Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g85 8/9 blz. 9-13
  • Uw medische vrijheid — De gerechtshoven spreken zich uit!

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Uw medische vrijheid — De gerechtshoven spreken zich uit!
  • Ontwaakt! 1985
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • De zaak Randolph — Sterfgeval na transfusie
  • De zaak Doreen Shorter — Een gescheurde en doorboorde baarmoeder
  • De zaak Jackson — moeder en dochter maken het goed
  • [Verwijzingen]
  • Je kinderen tegen misbruik van bloed beschermen
    Onze Koninkrijksdienst 1992
  • U hebt het recht om te kiezen
    Hoe kan bloed uw leven redden?
  • Jehovah’s Getuigen en de bloedkwestie
    Jehovah’s Getuigen en de bloedkwestie
  • Aan wie behoort uw lichaam toe?
    Ontwaakt! 1972
Meer weergeven
Ontwaakt! 1985
g85 8/9 blz. 9-13

Uw medische vrijheid — De gerechtshoven spreken zich uit!

DRIE recente rechtszaken kunnen van invloed zijn op uw leven en medische verzorging. Artsen, ziekenhuizen, rechters en Jehovah’s Getuigen hebben ze met veel aandacht gevolgd. Allen die van de feiten op de hoogte zijn, kunnen dankbaar zijn voor de betekenis die deze zaken hebben voor de mensenrechten, de bescherming die de wet ons biedt, en het respect voor Gods wetten.

De zaak Randolph — Sterfgeval na transfusie

Een duidelijk inzicht krijgen in de eerste zaak zou u niet gemakkelijk vallen. Waarom? Omdat veel kranten en medische publikaties er een vertekend beeld van hebben gegeven. Rechter Bambrick van het Hooggerechtshof van de staat New York die de zaak had gepresideerd, was dan ook kennelijk ontstemd over deze verdraaiing van de feiten. Hij liet zijn uitspraak vergezeld gaan van een 53 bladzijden tellende motivering.1

Daarin merkte rechter Bambrick op dat „de vierde tak van de overheid, de pers,” de zaak zo verkeerd had voorgesteld dat hij het nodig vond „de zaken recht te zetten en de bij de kwestie betrokken wetten opnieuw uiteen te zetten zoals ze aan de jury waren voorgelegd”. De pers heeft zich jammer genoeg stilgehouden over deze waardevolle uiteenzetting die haar falen aan het licht bracht. Maar wij zullen graag waardevolle inlichtingen uit wat rechter Bambrick schreef, met u willen delen. Zijn nauwkeurige verslag kan van invloed zijn op uw medische vrijheid, of u nu arts of jurist bent of gewoon als burger bezorgd bent over uw rechten op het gebied van medische zorg.

Laten wij uit de motivering die de rechter liet publiceren, de fundamentele feiten eens op een rijtje zetten, daarbij belangwekkende punten cursiverend: In juli 1975 werd mevrouw Bessie Randolph (leeftijd 45 jaar) opgenomen in een Newyorks ziekenhuis om haar vierde kind door middel van een keizersnede ter wereld te brengen. Op de ziekenhuisformulieren werd genoteerd dat zij als een van Jehovah’s Getuigen geen bloedtransfusie zou aanvaarden.a Haar arts aanvaardde haar diepgewortelde religieuze overtuiging, omdat zij haar beslissing genomen had als een bewuste, mondige volwassene. Na de succesvolle bevalling was de toestand van de baarmoeder aanleiding tot een complete operatieve verwijdering. Rechter Bambrick verklaart: „Zowel vanwege mevrouw Randolphs conditie als de chirurgische techniek [van de arts] ontstond er een hevige bloeding.”

