Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g87 8/5 blz. 10-13
  • Dankbaar voor wat ik bezit

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Dankbaar voor wat ik bezit
  • Ontwaakt! 1987
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Liefde overwint hulpeloosheid
  • Liefdevolle hulp
  • Hulp om een verlies te boven te komen
  • Zoveel om dankbaar voor te zijn
  • Jehovah heeft mij kracht gegeven
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1990
  • Hoe ik Gods liefdevolle zorg heb ervaren
    Ontwaakt! 1995
  • Zwak maar toch sterk
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2014
  • Dankbaar voor Jehovah’s onophoudelijke steun
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1993
Meer weergeven
Ontwaakt! 1987
g87 8/5 blz. 10-13

Dankbaar voor wat ik bezit

Hoe slaat iemand zich erdoor wanneer een tragedie hem hulpbehoevend maakt? Maakt het verschil of hij een sterk geloof in God en in zijn beloften bezit? Hoe zal het gezin reageren? Is het mogelijk dat allen een positieve kijk behouden? Hier volgt het verhaal van de strijd van één gezin om aan zo’n situatie het hoofd te bieden.

1 JUNI 1957 was de laatste „normale” dag in mijn leven. Hij was begonnen zoals elke andere dag: ik stond vroeg op en ging naar Deer Lake (Newfoundland), waar ik als houthakker werkte. Er leek geen vuiltje aan de lucht.

Plotseling werd de grote boom waar ik juist mee klaar was en die net begon te vallen, gegrepen door een zijdelingse windvlaag waardoor onverwacht zijn valrichting veranderde! Het was te laat om mij uit de voeten te maken. De boom belandde op mijn schouders, smakte mij tegen de grond en sloeg mij bewusteloos. Toen ik later bijkwam, kon ik mij niet meer bewegen!

Ik werd naar het ziekenhuis in Corner Brook gebracht. Uitgebreide tests brachten aan het licht dat mijn ruggemerg gedeeltelijk was doorgesneden, wat de verwijdering van drie wervels noodzakelijk maakte. Ik was vanaf mijn nek verlamd!

Liefde overwint hulpeloosheid

Men kan zich moeilijk de volslagen hulpeloosheid en frustratie voorstellen die zo’n rampzalig voorval teweeg kan brengen. Ik kon nog niet eens mijn haar kammen of zelfstandig eten. Trouwens, ik kon niet eens zeggen of ik hongerig was of niet!

Ik was altijd een forse man geweest, sterk en energiek. Nu was ik veranderd in een hulpbehoevende invalide. Er waren nu zoveel aanpassingen nodig. Hoeveel kan een mens incasseren? Dat zou ik in de vele jaren die volgden, te weten komen.

Ik zou het nooit hebben kunnen volhouden zonder de liefdevolle zorg van mijn vrouw Hilda. De bijbel stelt in Spreuken 18:22 de vraag: „Heeft men een goede vrouw gevonden?” Zo ja, dan geldt beslist wat er vervolgens staat: „Men heeft iets goeds gevonden.” Mijn vrouw was werkelijk een zegen voor mij en ons gezin van zeven kinderen.

Onze jongste was 18 maanden toen ik het ongeluk kreeg, en tot op dat moment was het grootste deel van Hilda’s tijd dan ook opgeslokt door het verzorgen van de kinderen. Toen werd ik als een van hen, en zelfs in nog sterkere mate, omdat ik, nadat ik was gewassen en aangekleed, niet op de grond kon worden gezet om te gaan spelen. Nee, ik moest in bed gestopt worden.

Toch waren er momenten dat wij dingen ontdekten waarover wij konden grinniken. Mijn vrouw nam mij bijvoorbeeld vaak in mijn rolstoel uit wandelen. Op een keer zakte ik telkens scheef in mijn rolstoel. Zij zette mij dan weer overeind, maar die dag scheen ik onmogelijk rechtop te kunnen zitten. Hilda zei ten slotte: „Lindsay, wat is er toch aan de hand?” Wij kwamen erachter toen wij thuiskwamen. Toen zij mij uit de rolstoel tilde, lag daar waar ik gezeten had, een grote poederbus! Aangezien ik elk gevoel had verloren, had ik er totaal niets van gemerkt. Doordat mijn gewicht niet goed werd verdeeld, bleef ik opzij vallen.

Liefdevolle hulp

Ondanks mijn moeilijke situatie heeft de liefde van Jehovah God mij gesterkt. Spreuken 3:5, 6 geeft ons de raad om ’met heel ons hart op Jehovah te vertrouwen, en hij zal onze paden recht maken’. Wat een zegen is dat, want zonder Jehovah’s liefde en de waarheid uit de bijbel zou ik niet hebben kunnen volharden. Maar ik had niet altijd op Jehovah vertrouwd. Er was zelfs een tijd waarin ik hem niet eens kende.

Ik ben in 1911 geboren in een plaatsje genaamd Little Catalina, aan Trinity Bay, op Newfoundland. Daar ik was opgevoed door religieuze ouders had ik respect voor de bijbel, en ik las er van tijd tot tijd in. Als ik dat deed, kwamen er vragen in mij op, zoals: Zal de mens werkelijk voor eeuwig op aarde leven zoals in Psalm 37:29 staat? Om daarachter te komen, ging ik naar onze voorganger en vroeg het hem. Zijn antwoord was: „Voor het antwoord zul je moeten wachten totdat je ’aan gene zijde van de Jordaan komt’.” Verdere vragen van mijn kant schenen hem te storen. Daarom zei hij tegen mij: „Het probleem met jou, Lindsay, is dat je te veel vragen stelt.”

Ik zou geen antwoorden krijgen tot wij in 1948 verhuisden naar het dorpje Cormack. Daar ontmoette ik Gus Barnes en Jack Keats, die Jehovah’s Getuigen waren. Wat was ik gelukkig toen deze mannen mij aan de hand van de bijbel antwoord gaven! Ik was er zo door overtuigd dat ik het jaar daarop als symbool van mijn opdracht aan Jehovah werd gedoopt.

Datzelfde jaar verhuisden wij nogmaals, deze keer naar het noorden, naar Goose Bay, in Labrador, waar ik met zwaar materieel moest werken. Het duurde niet lang voordat mijn werkgever erachter kwam dat ik een van Jehovah’s Getuigen was. Binnen twee maanden was ik ontslagen en kreeg ik te verstaan dat ik het dorp moest verlaten. Dit weigerde ik. In die dagen waren de mensen bang om hun oor te lenen aan iets nieuws, hoewel deze boodschap veel ouder was dan zijzelf.

Mijn kinderen bleven ook niet van problemen gevrijwaard. Zij kregen op school een moeilijke tijd te verduren totdat de politie naar de schoolautoriteiten ging en hen eraan herinnerde dat Jehovah’s Getuigen in Canada belangrijke processen in verband met de godsdienstvrijheid hadden gevoerd en gewonnen. Het resultaat was dat de godsdienstvrijheid van mijn kinderen en de kinderen van andere religies werd gerespecteerd.

De situatie in dat gebied is thans veranderd. In 1985 werd er volgens de snelbouw-methode een Koninkrijkszaal gebouwd ten behoeve van een bloeiende gemeente van Jehovah’s volk, waartoe ook een van mijn dochters behoort.

Hulp om een verlies te boven te komen

In 1951 verhuisden wij naar de stad waar wij nog altijd wonen, Deer Lake. Wij hadden volharding nodig gedurende die moeilijke jaren. Maar er stonden dingen te gebeuren die zelfs nog meer volharding zouden vereisen.

Mijn lieve levenslange metgezellin, Hilda, die een hartkwaal had, stierf in 1963 aan een hartaanval. Op een koude winterdag werd zij, terwijl ik vanuit mijn rolstoel toekeek, in de grond neergelaten. De eenzaamheid die ik voelde, scheen ondraaglijk! Wat moest ik nu doen? Ik was absoluut niet in staat voor mijzelf, laat staan voor mijn gezin, te zorgen.

Maar Jehovah is getrouw, en hij voorziet altijd in een uitweg voor ons als wij op hem vertrouwen (1 Korinthiërs 10:13). Zijn dienstknechten, mijn christelijke broeders en zusters, schenken mij veel troost. Mijn dochter Yvonne nam het op zich om voor mij te zorgen. Wat een zegen is zij voor mij gebleken!

Hoewel Yvonne zelf een gezin heeft om voor te zorgen, heeft zij toch voorzien in mijn noden. Het dichtstbijzijnde ziekenhuis is 50 kilometer ver. Vele malen heeft mijn dochter mij daar voor behandeling heen moeten brengen. Wanneer mijn gezondheidsproblemen ernstige vormen aannemen, reis ik per vliegtuig naar het ziekenhuis in St. John’s, ongeveer 640 kilometer van hier. Yvonne vergezelt mij altijd.

Omdat mijn lichaam niet functioneert zoals het zou moeten, werd ik soms getroffen door ernstige kwalen. Er zijn nierstenen bij mij verwijderd; infecties maakten vaak een operatie noodzakelijk; doorligplekken hebben mij maandenlang in het ziekenhuis en nog vele maanden langer thuis aan het bed gekluisterd gehouden, en voor sommige van die doorligplekken zijn huidtransplantaties nodig geweest; darmproblemen leidden tot een verwijdering van de dikke darm; en ook suikerziekte stak de kop op.

Er rezen vaak geschillen over bloedtransfusie. Maar ten slotte stemden de artsen ermee in mij zonder bloed te opereren. Door hun bekwaamheid en zorg, genas ik voorspoedig zonder bloedtransfusies. — Handelingen 15:29.

Mijn dochter, haar man en haar gezin hebben mij bij al mijn moeilijkheden bijgestaan, steeds bereid om mij ’s nachts te verzorgen, mij te eten te geven, te baden, verband te verschonen en om mij naar christelijke vergaderingen en congressen te brengen waar ik verder geestelijk gesterkt word. Soms heb ik zelfs een aandeel aan een congresprogramma. Liefhebbende kinderen zijn beslist een rijke zegen van Jehovah! — Psalm 127:3.

Zoveel om dankbaar voor te zijn

Ja, ik heb veel om dankbaar voor te zijn. Hoewel mijn fysieke lichaam immobiel is, is mijn geest alert, en ik kan immers praten. Ik heb dit vermogen gebruikt om Jehovah’s naam en voornemens in de ziekenhuizen bekend te maken aan degenen die wilden luisteren — artsen, verpleegsters, patiënten, geestelijken die de ziekenhuizen bezochten en vrienden die mij kwamen opzoeken.

Bovendien ben ik nu in staat om in een rolstoel te rijden die wordt aangedreven door twee 12-volt-accu’s en die ik bestuur met een schakelaar op mijn armsteun. Soms tref ik vrienden en buren wanneer ik in mijn rolstoel buiten ben, en heb ik verdere gelegenheden om met hen over Gods voornemens te spreken. Ik ben dankbaar dat ik hiertoe in staat ben.

Verschillende van mijn kinderen hebben hun leven aan God opgedragen en onderrichten op hun beurt hun kinderen om God te dienen. Dat schenkt mij veel vreugde. Mijn vrouw was een gedoopte aanbidster van Jehovah, en mijn moeder, die op 75-jarige leeftijd werd gedoopt, diende Jehovah tot aan haar dood.

Nu zie ik uit naar de dag waarop ’God zelf bij zijn volk zal zijn en elke traan uit hun ogen zal wegwissen, en de dood niet meer zal zijn, noch rouw, noch geschreeuw, noch pijn er meer zal zijn’, en wanneer ’de kreupele zal klimmen net als een hert’. — Openbaring 21:3, 4; Jesaja 35:5, 6.

In die tijd zal er volmaakte vrede op aarde heersen, en degenen die zich aan Gods heerschappij onderwerpen, zullen er de voordelen van plukken. De bijbel belooft: „De zachtmoedigen . . . zullen de aarde bezitten, en zij zullen inderdaad hun heerlijke verrukking vinden in de overvloed van vrede.” Voor hoe lang? „De rechtvaardigen, díe zullen de aarde bezitten, en zij zullen er eeuwig op verblijven.” — Psalm 37:11, 29; 72:7.

Dat zijn wonderbaarlijke dingen om naar uit te zien. En mijn vreugde zal volkomen zijn wanneer in Jehovah’s nieuwe samenstel zelfs ’de doden die in de herinneringsgraven zijn, te voorschijn zullen komen’. — Johannes 5:28, 29.

Terwijl ik hier dag aan dag lig, heb ik de gelegenheid om mijn leven te overdenken en te zien of ik in enig opzicht profijt van de situatie heb getrokken. Ik kan zonder enige terughoudendheid zeggen dat ik er veel profijt van heb getrokken. Mijn geestelijke gezindheid is enorm toegenomen. Ik heb geleerd heel veel op Jehovah te vertrouwen. In plaats van te klagen over mijn levenslot of over wat ik mis, heb ik geleerd datgene wat ik wel heb, naar waarde te schatten. En mijn waardering voor mijn liefhebbende familie is werkelijk gegroeid.

Ik ben dus werkelijk dankbaar voor wat ik heb, en ik zie uit naar de vervulling van de voor ons liggende wonderbaarlijke hoop — leven in Gods nieuwe samenstel. Dan zal ik volmaakt gezond zijn. Wat een gelukkige dag zal dat zijn! — Zoals verteld door Lindsay Stead.

[Inzet op blz. 11]

De dood van mijn geliefde vrouw vereiste nog meer volharding

[Inzet op blz. 12]

Liefhebbende kinderen zijn beslist een zegen van Jehovah

[Illustratie van Lindsay Stead op blz. 10]

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen