Vleermuizen — verkeerd begrepen, geweldig, waardevol, bedreigd
’VLEERMUIZEN! Ik haat ze! Ze zitten vol ongedierte, kunnen niet zien en raken verward in je haar; ze verspreiden hondsdolheid en zijn bloedzuigers. Bah! Kippevel krijg ik ervan!’ Denkt u er ook zo over?
In feite wordt er heel wat kwaadgesproken over de kleine diertjes. Ze zijn het slachtoffer van slechte publiciteit. Ze verzorgen zich minutieus. De meeste zien goed en ze zijn geen van alle blind. Ze willen zeker niet in uw haar zitten. Ze lijden zelden aan hondsdolheid, en als dat wel het geval is, zijn ze niet geneigd u te bijten — in tegenstelling tot dolle honden. „Er sterven jaarlijks meer mensen aan bijesteken of hondebeten”, zegt een onderzoeker. En slechts drie van de bijna duizend verschillende vleermuissoorten drinken bloed.
Merlin D. Tuttle, de stichter van Bat Conservation International (een in Austin [Texas] zetelende vereniging tot behoud van de vleermuis), wordt wereldwijd als een autoriteit op het gebied van vleermuizen erkend.a Hij vertelt ons: „Ze vertegenwoordigen bijna een kwart van alle zoogdiersoorten en zijn er in een verbazingwekkende verscheidenheid, van het kleinste zoogdier ter wereld — de hommelvleermuis van Thailand, die slechts twee derde van een penny weegt — tot reusachtige vleervossen op Java met een vleugelspanwijdte van wel 1,80 meter. . . . Zo’n 70 procent van de vleermuizen eet insekten. Vele voeden zich met vruchten of nectar en enkele zijn vleeseters.” Hij vindt ze innemend, zachtaardig, intelligent, goed te trainen, volkomen verkeerd begrepen en absoluut
Geweldig!
Het tijdschrift Scientific American is het met hem eens: „In deze tijd van technologische triomfen is het goed onszelf er van tijd tot tijd aan te herinneren dat levende mechanismen vaak onvergelijkelijk veel doelmatiger zijn dan hun kunstmatige nabootsingen. Deze regel zou niet beter geïllustreerd kunnen worden dan met het sonarsysteem van vleermuizen. Gram voor gram en watt voor watt is het miljarden malen doelmatiger en gevoeliger dan de door mensen ontwikkelde radar- en sonarapparatuur.” — Juli 1958, blz. 40.
Daar de sonar van de vleermuis veel geavanceerder is dan die van de mens, geven velen de voorkeur aan „echo-oriëntatie” als een nauwkeuriger aanduiding ervoor. Wanneer de insektenetende vleermuis op jacht is, stoot ze al vliegend geluidsimpulsen uit; elke impuls is ongeveer tien tot vijftien duizendsten van een seconde lang. Als het geluid op een insekt stoot en de terugkomende echo opgevangen wordt, gaat de vleermuis op haar maaltijd af. Ze verkort de lengte van de impulsen tot nog geen duizendste seconde en verhoogt de uitstootsnelheid tot 200 geluidsimpulsen per seconde, waardoor ze het beeld dat ze ontvangt als ze haar prooi nadert voortdurend bijstelt. In een kamer vol dunne draden missen de in echo-oriëntatie gespecialiseerde vleermuizen ze allemaal — ze kunnen draden van één millimeter doorsnede ontwijken!
Het echo-oriëntatiesysteem van de vleermuis wordt verder verfijnd door de veranderende hoogte van elke impuls, van ongeveer 50.000 tot 25.000 trillingen per seconde. Als de hoogte verandert, wordt de golflengte groter, te beginnen bij ongeveer zes millimeter tot uiteindelijk twaalf millimeter. Dit helpt de vleermuis prooien van uiteenlopende grootte te lokaliseren, daar deze variatie in golflengte de omvang van de meeste insekten waarmee ze zich voedt bestrijkt. De vleermuis kan ook uit de echo opmaken of het object een eetbaar insekt is of niet. Als het een hard steentje is, zal de vleermuis op het laatste moment van koers veranderen.
