Wij waren lilliputters onder de dwergen
ENKELE jaren na de Spaanse Burgeroorlog, toen ik nog een jong meisje was, gingen mijn moeder en ik in onze woonplaats Cuenca naar het circus. Toen wij de circustent instapten, hoorde ik plotseling een gebiedende stem roepen: „Señora, señora, ik wil uw dochter in dienst nemen!” Mijn moeder, totaal overrompeld, antwoordde onmiddellijk: „Ik heb er nog een, die kunt u ook in dienst nemen!” Deze vreemde ontmoeting zou ons leven volkomen veranderen.
Weet u, mijn jongere zus Carmen en ik zijn niet veel groter dan poppen, echte lilliputters, zelfs onder de dwergen. Carmen en ik zijn maar zo’n meter lang. Dat verklaart zeker onze artiestennaam, Las Hermanas Mínimas (De Minizusjes), toen wij later overal in Spanje, Frankrijk en Italië optraden in circussen en arena’s, bij plaatselijke festiviteiten en in variétéprogramma’s. Maar hoe wij in de showbusiness terechtkwamen, wil ik u graag wat uitgebreider vertellen.
Spitsroeden lopen
Vader stierf tijdens de Burgeroorlog, toen Carmen en ik nog heel jong waren. Een dwerg zijn werd in die tijd door velen als een vloek beschouwd. U kunt u dus wel voorstellen wat het voor mijn moeder betekende niet één maar twee dwergen te hebben. Tantes, ooms, neven en nichten schaamden zich allemaal zo voor ons dat sommigen Moeder zelfs nogal harteloos suggereerden ons maar van een steile rots te duwen om van ons af te zijn. De kinderen uit de buurt gooiden ons met stenen, wat ons er wreed van doordrong dat wij buitenbeentjes waren. Wij zouden nooit een voet buiten de deur hebben gezet als het niet nodig was geweest naar school te gaan.
Op school was het niet zo erg, afgezien van de dagelijkse gang naar huis, die vaak veel van spitsroeden lopen weg had omdat wij achterna werden gezeten door de andere kinderen, die ons uitlachten, uitscholden en met stenen gooiden. Onze onderwijzeres was echter vol begrip en medeleven. Zij besteedde extra tijd aan ons en leerde ons niet alleen de normale vakken maar ook allerlei handwerken. En bovendien vond zij klanten voor ons, die onze handwerken dolgraag wilden kopen. Nu wij opgroeiden, in jaren wel te verstaan, was het belangrijk een manier te bedenken waarop wij in ons onderhoud konden voorzien.
Carmen en ik vonden het verschrikkelijk om het middelpunt te vormen van nieuwsgierige blikken, maar waar wij ook heen gingen, overal werden wij onbeleefd aangegaapt. Dit deed ons besluiten thuis te werken. Het gevolg was echter wel dat wij steeds eenzelviger gingen leven, in een huisarrest dat wij onszelf oplegden en dat voortduurde tot die beslissende dag dat Moeder en ik naar het circus gingen.
Het leven als circuspoppen
De man die naar mijn moeder had geroepen en mij op stel en sprong in dienst wilde nemen, was de circusdirecteur zelf. Eigenlijk stond het idee mij niet aan. Maar zijn argumentatie was heel overtuigend. „Hoe zul je in je latere leven in je onderhoud voorzien als je nu niet werkt?” vroeg hij, waarmee hij al mijn diepste zorgen voor mijn toekomst weer oprakelde. Hij waarschuwde mij: „Je zult nog in de Misericordia terechtkomen.” (Misericordia, of huis van barmhartigheid, was destijds de naam van het plaatselijke tehuis voor invaliden.) Dat vooruitzicht trok mij nog minder aan dan optreden in een circus. Ik had altijd de wens gekoesterd onderwijzeres te worden.
Maar voorlopig bleef het onderwijzen slechts een droom. Na een paar weken les gehad te hebben in klassiek dansen, begonnen wij tweeën aan een rondreis door Spanje; vaak traden wij op voor een nogal ondankbaar publiek, maar andere keren voor enthousiaste kleine kinderen. Zij waren zo verrukt van onze voorstellingen dat zij soms wilden dat hun moeders ons kochten als poppen.
