Hoe AIDS te voorkomen
VEEL regerings- en particuliere instellingen voeren informatieve campagnes om mensen te leren hoe AIDS te voorkomen. Vaak ontbreekt bij zulke raad echter elke morele overweging. Zelden wordt erop aangedrongen praktijken te vermijden omdat ze moreel verkeerd zijn.
De Amerikaanse tv-commentator Ted Koppel zei hierover in een toespraak tot laatste-jaarsstudenten: „Wij hebben onszelf in feite wijsgemaakt dat leuzen ons zullen redden. Spuit maar [drugs] als je dat zo nodig moet, maar gebruik wel een schone naald. Heb seks wanneer en met wie je maar wilt, maar gebruik een condoom. Nee! Het antwoord is nee. Niet omdat het niet leuk is of praktisch of omdat je in de gevangenis zou kunnen belanden of op een AIDS-afdeling zou kunnen sterven, maar nee omdat het verkeerd is, omdat wij als een geslacht van denkende menselijke wezens 5000 jaar lang . . . op zoek zijn geweest naar waarheid en het moreel absolute. In haar zuiverste vorm is waarheid geen beleefd tikje op de schouder, maar een schreeuwend verwijt. Wat Mozes van de berg Sinaï meebracht, waren niet de Tien Suggesties.”
De manier om AIDS te voorkomen
De AIDS-plaag had voorkomen kunnen worden. The New York Times Magazine zei daarover: „Het is de eerste plaag in de menselijke geschiedenis waarvan de beheersing volkomen afhankelijk is van ons bewuste gedrag.”
Om AIDS te voorkomen moet een hoofdregel zijn: Leef moreel. Dit betekent geen seksuele relaties buiten het huwelijk en geen drugmisbruik. Ja, er moet een verandering in gedragspatronen komen, want, zoals Science News berichtte, „het is duidelijk dat AIDS wordt veroorzaakt door gedrag waarbij het virus wordt overgebracht”.
Heel weinig mensen die een moreel leven leiden, krijgen AIDS. Natuurlijk, het kan zijn dat de ene huwelijkspartner moreel leeft maar de ander immoreel en met AIDS besmet is en zo de ziekte overbrengt op de onschuldige partner. Vanzelfsprekend heeft de onschuldige partner die de ander van immoraliteit of drugmisbruik verdenkt het recht om beschermende maatregelen te nemen. Van de onschuldigen wordt niet verwacht dat zij als het ware zelfmoord plegen.
In de Tokiose krant Asahi Sjimboen werden de volgende opmerkingen van gezondheidsdeskundigen geciteerd: „Als u een normaal leven leidt, zult u de ziekte niet oplopen. Er is dus geen reden om u buitensporig zorgen te maken over de ziekte. Maar als u wat wilt ’aanrommelen’, doe dat dan op eigen risico, het risico zelfmoord te plegen.” Sjoko Nagaja van het Ministerie van Volksgezondheid gaf de raad: „Ken uw partner.”
Is het echter werkelijk mogelijk ’uw partner te kennen’ in deze toegeeflijke wereld die immoraliteit vergoelijkt? Hoe kunt u er zeker van zijn dat uw partner geen seksuele immoraliteit heeft bedreven of geen drugs heeft gebruikt en op die manier aan AIDS bloot heeft gestaan?
Wat nodig is, is onderwijs dat mensen ertoe brengt dat wat moreel verkeerd is te haten. En ongeacht het huidige toegeeflijke standpunt, buitenechtelijke seks is immoreel, evenals drugmisbruik. Deze praktijken kunnen tot ziekte en een voortijdige dood leiden.
Geen garantie
In één land had 93 procent van de achttien- en negentienjarige mannen en vrouwen die werden geïnterviewd immorele seksuele relaties gehad. Slechts 25 procent van de mannen en 20 procent van de vrouwen zei dat zij wel eens een condoom hadden gebruikt — het medische hulpmiddel dat door sommige medische autoriteiten wordt aanbevolen als voorbehoedmiddel tegen AIDS. In een ander land bleek bij een onderzoek dat homoseksuele mannen, nadat was vastgesteld dat zij AIDS-positief waren, slechts het aantal partners in zes maanden verminderden van twaalf tot vijf. Meer van hen voelen zich veilig door het toegenomen condoomgebruik.
Is condoomgebruik echter een garantie? Verscheidene gezondheidsdeskundigen schatten de faalkans bij condooms op 2 tot 10 procent of meer, waarbij condooms van natuurlijk materiaal veel minder effectief zijn dan die van latex. De Canadese Financial Post bericht: „Jack Layton, voorzitter van de Raad voor de Volksgezondheid in Toronto, zegt dat profylactica [condooms] een faalkans van wel 30% vertonen bij het voorkomen van zwangerschap.”
Beth Aub schrijft in The Daily Gleaner van Jamaica: „Het condoom is tegenwoordig niets veiliger dan vroeger. In feite minder, daar het AIDS-virus veel kleiner is dan het menselijk sperma en het er dus veel gemakkelijker door kan glippen; en terwijl de vrouw slechts enkele dagen van elke maand zwanger kan worden, staat zij telkens wanneer zij seks heeft met een besmette man bloot aan AIDS. Het condoom is niet veilig.” En directeur-generaal van de volksgezondheid Koop waarschuwt dat condooms een „buitengewoon hoge” faalkans hebben wanneer ze door homoseksuelen worden gebruikt.
Deze middelen zijn dan ook geen garantie tegen het oplopen van AIDS. In plaats daarvan is leven naar de hoge morele maatstaven van de bijbel de allerbeste bescherming.
Is de bloedvoorraad veilig?
Voordat in 1985 met het testen van bloed op AIDS werd begonnen, kregen duizenden (misschien wel honderdduizenden als wij Afrika meerekenen) AIDS door besmet bloed. In sommige landen is dat aantal nog steeds hoog. In een rapport uit Afrika werd dit jaar verklaard: „Bijna één op de vijftien kinderen in Centraal-Afrika die bloedtransfusies krijgen ter bestrijding van met malaria samenhangende bloedarmoede, kunnen daardoor besmet worden met het AIDS-virus, zo is bij een nieuw onderzoek vastgesteld. In die streek zijn transfusies nu AIDS-overdrachtsbron nr. 2.”
In westerse landen wordt beweerd dat de bloedvoorraad nu nagenoeg veilig is. Maar hoe veilig? Bij de gebruikelijke tests op AIDS wordt de aanwezigheid van het virus onthuld door de antilichamen. Maar, zo vermeldt The Economist, „het duurt enige tijd voordat de antilichamen waarnaar wordt gezocht, verschijnen”. Mensen die bloed geven, kunnen drager zijn van het AIDS-virus maar nog geen antilichamen hebben ontwikkeld. Dus hoewel zij AIDS-vrij worden verklaard, hebben zij wel het AIDS-virus en kunnen zij het overdragen wanneer hun bloed bij transfusies wordt gebruikt. En de Newyorkse Bloedbank schat dat ongeveer 90 procent van de mensen die transfusies krijgen van al is het maar één enkele eenheid met AIDS besmet bloed, met het AIDS-virus besmet raakt.
Dr. Harvey Klein van de Amerikaanse Nationale Gezondheidsinstituten zegt dat het zes weken tot drie maanden kan duren voordat er antilichamen verschijnen. In die periode bestaat de mogelijkheid dat het bloed van een pasbesmette geen of niet voldoende antilichamen bevat die bij proeven aantoonbaar zijn.
De Canadese Medical Post verklaart: „Het kan wel zes maanden duren voordat de bij de huidige screeningstests te bespeuren antilichamen zich ontwikkelen.” Bij een studie door het Amerikaanse Nationale Kankerinstituut bleek dat sommige personen pas veertien maanden na de besmetting met het AIDS-virus aantoonbare antilichamen ontwikkelen. Nog recentere bevindingen gemeld door The Lancet, een Engels medisch tijdschrift, onthullen dat het AIDS-virus zich nog langer bij iemand kan vermenigvuldigen voordat het bij tests aantoonbaar wordt. Hoewel er pogingen worden gedaan om tests te ontwikkelen die het virus kunnen aantonen nog voordat er antilichamen verschijnen, bevinden die zich nog maar in een beginstadium.
Een medisch rapport van specialisten van de Universiteit van Mainz in de Duitse Bondsrepubliek vermeldt: „De transfusiegeneeskunde moet het feit accepteren dat er geen absoluut HIV-vrij bloed meer bestaat.”
Andere bloedziekten
Wat de zaak nog erger maakt, is het feit dat andere ziekten dan AIDS nog veel vaker door bloedtransfusies worden overgebracht. Dr. Klein verklaart: „AIDS heeft alle publiciteit gekregen. Maar de afgelopen 25 jaar is het belangrijkste probleem bij bloedtransfusies in werkelijkheid transfusiehepatitis geweest. En ook nu nog is de voornaamste met bloedtransfusies samenhangende doodsoorzaak transfusiehepatitis.”
Eén vorm van deze ziekte wordt non-A-non-B-hepatitis genoemd. In de Verenigde Staten krijgen elk jaar 190.000 mensen deze ziekte door bloedtransfusies. Zo’n 10.000 van hen sterven eraan of lopen blijvend letsel op. Het virus is nog niet duidelijk geïdentificeerd en er is op het moment geen betrouwbare test voor.
Het Franse medische dagblad Le Quotidien du Médecin verklaart dan ook: „Misschien hebben Jehovah’s Getuigen gelijk met hun weigering bloedprodukten te gebruiken, want het is waar dat een aanzienlijk aantal pathogene stoffen door bloedtransfusie kan worden overgedragen.”
U hebt de keus
Iedereen moet in deze kwestie een keus doen. Indien men ervoor kiest door te gaan met immorele verhoudingen of drugmisbruik, dan moet men de consequenties onder de ogen zien: het oogsten van schade door het zaaien van wat moreel onjuist is.
Maar wie moet juiste morele waarden vaststellen? Welnu, wie weet het beste hoe wij opgebouwd zijn en wat de gevolgen zijn van het overtreden van zulke morele maatstaven? Dat is vast en zeker de Schepper van de mens. En in zijn geïnspireerde Woord, de bijbel, zegt hij onomwonden: „God laat niet met zich spotten. Want wat een mens zaait, dat zal hij ook oogsten; want wie met het oog op zijn vlees zaait, zal uit zijn vlees verderf oogsten, maar wie met het oog op de geest zaait, zal uit de geest eeuwig leven oogsten.” — Galaten 6:7, 8.
Het lijdt geen twijfel dat de Schepper van de mens heeft bepaald dat homoseksualiteit, hoererij en overspel moreel verkeerd zijn, evenals drugmisbruik. Zijn Woord vertelt ons: „Wordt niet misleid. Noch hoereerders, noch afgodendienaars, noch overspelers, noch mannen die er voor tegennatuurlijke doeleinden op na worden gehouden, noch mannen die bij mannen liggen,” kunnen Gods goedkeuring verwachten. — 1 Korinthiërs 6:9; zie ook 2 Korinthiërs 7:1.
De bijbel waarschuwt: Blijft u „onthouden van dingen die aan afgoden ten slachtoffer zijn gebracht en van bloed en van al wat verstikt is en van hoererij” (Handelingen 15:29). Het Griekse woord dat hier voor „hoererij” is gebruikt, omvat elke vorm van seksuele gemeenschap anders dan die tussen een man en zijn vrouw. En hebt u opgemerkt dat dit gebod ook behelst dat het gebruik van bloed vermeden moet worden?
De volgende woorden van die schriftplaats zijn thans nog sterker van kracht. Ze luiden: „Indien gij u nauwlettend voor deze dingen wacht, zal het u goed gaan. Wij wensen u een goede gezondheid toe!” Sta er eens bij stil hoeveel mensen al aan AIDS gestorven zijn en er nog aan zullen sterven ten gevolge van immorele seksuele activiteit en drugs, naast de duizenden (in Afrika mogelijk honderdduizenden) door besmet bloed. Sta ook eens stil bij de honderden miljoenen van wie de gezondheid wordt geschaad door andere seksueel overdraagbare ziekten, alsook door andere complicaties van bloedtransfusies en door drugmisbruik.
Al met al is de tol aan slechte gezondheid en voortijdige dood enorm. De consequenties doen ons beseffen hoe wijs het van de Schepper was deze praktijken te verbieden.
Professor Vicente Amato Neto, een Braziliaans deskundige op het gebied van infectieziekten, zegt: „Ik zeg vaak dat de beste AIDS-preventie erin bestaat een van Jehovah’s Getuigen te worden, want de leden van die religie zijn noch homoseksuelen noch biseksuelen, zij geloven in huwelijkstrouw — zij associëren het huwelijk met voortplanting — zij gebruiken geen drugs en, wat het beeld compleet maakt, zij aanvaarden geen bloedtransfusies.”
In het tijdschrift Toronto Life werd verklaard: „Het enige duidelijke antwoord op AIDS is celibatair leven en daarna monogamie.” En Valentin Pokrovsky, president van de Russische Academie van Medische Wetenschappen, beaamt: „Het bestrijden van AIDS kan niet tot medische krachtsinspanningen beperkt blijven. Een gezonde levenswijze, reine relaties tussen de seksen en huwelijkstrouw zijn de beste middelen voor AIDS-preventie.”
Ja, aanvaarding van de maatstaven die de Schepper voor het menselijk gedrag vastgesteld heeft, is de beste manier om AIDS te voorkomen.
[Inzet op blz. 13]
„Wat Mozes van de berg Sinaï meebracht, waren niet de Tien Suggesties”
[Illustratie op blz. 13]
Door bloedtransfusies is AIDS verbreid — en dat gebeurt nog steeds
[Illustratie op blz. 15]
Kuisheid voor het huwelijk kan veel verdriet voorkomen, AIDS inbegrepen