Het visioen van vrede
REEDS in 1916, voordat de Verenigde Staten aan de oorlog gingen deelnemen, begon Wilson propaganda te maken voor zijn visioen van een permanente regeling die de vrede op aarde zou moeten waarborgen. Wat hem volgens zijn biograaf Gene Smith voor ogen stond, was „de oprichting van een Volkenbond die een forum zou zijn voor het verschaffen van recht voor alle mensen, en die voor altijd een einde zou maken aan de dreiging van oorlog”. In 1917, terwijl de Verenigde Staten zich in oorlog bevonden, werd hij de grote kruisvaarder voor wat, naar hij hoopte, een eeuwigdurende vrede en het glorierijke hoogtepunt van zijn carrière zou zijn.
Al zijn energie wijdde hij nu aan de verbreiding van zijn evangelie van de Volkenbond, zoals hij zich die voorstelde. Hij streefde naar een „vrede zonder overwinning” waarbij er geen overwonnen Duits volk zou zijn maar veeleer ten val gebrachte militaristische en autocratische heersers.
Als basis voor vredesonderhandelingen stelde hij zijn beroemde Veertien Punten op. Deze bestonden uit vijf algemene idealen die door alle strijdende naties moesten worden gerespecteerd, alsmede acht punten die betrekking hadden op specifieke politieke en territoriale problemen. Het veertiende punt was het belangrijkste aangezien dat de kern vertegenwoordigde van Wilsons kruistocht — de oprichting van een Volkenbond.
„Het grootste succes of de diepste tragedie”
Hij was er zo van overtuigd dat God hem in dit project steunde, dat hij erop stond de Parijse Vredesconferentie in 1919 bij te wonen — in weerwil van het feit dat veel politieke vrienden van mening waren dat de president van de Verenigde Staten zich buiten de vredesonderhandelingen zou moeten houden. Hij geloofde dat hij de volken der wereld achter zich had staan, ook al was dat dan niet met alle politici het geval. Hij was ervan overtuigd dat hij Gods werktuig voor vrede was. Als er iemand naar Parijs moest gaan, was hij het.
Hij vertrouwde zijn persoonlijke secretaris Tumulty toe: „Deze reis zal of het grootste succes, of de diepste tragedie van de hele geschiedenis worden; maar ik geloof in een goddelijke voorzienigheid . . . Het is mijn stellige overtuiging dat geen enkele groep mensen, hoe zij hun macht of invloed ook aanwenden, dit grote, wereldomvattende initiatief zal kunnen verijdelen.” (Wij cursiveren.) „De president”, zo verklaart één bron, „was vastbesloten zijn macht en prestige te gebruiken om in de uiteindelijke vredesregeling een plan voor een Volkenbond te laten opnemen.”
In november 1918 stonden de Duitse legers vlak voor een nederlaag. Ze kregen een wapenstilstand aangeboden die de oorlog tot een einde zou brengen. Er kwamen onderhandelingen op gang waarin een belangrijke rol was weggelegd voor de uit Wales afkomstige Britse premier Lloyd George, de ongepolijste Franse premier Georges Clemenceau, de zeer beschaafde Italiaanse minister-president Vittorio Orlando, en de ondoorgrondelijke Japanse vertegenwoordiger, graaf Noboeaki Makino. Wilson was vastbesloten hen ervan te overtuigen dat zijn Bond de enige oplossing was voor de problemen van Europa en de wereld.
„De ster van Bethlehem die opnieuw opging”
Wilson was de held van het volk toen hij voor de Parijse Vredesconferentie door Europa reisde. Zoals Herbert Hoover later schreef, „werd hij overal met een religieus vuur ontvangen . . . De ovaties waren groter dan wat ooit een sterfelijk mens ten deel was gevallen”. Zijn vredesinitiatief en zijn visioen hadden de volksmassa in beroering gebracht. Tijdens zijn rondreis in Italië schreeuwden de menigten „Viva Wilson, God van vrede”. Men schreef hem bijna bovenmenselijke krachten toe. Hoover vervolgt: „Voor hen was er geen man opgestaan met zo’n morele kracht en politieke invloed en met zo’n vredesevangelie sinds Christus de Bergrede had uitgesproken. . . . Het was de ster van Bethlehem die opnieuw opging.”
Blijkbaar geloofde Wilson met evangelisch vuur in zijn vredesmissie. Schrijver Charles L. Mee verklaart: „Op een gegeven moment deed hij Lloyd George en Clemenceau versteld staan door uit te leggen hoe de bond een broederschap tussen mensen tot stand zou brengen waar het christendom dat niet had gekund. ’Waarom’, zo zou Lloyd George later Wilsons woorden weergeven, ’is Jezus Christus er tot dusver niet in geslaagd de wereld ertoe te bewegen in dergelijke kwesties zijn leringen te volgen? Het komt doordat Hij het ideaal onderwees zonder een praktisch middel te bedenken om dit te bereiken. Dat is de reden waarom ik een praktisch programma voorstel om Zijn doeleinden te volvoeren.’” — The End of Order, Versailles 1919.
