Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g86 22/3 blz. 21-23
  • Het ijzingwekkende jungle-koor

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Het ijzingwekkende jungle-koor
  • Ontwaakt! 1986
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • De „dominee” heeft de leiding
  • Hun vijanden
  • Plunderende apen, gefrustreerde boeren
    Ontwaakt! 1980
  • Eindelijk leven in eeuwigheid!
    Zing lofzangen voor Jehovah
  • „Wat een neus!”
    Ontwaakt! 2012
  • De bijzondere ogen van de springspin
    Ontwaakt! 2013
Meer weergeven
Ontwaakt! 1986
g86 22/3 blz. 21-23

Het ijzingwekkende jungle-koor

Door Ontwaakt!-correspondent in Suriname

HET BEGON als een griezelig geluid: „Rohoeoe, rohoeoe, rohoeoe.” Toen verhieven zich meer stemmen in een gehuil dat aanzwol tot een lang, vibrerend crescendo als van een loeiende storm in een tunnel. Het gehuil verminderde een ogenblik maar barstte met hernieuwde kracht weer los. Ten slotte zwegen de stemmen, en de echo’s stierven weg. Geleidelijk aan vulde het gezoem van insekten en het tjilpen van vogels weer de jungle.

Ik luisterde en keek met verwondering naar de uitvoerenden van deze ijzingwekkende jungle-koorzang: vijf steviggebouwde baboens, zoals de aloeatta of rode brulaap hier in Suriname wordt genoemd.

„Hier in Suriname”, vertelde een natuurkenner mij, „vind je ze van de moerassige kustgebieden in het noorden tot in de dichte jungle in het zuiden. Ze wonen hoog in de bomen, vooral in de wouden langs de rivieren, in groepen van vier tot acht en soms meer.”

Terwijl ik toekeek, kwam de ster van het ensemble, een oud mannetje van bijna 90 centimeter hoog, groter en zwaarder dan de andere vier, wat dichterbij en gromde. Zijn kop, waarvan de helft in beslag werd genomen door een enorme onderkaak, zat diep tussen zijn schouders waardoor hij een gebocheld voorkomen kreeg.

Het haarloze gezicht contrasteerde sterk met zijn oranje-rode lichaamshaar. En een opvallende gelig-oranje gekleurde baard benadrukte zijn waardigheid en bedekte de bron van al dat koude rillingen veroorzakende gebrul — zijn gezwollen keel. Waarom is die gezwollen? De Jivaro-Indianen hebben er een amusante verklaring voor:

’Op een keer’, zo gaat het verhaal, ’liet de brulaap aan een slingeraap zien hoe hij kokosnoten moest kraken door ze tegen elkaar te slaan. Toen de slingeraap het probeerde, kwamen zijn duimen tussen de kokosnoten en raakte hij ze daardoor kwijt. Vastbesloten zich voor zijn verlies te wreken, zei hij tegen de brulaap: „Je moet ze helemaal niet kraken. Als je ze heel doorslikt, smaken ze veel lekkerder.” De brulaap volgde zijn advies op, maar de kokosnoot bleef in zijn keel steken zodat al zijn nakomelingen erdoor getekend werden, terwijl de nakomelingen van de slingeraap voortaan zonder duimen door het leven gingen.’

Maar toen de Jivaro-Indianen een brulaap schoten en in zijn keel keken, vonden zij geen kokosnoot. Wat troffen zij aan? Een komvormige, holle klankkast van vergrote beenderen in de gezwollen keel. Deze ingebouwde echokamer ter grootte van een citroen is bij de mannetjes-baboen 25 keer zo groot als hetzelfde lichaamsdeel bij andere apen van dezelfde grootte, en andere zoogdieren hebben het helemaal niet. Als hij zijn borst- en buikspieren samentrekt, wordt de lucht door een opening in deze holle klankkast geperst, wat zijn stem zo versterkt dat die over een afstand van drie kilometer kan worden gehoord.

Waarnemers hebben ontdekt dat de brulapen op maanverlichte nachten knap „spraakzaam” kunnen worden en het dan helemaal niet erg vinden hun nachtrust eraan op te offeren en de uwe te verstoren. Maar denk niet dat ze de volgende morgen zullen uitslapen. Net voor zonsopgang zijn ze uit de veren om een gehuil aan te heffen, en tegen het eind van de dag komt het koor weer bijeen voor een pijnlijk valse serenade.

Een schrijver van natuurverhalen, Richard Perry, voegt eraan toe dat „een donderslag of een plotselinge stortbui, een passerend vliegtuig of zelfs een zwerm vlinders” ze aan het brullen maakt. U vraagt u natuurlijk af: Houden ze ooit pauze?

„Jawel”, vertelde een voormalige dierentuindirecteur mij. „De twee brulapen in mijn collectie vonden het heerlijk om te zonnen. Ze zochten een kale boomtak uit, sloegen daar hun staart omheen en strekten zich op hun buik uit. Terwijl ze hun lange armen en benen losjes lieten bungelen, vielen ze in slaap.”

