de kosten enorm zouden zijn. De enige werkelijke oplossing is blijkbaar het boven niet te vernietigen of het beneden niet te maken.
[Diagram op blz. 26]
(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)
Stratosfeer
Ultraviolette stralen
Ozonlaag in de stratosfeer
Troposfeer
Aarde
Spuitbus
△ CFC’s
→ Chloor
● Ozon