Het is een feit dat Wilson van vele kanten aanmoediging ondervond. De Amerikaanse minister van Marine, Josephus Daniels, begroette de publikatie van de ontwerpstatuten van het Volkenbondsverdrag met deze lofrede: „Het ontwerp van de Vredesbond is haast net zo eenvoudig als een van de gelijkenissen van Jezus en bijna net zo verhelderend en verheffend. Laat men de kerkklokken luiden, en laten de geestelijken op hun knieën vallen, en staatslieden zich verheugen, terwijl engelen zingen ’Glorie aan God in den Hoge!’”
De Volkenbond en de Katholieke Kerk
Vielen de geestelijken op hun knieën? Sommigen waren er beslist snel bij om de Volkenbond toe te juichen als Gods oplossing voor de problemen van de mensheid. Paus Benedictus XV had Wilson in augustus 1917 bijna het gras voor de voeten weggemaaid toen hij, volgens de schrijver John Dos Passos, een beroep deed op de oorlogvoerende naties „te onderhandelen voor een vrede zonder overwinning, ongeveer op de voorwaarden zoals die waren uiteengezet in de redevoeringen van Woodrow Wilson vóór Amerika’s deelname aan de oorlog”. Wilson vond echter dat hij het veel te druk had met het voeren van oorlog om aandacht te schenken aan de paus — dat wil zeggen, totdat hij een belangwekkende brief ontving van kolonel House, zijn persoonlijke adjudant. Daarin stond:
„Ik ben zo onder de indruk van de belangrijkheid van de situatie dat ik u opnieuw lastig val . . . Ik geloof dat u een mogelijkheid hebt om de paus de vredesonderhandelingen uit handen te nemen en deze zelf ter hand te nemen.”
Wilson ondernam snel actie om zich ervan te verzekeren dat hem het initiatief niet ontnomen zou worden. Het visioen van een Volkenbond was het zijne, niet van de paus. En hij was de man die dit zou doen slagen.
Niettemin verleende de Katholieke Kerk haar ondersteuning aan de Volkenbond. Kardinaal Bourne, tot eind 1934 de katholieke aartsbisschop van Westminster, verklaarde: „Bedenk dat de Volkenbond, welke onvolmaaktheden ze ook mag hebben, de wens van de Katholieke Kerk voor vrede ten uitvoer brengt, en de wensen ten uitvoer brengt van onze Heilige Vader, de paus.”
„De Volkenbond is geworteld in het Evangelie”
De protestantse geestelijken waren evenmin terughoudend in hun ondersteuning van de Volkenbond. The New York Times van 11 januari 1920 berichtte: „De Londense kerkklokken hebben deze avond geluid om de met Duitsland bereikte vrede en de officiële totstandkoming van de Volkenbond te vieren.”
Een in Engeland gepubliceerde brochure met de titel The Christian Church and the League of Nations (De christelijke kerk en de Volkenbond) verklaarde: „De christelijke kerk in Groot-Brittannië ondersteunt de Volkenbond. Hier is een officiële verklaring, gedaan door de aartsbisschoppen van Canterbury en York, de bisschoppen van vijfendertig Engelse diocesen, de moderator van de Kerk van Schotland, en officiële vertegenwoordigers van alle Vrije Kerken in Engeland:
„Wij zijn ervan overtuigd:
(1) Dat God de natiën van de wereld er momenteel toe oproept als één familie te leren leven;
(2) Dat het instrument voor internationale samenwerking waarin door de Volkenbond wordt voorzien, . . . het beste beschikbare middel verschaft om door het toepassen van de beginselen van Christus’ Evangelie een eind te maken aan oorlog, recht te verschaffen en vrede te organiseren.”
Voorafgaand aan het bovenstaande gaf de Federale Raad van Kerken van Christus in Amerika in december 1918 een verklaring uit waarin onder andere stond: „Als christenen dringen wij erop aan op de komende Vredesconferentie een Bond van vrije naties op te richten. Zulk een Bond is niet slechts een politiek redmiddel, doch veeleer de politieke uitdrukking van het koninkrijk Gods op aarde.” (Wij cursiveren.) Vervolgens werd verklaard: „De Kerk heeft veel te geven en veel te winnen. Ze kan er een sterke bekrachtiging aan geven door de nieuwe internationale orde iets van de profetische heerlijkheid van Gods koninkrijk te schenken. . . . De Volkenbond is in het Evangelie geworteld.”
Als de Volkenbond werkelijk „in het Evangelie geworteld” was, en werkelijk een „uitdrukking van het koninkrijk Gods op aarde”, dan zou het lot van de Bond dat Evangelie en dat Koninkrijk niet bepaald in een gunstig licht stellen. Was Wilson aanmatigend door te geloven dat hij Gods instrument was voor de totstandbrenging van internationale vrede tussen de natiën? En een zelfs nog fundamentelere vraag, Genoot de Volkenbond werkelijk Gods steun?
[Kader op blz. 6]
Strijdende partijen in Europa — Eerste Wereldoorlog (1914-1918)
Centralen Geallieerden
Duitsland Groot-Brittannië
Oostenrijk-Hongarije Frankrijk
Bulgarije Rusland (tot 1917)
Turkije Italië, Roemenië, Griekenland,
Servië, Polen, België,
Portugal, Albanië, Finland
[Illustratie op blz. 5]
Wilson was vooral populair in Europa
[Verantwoording]
U.S. National Archives