Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g86 22/10 blz. 12-16
  • Een tragedie sloeg toe in mijn gezin

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Een tragedie sloeg toe in mijn gezin
  • Ontwaakt! 1986
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Een onschuldig begin
  • Een tragedie ontdekt
  • Op zoek naar antwoorden
  • Teleurstelling — daarna ware vertroosting
  • Kwaadaardige geruchten
  • Gelukkige vooruitzichten
  • Het leven heeft voor ons echt zin
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2013
  • Honderd jaar oud en nog volop actief
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1995
  • Een leven in Gods dienst is de moeite waard
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2014
  • Succesverhalen van stiefgezinnen
    Ontwaakt! 2012
Meer weergeven
Ontwaakt! 1986
g86 22/10 blz. 12-16

Een tragedie sloeg toe in mijn gezin

ZATERDAG 27 april 1968 begon net als elke gewone zaterdag in ons katholieke boerengezin in de buurt van Mattoon (Illinois, VS). Mijn vrouw maakte zoals gewoonlijk een lange boodschappenlijst. Er was heel wat voedsel nodig om de negen nog thuis wonende kinderen van ons twaalftal te voeden.

Onze zestienjarige zoon Louis was zich aan het klaarmaken om met mijn vrouw en mij mee te rijden naar de stad, aangezien hij een nieuwe riem wilde kopen. Hij en zijn vijftienjarige broer Timothy waren al enige tijd samen met een achttienjarige jongen, Charles Fuller genaamd, aan het sleutelen aan een oude auto die werd omgebouwd tot terreinwagentje. Charles was het vriendje van Louise, de tweelingzus van Louis, en kwam ’s zaterdags vaak naar de boerderij.

Op deze zaterdag zouden onze veertienjarige dochter Patty en haar twaalfjarige zusje Billie Colleen thuis corvee hebben. Onze kleine meisjes, Theresa Jean, tien jaar, en Mary Katharin, negen jaar, popelden om buiten in de zon te gaan spelen. Onze zevenjarige Gary had gevraagd of ik met hem wilde gaan vissen. Maar ik wist hem ertoe over te halen dat tot een latere dag in die week uit te stellen, aangezien ik mij had voorgenomen aan de vrachtauto te werken. Kenny, vijf jaar oud en de benjamin van het gezin, vond het heerlijk dat zijn oudere broers en zussen de hele dag bij hem thuis zouden blijven.

Wij hadden er geen vermoeden van dat deze zaterdag de rest van ons leven zou veranderen.

Een onschuldig begin

Tussen acht en negen ’s ochtends vertrokken mijn vrouw en ik met Louis naar de stad. Nadat wij weggegaan waren, kwam Charles Fuller en hij en Tim gingen op jacht. Toen mijn vrouw, Louis en ik terugkwamen met onze boodschappen waren de jongens weer thuis.

Na de lunch vertrokken Tim en ik naar het huis van mijn broer om aan de vrachtwagen te werken. Ik vroeg Charles of hij mee wilde, maar hij bedankte. Toen ik naar hen wuifde, zag ik Louis, Gary en de kleine Kenny een stukje grond omspitten waar zij een bloembed wilden aanleggen. Theresa en Mary speelden op de auto waarvan de jongens een terreinkar aan het maken waren.

Tegen drie uur ’s middags ontdooide Louise twee pasteien voor een hapje tussendoor. Charles scheen er altijd op uit te zijn Louise te helpen en wij waren werkelijk ingenomen met zijn galante houding. Patty, die die dag corvee had, kwam te dicht bij de kachel. In een oogwenk stond haar bloes in brand! Zij had zulke ernstige brandwonden dat mijn vrouw met haar naar het ziekenhuis ging. Louise en Billie Colleen kregen de opdracht intussen de keuken schoon te maken. Voor zover Louise en Billie zich kunnen herinneren, gingen Charles Fuller en Louis ongeveer tegelijk naar buiten. Naar wat er de volgende twee uur of daaromtrent gebeurd is, kunnen wij alleen maar gissen.

