Het streven naar genialiteit
„De wereld zou vol kunnen zijn met intellectuele reuzen zoals Einstein, Shakespeare, Beethoven en Leonardo da Vinci als wij baby’s onderwezen in plaats van kinderen.” — Dr. Glenn Doman, directeur van het Instituut voor de Verwezenlijking van het Menselijk Potentieel.
„Geen enkel kind wordt dan ook als een genie geboren, en geen wordt als dwaas geboren. Alles hangt af van het stimuleren van de hersencellen gedurende de beslissende jaren. Deze jaren zijn de jaren vanaf de geboorte tot drie jaar. De kleuterschool is te laat.” — Masaru Ibuka, schrijver van het boek Kindergarten Is Too Late!
HET ontzagwekkende potentieel van het babybrein stelt ouders voor een keuze. Wanneer begint u met specifiek onderwijs? Wat leert u hun? Hoeveel? Hoe snel? Er zijn spectaculaire resultaten behaald: kleine kinderen van twee tot vijf jaar die twee of meer talen kunnen lezen, schrijven en spreken, klassieke muziek spelen op de viool en piano, paardrijden, zwemmen, turnen.
In de meeste gevallen richt men zich meer op mentale dan op fysieke doeleinden. Eén tweejarige kan tot 100 tellen, maakt nauwkeurig optelsommen, heeft een woordenschat van 2000 woorden, leest zinnetjes van vijf woorden en heeft een absoluut gehoor ontwikkeld. Een jongetje van drie noemt de delen van een cel op als ze hem worden aangewezen op een kaart: mitochondriën, endoplasmatisch reticulum, golgi-apparaat, centriolen, vacuolen, chromosomen enzovoort. Een andere driejarige speelt viool. Een vierjarige vertaalt Japans en Frans in het Engels. Eén docent die kleine kinderen wiskunde onderwijst, beweert: „Als ik 59 stuivers op de grond zou laten vallen, kunnen onze kinderen u meteen vertellen dat dat er 59 waren, en niet 58.”
Terwijl sommigen enthousiast zijn over zulk intensief onderricht, hebben anderen hun bedenkingen. Hier volgt een greep uit de reacties van personen die op dit terrein werkzaam zijn:
„Over het geheel genomen pleiten de aanwijzingen er niet zo erg voor om kinderen al op vroege leeftijd schoolse vaardigheden bij te gaan brengen. Er zijn bewijzen te over dat het kan. De kwestie is echter niet of het wel of niet kan, maar veeleer wat de gevolgen zijn, onmiddellijk alsook op langere termijn.”
„Het is een theorie die kinderen in kleine computers verandert, het geeft hun geen ruimte om adem te halen.”
„Kinderen leren door initiatieven te nemen en zelf hun omgeving te verkennen. Misschien verstoren wij [door zo sterk aan te dringen op de geestelijke ontwikkeling] een andere ontwikkeling [zoals de emotionele groei en ontwikkeling van sociale vaardigheden].”
„Mijn boodschap is, ga niet pienterheid gelijkstellen met een goede ontwikkeling. Intellectuele superioriteit wordt zeer vaak bereikt ten koste van vooruitgang op andere terreinen van gelijke of zelfs grotere belangrijkheid.”
„Dit is geen gezonde ouder-kindrelatie. Men geeft het kind de boodschap: ’Ik houd van je omdat je bijdehand bent.’”
Ongetwijfeld zijn er ouders die druk uitoefenen op hun kinderen en proberen er wonderkinderen of genieën van te maken. In zulke gevallen hebben ouderlijke trots en eigendunk de overhand gekregen. De kinderen worden gebruikt om mee te pronken en de ouders koesteren zich in de op hen afstralende roem. Maar dit schijnt niet het motief te zijn van enkele toonaangevende personen op dit terrein van vroeg onderricht.
Glenn Doman, die aan het begin van dit artikel werd geciteerd, is tegen de gedachte van het produceren van superbaby’s. Zijn doel: „Alle ouders toerusten om van hun baby’s hooglijk intelligente, buitengewoon bekwame en verrukkelijke kinderen te maken.” Leren moet afwisselend en plezierig zijn voor baby’s. Ze dienen evenwichtige persoonlijkheden te worden, in mentaal, fysiek en emotioneel opzicht. Doman is tegen tests. „Een test ondergaan is het tegenovergestelde van leren. Het is beladen met stress. Een kind onderwijzen is hem een verrukkelijk geschenk geven. Hem een test laten afleggen is het eisen van betaling — vooraf.”
Masaru Ibuka, eveneens aan het begin aangehaald, antwoordde op de vraag of een vroege ontwikkeling genieën voortbrengt: „Het enige doel van een vroege ontwikkeling is een kind te leren een flexibele geest en een gezond lichaam te verkrijgen en pienter en vriendelijk te zijn.”
Shinichi Suzuki, beroemd wegens zijn succesvolle methode om kinderen viool te leren spelen, zegt: „Deze uitdrukking ’talentopvoeding’ is niet alleen van toepassing op kennis of technische vaardigheid, maar ook op moraliteit, karakterontwikkeling en waardering voor schoonheid. Wij weten dat dit menselijke hoedanigheden zijn die worden verworven door onderwijs en omgeving. Onze beweging houdt zich er dus niet mee bezig zogeheten wonderkinderen groot te brengen, en heeft evenmin de intentie slechts een ’vroege ontwikkeling’ te benadrukken. Wij zouden het willen omschrijven als ’onderricht van de gehele mens’.”
Suzuki vindt dwang tot oefenen zowel ondoeltreffend als onwenselijk. Wanneer hem wordt gevraagd hoe lang kinderen moeten oefenen, geeft hij nooit een strak schema op. „Het is beter om vijf keer per dag twee minuten te oefenen met een goede instelling en met aandacht,” zegt hij, „dan een half uur bij hen te blijven terwijl zij er geen zin in hebben.” Zijn formule is: „Twee minuten met plezier, vijf keer per dag.”
Wat is dan het juiste evenwicht wanneer u uw kind wilt onderwijzen? Het volgende artikel geeft u enkele richtlijnen in overweging.
[Illustratie op blz. 5]
Oefen geen druk uit. Suzuki’s formule: „Twee minuten met plezier, vijf keer per dag”