Vrede nastreven met alle mensen
ALS een in Denemarken opgroeiende jongen had ik altijd al een levendige belangstelling voor de zee. Aangezien Denemarken bijna geheel omringd is door water, is het heel normaal dat sommigen in dat land de zeevaart tot hun carrière maken. Zo had ik mij mijn leven ook voorgesteld.
In mijn jongensjaren dacht ik vaak na over de zeevarende Vikingen van vele eeuwen geleden. Misschien waren enkelen onder hen wel mijn voorouders. Later, toen ik mijn maritieme carrière nastreefde, voer ik vaak over de vaarwegen die de Vikingen naar verluidt ook hadden gebruikt.
De weinig vreedzame rol van de religie
Maar de Vikingen geloofden in oorlog en verovering. Hun woestheid maakte dat Alcuinus, een Engelse geleerde uit de achtste eeuw, weeklaagde: „Nog nooit tevoren is in Brittannië een dergelijke terreur voorgekomen.” Gedurende de volgende 250 jaar baden veel mensen in Europa: „Verlos ons van de furie van de Noormannen, o Heer!”
De verklaring voor de oorlogszuchtige aard van de Vikingen ligt voor een belangrijk deel in hun religie. Zij geloofden dat slechts zij die in de strijd vielen, toegelaten zouden worden tot het walhalla, het veronderstelde Vikingparadijs. Het bevond zich naar verluidt in de woonplaats van hun goden, onder wie Odin, hun krijgsgod en god van de dood, de voornaamste was. De religie van de Vikingen zette dus aan tot een oorlogszuchtige aard. Eén verwijsbron sprak van een „religie waar de reuk van bloed aan hangt”.
Het verontrustte mij dat religie zo tot geweld kon aanzetten. Daarom vroeg ik mij vaak af of het ooit mogelijk zou zijn dat mensen van alle nationaliteiten en religies in vrede leven. Moest de geschiedenis zich zo vaak blijven herhalen in uitbarstingen van haat, oorlog en gewelddadige dood, terwijl veel daarvan door de religie aangemoedigd, ondersteund of op zijn minst oogluikend toegelaten werd?
Maar het belangrijkste in mijn leven was mijn carrière op zee, die ik als tiener nastreefde. In de loop der jaren voer ik op verschillende schepen uit en doorliep ik ook zeevaartscholen ten einde voor verschillende posities in aanmerking te kunnen komen.
Ik vond een kostbare schat
Maar in 1960, op 25-jarige leeftijd, liep ik in de haven van Kopenhagen voor het laatst de loopplank van mijn schip af. Het was mijn laatste reis geweest. Waarom? Wat bracht mij ertoe mijn zeevaartcarrière plotsklaps te beëindigen?
Welnu, laat ik het u uitleggen door terug te gaan naar het jaar 1941. In de zomer van dat jaar — ik was toen nog maar een kind — woonde ons gezin een congres bij van Jehovah’s Getuigen in de stad Odense (Denemarken). Er moest op het congres heel omzichtig worden gehandeld, met het oog op de aanwezigheid van de Duitse bezetters die het land het voorgaande jaar waren binnengevallen.
Wat ik mij vooral herinnerde van dat congres was het gedrukte programma. Op de achterkant van de omslag stond een tekening van een vrouw, gezeten op een woest uitziend wild beest dat zeven koppen en tien horens had. Destijds wist ik niet wat de vrouw en het ongewone beest afbeeldden. Jaren later zou ik erachter komen.
Veertien jaar gingen voorbij voordat ik opnieuw een congres van Jehovah’s Getuigen bijwoonde — deze keer in Stockholm (Zweden) in 1955. Het schip waarop ik mij bevond, zou volgens het vaarschema pas na het congres in de buurt van Stockholm komen. Maar in Hamburg (Duitsland) kwam de scheepvaartmaatschappij vriendelijk tussenbeide en plaatste mij op een schip dat Stockholm eerder zou aandoen. Hierdoor kon ik het gehele congres bijwonen.
Na het congres keerde ik naar Denemarken terug, verlangend meer over de wonderbaarlijke dingen te weten te komen die ik had gehoord. Toen een van de Getuigen aanbood met mij de bijbel te bestuderen, nam ik dat aanbod graag aan. Ik kwam te weten dat de bijbel lang tevoren de tijdsperiode had voorzegd waarin wij thans leven, waarin de vrede van de aarde is weggenomen. Grote oorlogen, te zamen met andere onheilen hebben sinds 1914 de mensheid geteisterd en hebben alles wat de Vikingen aanrichtten, in het niet doen verzinken. De betekenis van deze afschuwelijke toestanden van onze tijd is dat wij ons in de door de bijbel voorzegde „laatste dagen” bevinden, dicht bij het einde van dit huidige samenstel van dingen. — 2 Timótheüs 3:1-5, 13; Matthéüs 24:3-14; Openbaring 6:3-8.
Maar ik was ook verrukt te horen dat Jehovah God in onze tijd, na het einde van dit samenstel, blijvende vrede op aarde tot stand zal brengen. In het nieuwe samenstel, zo toont de bijbel, zullen mensen voor eeuwig te midden van paradijselijke omstandigheden, zonder ziekte, zorgen of tranen, kunnen leven (Psalm 37:29; 46:8, 9; Lukas 23:43; Openbaring 21:3, 4). Wat een schat had ik gevonden in deze hartverwarmende bijbelse beloften!
De vrouw geïdentificeerd
Hoe stond het met die op dat ongewone wilde beest gezeten vrouw die ik mij herinnerde van het programma van 14 jaar geleden? Welnu, Openbaring 17:18 verklaart: „De vrouw die gij gezien hebt, betekent de grote stad, die een koninkrijk over de koningen der aarde heeft.” En in die „stad”, zo verklaart Openbaring 18:24, „werd het bloed gevonden . . . van allen die op de aarde geslacht zijn”.
Wie was die vrouw? Het opzienbarende antwoord was dat zij het wereldrijk van valse religie afbeeldde! Maar hoe kon de religie van de wereld, die toch algemeen geacht wordt een kracht ten goede te zijn, verantwoordelijk zijn voor zulke afschuwelijke misdaden? Ik besloot zelf enig speurwerk te verrichten. Ironisch genoeg waren het juist de verklaringen van religieuze leiders die elke twijfel uit mijn geest wegnamen. Niet alleen de Vikingen uit de oudheid zijn door valse religie misleid, maar ook de natiën van onze 20ste eeuw!
Tijdens de Eerste Wereldoorlog bijvoorbeeld zei de aartsbisschop van Keulen tegen de Duitse soldaten: „Wij bevelen u in de naam van God, tot uw laatste druppel bloed te vechten voor de eer en glorie van het land.” Aan de andere kant spoorde de bisschop van Londen aan: „Doodt de Duitsers — doodt hen . . . Zoals ik al duizend maal heb gezegd, ik zie deze oorlog als een oorlog voor zuiverheid, ik beschouw een ieder die erin sneuvelt als een martelaar.”
Zo doodde gedurende de oorlog katholiek katholiek, en protestant protestant, en zij toonden hiermee dat zij geen ware christenen waren, want Jezus Christus zei tot zijn volgelingen: „Hieraan zullen allen weten dat gij mijn discipelen zijt, indien gij liefde onder elkaar hebt” (Johannes 13:35). De liefde die ik onder Jehovah’s Getuigen op het congres in Stockholm zag en die zij, ongeacht nationaliteit, over de hele wereld voor elkaar hadden, identificeerde hen als ware discipelen van Jezus. Nooit zouden zij de oorlog ingaan en medechristenen of anderen doden. De bijbel toont duidelijk aan dat Gods kinderen elkaar niet afslachten. — 1 Johannes 3:10-12.
Zo kwam ik erachter dat de religies van deze wereld nooit een kracht voor internationale vrede konden zijn. Ze ondersteunen een verdeelde, oorlogvoerende wereld die God „gewogen en te licht bevonden” heeft, een wereld die spoedig zal worden verbrijzeld, te zamen met haar religieuze ondersteuners (Daniël 2:44; 5:27). Anderzijds stellen Jehovah’s Getuigen niet alleen geloof in wat Jezus leerde, maar zij brengen dat ook werkelijk in praktijk. Zij vormen inderdaad een internationale broederschap waarbinnen ware vrede en eenheid bestaat. Ja, religie kan een kracht voor vrede zijn — maar niet de religies van deze wereld.
Ik begon de vergaderingen van Jehovah’s Getuigen in Kopenhagen bij te wonen. Spoedig deelde ik met mijn naasten de goede dingen die ik leerde. Het volgende jaar, in 1956, werd ik gedoopt op een congres waarvan de openbare toespraak de titel droeg: „Waarom er in onze tijd duurzame vrede zal komen!” Ik vond het aangrijpend mij onder dat vreedzame gehoor te bevinden en deel uit te maken van Jehovah’s verenigde, internationale organisatie. Ik had inderdaad een onvergelijkelijk kostbare schat gevonden! — Vergelijk Matthéüs 13:44.
Een tijd voor beslissingen
Op 15 oktober 1960 liep ik dus voor de laatste maal de loopplank af. Het was geen gemakkelijke beslissing geweest, want ik hield van de zee. Ook voelde ik mij te jong om een rustig leven te gaan leiden. Maar ik was mij ervan bewust dat ik een groter aandeel kon hebben aan het doen van wat God behaagde door niet altijd onderweg te zijn.
Toen bezocht ik in 1965 enkele van de vele internationale congressen van Jehovah’s Getuigen die in Europa werden gehouden. Na geluisterd te hebben naar inlichtingen over de predikingsactiviteit als volle-tijdbedienaar, besefte ik dat mij nog een belangrijke beslissing te wachten stond. Het volgende jaar besloot ik „aan te monsteren” als een volle-tijdbedienaar van het goede nieuws (Matthéüs 24:14). Zo begon ik aan een nieuwe carrière om anderen te helpen meer te vernemen over Gods voornemen in deze tijd blijvende vrede op aarde te brengen.
In de daaropvolgende jaren overwoog ik ook nog een volgende grote stap. In 1969, tijdens het internationale „Vrede op aarde”-congres van Jehovah’s Getuigen in Kopenhagen, werden in verscheidene lezingen de mogelijkheden besproken hoe men zijn dienst kon uitbreiden door naar andere gebieden in de wereld te gaan. Die inlichtingen hielpen mij de knoop door te hakken. Ik diende een aanvraag in om tot zendeling te worden opgeleid op de Wachttoren-Bijbelschool Gilead in New York.
Het jaar daarop bezocht ik de 50ste klas van Gilead. Na vijf maanden van intensieve, fijne studie, werd ik toegewezen aan Guatemala in Midden-Amerika. Op de diploma’s die tijdens de graduatie aan ons werden uitgereikt, werd verklaard dat wij „speciaal bekwaam [waren] om deel te nemen aan een onderwijzingswerk, met als doel goodwill te kweken voor en te werken ten behoeve van blijvende vrede en de wet van volmaakte orde en rechtvaardigheid onder alle mensen”.
Dat is waarnaar ik heb gestreefd sinds ik in 1971 in Guatemala arriveerde. Het is een voorrecht geweest vele nederige mensen in dit land te helpen Jehovah’s boodschap van vrede te leren kennen en hen hierop te zien reageren. Door hun leven in overeenstemming te brengen met Gods wetten en beginselen, hebben zij zelfs in deze door moeilijkheden geteisterde wereld vrede gevonden. En zij zijn tevens verzekerd van de hoop op blijvende vrede in Gods nieuwe samenstel. Hoe waar zijn de woorden van Jezus: „Gelukkig zijn de vredelievenden.” Dat geluk zal in de nabije toekomst zelfs nog toenemen, want Jezus zei ook: „Gelukkig zijn de zachtaardigen, want zij zullen de aarde beërven.” — Matthéüs 5:5, 9.
Gods geest — de kracht voor vrede
Gods machtige werkzame kracht stelt zijn volk in staat om werkelijke vrede en eenheid te verwerven en te bewaren, hoewel zij zeer uiteenlopende achtergronden kunnen hebben. Er zijn letterlijk miljoenen voorbeelden die tonen welke diepgaande uitwerking het nastreven van vrede op het leven van mensen heeft.
Een zo’n voorbeeld is dat van Michael Molina. Michael had als boordschutter gevechtsvluchten in Vietnam meegemaakt en had 29 medailles gekregen. Maar toen hij Gods voornemens leerde kennen, nam hij het besluit Gods wil te doen en vrede met alle mensen na te streven. Een paar jaar later ging Michael naar de Gileadschool en werd als zendeling toegewezen aan Guatemala. Thans dienen Michael en ik op het bijkantoor in de stad Guatemala en dienen ook als opzieners in dezelfde gemeente. Ja, wanneer mensen op Gods wijze vrede nastreven, worden zij ondersteund door zijn heilige geest die hen in staat stelt opvallende veranderingen in hun leven aan te brengen. — Handelingen 5:32; Galaten 5:22, 23.
„Natie zal tegen natie geen zwaard opheffen”
Bijna 25 jaar zijn er voorbijgegaan sinds ik in Denemarken mijn eerste openbare lezing hield. De titel was: „Thans onze ’zwaarden tot ploegscharen’ slaan”. Ik had er geen flauw vermoeden van dat ik een kwart eeuw lang in vele plaatsen over die vrede zou spreken, met inbegrip van landen waar nu weinig vrede heerst.
Ik herinner mij een Middenamerikaans land dat ik bezocht waar ik, na een bijbellezing te hebben gehouden, aan de kant van de weg dode lichamen passeerde. Dit was het resultaat van het politieke geweld in dat land. Het doordrong mij ervan hoe zeer wij er behoefte aan hebben de vervulling te zien van de bijbelse belofte van leven in Gods nieuwe samenstel, waar ’de zachtmoedigen de aarde zullen bezitten, en zij inderdaad hun heerlijke verrukking zullen vinden in de overvloed van vrede’. — Psalm 37:11.
Mijn carrière in het nastreven van vrede onder alle mensen schenkt mij veel meer voldoening dan mijn carrière op zee. Hoewel ik schepen en de zee nog steeds interessant vind, heb ik er geen spijt van dat ik een verandering heb gebracht in mijn levenswerk. En het nastreven van vrede op Gods wijze betekent dat ik niet onder de figuurlijke ’scheepskapiteins’ zal behoren die in het bijbelboek Openbaring worden genoemd die ’wenen en rouwen’ wanneer zij de vernietiging zien van de ’vrouw’ die ik voor het eerst zag afgebeeld op dat congresprogramma in 1941 (Openbaring 18:17-19). Nee, ik zal niet wenen en rouwen wanneer ik zie dat de valse religie door Gods hand zal worden vernietigd. Waarom niet? Omdat Openbaring 18:20 zegt: „Wees vrolijk . . . want God heeft voor u de gerechtelijke straf van haar geëist!”
De verwijdering van alle valse religie, en alle met elkaar botsende politieke en economische systemen, zal ten slotte alomvattende vrede op aarde brengen. De bijbelprofetie luidt: „Hij [Jehovah] zal stellig rechtspreken onder de natiën en de zaken rechtzetten met betrekking tot vele volken. En zij zullen hun zwaarden tot ploegscharen moeten smeden en hun speren tot snoeimessen. Natie zal tegen natie geen zwaard opheffen, ook zullen zij de oorlog niet meer leren.” Thans wordt die profetie reeds door miljoenen mensen die Jehovah aanbidden, vervuld! — Jesaja 2:4.
Wilt u ook op een paradijsaarde leven waar ware vrede zal heersen? Dan zult u tot degenen willen behoren die nu reeds vrede nastreven! — Zoals verteld door Frede E. Bruun.
[Inzet op blz. 24]
De Vikingen geloofden dat zij slechts dan het walhalla konden binnengaan als zij in de strijd stierven
[Inzet op blz. 25]
Niet alleen de Vikingen zijn door valse religie misleid, maar ook de natiën van onze 20ste eeuw
[Illustratie op blz. 26]
Frede E. Bruun met twee vriendinnetjes uit zijn gemeente