Tegen vijf uur kwam Charles binnen en vroeg aan Louise wanneer zij klaar zou zijn. Volgens Billie zei hij: „Ik heb vijf vogeltjes geschoten. Kom eens kijken.” Maar Louise kwam niet en zei tegen hem dat ik het afschieten van vogels niet goedkeurde. Kort daarop kwamen mijn vrouw en Patty terug uit het ziekenhuis, en Charles liep naar de auto en vroeg om een lift naar de stad, zo’n 10 km ver. Hij zei dat wij tegen Louise moesten zeggen dat hij later terug zou komen.

Een tragedie ontdekt

Het begon donker te worden en mijn vrouw besefte dat de kinderen zo langzamerhand binnen moesten komen. Billie werd naar buiten gestuurd om hen te roepen. Toen er geen antwoord kwam, ging Louise met Billie mee om de kinderen te zoeken. Zij vonden de lijken van Theresa en Mary ongeveer 180 m van het huis in de maïsschuur. Zij holden terug naar het huis en meldden: „De meisjes moeten van de daksparren gevallen zijn.” Ik werd opgebeld en kreeg te horen dat de meisjes dood waren. ’Misschien gewond, maar niet dood’, dacht ik terwijl ik mij naar huis haastte.

Toen mijn broer en ik aan kwamen rijden, stond Billie aan de kant van de weg te proberen hulp aan te houden. Ze zei dat ik naar de maïsschuur moest gaan. Ik wist onmiddellijk dat het erger was dan ik gedacht had. De lichamen van de meisjes voelden koel aan toen ik ze oppakte, en ik besefte dat zij dood waren. Ik rende naar het huis en vroeg waar de jongens waren. „Ze hadden het erover dat ze wilden gaan vissen”, antwoordde mijn vrouw. Ik had er geen weet van dat ik onderweg naar huis vlak langs hun lijken was gehold, nog geen vijf meter van de maïsschuur.

Van die avond herinner ik mij verder heel weinig, behalve dat het erf vol mensen was en overal rode lichten flitsten. Een politieagent vroeg mij of ik een geweer bezat. Ik begreep nog steeds niet wat er gebeurd was. Later hoorden wij dat Charles alle vijf kinderen doodgeschoten had — Louis, Gary en Kenny en ook Theresa Jean en Mary Katharin. Hij was van plan geweest het hele gezin te vermoorden behalve Louise. Zij was een godin voor hem en hij wilde dat zij alleen maar van hem hield.

Charles had opgeschreven hoe hij het gezin zou vermoorden. Hij was van plan geweest Louise en Patty mee te nemen naar een bioscoop in de stad, samen met een andere jongen. Dan zou hij doen alsof hij naar de foyer ging om popcorn en drankjes te halen. In plaats daarvan zou hij naar ons huis gaan en ons allemaal vermoorden. Vervolgens was hij van plan naar de bioscoop terug te gaan, tegen Patty te zeggen dat zij thuis moest komen, en bij het huis gekomen zou hij dan de jongen en Patty doden. Daarna zou hij het geweer in de hand van de jongen drukken. Hij wilde zich bij Louise als een held voordoen en beweren dat hij de jongen gedood had in een poging te voorkomen dat hij het gezin zou afslachten.

Op zoek naar antwoorden

De volgende maanden waren voor ons allemaal een nachtmerrie. Er spookten zoveel vragen door mijn hoofd. Waarom zou God onze kinderen zo iets laten overkomen? Was Louis, onze zestienjarige, in de hemel of in de hel? Waren de andere vier in de hemel, aangezien zij te jong waren om zelf rekenschap af te leggen? Alles waarvoor ik geleefd had, leek weg. Ik begon mij af te vragen of ik eigenlijk zelf nog wel wilde leven. Maar ik had de andere kinderen en mijn vrouw nog, en zij waren de redenen waarom ik doorging.

Ik begon naar antwoorden te zoeken door onze katholieke priester aan te klampen. Hij vertelde mij dat ik vijf engeltjes in de hemel had. Maar dat riep alleen maar meer vragen bij mij op, zoals: Als onze kinderen in de hemel zijn, waarom moeten wij dan betaalde gebeden laten opzeggen om hen uit het vagevuur te krijgen? Niemand kon mij een rechtstreeks antwoord geven.

En had Charles Fuller, aangezien hij onze kinderen in koelen bloede vermoord had, niet ter dood gebracht moeten zijn? Hij werd tot gevangenisstraf veroordeeld en al vele jaren lang is het jaarlijks een verschrikkelijke beproeving voor mijn gezin en mij naar de gevangenis te moeten gaan om te voorkomen dat hij voorwaardelijk in vrijheid wordt gesteld. ’Mij is de wraak, zegt de Here’, kreeg ik te horen, en: ’Gij zult niet doden.’ Maar ik was van mening dat ’leven voor leven’ een juistere toepassing van de Schrift was voor deze afgrijselijke misdaad. — Romeinen 12:19; Exodus 20:13; Deuteronomium 19:21.

Toen ik op een dag met een vriend over de doodstraf sprak, moedigde hij mij aan Genesis 9:6 op te zoeken. Daar staat: „Al wie het bloed van een mens vergiet, diens eigen bloed zal door de mens vergoten worden.” Toen ik dat las, werd ik gesterkt in mijn overtuiging dat de jongen wegens zijn misdaad ter dood gebracht had moeten worden. Wat was ik dankbaar dat ik het antwoord op een van mijn vragen gevonden had!

Naar ik later leerde, heeft God, hoewel de wraak aan Hem is, aan aardse regeringen het recht en de verantwoordelijkheid gegeven om oordelen te voltrekken aan kwaaddoeners (Romeinen 13:4). Dit alles bracht mij ertoe mij werkelijk ernstig in mijn bijbel te verdiepen om te proberen nog meer antwoorden op mijn vragen te vinden.

Teleurstelling — daarna ware vertroosting

Ik begon naar verschillende kerken te gaan en schriftelijke bijbelcursussen te volgen in de hoop de antwoorden te vinden die ik zo wanhopig nodig had. Ik bad tot God om hulp. Alles wat de kerken en het studiemateriaal mij te bieden hadden, waren dingen die ik al eerder had gehoord, zoals: ’De ziel is onsterfelijk, ze gaat niet dood. De doden leven ergens voort als engelen’, iets waarvan ik later te weten kwam dat de bijbel het beslist niet leert. — Prediker 9:5; Ezechiël 18:4, 20.

Toen kwam er op een dag, elf maanden na de dood van mijn kinderen, een brief van iemand in Californië die in de krant over de moorden had gelezen. De vrouw stuurde met de brief een blauw boekje mee met de titel De waarheid die tot eeuwig leven leidt en een jaarabonnement op De Wachttoren en Ontwaakt! Nooit zal ik de dag vergeten dat die brief kwam. Er werd in gesproken over de hoop op de opstanding voor de doden. Ik zocht alle aangehaalde schriftplaatsen op, met inbegrip van Johannes 5:28, 29. Ik huilde van blijdschap!

Ik herinner mij dat ik de kamer inholde waar mijn vrouw en mijn dochter Louise zaten en zei: „Kijk eens, de bijbel zegt dat als wij een goed en rein leven leiden, wij onze doden terug kunnen zien, niet als geesten zoals ons verteld is, maar als echte mensen. Mensen die wij kunnen omarmen en liefhebben net als voordat zij stierven.” Tot mijn grote verbazing wilde mijn vrouw niets te maken hebben met de dingen die ik las. Maar haar vijandige reactie zette geen domper op mijn verlangen er meer van te weten te komen.

Ik ging ervoor zitten en las het blauwe boekje uit en vond de antwoorden op de vragen die mij hadden gekweld. Ik nam contact op met Jehovah’s Getuigen en er werd onmiddellijk een bijbelstudie opgericht. Mijn gezin dacht dat ik mijn verstand verloren had. Mijn vrouw verbrandde al mijn lectuur en riep de priester om eens met mij te komen praten.

Toen de priester kwam, waarschuwde hij mij bij Jehovah’s Getuigen uit de buurt te blijven. Ik antwoordde dat ik vond dat ik de waarheid onderwezen kreeg omtrent de enige ware God en dat Jehovah’s Getuigen de liefde voor elkaar aan de dag legden waarover in Johannes 13:35 wordt gesproken. De priester zei dat hij die middag om twee uur een afspraak had, maar dat hij mij binnenkort weer zou komen opzoeken. Dat is nu zestien jaar geleden en hij is niet teruggekomen. Wel gaf hij onze dochter Billie, die op een katholieke school zat, traktaatjes tegen Jehovah’s Getuigen mee naar huis.

Maar dat was slechts een onderdeel van de campagne om mij ervan af te brengen met de Getuigen te studeren. Een van mijn broers was voorganger bij de baptisten en hij heeft drie uur lang geprobeerd mij te vertellen hoe ik een goed christen moest zijn en bij Jehovah’s Getuigen uit de buurt moest blijven. Mijn vader zei dat de Getuigen mij zouden hersenspoelen, waarop ik antwoordde dat mijn hersens nodig eens goed gespoeld moesten worden, aangezien mij zoveel jaren lang zoveel leugens op de mouw waren gespeld.

Ook mijn moeder, die met een pinkstergemeente verbonden was, riep haar voorganger te hulp om te proberen mij mijn nieuwe religie uit het hoofd te praten. Hij hield in zijn kerk een preek over Jehovah’s Getuigen en stuurde mij een exemplaar van zijn preek toe. Maar ondanks alle tegenstand die ik ondervond, deed ik geen afstand van wat naar ik wist de ware leer van de bijbel was.

Kwaadaardige geruchten

Niet alleen is ons gezin het slachtoffer geworden van een lage misdaad, maar er zijn ook kwaadaardige geruchten over ons verspreid. Mijn dochter Louise werd er bijvoorbeeld van beschuldigd dat zij geholpen had haar zusters en broers te vermoorden. En ik werd ervan beschuldigd dat ik een dronkaard en een rokkenjager was. Een van die beschuldigingen heeft nog eens een komisch vervolg gehad.

Toen ik eens met een vriend in onze auto zat, kwam er een man uit het huis en sprak ons aan. Hij zag De Wachttoren en Ontwaakt! in de auto liggen en vroeg wie van ons een getuige van Jehovah was. Toen ik antwoordde dat ik het was, begon hij te vertellen dat pastor Russell, de eerste president van het Wachttorengenootschap, een immoreel mens was.

Ik zat te bedenken hoe ik zijn woorden kon weerleggen zodat mijn vriend zou kunnen zien dat hij niet de waarheid sprak. Maar toen begon hij te vertellen over de Getuige William Cox, en zei dat hij een rokkenjager en een dronkaard was. Hij beweerde dat William op de avond dat de kinderen Cox vermoord werden, met een vrouw in de kroeg zat. Mijn vriend wist dat ik helemaal niet zo was.

Ik vroeg de man of hij meneer Cox zou kennen als hij hem zag. „Ja zeker, ik ken hem al minstens twintig jaar.” Nu konden mijn vriend en ik ons lachen bijna niet meer inhouden, en daarom vroeg ik mijn vriend of hij de man wilde vertellen tegen wie hij sprak. „Graag”, zei hij. „Meneer, u spreekt tegen William Cox.”

Wat ik heb meegemaakt, was tragisch, maar soms heeft het in mijn voordeel gewerkt doordat ik getuigenis kon geven aan mensen die anders niet geluisterd zouden hebben. Ik herinner mij dat ik in één maand eens meer dan 50 abonnementen op De Wachttoren en Ontwaakt! heb afgesloten.

Gelukkige vooruitzichten

Hoe is het verder met mijn gezin gegaan? Mijn vrouw heeft waardering gekregen voor de bijbelse leringen van Jehovah’s Getuigen, en de houding van mijn kinderen is enorm veranderd. Toen mijn vrouw vroeg haar naam van de ledenlijst van de kerk te verwijderen, lieten Patty en Billie Colleen zich ook uitschrijven.

Ik bid vurig dat op een dag mijn hele gezin zich aan Jehovah zal opdragen en dezelfde hoop zal hebben als ik, namelijk dat wij onze kleintjes zullen kunnen zien wanneer zij op de Paradijsaarde tot leven worden opgewekt. Daar zullen geweld en dood ons niet langer kwellen (Openbaring 21:3, 4). — Zoals verteld door William Cox.

[Inzet op blz. 13]

„Ik heb vijf vogeltjes geschoten”

[Inzet op blz. 15]

Ik was van mening dat ’leven voor leven’ een juistere toepassing van de Schrift was

[Inzet op blz. 16]

Ik werd ervan beschuldigd dat ik een dronkaard en een rokkenjager was

[Illustratie op blz. 13]

Mijn vrouw en ik

[Illustraties op blz. 14, 15]

Louis, 16 jaar

Theresa, 10 jaar

Gary, 7 jaar

Mary Katharin, 9 jaar

Kenny, 5 jaar

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen