Kruiswoordpuzzel
Horizontaal
2. Een van de steden waarvan de goden geen bevrijding hadden gebracht — omdat het geen goden waren (2 Koningen 18:34; 19:17-19)
4. Teken waaromheen zich troepen scharen (Hooglied 2:4; vergelijk 6:4)
7. Zoon van Juda (Genesis 38:4)
10. Kalm, zonder golven (Markus 4:39)
11. Ontbloting van deze onwelvoeglijke delen was een schande (2 Samuël 10:4)
14. Verfrissend hadden zij kunnen zijn voor hen die de ’hitte’ van onrecht ondervonden (Openbaring 3:16; vergelijk Spreuken 25:13, 25)
15. Judese stad in de Sjefela (Jozua 15:42)
16. Ontkenning
17. Sterk verlangen (Genesis 3:16)
19. Rots waar Simson verbleef (Rechters 15:8)
21. Voor deze Griekse god werd Barnabas aangezien (Handelingen 14:12)
22. Onafscheidelijk verbonden met menselijk en dierlijk leven (Psalm 104:29)
23. Zoveel getuigen zouden er minstens moeten zijn (Deuteronomium 17:6)
24. Samen met de koe zal dit dier weiden (Jesaja 11:7)
26. Voor het aangezicht van God betuigt Paulus: ik . . . niet (Galaten 1:20)
29. Ontstemming, ergernis wekte Jezus in Nazareth (Matthéüs 13:57)
32. Zo zal de woestijnvlakte zijn, en ze zal bloeien als de saffraan (Jesaja 35:1)
34. Rechtvaardige wiens bloed gewroken zou worden (Matthéüs 23:35)
36. Deze zoon uit het huis van Jeróbeam kreeg tenminste nog een fatsoenlijke begrafenis (1 Koningen 14:1-13)
37. Uit zich in het onderhouden van Gods geboden (1 Johannes 5:3)
38. Bijnaam die rood, rossig betekent (Genesis 25:30)
39. Het werd beschouwd als een daad van gastvrijheid om het hoofd van een gast ermee in te wrijven (Lukas 7:46)
40. Als een nomadische bewoner van de wildernis van Paran deed hij de profetie in vervulling gaan die hem met een zebra vergeleek (Genesis 16:11, 12)
41. Arriveerde
Verticaal
1. Zulke leiders zal Jehovah rekenschap vragen (Zacharia 10:3)
2. Voorzetsel
3. God is de gever van zulke kracht (Psalm 60:12)
5. Onze woorden „abt” en „abdij” komen via het Latijnse „abbas” van dit Aramese woord dat vader betekent (Markus 14:36)
6. Een der koninklijke steden in Kanaän, zich tegen Gibeon kerend toen die stad vrede sloot met Israël (Jozua 10:3, 4)
8. Joodse christen die naar Rome was teruggekeerd (Romeinen 16:3; vergelijk Handelingen 18:2)
9. Aandoening op mens en dier bij de zesde plaag over Egypte (Exodus 9:9)
12. Hiermee schreef Baruch Jeremia’s woorden in het boek op (Jeremia 36:18)
13. Dàt is een afgod! (1 Korinthiërs 8:4)
18. Rijdier (Zacharia 9:9)
20. „Bitterheid” betekent de naam die Naomi juister acht (Ruth 1:20)
24. De stad waar Jehovah de taal van de hele aarde had verward (Genesis 11:9)
25. Een van de daden waarmee zij Jehovah’s huis tot een rovershol degradeerden (Jeremia 7:9, 11)
27. Een dochter van de koning der Sidoniërs was deze vrouw, die Achab (om politieke redenen?) huwde (1 Koningen 16:30, 31)
28. Totdat wij allen . . . tot de eenheid in het geloof (Efeziërs 4:13)
30. Stad die tot het erfdeel van de zonen van Aser zou behoren (Jozua 19:26)
31. Doel van de inspanningen ten behoeve van de gemeente (Efeziërs 4:12)
33. Boeien (Psalm 105:18)
35. Het had haar de helft van het koninkrijk kunnen opleveren (Esther 5:7)
39. Ten einde
OPLOSSING OP BLZ. 25
Oplossing horizontaal
2. IVVA
4. BANIER
7. ONAN
10. STIL
11. BILLEN
14. KOUD
15. ASAN
16. NEE
17. BEGEERTE
19. ETAM
21. ZEUS
22. ADEM
23. TWEE
24. BEER
26. LIEG
29. AANSTOOT
32. BLIJ
34. ABEL
36. ABIA
37. LIEFDE
38. EDOM
39. OLIE
40. ISMAËL
41. KWAM
Oplossing verticaal
1. BOKKIGE
2. IN
3. VITALE
5. ABBA
6. EGLON
8. AQUILA
9. BLAREN
12. INKT
13. NIETS
18. EZEL
20. MARA
24. BABEL
25. STELEN
27. IZEBEL
28. GERAKEN
30. AMAD
31. OPBOUW
33. IJZERS
35. BEDE
39. OM