Gedurende het daaropvolgende uur verloor zij veel bloed. Om 12.45 uur n.m. begon de arts met de transfusie van een eenheid bloed, en hij gaf er haar nog een om 1.30 uur. Mevrouw Randolphs hart stopte echter en om 2.00 uur werd de dood geconstateerd. Haar echtgenoot (geen getuige van Jehovah) begon later een rechtszaak tegen de artsen en het ziekenhuis. Eén arts kwam tot een vergelijk. Vervolgens besliste de jury in februari 1984 ten gunste van meneer Randolph. In de nieuwsberichten hierover werd nogal wat kritiek geuit. Eén rechtskundige publikatie verklaarde: „Een jury kende een schadevergoeding van $1,25 miljoen toe aan de echtgenoot van een Jehovah’s Getuige-patiënte die stierf na weigering van een bloedtransfusie.” Zulke berichten gaven de indruk dat de artsen de beslissing van een Getuige hadden gerespecteerd en dan toch een proces aangespannen kregen. Als gevolg van deze onjuiste voorstelling van feiten in de pers hebben andere artsen zich afgevraagd of zij Jehovah’s Getuigen wel hun medewerking zullen verlenen. Enkele ziekenhuizen hebben zelfs de gedragslijn aangenomen patiënten die geen bloedtransfusie aanvaarden, af te wijzen. Een dergelijke gedragslijn is in juridisch en financieel opzicht onverstandig omdat de federale wet bescherming biedt tegen discriminatie op grond van ras, religie of huidkleur.

Het is daarom begrijpelijk dat rechter Bambrick ’de zaken wilde rechtzetten’. In zijn motivering benadrukte hij dat het proces niet was aangespannen omdat de patiënte was overleden nadat men haar weloverwogen weigering had gerespecteerd. Het rechtsgeding gold veeleer een onjuiste behandeling. Hij verklaarde:

„Het wordt niet betwist dat Bessie Randolph een handelingsbekwame volwassene was die de gedaagden ondubbelzinnig te kennen had gegeven dat zij elke voorgestelde bloedtransfusie onder alle omstandigheden weigerde. Zoals reeds is opgemerkt, maakt het wettelijk recht een behandeling te weigeren, deel uit van het fundamentele rechtsbeginsel van zelfbeschikking of het recht van lichamelijke onschendbaarheid. . . .

Men dient te bedenken dat het in deze zaak niet gaat om het ’recht om te sterven’. Integendeel, Bessie Randolph wilde heel graag leven. Maar aangezien haar religieuze overtuiging haar verbood levenreddende bloedtransfusies te aanvaarden, was Bessie Randolphs geestelijke ’recht op eeuwig leven’ belangrijker voor haar. . . . Men zou zelfs kunnen redeneren dat vanuit het standpunt van een getuige van Jehovah het aanvaarden van een bloedtransfusie door de gelovige en het daarmee opgeven van eeuwig leven neerkomt op ’geestelijke zelfmoord’.”

U zult begrijpen dat de doktoren zich in een moeilijke positie bevonden toen zij zagen dat hun patiënte zou kunnen sterven. Doch rechter Bambrick zei: „De huidige rechtspraak stelt dat het recht van de patiënt om het verloop van zijn behandeling te bepalen, gebaseerd op toestemming na volledige informatie, zwaarder weegt dan wat anders de verplichting van de arts zou zijn om de noodzakelijke medische zorg te geven. . . . Op de ethische integriteit van de medische professie wordt geen smet geworpen wanneer een handelingsbekwame volwassene een voorgestelde behandeling, zelfs een levenreddende behandeling, afwijst en de arts de weloverwogen keuze van zijn patiënt eerbiedigt.”

Hoe staat het met het punt waar de staat belang in zal stellen, namelijk dat de kinderen uit het gezin niet in de steek worden gelaten? Rechter Bambrick merkte op dat meneer Randolph politieagent was en in de positie verkeerde zijn kinderen te onderhouden en te verzorgen. Daarom schreef de rechter: „Onder de gegeven omstandigheden was meneer Randolph in staat zijn kinderen te onderhouden en er was in werkelijkheid nooit enige sprake van dat zij aan hun lot overgelaten zouden worden.”

Als u in de jury had gezeten, dan zou u op de hoogte zijn geweest van deze feiten over mevrouw Randolph en van het wettelijk recht om een transfusie te weigeren en tegelijkertijd artsen van aansprakelijkheid te ontheffen. Aan de jury was verteld: „Een handelingsbekwame volwassene bezit het recht een medische behandeling te weigeren of te aanvaarden ondanks het feit dat de behandeling zijn gezondheid ten goede kan komen of zelfs nodig zou zijn om hem in leven te houden. Het recht van de patiënt om het verloop van zijn of haar medische behandeling te bepalen weegt zwaarder dan wat anders de verplichting van de arts zou zijn om de noodzakelijke medische zorg te geven.

Er kan dan ook niet worden gesteld dat de gedaagden . . . in strijd met enige wettelijke of beroepsmatige verantwoordelijkheid hebben gehandeld toen zij het recht van Bessie Randolph eerbiedigden om een medische behandeling te weigeren, met name, geen transfusie te willen ontvangen.”

Waarom kende de jury dan de schadevergoeding toe?

Rechter Bambrick schreef: „Indien [de arts] de instructies van mevrouw Randolph volledig had opgevolgd door in het geheel geen bloedtransfusies toe te dienen, zou hij niet aansprakelijk zijn gesteld wegens een verzuim haar een transfusie te geven, zelfs als een dergelijk verzuim beschouwd zou worden als de onmiddellijke oorzaak van haar dood. . . . De feiten in deze zaak waren echter dat [hij] Bessie Randolph op 17 juli 1975 om 12.45 uur n.m. wel een bloedtransfusie heeft toegediend en de gevolgen van dit ingrijpen werden een jurykwestie.”

Tijdens de rechtszaak hoorde de jury het getuigenis van deskundigen betreffende de aard en de kwaliteit van de gegeven behandeling toen de arts tegen de wens van de patiënt in een transfusie begon toe te dienen. Waar het dus om ging was of er sprake was van een onjuiste behandeling. De rechter verhaalt: „Unaniem kwam de jury tot de uitspraak dat de gedaagden schuldig waren aan . . . onachtzaamheid bij hun behandeling van Bessie Randolph; en dat deze onachtzaamheid een onmiddellijke oorzaak voor haar dood is geweest. . . . Dienovereenkomstig concludeert het Hof dat de unanieme uitspraak van de jury ten gunste van de eiser [dhr. Randolph] inzake de aansprakelijkheid niet in strijd was met het geheel van de bewijzen en wettelijk correct was.”

De gedaagden hebben tegen die uitspraak beroep aangetekend. Wij wachten af wat de beslissing zal zijn van de appelrechter. Maar wat de uitkomst van het beroep ook mag zijn, de uiteenzetting van rechter Bambrick verdient onze aandacht. Ze verduidelijkt wat er is gebeurd en toont aan dat verdraaiing van de feiten door de pers de mening van de medische wereld op onjuiste wijze heeft beïnvloed waardoor de rechten van onschuldige patiënten werden geschaad.

De zaak Doreen Shorter — Een gescheurde en doorboorde baarmoeder

Aan de andere kant van het continent werd op 11 januari 1985 door het Hooggerechtshof van de staat Washington uitspraak gedaan in een andere zaak.2 Ook hier betrof het een onjuiste behandeling. Maar deze keer waren de nieuwsberichten nauwkeurig en positief. Ze richtten de aandacht op wat Jehovah’s Getuigen doen om bij artsen bezorgdheid over een mogelijke aansprakelijkheid weg te nemen. De Getuigen tekenen wettelijke documenten waarin wordt verklaard dat zij anderen niet aansprakelijk zullen stellen voor schade die schijnt voort te spruiten uit hun weigering bloed te aanvaarden. Zelfs als u geen Getuige bent, houdt de zaak Doreen Shorter verband met uw rechten op medisch gebied.

Doreen en Elmer Shorter tekenden zo’n ontheffing van aansprakelijkheid bij haar opname in het ziekenhuis. Dit christelijke echtpaar had te horen gekregen dat de foetus in Doreens baarmoeder was gestorven maar niet werd afgestoten. In de motivering van het Hooggerechtshof van de staat stond vermeld dat de arts van mevrouw Shorter, Dr. Drury, de aanbeveling had gedaan om de baarmoeder te reinigen door een „dilatatie en curettage” (D & C), waarbij de baarmoederwand zorgvuldig wordt schoongeschrapt.

Het Hof legde uit: „De operatie verliep niet probleemloos. Ongeveer één uur na de operatie begon mevrouw Shorter inwendig te bloeden en raakte in een shocktoestand. Een door andere chirurgen uitgevoerde spoedoperatie om te kijken wat de oorzaak was, onthulde dat Dr. Drury de baarmoeder van mevrouw Shorter ernstig had opengereten.” Zij bloedde dood.

„Meneer Shorter begon daarna een rechtszaak waarin werd aangevoerd dat Dr. Drury’s nalatigheid de onmiddellijke oorzaak vormde voor de dood van mevrouw Shorter . . . De jury oordeelde dat Dr. Drury nalatig was geweest en dat zijn nalatigheid ’een onmiddellijke oorzaak voor de dood van Doreen Shorter’ was. De schadevergoeding werd gesteld op $412.000.” De jury verklaarde echter dat het door het echtpaar Shorter ingenomen standpunt tot die uitkomst had bijgedragen, zodat de toegekende schadevergoeding veranderd werd in $103.000.

Eén belangrijk geschilpunt was de geldigheid van een document waarin artsen worden ontheven van aansprakelijkheid voor het niet toedienen van bloed, zoals door de Shorters was ondertekend. Is het juist dat Jehovah’s Getuigen zulke documenten tekenen?b Worden de betrokken artsen en ziekenhuizen erdoor beschermd? En tevens, ontheffen zulke documenten artsen en verplegend personeel van alle aansprakelijkheid, met inbegrip van nalatigheid (medische fouten) tijdens de operatie?

Het Hooggerechtshof van de staat verklaarde: „Gezien de bijzondere problemen waar men tegenover komt te staan wanneer een patiënt op religieuze gronden weigert een noodzakelijke of raadzame bloedtransfusie toe te staan, geloven wij dat het gebruik van een ontheffing zoals hier werd getekend, passend is. . . . Het alternatief dat artsen of ziekenhuizen weigeren Jehovah’s Getuigen te behandelen is niet verenigbaar met een maatschappij die ernaar streeft medische verzorging te bieden aan al haar leden.

Wij geloven dat de hier gebruikte procedure, de vrijwillige tenuitvoerlegging van een document waardoor arts, ziekenhuis en patiënt worden beschermd, een passend alternatief vormt en niet in strijd is met het algemeen belang.”

’Maar’, zo vraagt u zich misschien af, ’hoe staat het ermee als een chirurg zich tijdens de operatie nalatig betoont? Is hij dan toch verantwoordelijk voor die verkeerde behandeling?’

Merk op wat het Hof verklaarde: „Terwijl mevrouw Shorter de consequenties aanvaardde die voortvloeien uit een weigering van bloedtransfusie, aanvaardde zij niet de consequenties van Dr. Drury’s nalatigheid die, zoals de jury verklaarde, de onmiddellijke oorzaak vormde voor mevrouw Shorters dood.”

U dient te weten dat vier van de negen rechters van het Hooggerechtshof van de staat Washington vonden dat de schadevergoeding niet op basis van een redenering van „gedeeld risico” verminderd had mogen worden. Zij schreven: „Het weigeringsformulier dat door de familie Shorter werd getekend, vertegenwoordigt hun toestemming Dr. Drury te ontheffen van zijn plicht bloed toe te dienen wanneer dat nodig zou zijn bij niet-nalatige uitvoering van de behandeling. . . . Als Dr. Drury de operatie had uitgevoerd zonder nalatig te zijn, maar mevrouw Shorter toch was doodgebloed, zou de arts in deze zaak niet aansprakelijk kunnen worden gesteld.” Echter . . .

„De gevaren van het toepassen van D en C zijn nooit volledig duidelijk gemaakt aan het echtpaar Shorter; hun is niet verteld dat er drie methoden voor bestaan, noch is hun verteld dat de methode die Dr. Drury van plan was te gebruiken de methode was waarbij de grootste kans bestond op een perforatie van de baarmoeder en overmatige bloedingen.” Daarom verklaarden deze rechters: „Door Dr. Drury’s nalatigheid nam de kans dat mevrouw Shorter dood zou bloeden enorm toe; aldus nam de ’grootte’ van het risico toe.” Deze rechters waren van mening dat de volle $412.000 diende te worden betaald.

Artsen en ziekenhuizen kunnen uit deze zaken opmaken dat de gerechtshoven erkennen dat de behandeling van Jehovah’s Getuigen met gebruikmaking van documenten voor ontheffing van aansprakelijkheid, „passend” is. Een dergelijke gedocumenteerde weigering van bloed door een volwassene kan zelfs worden gerespecteerd in gevallen waarbij minderjarige kinderen en niet-gelovige familieleden betrokken zijn. Maar de motivering bij de zaak Shorter luidde: „Zo’n ontheffing biedt degenen die van aansprakelijkheid zijn vrijgesteld echter geen bescherming tegen hun eigen nalatigheid bij de behandeling van de patiënt.” Dat is eerlijk tegenover zowel de arts als de patiënt.

In de zaken Randolph en Shorter volgde er een overlijden na een beweerde medische fout. Doch in een ander, recenter geval was de afloop veel gelukkiger.

De zaak Jackson — moeder en dochter maken het goed

Ernestine Jackson was ongeveer 26 weken zwanger toen in februari 1984 de weeën begonnen. De staf in het Mercy Hospital in Baltimore, Maryland, stelde vast dat de patiënte wegens een eerdere operatie en de ligging van de foetus een gescheurde baarmoeder riskeerde. Men drong aan op een verlossing door middel van een keizersnede. Het echtpaar Jackson stemde toe, maar zij vroegen geen bloed toe te dienen. Zij aanvaardden de christelijke geloofsovertuiging van Jehovah’s Getuigen met wie zij de bijbel bestudeerden.

De staf van het katholieke ziekenhuis gaf te kennen dat er een kans van 50 procent bestond dat mevrouw Jackson een bloedtransfusie nodig zou hebben. Toen „zij standvastig weigerde een compromis aan te gaan” vroeg het ziekenhuis aan rechter Greenfeld een voogd aan te stellen die gemachtigd was toestemming te geven voor een transfusie. Na een onderhoud aan het bed wees rechter Greenfeld het verzoek van het ziekenhuis af.

’Wat gebeurde er toen?’ vraagt u zich misschien af. Wel, hoewel de toestemming om bloed te gebruiken ontbrak, verrichtten de doktoren de keizersnede. Er bleek geen bloed nodig te zijn en het werd niet gebruikt. Zowel moeder als dochter bleven in leven en gingen later naar huis. Zij maken het nog steeds goed.

Het lijkt misschien dat de kwestie hiermee afgedaan was. Maar dat was niet het geval. Het ziekenhuis ging in hoger beroep, op basis van de vraag: „Was er . . . sprake van een dwaling toen de rechtbank besliste dat een handelingsbekwame zwangere volwassene in de genoemde omstandigheden het recht heeft om op grond van haar religieuze overtuiging toestemming voor een bloedtransfusie te weigeren?”

Het Hof van beroep van de staat Maryland​3 gaf toe dat de kwestie niet langer dringend was omdat mevrouw Jackson en haar kind de operatie hadden overleefd zonder gebruik van bloed. Maar het Hof verklaarde de vraag ontvankelijk aangezien er zich andere, soortgelijke kwesties zouden kunnen voordoen.

Het Hof nam er nota van dat het Mercy Hospital als argument aanvoerde dat het tot een katholieke orde behoorde en was „gewijd aan de instandhouding van het leven”. Niettemin verklaarde de rechtbank dat het Mercy Hospital zich „niet terecht [kon] beklagen dat de godsdienstige gevoelens van mevrouw Jackson hooggehouden werden ten koste van die van het ziekenhuis . . . Godsdienstvrijheid betekent dat iemand het recht heeft zijn religieuze geloofsovertuiging te volgen zonder inmenging van enige andere religie, niet-religie of de overheid”.

Maar hoe staat het met de belangen van de staat? „De staat Maryland . . . was bij dit appel betrokken door als amicus curiae [belangeloos raadgever in een rechtszaak] haar argumentatie in te dienen, en ze wees erop dat, in weerwil van het door het Mercy Hospital beweerde tegendeel, de staatszorg voor de instandhouding van het leven niet noodzakelijkerwijs absoluut is.” Bovendien merkte het Hof op dat de wet van de staat Maryland „een nadrukkelijk mandaat bevat dat de beslissing van de patiënt betreffende de soort van behandeling die de patiënt zal ondergaan, van doorslaggevend belang is. De wet verklaart zelfs dat het uiteindelijk de patiënt is die bepaalt of de behandeling wel of niet zal plaatsvinden”.

Merk op wat de conclusie van het Hof was: „In zijn weigering van het verzoek van het Mercy Hospital om een voogd voor mevrouw Jackson zei rechter Greenfeld: ’Dit Hof is van mening dat een handelingsbekwame, zwangere volwassene het uiteindelijke recht bezit om in overeenstemming met haar religieuze geloofsovertuiging een bloedtransfusie te weigeren waar zo’n beslissing met kennis van zaken en vrijwillig is genomen en deze de geboorte, overleving of verzorging van de foetus niet in gevaar zal brengen. Deze conclusie stemt overeen met het recht van de patiënt om pas na volledige informatie zijn toestemming te geven voor een behandeling . . . en het daaruit voortvloeiende recht die medische behandeling te weigeren.’ Wij stemmen daarmee in. VONNIS BEKRACHTIGD.” — 4 april 1985.c

Deze rechtszaken zijn beslist belangrijk. Ze benadrukken dat wij allen het recht bezitten een beslissing te nemen betreffende de soort van medische behandeling die wij ontvangen en dat onze beslissing onze diepste religieuze of ethische overtuigingen kan weerspiegelen. Bovendien kunnen artsen en ziekenhuizen eruit opmaken dat zij veilig de niet-discriminerende medische verzorging kunnen verschaffen die zij voor allen wensen. Als zij dit doen, zullen zij bemerken dat Jehovah’s Getuigen meewerkende, dankbare patiënten zijn wier sterke wil om te leven een essentieel element toevoegt aan hun herstel.

[Verwijzingen]

1. Randolph vs. City of New York, N.Y.L.J., 12 okt. 1984, at 6, col. 4 (N.Y. Sup. Ct. 1 okt. 1984)

2. Shorter vs. Drury, 103 Wash. 2d 645, 695 P.2d 116 (1985)

3. Mercy Hospital, Inc. vs. Jackson, 62 Md. App. 409, 489 A.2d 1130 (Md. Ct. Spec. App. 1985)

4. St. Mary’s Hospital vs. Ramsey, 465 So. 2d 666 (Fla. Dist. Ct. App. 1985)

[Voetnoten]

a Zie voor een bespreking van de religieuze en ethische redenen daarvoor de brochure Jehovah’s Getuigen en de bloedkwestie, (1977), uitgegeven door het Wachttorengenootschap.

b Het Amerikaanse Medische Genootschap (AMA) verschaft een formulier voor de ontheffing van aansprakelijkheid in Medicolegal Forms With Legal Analysis (1976), bladzijde 85. Jehovah’s Getuigen hebben dit formulier heel vaak gebruikt.

c Op 27 maart 1985 kwam het Hof van beroep in de Amerikaanse staat Florida tot een soortgelijke beslissing.4 Daarin werd bevestigd dat zelfs in een levenbedreigende situatie een transfusie kon worden geweigerd door een 27-jarige man hoewel hij bijdroeg tot het onderhoud van een minderjarig kind. Er werd aan toegevoegd: „Bovendien zijn bloedtransfusies niet zonder risico en wij nemen onpartijdig nota van de nadelige en wellicht weerzinwekkende gevolgen voor de ontvanger, die het gevolg kunnen zijn van een transfusie met onzuiver bloed.”

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen