Welke hoop is er voor de kinderen?
VOOR miljoenen kinderen in de zogenoemde Derde Wereld is het al te laat. De hier besproken werkwijzen zouden miljoenen kinderen het leven redden — als hun ouders maar bereikt en ertoe gebracht konden worden ze toe te passen. Daar dit volslagen onmogelijk is, zullen er vele miljoenen kinderen meer sterven — langzaam, stilletjes, onvermijdelijk.
Grootschalige projecten waarvan veel ophef wordt gemaakt, bieden weinig hoop. Zo hebben de Verenigde Naties het Internationale Tienjarenplan voor de Drinkwatervoorziening en Hygiëne (1981-1990) gesponsord met als doelstelling „rein water en voldoende sanitaire voorzieningen voor iedereen in 1990”. Wat heeft dit opgeleverd?
„Tussen 1980 en 1983”, zo bericht het tijdschrift World Health, „kregen weer 32 miljoen mensen in Afrika een watervoorziening, en daarnaast kregen 12 miljoen mensen betere sanitaire voorzieningen.” Toch was er slechts een heel kleine toename in het percentage mensen dat over zuiver water en sanitaire voorzieningen beschikt. Door de snelle bevolkingsgroei werden de indrukwekkende vorderingen bijna totaal opgeheven. Het is dan ook geen wonder dat de doelstelling „rein water en voldoende sanitaire voorzieningen voor iedereen in 1990” als „een bijna onmogelijke opgave” is aangeduid.
Soms worden pogingen tot verbetering echter niet door gebrek aan geld of mankracht, maar door hebzucht, gebrek aan inzicht en kleinzielige wedijver belemmerd. Ontwikkelingslanden besteden viermaal zoveel aan wapens en andere militaire uitgaven als aan de volksgezondheid. Van het beetje dat aan de gezondheidszorg wordt besteed, gaat het meeste op aan geavanceerde medische apparatuur — ten behoeve van een handjevol bevoorrechten.
Neem ook eens de goedkope Orale Rehydratie Therapie. Het is bekend dat daarmee miljoenen levens gered zouden kunnen worden. Toch, aldus de UN Chronicle, „schrijven de meeste artsen nog steeds jaarlijks voor een totale waarde van $400 miljoen antidiarreemiddelen voor, ook al is van de meeste bekend dat ze nutteloos, schadelijk of beide zijn”.
Of sta eens stil bij de verwoestende parasitaire ziekte schistosomiasis, waaraan nu 200 miljoen mensen, vooral kinderen, lijden. „De wetenschap kent de oorzaak van schistosomiasis, heeft de remedies in het veld getest, heeft een doeltreffende strategie ontwikkeld waardoor deze infectieziekte in de voor ons liggende jaren drastisch teruggedrongen kan worden”, schrijft June Goodfield in Quest for the Killers. Waarom woedt de ziekte dan nog steeds? „Het probleem ligt nu in het politieke vlak”, schrijft Goodfield.
Ja, kinderen sterven, niet eenvoudig omdat het de mens aan de kennis of de hulpmiddelen ontbreekt om hen in leven te houden, maar omdat hij politiek eigenbelang en persoonlijk gewin zwaarder laat wegen dan mensenlevens. De woorden uit Jeremia 10:23 zijn waar gebleken: „Het [is] niet aan de aardse mens . . . zijn weg te bepalen. Het staat niet aan een man die wandelt, zelfs maar zijn schrede te richten.” De enige hoop voor de kinderen van de wereld — ja voor het hele mensengeslacht — is dat God het bestuur over de planeet Aarde overneemt. De bijbel vertelt ons dat dat nu juist zijn voornemen is: „De God des hemels [zal] een koninkrijk [of regering] oprichten dat nooit te gronde zal worden gericht. . . . Het zal al deze koninkrijken [de huidige regeringen] verbrijzelen en er een eind aan maken, en zelf zal het tot onbepaalde tijden blijven bestaan.” — Daniël 2:44.
Onder Gods hemelse koninkrijk zullen de kinderen van de wereld nooit weer door ziekte of de dood worden bedreigd. Daarom zien Jehovah’s Getuigen vol verlangen uit naar deze goddelijke overname van de aardse aangelegenheden. Zij bidden wat Jezus hun leerde: „Uw koninkrijk kome” (Matthéüs 6:9, 10). De benarde situatie van de kinderen in de Derde Wereld doet deze godvrezende mensen dit des te vuriger bidden.a
[Voetnoten]
a Zie voor verdere inlichtingen het boek „Uw koninkrijk kome”, uitgegeven door de Watchtower Bible and Tract Society of New York, Inc., of schrijf aan de uitgevers van dit tijdschrift. Zij zullen graag regelingen treffen dat u door een van Jehovah’s Getuigen wordt bezocht.