Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g88 8/3 blz. 24-27
  • Paus Johannes Paulus bezoekt een rusteloze kudde

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Paus Johannes Paulus bezoekt een rusteloze kudde
  • Ontwaakt! 1988
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Zorgvuldig gepland
  • Door Christus bestuurd?
  • Wat Jezus en zijn apostelen werkelijk hebben gezegd
  • De reizen van de paus — Waarom nodig?
    Ontwaakt! 1984
  • Dient het priesters vrij te staan te trouwen?
    Ontwaakt! 1970
  • De reizende Johannes Paulus II — Kan hij zijn verdeelde Kerk verenigen?
    Ontwaakt! 1980
  • Waarom werd het celibaat ingesteld?
    Ontwaakt! 1985
Meer weergeven
Ontwaakt! 1988
g88 8/3 blz. 24-27

Paus Johannes Paulus bezoekt een rusteloze kudde

TIEN drukke dagen lang reisde paus Johannes Paulus II in september vorig jaar per straalvliegtuig door Noord-Amerika; hij bezocht negen steden in de Verenigde Staten en een dorp in de Canadese Northwest Territories. Hij zocht contact met niet-katholieken en pakte terzelfder tijd de groeiende onafhankelijkheid in zijn Noordamerikaanse kudde aan.

Priesters stelden vragen over de kerkelijke celibaatsregels. Bisschoppen suggereerden dat de morele regels van de kerk te streng waren. Amerikaanse Indianen protesteerden tegen de manier waarop de kerk hun voorouders had behandeld.

De paus ging in op de groeiende gewoonte onder Amerikaanse katholieken om ’kieskeurig uit te zoeken’ aan welke onderdelen van de kerkelijke leer zij zich wensen te houden. Zo verklaarde monseigneur John Tracy Ellis dat veel mensen zeggen: „Ik ben katholiek, maar ik aanvaard niet alles wat de paus leert.” Het tijdschrift Time berichtte: „De Amerikaanse katholieken werden eens door Rome tot de meest plichtsgetrouwe zonen en dochters van de kerk gerekend, maar velen van hen geloven nu dat zij het recht hebben zelf kieskeurig de bouwstenen van hun geloof uit te zoeken en leerstellingen van de kerk waarmee zij het niet eens zijn te negeren.”

Zorgvuldig gepland

Dit bezoek was met grote zorg gearrangeerd. Lang van tevoren had het Vaticaan niet alleen de tekst toegestuurd gekregen van wat kerkelijke vertegenwoordigers zouden zeggen, maar zelfs van wat joodse, mohammedaanse, boeddhistische en hindoeleiders de paus zouden vertellen, opdat de antwoorden zorgvuldig voorbereid konden worden.

De rondreis begon op 10 september in Miami. Daar deed de katholieke priester Frank J. McNulty, die als vertegenwoordiger van de 57.000 Amerikaanse priesters sprak, de paus het dringende verzoek aandacht te besteden aan verdeeldheid zaaiende strijdpunten als het priestercelibaat, de toenemende mate waarin katholieken vervreemden van de kerkelijke leer, en het verlangen van vrouwen naar een grotere rol in de kerk. Hij zei dat de waarde van het celibaat „in de geest van velen aan erosie heeft blootgestaan en nog steeds blootstaat”. De Los Angeles Times merkte op dat de paus in zijn „in milde bewoordingen gestelde” reactie „niet rechtstreeks inging op een van de [door McNulty] te berde gebrachte strijdpunten”, maar dat de paus „wel de plicht van priesters beklemtoonde om zich aan zijn leergezag te onderwerpen”.

Daarna had Johannes Paulus in Columbia (South Carolina) een ontmoeting met niet-katholieke religieuze leiders. In New Orleans waarschuwde hij theologen die onderwijs geven op katholieke scholen, dat het hun niet vrijstaat van de officiële kerkelijke leerstellingen af te wijken.

In Phoenix (Arizona) gaf hij toe dat leden van zijn kerk in het verleden „fouten en onrecht” hadden bedreven tegen Amerikaanse Indianen, en hij accepteerde in het openbaar een arendsveer, een religieus symbool, van een Indiaanse medicijnman.

Vervolgens vertelde op een bijeenkomst met 300 Amerikaanse bisschoppen in Los Angeles kardinaal John R. Quinn de paus: „Wij als herders maken ons er zeer bezorgd over dat bepaalde terreinen van de kerkelijke leer inzake zowel de seksuele als de maatschappelijke moraal, in ons land wel eens onderhevig zijn aan negatieve kritiek, die soms zelfs van katholieken van goede wil komt.” De paus antwoordde dat het voor katholieken een „grove dwaling” is zich als trouwe gelovigen te beschouwen als zij afwijken van de kerkelijke leer inzake de „seksuele en echtelijke moraal, echtscheiding en hertrouwen . . . [en] abortus”.

Over homoseksualiteit werd gesproken in San Francisco, een stad waar AIDS reeds meer dan 2150 levens had geëist. Tweeënzestig AIDS-patiënten maakten deel uit van een groep waarmee de paus een ontmoeting had. Tot hen behoorden twee priesters, een ex-monnik, een aantal homoseksuele mannen en een vierjarig jongetje dat AIDS had opgelopen door een bloedtransfusie.

In Detroit veroordeelde Johannes Paulus abortus. Hij zei: „Respect voor het leven en bescherming ervan door de wet [dient] elk menselijk schepsel vanaf de bevruchting tot de natuurlijke dood gegund [te worden].” Van Detroit ging hij naar Fort Simpson in Canada, waar hij de Indiaanse aanspraken op zelfbestuur en bezit van hun eigen land „volmondig onderschreef”.

Hoe reageerden Amerikaanse katholieken op het standpunt van de paus? De Londense Times merkte op: „Hoewel zijn bezielende persoonlijke aanwezigheid de Kerk ongetwijfeld heeft aangemoedigd, heeft zijn onwrikbare eis tot gehoorzaamheid aan het Vaticaan de verdeeldheid slechts vergroot.”

Door Christus bestuurd?

In Miami, aan het begin van zijn rondreis, had paus Johannes Paulus gezegd dat de reden waarom men het katholieke gezag dient te aanvaarden is, dat zijn kerk „een door Jezus Christus bestuurde instelling is”. Zouden, indien dat waar was, haar leerstellingen niet onwrikbaar gehoorzaamd moeten worden? Waarom zouden priesters Christus’ leerstellingen willen veranderen? En waarom zouden bisschoppen zich bezorgd maken over openbare kritiek?

Het probleem is dat niet al deze kerkelijke regels op de leer van Jezus Christus zijn gebaseerd. Sommige weerspiegelen denkbeelden, gedragsregels en tradities die zich in de loop der eeuwen hebben ontwikkeld in plaats van gebaseerd te zijn op Christus’ eigen leer en op de leerstellingen die hij oorspronkelijk aan zijn volgelingen heeft doorgegeven.

Misschien vindt u het uitermate interessant deze moderne leerstellingen te vergelijken met wat Jezus en zijn apostelen werkelijk hebben onderwezen.

Wat Jezus en zijn apostelen werkelijk hebben gezegd

Die leerstellingen zijn bewaard gebleven in een boek dat het enige nauwkeurige geschreven verslag bevat van Jezus’ eigen woorden en van wat hij en zijn apostelen werkelijk hebben onderwezen. Misschien hebt u reeds een exemplaar van dat boek, de bijbel, in uw bezit. Het laat zien wat het ware christendom werkelijk leerde voordat er zo veel menselijke denkbeelden aan werden toegevoegd. De volgende citaten (dat uit Exodus uitgezonderd) zijn uitspraken die door Jezus’ apostelen zelf zijn opgetekend; er worden daden in besproken die in de ware christelijke gemeente niet toelaatbaar zijn:

Buitenechtelijke seks: „Mensen die immoreel leven, afgodendienaars, overspelers . . . zullen het koninkrijk Gods nooit beërven.” — 1 Korinthiërs 6:9, 10, JB.

„De uitingen van de zelfzucht zijn bekend, zoals ontucht, onreinheid, losbandigheid; . . . wie zich zo misdragen zullen het koninkrijk van God niet erven.” — Galaten 5:19-21, Willibrordvertaling.

„Met het oog op de vele gevallen van ontucht is het beter, dat iedere man zijn eigen vrouw heeft en iedere vrouw haar eigen man.” — 1 Korinthiërs 7:2, WV; zie ook 1 Thessalonicenzen 4:3-8.

Homoseksuele praktijken: „Daarom heeft God hen overgeleverd aan onterende hartstochten. . . . De mannen [hebben] de natuurlijke gemeenschap met vrouwen opgegeven en zijn in lust voor elkaar ontbrand: mannen plegen ontucht met mannen. Zo ontvangen zij aan den lijve het verdiende loon voor hun afdwaling.” — Romeinen 1:26, 27, WV.

„Noch hoereerders, . . . noch mannen die er voor tegennatuurlijke doeleinden op na worden gehouden, noch mannen die bij mannen liggen, . . . zullen Gods koninkrijk beërven. Toch zijn sommigen van u dat geweest. Maar gij zijt rein gewassen, maar gij zijt geheiligd, maar gij zijt rechtvaardig verklaard in de naam van onze Heer Jezus Christus en met de geest van onze God.” — 1 Korinthiërs 6:9-11; zie ook 1 Timótheüs 1:9-11.

Abortus: De bijbel zegt dat zelfs als twee vechtende mannen per ongeluk „een zwangere vrouw letsel toebrengen en haar kinderen inderdaad te voorschijn komen . . . [en] er een noodlottig ongeval [geschiedt], dan moet gij geven ziel voor ziel”. Dus zelfs indien de dood van een ongeboren kind door nonchalante onvoorzichtigheid werd veroorzaakt, stond op die daad de doodstraf. En de christelijke apostel Johannes schreef: „Geen doodslager [heeft] eeuwig leven blijvend in zich.” — Exodus 21:22, 23; 1 Johannes 3:15.