Het verbazingwekkendst is het vermogen van de vleermuis om haar eigen echo’s te herkennen en op te vangen in weerwil van de geluidshinder van duizenden andere vleermuizen. Miljoenen vleermuizen die in grotten roesten, vliegen in het rond en verzadigen de lucht met kreten en echo’s. Niettemin onderscheidt iedere vleermuis de echo’s van haar eigen kreten en voorkomt daardoor botsingen met andere vleermuizen. Wat het probleem nog gecompliceerder maakt en het wonderbaarlijke van de echo-oriëntatie door vleermuizen versterkt, is „dat de echo’s veel zwakker zijn dan de geluiden die ze uitstoten — wel 2000 maal zwakker zelfs. En ze moeten deze echo’s opvangen in een veld dat even luid is als hun uitgestoten geluiden. . . . Toch onderscheidt en gebruikt de vleermuis deze signalen, die zo’n 2000 maal zwakker zijn dan de achtergrondgeluiden!” Zo’n geavanceerd sonarsysteem gaat ons bevattingsvermogen te boven.
Langoorvleermuizen, zo wordt ons verteld, „kunnen hun echo’s perfect horen als ze fluisteren”. Sommige soorten hebben zo’n gevoelig gehoor dat ze op een afstand van drie meter een kever op het zand kunnen horen lopen. Ze horen hun eigen kreten echter niet bij de echo-oriëntatie. „Elke keer dat er een kreet uitgestoten wordt, trekt een oorspier zich automatisch samen, waardoor het geluid zelf ogenblikkelijk wordt buitengesloten zodat alleen de echo gehoord kan worden. Het is mogelijk dat elk dier zijn eigen individuele geluidspatroon heeft en zich door zijn eigen echo’s laat leiden.”
Vleermuismoeders verdienen een pluim. Gewoonlijk hebben ze slechts één jong per jaar en sommige dragen het mee als ze op voedsel uitgaan. Andere laten het achter in een opvangcentrum in een grot, in een dicht opeengepakte massa van wel 4000 jongen per vierkante meter. Als de moeder terug is, roept ze naar haar jong en het jong roept terug, en in het pandemonium van miljoenen piepende vleermuisbaby’s en roepende moeders vindt ze haar jong en voedt het. Sommige vrouwtjes zijn heel altruïstisch. Als ze van hun voedseltocht terugkomen, braken ze hun eten uit en delen het met andere vrouwtjes die er niet in geslaagd zijn voedsel te vinden.
Waardevol
Eén insektenetende vleermuis, zegt Tuttle, ’kan wel 600 muggen per uur vangen en per nacht 3000 insekten eten’. Een vleermuiskolonie in Arizona bleek „elke nacht zo’n 160.000 kilo insekten te verslinden, wat ongeveer overeenkomt met het gewicht van 34 olifanten!”
Sommige vleermuizen voeden zich met nectar en bewijzen op die manier waardevolle diensten als bestuivers. Terwijl ze net als kolibries boven bloesems hangen, likt hun lange tong, waarvan de punt bezet is met borstelhaartjes, nectar en stuifmeel op. Het zijn tropische dieren die tussen Mexico en het zuidwesten van de Verenigde Staten heen en weer trekken. De vruchtenetende vleermuizen verspreiden de zaden over uitgestrekte gebieden. Tuttle zegt: „Vruchten- en nectaretende vleermuizen die zaden verspreiden en bloemen bestuiven, zijn van vitaal belang voor de instandhouding van regenwouden en voor de produktie van bijgewassen met een jaarlijkse waarde van miljoenen dollars.”
Het tijdschrift New Scientist van september 1988 zei: „Boeren die vruchtenetende vleermuizen afslachten omdat zij ze als ongedierte beschouwen, zullen waarschijnlijk nog grotere produktieverliezen lijden omdat de vleermuizen zorgen voor de kruisbestuiving van hun fruitbomen.” Fruit dat verzonden moet worden, wordt vijf tot zeven dagen voordat het rijp is geplukt, is het voor plaatselijk gebruik bestemd dan twee tot vier dagen voor het rijp is, maar vleermuizen eten alleen de niet geplukte rijpe vruchten — die voor de telers waardeloos zijn. De bestuiving en verspreiding van zaden door vleermuizen is van vitaal belang voor meer dan 500 soorten planten en bomen. Vruchtenetende vleermuizen vliegen trouwens niet op sonar — ze zien goed. Vaak zijn het de fruittelers, niet de vleermuizen, die blind zijn.
Bedreigd
Niettemin zijn er moeilijke tijden aangebroken voor de uiterst waardevolle vleermuizen. Door het verlies van woongebieden, pesticiden en het niets ontziend afslachten van grote menigten vleermuizen lopen hun aantallen terug van miljoenen tot duizenden en zijn sommige het uitsterven nabij. Vooroordelen, wanbegrip en gewoon pure onwetendheid zijn daarvoor gewoonlijk verantwoordelijk. In Latijns-Amerika moet de gewone vampier, een van de vele vleermuissoorten, bestreden worden om de veestapel van de moderne mens te beschermen, maar „slecht opgeleide vampierverdelgers doden vaak niets ontziend alle vleermuizen, onbekend met het feit dat de overgrote meerderheid van de 250 andere vleermuissoorten in het gebied uiterst nuttig is”.
In Australië zijn duizenden vleerhonden, vruchtenetende vleermuizen, uitgeroeid, „ondanks het feit dat enkele van de ecologisch en economisch belangrijkste bomen in het gebied ervan afhankelijk zijn” en ondanks „de bevindingen van de regering zelf dat de schade die de vleermuizen de gewassen toebrengen de bestrijding niet rechtvaardigt”. In Israël „zijn grotten waarvan men vermoedde dat er vruchtenetende vleermuizen in huisden vergiftigd — zelfs in natuurreservaten — waardoor onbedoeld zo’n 90 procent van de insektenetende vleermuizen van het land werd uitgeroeid”.
De oude vrees dat vleermuizen dragers zijn van hondsdolheid en andere ziekten, is schromelijk overdreven: „De kans dat iemand sterft aan een door een vleermuis overgebrachte ziekte is uiterst gering, veel kleiner dan de kans om door een hondebeet, een bijesteek of een bij een picknick van de kerk opgelopen voedselvergiftiging om te komen.”
Science Year voor 1985 vat een artikel over vleermuizen als volgt samen: „Helaas nemen, terwijl de lijst van nuttige bijdragen die vleermuizen leveren blijft groeien, ook de bedreigingen voor het bestaan van deze dieren toe. Wereldwijd nemen de vleermuispopulaties snel af. Elk jaar sterven er grote vleermuiskolonies uit doordat hun woongebied wordt verstoord of vernietigd. In Afrika en Azië wordt er in steeds toenemende mate op vleermuizen gejaagd, die dan door mensen worden gegeten of worden gebruikt in volksgeneesmiddelen en -drankjes. Vruchtenetende vleermuizen, die zich voornamelijk voeden met de vruchten van inheemse bomen, worden vaak gedood door boeren die ten onrechte geloven dat de vleermuizen ernstige schade toebrengen aan hun gewassen. En de mythen over vleermuizen zijn zo hardnekkig dat elk jaar miljoenen dieren louter en alleen worden uitgeroeid omdat mensen bang voor ze zijn. Sommige vleermuissoorten zijn reeds uitgestorven en vele meer verkeren in gevaar. Totdat meer mensen de waarde van vleermuizen en de noodzaak ze te beschermen gaan inzien, blijft de toekomst van deze belangrijke dieren onzeker.”
Na enkele van de door Bat Conservation International bereikte resultaten opgesomd te hebben, concludeert Merlin Tuttle: „Wij hebben slechts de oppervlakte beroerd van wat er moet gebeuren willen er gezonde vleermuispopulaties in leven blijven. Voor sommige is het al te laat en voor andere dringt de tijd. Het verlies van vleermuispopulaties heeft ernstige, mogelijk onherroepelijke, gevolgen voor het milieu dat wij allen delen.”
Ook in dit geval is de boodschap duidelijk: Zowel de oude als de moderne geschiedenis laat zien dat de mens zijn eigen schreden niet kan richten (Jeremia 10:23). Zijn liefde voor geld, zijn kortzichtigheid en zijn zelfzucht leiden tot de vernietiging van het milieu — van lucht, water, grond, flora en fauna — en ook van de mens. Alleen Jehovah God zal daar een eind aan maken. Alleen hij zal degenen „verderven die de aarde verderven”. — Openbaring 11:18.
[Voetnoten]
a Alle foto’s bij dit artikel zijn verschaft door Merlin D. Tuttle, Bat Conservation International.
[Illustratie op blz. 16]
Gambiaanse vleerhonden, moeder en jong
[Illustratie op blz. 17]
Nectar drinkende vleermuis
[Illustratie op blz. 17]
Lyles vleervos
[Illustraties op blz. 18]
Van boven naar beneden: Gewone langoorvleermuis
Vleervos
Hartneusvleermuis die kever vangt
Opwinding bij de maaltijd!