Waarom sommigen niet lezen
VELEN bezien lezen als een vervelend karwei. Waarom? Een van de redenen is dat sommigen op school nooit behoorlijk hebben leren lezen. Een 34-jarige vrouw vertelde dat het enige wat zij zag als zij naar een gedrukte bladzijde keek, „een warrige massa” was waar zij geen touw aan kon vastknopen. Soms kostte het haar wel twee minuten om een zin te lezen.
Nog niet zo lang geleden eiste een man die de middelbare school had doorlopen, een schadevergoeding van een half miljoen dollar van het San Francisco Unified School District dat hem een einddiploma middelbare school had verleend hoewel hij amper kon lezen en schrijven. Volgens het verslag kon hij lezen op het niveau van de vierde of vijfde klas lagere school toen hij zijn diploma kreeg. Het gevolg was, dat hij, toen hij ging solliciteren, bemerkte dat hij niet in staat was de sollicitatieformulieren naar behoren in te vullen. Hoe kon zo iets gebeuren?
Uiteenlopende onderwijsmethoden
Het ellendige is dat bepaalde methoden voor leesonderwijs ernstige gebreken lijken te vertonen. De laatste jaren is er veel kritiek gekomen op de „globaalmethode”. Deze methode leert de leerling hele woorden te herkennen zonder dat hij in staat is de afzonderlijke lettergrepen en letters op te noemen waaruit die woorden bestaan. Als voornaamste bezwaar wordt tegen de methode ingebracht dat ze lezers voortbrengt die naar woorden raden, die grote moeite hebben met het uitspreken van nieuwe woorden en die onnauwkeurig lezen doordat zij op elkaar lijkende woorden met elkaar verwarren.
Ter illustratie: In zijn boek Why Johnny Still Can’t Read heeft de auteur, Rudolf Flesch, een brief opgenomen die hij ontvangen had van een vrouw die zichzelf beschreef als een slachtoffer van de „globaalmethode”. Zij schreef: „Wij mochten naar de plaatjes kijken, een appel bijvoorbeeld. De onderwijzeres zei dat wij het woord appel moesten onthouden omdat er twee P’s in stonden. Dit betekende dat ik iedere keer als ik een woord met twee P’s zag, dacht dat er appel stond.”
Naar schatting kan het Amerikaanse kind met toepassing van de „globaalmethode” aan het eind van het eerste leerjaar slechts ongeveer 350 woorden herkennen. Aan het eind van het tweede leerjaar heeft hij daar ongeveer 1100 woorden aan toegevoegd, aan het eind van de derde klas ongeveer 1200 en aan het eind van de vierde klas ongeveer 1550. Dat betekent dat het kind over een totale woordenschat van 4200 woorden beschikt.
Men schat dat daarentegen kinderen die leren lezen met een methode die uitgaat van het beginsel „eerst de klanken”, mogen verwachten aan het einde van hun vierde jaar basisonderwijs een 40.000 woorden te hebben geleerd. Bij zo’n „fonetische” methode leert de leerling niet alleen de namen van de letters, maar ook hoe ze in een woord klinken. Eerst raken de kinderen vertrouwd met de afzonderlijke klanken en leren die tot woorden samen te voegen. Vervolgens leren zij de tekens bij die klanken — de letters. Daar worden dan twee-, drie- en vierletterige woordjes mee gevormd die daarop tot zinnetjes worden gecombineerd. (Zie Ontwaakt! van 8 december 1967, blz. 15-19.) Onafhankelijke onderzoeken schijnen te bevestigen dat men bij het leesonderwijs in de laagste klassen het beste de fonetische methode kan gebruiken.
Wat de zaak echter nog ingewikkelder maakt, is dat sommige onderwijzers een negatieve kijk op het leervermogen van hun leerlingen hebben. Een deskundige verklaarde: „Of kinderen nu wel of niet tot de ’kansarmen’ behoren, zwart of blank, rijk of arm zijn, heeft niets te maken met hoe goed kinderen leren lezen. Mijn beroepservaring leert dat dergelijke uitspraken niets dan uitvluchten zijn om de kinderen niet te leren lezen.” — Wij cursiveren.
Andere factoren beïnvloeden het leesgedrag
Televisie wordt genoemd als nog een reden waarom mensen niet lezen. Volgens bepaalde schattingen zal iemand in de Verenigde Staten als hij de leeftijd van zeventig jaar bereikt, in zijn leven 70.000 uur televisie gekeken hebben. Alleen aan werken en slapen is dan meer tijd besteed! TV Guide meldt: „Steeds meer wetenschappelijk bewijsmateriaal wijst erop dat voor kinderen in de laagste klassen van het basisonderwijs veel tv-kijken onverenigbaar is met het aanleren van de fundamentele vaardigheden lezen en schrijven. Onderzoekingen . . . geven aanleiding tot de gedachte dat zelfs kinderen uit een milieu waar lezen belangrijk wordt gevonden maar die ook veel tv mogen kijken, bijzonder vatbaar zijn voor leesmoeilijkheden.”
Er zijn nog meer factoren die rechtstreeks van invloed zijn op iemands vermogen om goed te leren lezen. „Een kind van wie de ogen niet goed functioneren, kan last hebben van hoofdpijn, oogpijn, nerveuze spanning en andere kwalen waardoor lezen een bijzonder onaangename bezigheid wordt.” — Diagnostic and Remedial Teaching, blz. 49.
Ook gehoorstoornissen spelen soms een rol. Slechthorende kinderen hebben uiteraard een handicap in klassen waar fonetische leermethoden worden gebruikt.
Emotionele factoren kunnen eveneens een aanzienlijke rol spelen. Een autoriteit zegt bijvoorbeeld: „Een kind dat aanvankelijk op moeilijkheden met lezen stuit, ontwikkelt ten aanzien van lezen dikwijls een instelling die hem in zijn verdere vorderingen belemmert”, en hij voegt eraan toe: „Er zijn gevallen bekend van personen die alleen al bij het zien van een boek of het horen van het woord lezen een gevoel van spanning en onbehagen kregen.” Ook kunnen huiselijke omstandigheden — een uiteengevallen gezin, gebrek aan zekerheid thuis, of neurotische ouders — dikwijls van invloed zijn op de vorderingen die een kind met lezen maakt.
De allerbelangrijkste factor die van invloed is op iemand die slecht leest, is het feit dat hij niet leest. Het punt is namelijk dat niemand ooit heeft leren lezen zonder te lezen. Dikwijls wortelt dat niet-lezen in een of meer van de reeds besproken lichamelijke of emotionele factoren.
Wat ook de reden is waarom iemand gebrekkig leest, wanneer men er werkelijk moeite voor doet hierin verbetering aan te brengen, zal dat na verloop van tijd beslist tot resultaat leiden. In het volgende artikel zullen wij suggesties geven die daarbij wellicht nuttig kunnen zijn.
[Illustratie op blz. 5]
Kinderen die te veel tv mogen kijken, zijn zeer vatbaar voor leesmoeilijkheden