Het leven was toen opwindend; wij reisden naar plaatsen waar ik tot dusver alleen maar van gedroomd had. Wat was ons leven veranderd! Na jaren van angst om het huis uit te gaan, stonden wij nu in de schijnwerpers. Terugblikkend ben ik er zeker van dat het loskomen uit onze zelf opgelegde afzondering ons heeft geholpen onze fysieke toestand te accepteren zonder blijvende emotionele schade op te lopen.
Het circusleven — geen kinderspeelplaats
Er was echter één nadeel aan ons nieuwe leven. Onze lilliputterwereld bleek allesbehalve de onschuldige kinderspeelplaats die op het toneel werd afgeschilderd. In zo’n artiestengroep waren vrij veel dwergen die de meest onvoorspelbare dingen konden doen. Er ontwikkelen zich gemakkelijk gevoelens van wrok en frustratie, daar „grote mensen” ons maar al te vaak niet als normale mensen behandelen. Het kwam nogal eens voor dat deze gevoelens een uitweg zochten in zinloze uitbarstingen van geweld. Maar het scheen mij ook toe dat sommigen van deze dwergen zich aan wanordelijk gedrag schuldig maakten om hun geteisterde zelfvertrouwen op te vijzelen.
Mijn zus en ik voelden ons in deze omgeving niet op ons gemak. Voor ons was optreden niets anders dan een middel om behoorlijk in ons levensonderhoud te voorzien, de enige manier die destijds in Spanje voor ons mogelijk was. Wij probeerden moeilijkheden te vermijden en uiteindelijk wonnen wij ieders respect. Soms zei de circusdirectie tegen agressieve dwergen: „Kijk naar De Minizusjes. Daar moet je een voorbeeld aan nemen!”
Al die jaren vergat ik nooit de waarschuwing die de circusdirecteur had geuit. Hoe zou ik in mijn latere leven in mijn onderhoud voorzien? Dus werkten Carmen en ik hard, ondanks gezondheidsproblemen, zodat wij voldoende geld opzij konden leggen voor de slechtere tijden die naar onze mening onvermijdelijk waren.
Niettemin zie ik nu een positieve kant aan al dat harde werk. Door in alle drukte en bedrijvigheid van het circusleven bezig te blijven, was het voor ons makkelijker onze lichamelijke toestand te accepteren en werden wij er zeker voor behoed ons van iedereen af te zonderen. Bovenal hadden wij het te druk om tot zelfmedelijden te vervallen.
Een klein boekje maakt grote indruk
Na vele jaren, op een van onze rondreizen door Spanje, stapte op het circusterrein zelf een tiener op ons af en legde iets uit over Gods koninkrijk. Zij gaf ons twee kleine boeken, die wij graag aannamen. Diezelfde middag begonnen wij er een van door te bladeren, De waarheid die tot eeuwig leven leidt. Wat wij lazen, raakte werkelijk ons hart, zozeer zelfs dat wij met andere artiesten begonnen te praten over de dingen die wij lazen. Wat teleurgesteld voelden wij ons echter toen wij ontdekten dat niet iedereen geïnteresseerd was in wat ons zo opwindend toescheen!
Er verstreken twee jaren en toen belde er een andere Getuige aan bij ons huis in Madrid. Wij waren opgetogen opnieuw naar de Koninkrijksboodschap te kunnen luisteren en de Getuige beloofde zelfs terug te komen met een katholieke bijbelvertaling zodat wij zelf konden zien dat de bijbel van de Getuigen niet anders was. Spoedig werd er een studie begonnen en het duurde niet lang of wij waren ervan overtuigd dat wij de waarheid hadden gevonden. Na slechts één jaar werd Carmen gedoopt en enkele maanden later droeg ook ik mijn leven aan Jehovah op en werd gedoopt.
Eindelijk onderwijzeres
De prediking van huis tot huis was voor ons beiden een ware uitdaging. O ja, wij waren gewend om op het toneel te staan, maar voor een deur staan en proberen een gesprek aan te knopen met iemand die wij nog nooit gezien hadden, was heel wat anders. Wij hadden onze diepgewortelde schuwheid en verlegenheid nooit echt overwonnen. Wij vroegen ons af: ’Hoe zullen de mensen reageren als zij twee dwergen voor hun deur zien staan?’ ’Zullen zij ons voor bedelaars aanzien?’ Gelukkig kan ik zeggen dat dit heel zelden gebeurd is.
