Goddelijke vrede in een wereld vol moeilijkheden
SOMS verslaan de kranten sportevenementen met koppen als „Dood in het stadion”. In de afgelopen jaren is het in Peru, Turkije, Argentinië, de Sovjet-Unie, Mexico, China, Egypte, België, Engeland en India, om slechts enkele landen te noemen, gekomen tot daden van geweld door toeschouwers waarbij gewonden en doden zijn gevallen.
Dit geweld in de stadions in landen van Oost en West is slechts een bewijs te meer dat wij in een wereld vol moeilijkheden leven.
Stadionbesturen besteden grote bedragen aan hekken om toeschouwers bij spelers en scheidsrechters vandaan te houden. Ook moeten zij supporters van het ene team beschermen tegen die van het andere. Dit alles is noodzakelijk vanwege de gewelddadige activiteiten van wat het Franse opinieblad Le spectacle du monde betitelde als „de stadionslopers”.
Eens per jaar zijn de stadionbeheerders in vele landen echter erg blij hun faciliteiten te kunnen verhuren aan een groep waarbij zij geen angst voor moeilijkheden hoeven te hebben — Jehovah’s Getuigen. Heel toepasselijk waren de districtscongressen van de Getuigen in 1986 gebaseerd op het thema „Goddelijke vrede”.
Stadionverfraaiers
Jehovah’s Getuigen zijn beslist geen „stadionslopers”; zij hebben daarentegen een degelijke reputatie als stadionverfraaiers opgebouwd. In Cork City (Ierland) bijvoorbeeld was het bestuur van het Neptune Stadium opgetogen toen zij zagen hoe 60 Getuigen van beiderlei kunne als vrijwilligers de tuin van het stadion reinigden. Een bestuurder prees hen met de woorden: „Wat jullie zaterdag gepresteerd hebben, was ongelooflijk. Iedereen heeft het erover. Jullie hebben ons beschaamd gemaakt. . . . Jullie kwamen en pakten het werk gewoon aan. . . . Het is fantastisch.”
Een van de 15 congressen in Engeland werd gehouden op het voetbalterrein van Manchester, waar een personeelslid opmerkte: „Het is heerlijk jullie hier weer te hebben om de boel een goede beurt te geven. Ik hoop dat al jullie goede werk niet tenietgedaan wordt door de drommen die wij volgende week op het rockconcert verwachten.”
In Valencia (Spanje) riep een stadionfunctionaris uit: „Jullie reinheid is ongelooflijk! Als onze club niet zo krap bij kas was, zouden wij jullie het stadion gratis laten gebruiken.”
Wanneer de Getuigen „hun congresterrein” verlaten, merkte een hoofdartikel in de Noorse krant Troms Folkeblad op, „worden de faciliteiten aan de eigenaars overgedragen in een bijna nog betere staat dan toen de Getuigen ze huurden. En al het werk dat zij bij dergelijke gelegenheden verzetten, geschiedt op basis van wat zij ’vrijwilligersdienst’ noemen. Ja, het is werkelijk ontzagwekkend.”
Gezien hun reputatie van vreedzame, ordelijke congresbezoekers worden Jehovah’s Getuigen welkom geheten in veel plaatsen waar de mensen om religieuze of andere redenen een vooroordeel tegen hen hadden. In Tomar bijvoorbeeld, in het midden van Portugal, zei een gemeenteraadslid tegen een van de organisators van het „Goddelijke vrede”-congres aldaar: „U kunt in het gemeentelijke stadion beschikken over alle faciliteiten die wij hebben. Wij weten dat u alles in goede staat zult achterlaten. Het is een genoegen u in onze gemeenschap te hebben en wij waarderen het dat u voorbeeldige, ordelievende burgers bent.”
Vrede en goede orde
Ja, mensen merken het verschil op tussen de congressen van Jehovah’s Getuigen en de bijeenkomsten van anderen. „Er zullen geen sterke drank, drugs, sigaretten of rockmuziek zijn”, merkte de in Tacoma (Washington, VS) verschijnende News Tribune op.
Verderop in haar verslag over het „Goddelijke vrede”-congres aldaar zei de krant: „Op de jaarlijkse congressen, die wereldwijd worden gehouden, zitten kinderen de hele dag samen met hun ouders naar het programma te luisteren. Functionarissen zeggen dat zij weinig problemen hebben met de orde omdat de ouders hun kinderen leren hen te respecteren en zich te gedragen.”
Overal waar Jehovah’s Getuigen congressen houden, trachten zij ook met de plaatselijke autoriteiten en de inwoners samen te werken. In Leeds (Noord-Engeland) bijvoorbeeld waren de Getuigen bezorgd dat de aankomst en het vertrek van congresafgevaardigden op het plaatselijke voetbalterrein de arbeiders van een nabijgelegen fabriek enig ongemak zou kunnen bezorgen. Daarom stelde het congresbureau de directie van het bedrijf schriftelijk op de hoogte van de congresdata en de programmatijden.
Na afloop van het congres schreef de secretaris van Pullmax, het betreffende bedrijf, aan Jehovah’s Getuigen: „Graag willen wij u, uw collega’s en afgevaardigden feliciteren met hun ordelijke gedrag. Voor zover ons bekend hebben wij tijdens de congresperiode weinig hinder of ongerief ondervonden, hetgeen bewijst dat mensen, indien zij zich aan beginselen en regelingen houden, in grote aantallen bijeen kunnen komen zonder een chaos te scheppen.”
Wat is de beweegreden achter de geest van samenwerking die door Jehovah’s Getuigen tentoongespreid wordt? Een journalist die verslag uitbracht over het „Goddelijke vrede”-congres in Marseille (Frankrijk), wees op het antwoord. „Leven als een getuige van Jehovah”, schreef hij in de krant Le Provençal, „houdt ook in dat men bepaalde beginselen aanvaardt, zowel op het terrein van onderwijs als in gezinsleven of huwelijk, en deze beginselen zijn aan de bijbel ontleend. . . . Het Woord van God regeert hun hele leven.”
Dat zij hun leven door bijbelse beginselen laten leiden, werpt werkelijk een vreedzame vrucht af, zoals het dagblad Stampa Sera opmerkt in zijn commentaren over het in Turijn (Italië) gehouden „Goddelijke vrede”-congres. „In het plaatselijke stadion”, aldus de krant, „gaf die enorme menigte zoals altijd een voorbeeld van serieuze en vakkundige aanpak, in combinatie met gebed en een hartelijk welkom voor ieder die hen benaderde.”
Vreedzame relaties met anderen
Een bijbelse psalmist schreef: „Overvloedige vrede behoort hun toe die uw wet liefhebben, en voor hen is er geen struikelblok” (Psalm 119:165). Een voorbeeld van de wijze waarop het toepassen van Gods wet moeilijkheden kan voorkomen, werd waargenomen op het congres in Dortmund (Bondsrepubliek Duitsland). Daar moesten ongeveer 24.000 Getuigen in regen en wind in de rij staan voor hun maaltijd. Mopperden zij?
De Westdeutsche Allgemeine Zeitung merkte op: „Duizenden paraplu’s vormden een vrijwel compact dak boven hun hoofden. Getrouw aan het congresmotto ’Goddelijke vrede’ werd er niet gemopperd, heerste er geen onrust.”
De vreedzame relaties die Jehovah’s Getuigen met anderen genieten, blijkt uit het vertrouwen dat in hen wordt gesteld. In Århus (Denemarken) bijvoorbeeld kregen de Getuigen alle sleutels van het stadion. „Het hele personeel kreeg vakantie”, bericht het congrescomité. „Zoveel vertrouwen stelden zij in Jehovah’s Getuigen.”
In Zwitserland werd een van de „Goddelijke vrede”-congressen gehouden in het Hallenstadion in Zürich. De eerste ochtend kwamen de mannen die het parkeerterrein beheerden te laat om het parkeergeld te innen. Tegen die tijd hadden veel Getuigen hun auto al geparkeerd en waren zonder te betalen naar het stadion gegaan. Er werd de congresgangers in verband met deze kwestie een mededeling gedaan. Sommigen vonden het ongelooflijk wat er de volgende dag gebeurde.
„Onmogelijk! Onmogelijk!” riep een parkeerwachter uit. „Nooit van mijn leven heb ik mensen ontmoet die de ene dag hun auto parkeerden en de volgende dag uit zichzelf terugkwamen om aan te bieden te betalen. Als de mensen in de hele wereld zo eerlijk waren, zouden er heel wat problemen worden opgelost.”
Dankbaar voor goddelijke vrede
Ja, het ’onmogelijke’ wordt mogelijk onder hen die Gods in de bijbel uiteengezette beginselen navolgen. Het gehele vierdaagse programma van de „Goddelijke vrede”-congressen die door Jehovah’s Getuigen in 1986 wereldwijd werden gehouden, was erop gericht hen te helpen de vrede met Jehovah en met hun naaste te bewaren. Tot dit doel bevatte het programma op de bijbel gebaseerde lezingen, schriftuurlijke drama’s en verslagen uit de praktijk. Ook werden er, tot zeer grote vreugde van de congresbezoekers, in verschillende talen nieuwe hulpmiddelen voor bijbelstudie vrijgegeven, zoals het boek Wereldomvattende zekerheid onder de „Vredevorst”.
Het feit dat precies hetzelfde programma op alle congressen werd geboden, in welk land of welke taal dan ook, heeft er veel toe bijgedragen de nadruk te leggen op de wereldomvattende vrede en eenheid onder Jehovah’s volk.
Er kwamen veel uitingen van dankbaarheid van deze congressen binnen. In Nederland vergeleek een congresbezoeker de vreedzame sfeer van het congres dat hij bijwoonde met de door moeilijkheden gekwelde wereld om hem heen. Hij drukte het aldus uit: „Nu ik hier op het congres ben, voel ik me als iemand die door een woestijn reist en zich dan plotseling in een oase bevindt.” Na het congres in Cardiff (Wales) te hebben bijgewoond, schreef een Getuige: „Waar anders dan in Jehovah’s organisatie zou iemand ware vrede kunnen vinden en zulke opbouwende toespraken, aansporingen en leiding kunnen krijgen?”
Ook niet-Getuigen brachten hun waardering tot uitdrukking. In Finland genoot een onderhoudsman van het IJsstadion in Helsinki dat voor het congres werd gebruikt, van de lofliederen tot Jehovah die vóór, tijdens en na het programma werden gezongen. Hij zei: „Uw muziek is prachtig, en de woorden van uw liederen zijn positief en vol betekenis.”
In Zweden was een hoofddocente aan de universiteit diep onder de indruk van het geluk en de harmonie die zo duidelijk aan de dag traden op het „Goddelijke vrede”-congres in Norrköping. Zij verklaarde: „Ik ben het gewend meerdaagse conferenties bij te wonen. De onderwijsvorm die hier geboden wordt, overtreft alles wat ik heb meegemaakt. Ik ben verrukt over de inhoud, de methoden en de hoge kwaliteit van het hele programma.”
Ja, het voortreffelijke, opbouwende programma van de „Goddelijke vrede”-districtscongressen werd gewaardeerd door allen die „de vrede van God” zoeken (Filippenzen 4:7). In 17 Europese landen alleen al woonden in totaal 1.022.343 personen deze congressen bij en werden er 14.548 gedoopt als symbool van hun opdracht aan Jehovah, „de God die vrede geeft” (Romeinen 16:20). In de Verenigde Staten en Canada woonden nog eens 1.416.471 personen de „Goddelijke vrede”-congressen bij en waren er 14.243 dopelingen.
Al deze congresgangers, evenals miljoenen anderen die de „Goddelijke vrede”-congressen in Midden- en Zuid-Amerika, Australië, de eilanden der zeeën, Azië en Afrika hebben bezocht of nog zullen bezoeken, zijn blij en dankbaar dat zij de hoop hebben weldra in een rechtvaardig nieuw samenstel van dingen te leven, en dat zij goddelijke vrede hebben gevonden in een wereld vol moeilijkheden.
[Tabel op blz. 27]
Enkele „Goddelijke vrede”-congressen op het noordelijk halfrond
Land Aantal Hoogtepunt Doop
Bahama’s 2 2.047 55
Barbados 4 5.330 82
België 6 30.411 271
Belize 2 2.506 32
Canada 29 139.893 1.640
Colombia 11 67.046 1.424
Cyprus 2 1.523 25
Denemarken 5 22.952 147
Dominicaanse Republiek 2 19.666 267
Duitsland 18 150.705 1.157
Engeland 15 152.501 1.052
Finland 6 25.502 326
Frankrijk 11 126.946 2.263
Griekenland 5 29.979 358
Guadeloupe 1 12.507 197
Guyana 1 3.112 31
Haïti 2 10.942 212
Hong Kong 3 2.493 96
Ierland 2 3.949 51
Italië 27 196.840 4.921
Ivoorkust 4 6.185 139
Jamaica 3 18.068 248
Japan 27 220.054 3.709
Korea 7 73.469 1.655
Leeward Eilanden 3 1.587 34
Luxemburg 1 1.460 21
Maleisië 2 1.640 17
Martinique 2 5.837 117
Nederland 7 42.886 169
Nederlandse Antillen 3 3.940 82
Noorwegen 4 12.604 156
Oostenrijk 4 25.227 257
Panama 6 3.919 126
Polen 9 111.508 4.000
Porto Rico 6 42.102 350
Portugal 10 54.623 995
Spanje 15 96.627 1.871
Suriname 3 2.860 35
Taiwan 1 2.058 52
Trinidad 1 10.053 151
Venezuela 8 79.839 1.386
Verenigde Staten 135 1.276.578 12.603
Zweden 10 29.039 315
Zwitserland 5 20.092 218
TOTAAL 430 3.149.105 43.313
[Illustraties op blz. 22]
Stadions zijn dikwijls het toneel van geweld
[Verantwoording]
ROSSEL and CIE, S.A., Brussels
[Illustratie op blz. 23]
Jehovah’s Getuigen veranderen stadions in oorden van vrede
[Illustratie op blz. 24]
Jozef voor Farao in het bijbelse drama Levensbehoud in een tijd van hongersnood, uitgevoerd op het Spaanse congres in Zwitserland
[Illustratie op blz. 25]
Een van de 39.313 personen die werden gedoopt op de 421 op het noordelijk halfrond gehouden „Goddelijke vrede”-congressen
[Illustratie op blz. 26]
Martin en Gertrud Poetzinger bekijken de Duitse congresvrijgaven