Bladzijde 2
De Iguaçú Watervallen, één van de natuurwonderen van onze aarde. Met een hoogte tussen de 60 en 80 meter en een breedte van 4 kilometer en met hun 13.000 kubieke meter water die er per seconde over zo’n 275 afzonderlijke watervallen of cataracten naar beneden storten, doen ze hun naam „groot water” eer aan.
De watervallen vormen een grens tussen Brazilië en Argentinië. Beide landen hebben nationale parken opgericht om de schoonheid ervan te beschermen. Exotische planten groeien weelderig in de dampige atmosfeer. Jaguars, ocelotten, tapirs en herten zwerven rond in het omringende woud. Vogels in vele variëteiten zijn een lust voor het oog. Grote zwermen vlinders fladderen rond en zetten zich vaak op bezoekers neer om uit te rusten. Regenbogen glinsteren in de mist die vanaf het neerstortende water omhoogwolkt.
Hoe lang nog zal de adembenemende schoonheid van Iguaçú de 3.000.000 bezoekers die jaarlijks komen kijken, in vervoering mogen brengen? Er gaan reeds stemmen op om de watervallen te gebruiken voor het opwekken van elektriciteit. Zal de mens Iguaçú’s schoonheid verwoesten zoals hij met zo veel op de planeet Aarde heeft gedaan? Of zal hij dit spectaculaire ’grote water’ beschermen zodat het zijn kinderen en kindskinderen met geestdrift en ontzag zal blijven vervullen?