Dank zij de vriendelijkheid en het geduld van onze geestelijke broeders en zusters zijn wij onze angsten beetje bij beetje te boven gekomen, en de prediking begon een groot deel van onze tijd in beslag te nemen. Ten langen leste was mijn jeugddroom werkelijkheid geworden — ik was eindelijk onderwijzeres! Ik geef geen onderwijs in de grondbeginselen van het rekenen, de grammatica en dergelijke, maar in de grondbeginselen van het verwerven van eeuwig leven.
Natuurlijk schrikken mensen vaak als zij zulke kleine mensjes voor hun deur zien staan. Aan de andere kant zijn sommigen zo verbaasd als zij merken dat wij net als ieder ander kunnen spreken, dat zij heel aandachtig naar onze boodschap luisteren.
Wij voelen ons altijd gelukkig als wij vergezeld van onze lieve broeders en zusters van de gemeente waartoe wij behoren van huis tot huis kunnen gaan. Zij steunen ons geweldig, zelfs in zulke schijnbaar onbelangrijke dingen als op de bel drukken — daar kunnen wij vaak gewoon niet bij! Bij andere gelegenheden helpen de broeders ons liefdevol de trappen te beklimmen.
Wij stellen de liefdevolle zorg van de gemeente heel erg op prijs. Zij tonen ons echt medegevoel, niet slechts een oppervlakkig medelijden waardoor wij ons inferieur zouden voelen. Carmen kreeg een paar maanden geleden een ongeluk en het valt haar erg moeilijk op een stoel te gaan zitten. Dus moet iedere keer dat zij een lezinkje moet houden op de theocratische bedieningsschool iemand haar optillen en haar op de stoel zetten. De kinderen in de gemeente worden door ons gefascineerd maar hebben niet de beledigende nieuwsgierigheid die wij op straat ondervinden. Onze broeders en zusters behandelen ons als normale mensen en dat heeft ons werkelijk geholpen ons in de gemeente op ons gemak te voelen.
De zorgen over onze toekomst waar ik zo veel jaren van mijn leven door geplaagd ben, zijn verdwenen. De angst dat wij niet voldoende zouden hebben om van te leven als wij niet meer zouden kunnen werken, heeft plaats gemaakt voor een vaste hoop op een betere toekomst. Jaren geleden werkten wij constant, accepteerden elk contract dat ons werd aangeboden en piekerden altijd over de dag van morgen. Maar zodra wij de waarheid uit Gods Woord leerden kennen, gingen wij onze engagementen om op te treden beperken. Terzelfder tijd leerden wij om in stoffelijk opzicht met minder te leven.
Ondanks het feit dat wij niet meer optreden, hebben wij het druk met onze dagelijkse huishoudelijke bezigheden. Nu wij ouder worden, nemen onze lichamelijke problemen toe, en zelfs het beklimmen van de trappen is een grote uitdaging geworden. Daarom hebben wij een benedenwoning moeten zoeken. Op die manier zijn wij niet te veel van anderen afhankelijk. Wij gaan veel met de broeders en zusters om en blijven bezig met de prediking, wat ons helpt een extraverte geest te behouden.
Als ik terugkijk op de afgelopen jaar of 50 ben ik nog steeds verbaasd hoezeer ons leven veranderd is. Onze vroege jaren van afzondering maakten plaats voor de drukte van het circus. Hoewel ons leven nu kalmer is, is het bevredigender omdat wij onze tijd besteden aan de prediking. Wij zijn Jehovah allebei zo dankbaar dat hij ons de waarheid van zijn Woord heeft laten inzien, zodat onze bezorgdheid voor de toekomst weggenomen is. Wij zijn ook dankbaar voor de liefdevolle zorg en hartelijke steun van onze christelijke broeders en zusters, die ons geholpen heeft stand te houden onder de last lilliputters onder de dwergen te zijn. — Verteld door Amparo Sánchez Escríbano.