Maar zelfs zonnebaden maakt hongerig. Het oudste mannetje besluit dat het tijd is om te eten. Hij maakt een klokkend geluid, en de anderen staan op en volgen hem naar een andere boom. Een ieder heeft zijn eigen plaats in de stoet — de leider voorop en een ander mannetje als hekkesluiter. Veilig daartussenin de wijfjes. Soms verbreken speelse kinderen het gelid, maar een vermanend gegrom is voldoende om ze weer in het gareel te brengen. En het spoor dat ze volgen is altijd hetzelfde. Een onderzoeker schreef dat zij hun eigen verkeerswegen hebben en een vaste route volgen over steeds dezelfde horizontale takken.

Onder het eten gebruiken ze hun handige staart. Terwijl ze daaraan naar beneden hangen, kunnen ze met hun armen en benen vrij heen en weer bewegen om vruchten, bloemen en zaden te grijpen. Hun voornaamste voedsel bestaat echter uit bladeren, in vele soorten en grote hoeveelheden. Maar vegetariërs, opgepast! Probeer niet te eten wat op hun menu staat!

Een ervaren natuurkenner vertelde mij: „Als u ooit verdwaald raakt in de jungle, kunt u zich in leven houden door te eten wat apen eten.” Maar de inboorlingen waarschuwen: „Alles wat de slingeraap eet, kunnen mensen ook eten, maar niet wat de baboen eet. Dat komt omdat de brulaap giftige planten eet. Daarom krijgen hun tanden na verloop van tijd een bruine kleur, net als die van een kettingroker.”

Hetzij bruin of wit, alle tanden worden getoond wanneer andere apen de groep te dicht naderen. Ze zijn zeer gesteld op hun privacy, op het onvriendelijke af. Maar andere apen hebben evenmin veel met hen op! Toen een dierenverzamelaarster medelijden had met een eenzame brulaapbaby, wilde zij hem opvrolijken door hem een zachtaardige vrouwtjesaap als kameraadje te geven. Maar het wijfje „wierp één blik op de lelijke brulaap en begon te schreeuwen alsof ze de boeman had gezien!”

William, een ervaren jager uit Guyana zag op een keer hoe een brulaap oog in oog stond met een vreemde — de slingeraap. De twee stonden tegenover elkaar op één tak. Maar het was voor beiden erop of eronder. William herinnert zich: „Hun staarten waren rond de tak gekruld voor steun, en met hun vrije armen haalden ze naar elkaar uit en trachtten elkaar te grijpen. Ze schreeuwden en beten elkaar, maar de brulaap had de overhand.” Waren ze nog steeds aan het ruziën over die kokosnoot?

Zelfs andere groepen rode brulapen krijgen te verstaan, ’Bemoei je met je eigen zaken’. Wanneer een groep baboens durft binnen te dringen in het territorium van een andere groep, barst er een vocale oorlog uit die net zo lang duurt totdat één groep de aftocht blaast. Daarom concluderen de meeste onderzoekers dat de voornaamste boodschap die de dieren met hun jungle-koor te verstaan geven, is: „Blijf uit onze buurt!”

De „dominee” heeft de leiding

Het gehuil lijkt ons misschien een ongeorganiseerde boel, maar in werkelijkheid zit er toch wel lijn in. „De domri [dominee] is de koorleider”, zei Raymond, een goudzoeker die de brulapen rondom zijn kamp observeerde.

„Domri?” vroeg ik.

„Ja, zo noemen wij het oudste mannetje. In de kerk is het hier de gewoonte dat de domri het eerste vers van een lofzang zingt en de andere kerkleden vervolgens meezingen. De baboens doen hetzelfde.”

Raymond legde verder uit dat voordat het koor begint, de leider op en neer loopt en de leden van de groep ernstig aankijkt, als een strenge dirigent die zijn orkest inspecteert. Wanneer hij tevreden is, begint hij op te warmen met een reeks brullen vanuit zijn borstkas. Daarna beginnen de anderen mee te huilen, hun lippen getuit als een trechter, elkaar ernstig aankijkend. „Het is werkelijk heel grappig”, zegt Raymond, „die zwaarmoedige gezichten. Alles serieus werk en niets speels.”

Hun vijanden

Er zijn echter momenten waarop zelfs de dirigent de orde vergeet. Wanneer jaguars of harpijarenden aanvallen, heerst er opperste verwarring, waarbij alle koorleden hals over kop wegspringen om het vege lijf te redden en zelfs een rivier overzwemmen om weg te komen.

De grootste vijand van de brulaap is echter de mens. Hoewel de brulapen wettelijk beschermd zijn, wordt er op hen gejaagd om hun vlees. ’In een Indiaans dorp met 450 bewoners werden in een maand 56 brulapen geschoten en opgegeten’, zo bleek uit een onderzoek. Geen wonder dat hun aantallen in sommige gebieden afnemen. En de dieren die het overleven, trekken zich dieper in de jungle terug.

Maar elke keer dat vanuit verre schuilplaatsen hun koorzang opklinkt, herinneren ze ons eraan dat ze er nog steeds zijn — uitbazuinend: ’Wij zijn hier. Blijf uit onze buurt!’

Zou de mens de boodschap begrijpen?

[Inzet op blz. 23]

Zijn stem wordt zoveel versterkt dat ze op drie kilometer afstand kan worden gehoord

[Illustratieverantwoording op blz. 21]

cZoological Society of San Diego

[Illustratieverantwoording op blz. 22]

cZoological Society of San Diego

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen