Onder de indruk van de rechtschapenheid van Jehovah’s Getuigen
IN 1978 bezocht Christine E. King het Engelse bijkantoor van Jehovah’s Getuigen in Londen. In verband met haar werk aan een academisch proefschrift ter verkrijging van de doctorstitel, won zij inlichtingen in over de ervaringen van de Getuigen in Duitsland gedurende de Tweede Wereldoorlog. Tijdens het verzamelen van materiaal raakte zij zo onder de indruk van het onverzettelijke standpunt van de Getuigen in Nazi-Duitsland dat zij besloot haar dissertatie te bewerken en uit te breiden zodat ze in boekvorm zou kunnen worden gepubliceerd. Na haar promotie schreef zij in een brief aan het bijkantoor: „Ik vond mijn onderzoek over Jehovah’s Getuigen een bijzondere uitdaging en ik heb grote bewondering gekregen voor de wijze waarop de Duitse Getuigen op de nazi’s hebben gereageerd; ik hoop dat mijn boek dit zal weerspiegelen.” De titel van het boek van Dr. King is The Nazi State and the New Religions: Five Case Studies in Non-Conformity.
Wat van de bevindingen van Dr. King het meest in het oog springt, zijn de cijfers van het aantal doden en het aantal jaren gevangenzetting van Jehovah’s Getuigen. Uit haar cijfermateriaal blijkt dat de voorheen door de Getuigen gepubliceerde getallen veel te laag geschat waren. De bron die Dr. King voor haar aantallen gebruikte, was een in München (Duitsland) uitgegeven boeka van Michael Kater. „Mijn eigen onderzoek van gerechts- en Gestapodossiers”, verklaarde zij, „zou deze hogere cijfers zeker ondersteunen.”
Welke cijfers zijn dat? „Zo’n 10.000 werden gevangengezet, en zij ontvingen veroordelingen tot in totaal 20.000 jaar. Eén op elke twee Duitse Getuigen werd gevangengezet, één op de vier verloor het leven.
„Ondanks alle ongunstige omstandigheden”, vervolgde zij, „kwamen Getuigen in de kampen bij elkaar en baden gezamenlijk, vervaardigden lectuur en maakten bekeerlingen. Ondersteund door hun kameraadschap en, in tegenstelling tot vele andere gevangenen, zich goed bewust van de redenen waarom zulke plaatsen bestonden en waarom zij zo moesten lijden, bleken de Getuigen een kleine maar gedenkwaardige groep gevangenen te zijn, gekenmerkt door de paarse driehoek en befaamd om hun moed en hun overtuiging.”
Haar beschouwing vervolgend, voegde Dr. King eraan toe: „Men bleef trouw aan theologische beginselen; de Getuigen bleven ’neutraal’, zij waren eerlijk en volledig betrouwbaar en als zodanig werden zij ironisch genoeg vaak tewerkgesteld als bedienden van de SS [de organisatie die de concentratiekampen bestuurde]. Eén SS-officier gaf als commentaar dat het slechts aan een getuige van Jehovah kon worden toevertrouwd zijn meester met een lang scheermes te scheren zonder dat het scheermes voor zeer gewelddadige doeleinden werd aangewend.”
Na het commentaar dat het nazi-regime andere sekten zoveel vrees had ingeboezemd dat zij het met de nazi’s op een akkoordje gooiden, verklaarde Dr. King: „Slechts tegen de Getuigen oogstte de regering geen succes, want hoewel ze duizenden had gedood, ging het werk [de prediking van Jehovah’s koninkrijk] door en in mei 1945 was de beweging der Jehovah’s Getuigen nog steeds levend, terwijl het nationaal-socialisme niet meer bestond. Het aantal Getuigen was toegenomen en er waren geen compromissen gesloten. De beweging had martelaren verworven en had opnieuw een succesvolle strijd gestreden in de oorlog van Jehovah God.”
[Voetnoten]
a „Die Ernsten Bibelforscher Im Dritten Reich” in Vierteljahrs Hefte Für Zeitgeschichte, deel 17, München, 1969.