Nu volgen er dingen die Jezus en zijn apostelen niet hebben genoemd. Deze onnodige beperkingen werden later toegevoegd.

Het priestercelibaat: Paulus, Jezus’ apostel die het christendom naar de niet-joodse wereld bracht, toonde aan dat het celibaat niet vereist was. Hij schreef: „Hebben wij niet het recht om een christin als vrouw mee te nemen zoals de andere apostelen, de broers van de Heer en Kefas [Petrus]?” — 1 Korinthiërs 9:5, Groot Nieuws Bijbel.

Hij schreef ook: „De bisschop nu moet . . . zijn, de man van één vrouw.” — 1 Timótheüs 3:2, De Katholieke Bijbel; zie ook 1 Timótheüs 4:1-3.

Niet hertrouwen: Jezus toonde aan dat er één zonde tegen de huwelijkspartner bestaat die zo ernstig is, dat echtscheiding en hertrouwen toelaatbaar zijn. Hij zei: „Nu zeg ik u, dat al wie zich van zijn vrouw laat scheiden (onzedelijk gedrag is een ander geval) en met een ander trouwt, overspel pleegt, en de man die met een gescheiden vrouw trouwt, pleegt overspel” (Matthéüs 19:9, The New American Bible). In een voetnoot bij vers 9 verklaart deze bijbelvertaling: „Onzedelijk gedrag is een ander geval: letterlijk ’uitgezonderd porneia’, d.w.z. immoraliteit, hoererij en zelfs incest.”

Regels inzake anticonceptie: De bijbel zegt dat kinderen bemind, verzorgd en volgens godvruchtige beginselen grootgebracht moeten worden, maar verklaart nergens dat elke daad van seksuele gemeenschap de gelegenheid moet bieden een kind te verwekken. De bijbel spreekt niet over geboortenbeperking om de grootte van een gezin binnen het huwelijk te beperken.

Als de Katholieke Kerk werkelijk een instelling zou zijn die door Christus Jezus wordt bestuurd, dan zouden al haar leerstellingen en gebruiken in volkomen harmonie met Gods Woord, de Heilige Schrift, zijn. Ze zou geen verdeeldheid onder haar bisschoppen, priesters en kerkleden kennen. Dat is een ernstige zaak. Jezus zei: „Elk rijk dat innerlijk verdeeld is, vervalt tot een woestenij” (Lukas 11:17, WV). Wij hopen dat deze situatie onze katholieke lezers ertoe zal bewegen zich grondiger in de bijbel te verdiepen om te weten te komen wat God van ons verlangt om aanvaardbaar voor hem te zijn. Jehovah’s Getuigen zullen daar graag bij helpen.

[Kader op blz. 25]

Het aanvaarden van de kerkelijke leer

Een in augustus jongstleden door het tijdschrift Time gehouden enquête (gepubliceerd op 7 september) liet zien in welke mate Amerikanen die zeggen katholiek te zijn, het oneens zijn met de officiële kerkelijke leer. De volgende cijfers werden gegeven:

27% van de geïnterviewde Amerikaanse katholieken zei dat vrouwen het recht moeten hebben desgewenst een abortus te ondergaan

53% vond dat het priesters toegestaan zou moeten zijn te trouwen

78% zei dat het voor katholieken toelaatbaar is „zelf te beslissen” in strijdpunten als geboortenbeperking en abortus

93% geloofde dat „het mogelijk is het niet eens te zijn met de paus en toch een goed katholiek te zijn”

Een enquête van The New York Times/CBS News (op 11 september 1987 in The New York Times gepubliceerd) gaf soortgelijke twijfels onder priesters te zien:

24% zei dat zij persoonlijk voorstander waren van „het toepassen van kunstmatige methoden van geboortenbeperking”

55% was er voorstander van dat priesters zouden mogen trouwen

57% zei dat iemand het oneens kon zijn met „de kerk dat zich laten aborteren een zonde is” en „toch een goed katholiek kon zijn”

[Kader op blz. 26]

Het celibaat geen eerste-eeuws gebod

Paus Paulus VI bekrachtigde het celibaat als vereiste voor geestelijken, maar erkende dat „het Nieuwe Testament, waarin de leer van Christus en de Apostelen wordt bewaard, . . . van heilige ambtsdragers niet onomwonden het celibaat [eist] . . . Jezus Zelf beschouwde het bij de uitkiezing van de Twaalf niet als een eerste vereiste, noch beschouwden de Apostelen het als zodanig voor degenen die de leiding hadden over de eerste christengemeenschappen.” — Sacerdotalis Caelibatus (Priestercelibaat, 1967).

[Kader op blz. 26]

’Verwijder die boosdoener . . .’

De apostel Paulus zei de eerste-eeuwse christenen wat zij moesten doen met iemand in de gemeente die immoreel leefde: „U [moet] niet . . . omgaan met iemand die zich een christen noemt en toch immoreel leeft . . . Verwijder zelf die boosdoener uit uw midden.” Doet uw kerk dat werkelijk? — 1 Korinthiërs 5:11-13, GNB.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen