Kruiswoordpuzzel
Horizontaal
1. Keer op keer zegt de bijbel ons dit te blijven doen (Jakobus 5:13)
4. Een afstammeling van de Horiet Seïr (Genesis 36:26; zie ook vers 20, 21)
7. Vleugels van deze vogel werden gegeven aan „de vrouw” om haar te laten ontkomen aan vervolging van „de draak” (Openbaring 12:13, 14)
9. De smaak van honing, ervaren door wie zich voedt met een goddelijke boodschap (Openbaring 10:10)
11. Dorstig wordt men in zo’n land (Psalm 63:1)
13. Kijk daarheen, om uit de sterrenhemel een conclusie te trekken (Jesaja 40:26)
15. Zulke wijnzakken zijn niet bestand tegen het gisten van de nieuwe wijn (Matthéüs 9:17)
17. Het aantal van Jakobs zonen voordat Benjamin geboren was (Genesis 32:22)
18. Hun afloop — juist het zwaard en juist de hongersnood zullen hun dood veroorzaken (Jeremia 14:15)
19. Opzet, iets wat een bedoeling heeft (Handelingen 5:38)
21. „Bitterheid” betekende de naam die aan dit water werd gegeven (Exodus 15:23)
22. Een zoon van Ashur bij zijn vrouw Hela (1 Kronieken 4:7)
24. Wat een adder afscheidt, en waarmee de werking van dat fonkelende rode vocht vergeleken wordt (Spreuken 23:32)
25. Kookgerei (1 Kronieken 9:31)
27. Een man die weet dat er dingen zijn die hij niet kan verhaasten (Jakobus 5:7)
30. Een Benjaminiet, waarschijnlijk dezelfde als de in 1 Kronieken 8:1 genoemde Ahrah (1 Kronieken 7:12)
32. De tweede rechter, echt een Benjaminiet — linkshandig (Rechters 3:15)
34. Vader van de Simeï die een van Salomo’s gevolmachtigden voor de voedselvoorziening van de koning en zijn huishouding was (1 Koningen 4:18)
35. Zoveel zwaarden waren genoeg voor wat Jezus duidelijk wilde maken (Lukas 22:38; vergelijk Johannes 18:36)
37. Verder dan deze kan gewoon niet (Psalm 72:8)
40. Lichaamsdeel dat wordt gebruikt als afbeelding voor het vermogen kracht uit te oefenen (Jeremia 27:5)
41. De profeet die op de Karmel een krachtmeting had met de Baälsprofeten (1 Koningen 18)
42. De graansoort die Jezus gebruikte in zijn illustratie over „de zonen van het koninkrijk” (Matthéüs 13)
43. ’De zegen van Jehovah maakt rijk, en hij voegt er geen . . . bij’ (Spreuken 10:22)
44. Deel van Pashurs nieuwe naam (Jeremia 20:3)
Verticaal
1. Roemt in een lied (Psalm 135:3)
2. Waaraan melodieën gewijd zijn (Psalm 135:3)
3. Maakte deel uit van het gebied aan de overkant van de Jordaan (Numeri 32:1-4)
5. Een volkrijke stad met een lange geschiedenis, die ook in Jezus’ tijd nog bestond (Jozua 11:8)
6. Vast gedragspatroon (Johannes 8:44)
8. Dit woordje slaat op Jehovah, en daarom heeft het dan ook een hoofdletter (Psalm 3:3)
10. Ook niet (Jakobus 3:12)
12. En op zo’n bovenkleed zet men geen nieuwe stof die straks in de was gaat krimpen (Matthéüs 9:16)
13. Er werd daar goud gevonden (Psalm 45:9)
14. Een kleurrijke en opvallende vogel die om zijn onreine gewoonten niet gegeten mocht worden (Deuteronomium 14:18)
16. Zijn zoon Ahira was overste over het leger van de zonen van Náftali (Numeri 10:27)
20. Met zo’n stem zou de aansporing en de waarschuwing niemand hoeven ontgaan (Openbaring 14:7)
23. Gewoon (2 Korinthiërs 4:7)
25. Een (misschien minder belangrijk gevonden?) onderdeel (Jakobus 2:10)
26. Komt nader (Jakobus 4:8)
28. Hiermee hoort God deze hulpkreten (Jakobus 5:4)
29. Het soort beleid waarmee wij onze strijd moeten voeren (Spreuken 24:6)
31. Beeld voor de levensloop waarin iemand terechtkomt (Jakobus 3:6)
32. Waar autoriteiten om vragen (Romeinen 13:7)
33. De man die niet Dina’s schoonvader werd (Genesis 34)
36. Behaaglijk van temperatuur, luchtigjes toegewenst (Jakobus 2:16)
38. Waarschijnlijk was hij de schoonvader van Seálthiël (Lukas 3:27; vergelijk Matthéüs 1:12)
39. De naam betekent „kudde”, en de betreffende toren verschafte kennelijk onderdak voor herders en diende hun als wachttoren om hun kudden in het oog te houden (Genesis 35:21)
OPLOSSING OP BLZ. 16
Oplossing horizontaal
1. BIDDEN
4. ESBAN
7. AREND
9. ZOET
11. DOR
13. OMHOOG
15. OUDE
17. ELF
18. EIND
19. PLAN
21. MARA
22. ETHNAN
24. GIF
25. PANNEN
27. BOER
30. AHER
32. EHUD
34. ELA
35. TWEE
37. EINDEN
40. ARM
41. ELIA
42. TARWE
43. SMART
44. RONDOM
Oplossing verticaal
1. BEZINGT
2. NAAM
3. NEBO
5. SIDON
6. AARD
8. DEGENE
10. EVENMIN
12. OUD
13. OFIR
14. HOP
16. ENAN
20. LUIDE
23. NORMAAL
25. PUNT
26. NADERT
28. OREN
29. BEKWAAM
31. RAD
32. EER
33. HEMOR
36. WARM
38. NERI
39. EDER