Van onze lezers
AIDS
Ik schrijf u om te reageren op uw artikelen over AIDS en in het bijzonder op een brief waarin staat dat „Jehovah’s Getuigen de enigen schijnen te zijn die vrij zijn van het risico AIDS op te lopen omdat zij geen drugs ’spuiten’, geen homoseksualiteit of biseksualiteit bedrijven, trouw zijn aan hun huwelijkspartner en geen bloedtransfusies aanvaarden”. AIDS is een ziekte die iedereen bedreigt, zelfs Jehovah’s Getuigen. Ik ben zeer gebelgd over de insinuatie dat alleen zij vrij zijn van AIDS. Gelieve niet langer de indruk te wekken dat het een goddelijke vergelding is, want dan zou u moeten toegeven dat kanker dat ook is, en dat is niet zo.
R. C., Verenigde Staten
Onze lezer kan doelen op een berichtje in „Een blik op de wereld” (8 mei 1988). Het betrof een uitspraak van een deskundige op het gebied van infectieziekten, die werd gepubliceerd in het Braziliaanse tijdschrift „ISTOÉ”. Soortgelijke opmerkingen zijn gemaakt in andere medische bronnen, die erkennen dat men minder risico loopt door zich aan de genoemde beginselen te houden. Natuurlijk heeft R. C. gelijk als hij zegt dat zelfs Jehovah’s Getuigen worden bedreigd, maar meestal vanwege hun gedrag voordat zij Getuigen werden of omdat zij samenleven met een huwelijkspartner die zich niet aan de bijbelse geboden houdt. Ons ontgaat een eventuele overeenkomst met kanker, die gewoonlijk niet het gevolg is van overtredingen van bijbelse beginselen. — Red.
Kinderopvang
Mijn complimenten voor de manier waarop u het onderwerp „Crèches — De meningen zijn verdeeld” hebt behandeld in Ontwaakt! van 8 december 1987. De informatie was nauwkeurig en werd evenwichtig gebracht. . . . Er was echter één belangrijk aspect van goede kinderopvang dat niet in uw artikel aan de orde kwam — het belang van een wederzijds respectvolle verhouding tussen de ouders en degenen die hun kinderen opvangen. Hoe groter de betrokkenheid van de kant van de ouders, hoe groter de waarschijnlijkheid dat de kwaliteit van de verzorging goed zal zijn. De verzorgers moeten weten dat zij door de ouders worden gewaardeerd en niet slechts betaalde bedienden zijn. Het is belangrijk een vertrouwelijke en informele communicatie met de verzorger op te bouwen . . . U bewijst uw lezers een goede dienst door richting te geven aan hun gedachten over dit belangrijke thema.
K. M., Landelijk Directeur Onderwijszaken
Children’s World, Verenigde Staten
Gekweekte parels
Ik lees uw tijdschriften werkelijk graag en ik vind ze informatief en doordacht. Om die reden was ik enigszins geschokt toen ik in Ontwaakt! van 22 januari 1988 het artikel over gekweekte parels zag staan. Een parel komt tot stand door het inbrengen van een vreemd deeltje in het lichaam van een oester. Die vreemde materie is niet alleen hinderlijk voor de oester maar wordt later uit het levende dier gesneden, dat dan alleszins over een eigen zenuwstelsel beschikt. Voor mij komt dit neer op dierenmishandeling.
F. G., Bondsrepubliek Duitsland
In het artikel lieten wij onze lezers kennis maken met een industrie en hielden wij ons niet bezig met de morele kanten ervan. Wij beseffen dat er persoonlijke gevoeligheden meespelen bij de behandeling van al wat leeft en wij kritiseren zulke persoonlijke gevoelens niet. Wij proberen ons echter te houden aan wat er over het standpunt van onze Schepper te kennen wordt gegeven in de bijbel, en daarin wordt gunstig gesproken over parels en wordt ook het gebruik van „al het zich bewegende gedierte” als „voedsel” voor mensen toegestaan (Genesis 9:3; Matthéüs 13:46). Per slot van rekening is het verschil niet zo groot tussen een parelkwekerij en een willekeurig abattoir, waar dagelijks veel complexere levensvormen worden gedood om het voedsel. — Red.