Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g85 8/4 blz. 17-21
  • De naam van God kan niet uitgewist worden

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • De naam van God kan niet uitgewist worden
  • Ontwaakt! 1985
  • Onderkopjes
  • De naam in de oorspronkelijke geschriften
  • De naam in oude Nederlandse bijbels
  • Onverwachte ontdekkingen
  • Getuigenissen uit oude geschriften
  • Welke uitspraak is de juiste?
  • Een naam die bekendgemaakt moet worden
Ontwaakt! 1985
g85 8/4 blz. 17-21

De naam van God kan niet uitgewist worden

ER IS een boek dat verder teruggaat in de geschiedenis der mensheid dan alle andere oude geschriften. Dit boek is de bijbel. De man die ongeveer 2500 jaar geleden de opdracht kreeg er een begin mee te maken dit boek te schrijven, vermeldde ook de naam van de God die hem gebood te schrijven. Zo lezen wij in het tweede boek van de bijbel: „Toen zei God nogmaals tot Mozes: ’Dit dient gij tot de zonen van Israël te zeggen: „Jehovah, de God van uw voorvaders, de God van Abraham, de God van Isaäk en de God van Jakob, heeft mij tot u gezonden.” Dit is mijn naam tot onbepaalde tijd, en dit is de gedachtenis aan mij van geslacht tot geslacht.’” — Exodus 3:15.

Waarschijnlijk hebt u de naam Jehovah wel eens horen noemen omdat Jehovah’s Getuigen die naam vaak in hun prediking gebruiken. Of misschien bent u wel heel goed op de hoogte met die naam. In de door Jehovah’s Getuigen gebruikte Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift komt Gods naam duizenden malen voor, en ook in hun religieuze geschriften kunt u die naam veelvuldig lezen. Toch zult u misschien zeggen dat u die naam in uw eigen exemplaar van de bijbel nergens bent tegengekomen en er ook in uw kringen hoogstens heel sporadisch over hebt gehoord. Maar hoe staat het dan met de hierboven aangehaalde verklaring dat de naam Jehovah een gedachtenis aan God zou zijn „van geslacht tot geslacht”?

De naam in de oorspronkelijke geschriften

In de originele Hebreeuwse Geschriften van de bijbel, of het zogenoemde Oude Testament, wordt de naam van God weergegeven door vier Hebreeuwse medeklinkers: Jōdh (י), He’ (ה), Waw (ו), He’ (ה), overeenkomend met de Nederlandse medeklinkers JHWH of JHVH. De lezer moest de klinkers zelf tussenvoegen. En omdat het Hebreeuws van rechts naar links gelezen wordt, ziet de naam Jehovah, of Jahweh, er in het Hebreeuws aldus uit: יהוה. In deze vorm verschijnt Gods naam 6973 keer in de Hebreeuwse Geschriften van de bijbel. Maar hoe komt het dan dat die naam Jehovah misschien niet in úw bijbel staat?

Voor de vroege christenen leed het geen twijfel dat Gods naam belangrijk was, en zij gebruikten die naam veelvuldig in hun geschriften. Telkens wanneer zij terugverwezen naar een gedeelte uit de Hebreeuwse Geschriften waar de naam van God in de vier Hebreeuwse medeklinkers verscheen, was het logisch dat zij in hun eigen geschriften op diezelfde plaats de naam van God ook daadwerkelijk neerschreven. Dat is de reden waarom de apostelen Petrus en Paulus, die beiden een aanhaling deden uit Joëls profetie (Joël 2:32), de naam Jehovah gebruikten. Petrus zei: „Al wie de naam van Jehovah aanroept, zal worden gered.” Enkele jaren later schreef Paulus: „Want ’een ieder die de naam van Jehovah aanroept, zal worden gered’.” — Handelingen 2:21; Romeinen 10:13.

Doch vroeg in de tweede eeuw G.T., nadat de laatste van de apostelen was gestorven, begon de door Jezus en zijn apostelen voorzegde afval van het christelijke geloof ernstige vormen aan te nemen. Naarmate dit afvallige christendom zich verbreidde, rees de behoefte aan vertalingen van de bijbel uit het oorspronkelijke Hebreeuws en Grieks. Hoe gaven de vertalers Gods naam in hun vertalingen weer? Gewoonlijk gebruikten zij het equivalent van „Heer”. De reden voor deze vervanging werd in een voorwoord van de moderne bijbelvertaling door de geleerden Smith en Goodspeed als volgt verklaard: „In deze vertaling hebben wij de orthodoxe joodse traditie gevolgd en de naam ’Jahweh’ vervangen door ’de Heer’ en de zinsnede ’de Heer Jahweh’ door ’de Here God’. In alle gevallen waar ’Heer’ of ’God’ staat ter vervanging van ’Jahweh’ in de grondtekst, zijn kleine kapitale letters gebruikt.”

Is het niet duidelijk dat hier werkelijk sprake is van het uitwissen van de naam van God? Hoe zou u het echter vinden als u een wettelijk document had opgesteld waarin uw persoonlijke naam ettelijke keren voorkomt en dan later zou bemerken dat uw naam overal was weggeschrapt en vervangen door „de Heer”? Zou dat document trouwens nog enige wettelijke waarde hebben?

De naam in oude Nederlandse bijbels

Nog maar zo’n 200 jaar geleden, in 1762, verscheen in Nederland een uitgave van de Statenvertaling met op de titelpagina van deze bijbel de aankondiging dat Gods gedenknaam JEHOVAH onvertaald gehouden was. En inderdaad verschijnt de naam van God, Jehovah, in het zogenoemde Oude Testament van deze uitgave op alle plaatsen waar in het Hebreeuws het Tetragram יהוה staat. Helaas hebben latere uitgaven van de Statenvertaling dit goede voorbeeld niet gevolgd en zijn weer teruggegaan naar de oorspronkelijke beslissing van de vertalers van de Statenbijbel om JEHOVAH te vervangen door HEER of HERE. Als u dus een exemplaar van de Statenvertaling bezit, is de kans groot dat u de naam Jehovah daarin niet aantreft.

Gelukkig werd de Statenvertaling door de oorspronkelijke vertalers van kanttekeningen voorzien, en derhalve vindt men in elke oude uitgave van deze bijbel, zoals bijvoorbeeld de Pieter Keur-uitgave, bij Genesis 2:4, waar de Hebreeuwse vorm van de naam Jehovah voor het eerst in de bijbel voorkomt, de volgende nuttige opmerking: „Hier [wordt] allereerst aan God den naam JEHOVAH gegeven . . . Onthoud dit eens voor al: waar gij voortaan het woord HERE met groote letters geschreven vindt, dat aldaar het Hebreeuwsche woord JEHOVAH, of korter JAH staat.” Met deze achtergrond kan iedereen die de bijbel leest, weten dat ook al wordt in zijn bijbel HEER of HERE gebruikt, daar toch het Hebreeuwsche Tetragram voor JEHOVAH heeft gestaan.

Er zijn ook nog andere Nederlandse bijbels waarin de lezers de naam Jehova(h), of de andere vorm Jahweh, zullen aantreffen. Voorbeelden hiervan zijn de Van der Palm-bijbel en de Petrus-Canisiusvertaling. Ook is het vermeldenswaard dat de Nederlandse Voorhoeve-vertaling (uitgave 1931) laat zien dat de naam Jehovah in de Griekse Geschriften thuishoort. In een voetnoot bij de uitdrukking „engel des Heeren” staat: „’Heer’, zonder lidwoord in het Grieksch, duidt hier gelijk op vele andere plaatsen in het N.T., den naam Jehovah aan.”

Dan was er nog een zekere Willem Antony van Vloten, eertijds godsdienstleraar in Waddinxveen, die op zijn langdurige ziekbed een vertaling van de bijbel heeft vervaardigd. Hij schreef in zijn voorrede: „Ik schrijf voor geene Geleerden, maar voor onbevooroordeelde Bijbelminnaaren.” Om zijn woorden kracht bij te zetten, heeft hij in zijn bijbelvertaling zowel in de Hebreeuwse als in de Griekse Geschriften overal de naam Jehovah gebruikt waar die in de oorspronkelijke tekst staat. Het eerste deel van zijn vertaling verscheen in 1789 en het laatste deel, Hebreeën tot en met Openbaring, in 1796. Om slechts twee voorbeelden te noemen. Zijn vertaling van Exodus 3:15 luidt: „Jehovah uwer vaderen Ælohim, de Ælohim van Abraham, de Ælohim van Isaäk, en de Ælohim van Jakob heeft mij tot u gezonden.” En Romeinen 10:13 vertolkt hij aldus: „Daar toch elk, die den naam van Jehovah inroept, gelukkig zal worden.” Een iets recentere, maar toch nog zeer oude bijbel uit 1805 is De bijbel uit het Hebreeuwsch door IJ. van Hamelsveld. Dit is een vertaling van de Hebreeuwse Geschriften (Oude Testament) en ook hierin wordt consequent de gedenknaam „Jehova” gebruikt. Door het getrouwe werk van dergelijke godvrezende personen wordt duidelijk bewezen dat de naam van God, Jehovah, niet uitgewist kan worden. Zijn er nog meer bewijzen?

Onverwachte ontdekkingen

In het nu volgende gedeelte zouden wij u graag willen meenemen naar enkele plekken in Nederland waar de goddelijke naam Jehovah, of de Hebreeuwse lettertekens voor deze naam, op verrassende wijze wordt aangetroffen op plaatsen waar men deze naam niet zo gauw verwacht, ofschoon men door wat dieper na te denken wel kan begrijpen wat mensen in het verleden ertoe heeft gebracht de naam van God in een gevel of op een gedenksteen aan te brengen. Zo blijkt Gods zorg voor de wezen onder andere uit Psalm 82:3 (PC), waar staat: „[God] neemt het op voor de zwakken en wezen.” Hieraan is dan ook het motief ontleend voor een prachtig beeldhouwwerk dat in 1764 boven de ingang van het hervormd weeshuis in Rotterdam werd aangebracht. Op het reliëf wordt getoond hoe een kind bescherming zoekt, en als een duidelijk bewijs dat Jehovah de Vader van de wezen is, ziet u boven de hoofden van de mensen in het tafereel het Tetragram יהוה. Dit kunstwerk is te bezichtigen in het museum „De dubbelde Palmboom” in Delfshaven, Rotterdam.

Een korte reis brengt ons van Rotterdam naar Dordrecht. Op de „Groothoofdspoort” van de stad staat een afbeelding van de Dordtse maagd. Deze poort werd omstreeks 1440-1450 gebouwd en diende als plaats van binnenkomst voor reizigers die via de rivier aankwamen. Onder de beeltenis van de maagd boven de poort is een steen te zien waarop nog drie regels staan van een oorspronkelijk uit zeven regels bestaande boodschap. In de onderste regel leest u „CUSTOS ESTO MIHI DEUS IEHOVA”, ofwel „God Iehova zij mij tot een beschermer”.

Vele Nederlanders kennen het gezellige marktplein in Maastricht met het oude stadhuis. Een bezoeker die op de werkdagen tussen 9 en 6 uur de trappen oploopt en het zeventiende-eeuwse gebouw binnengaat, komt onder de indruk van de grote koepelvormige ontvangsthal. Boven in de koepel staat in de prachtige schildering het Tetragram, omgeven door een afbeelding van engelen in een wolkentafereel.

Inwoners van het dorpje Middelstum in de provincie Groningen hebben in hun midden een heel bijzonder bewijs dat de naam van Jehovah niet uitgewist kan worden. In de Burchtstraat staat een bijzonder fraai bouwwerk, de Asinga-poort, die in 1611 voor het landgoed Asinga werd gebouwd. In de voorgevel prijkt een ingemetselde cartouche met het godsdienstige opschrift „Soli Deo Honor & Gloria 1611”. Hierboven staan in een stralende zon de Hebreeuwse lettertekens voor de naam Jehovah. Zo verschijnt dus Gods gedenknaam zelfs in het wapen van de Asinga’s. Zoals uit deze paar voorbeelden blijkt, zijn er voldoende getuigenissen die aantonen dat de naam van God niet uitgewist kan worden.

Getuigenissen uit oude geschriften

Ons nazoekwerk met betrekking tot de naam van God hoeft zich niet tot de bijbel en historische monumenten te beperken. Over de gehele wereld kan men in allerlei lectuur en literatuur talloze bewijzen vinden die op overweldigende wijze laten uitkomen dat de naam van God een vaste plaats in de wereldliteratuur heeft. Laten wij ook op dit terrein eens een kijkje nemen in Nederland.

Natuurlijk zal in de eerste plaats uit kerkelijke literatuur blijken dat dit zo is. Wellicht zult u zelf in catechisatieboeken, berijmde psalmen en dergelijke geschriften de naam Jehovah, of een andere vorm ervan, zijn tegengekomen. Hier volgen enkele voorbeelden. In 1881 werd in Leiden door J. H. Donner een boekje in brochurevorm uitgegeven getiteld De bijbelse geschiedenis ten dienste van het catechetisch onderwijs. Op bladzijde 30 vindt u vraag 2 van de twintigste les: „Waarin bestond de plechtige dienst, dien Israël Jehova te wijden hadt?” Een recentere verwijsbron is het Vraagboek over de Gereformeerde geloofsleer door L. H. Beekamp (1953). Vraag 2(b) van hoofdstuk III luidt: „Welke is de allergrootste Naam Gods?” Hierop volgt het antwoord: „De Naam Jehovah of Heere.”

Velen kennen de dichtwerken van de Nederlandse dichter P. A. de Genestet. In 1851 verschenen zijn eerste gedichten. Na zijn dood werden al zijn gedichten verzameld uitgegeven. Het is interessant om in deze volledige uitgave te lezen hoe De Genestet de weduwe uit Markus 12:41-44 beschrijft, over wie Jezus opmerkte dat haar penningske meer was dan wat alle anderen hadden gegeven, daar zij van haar armoede gaf. Over haar zegt hij: „Want zij was één dier warmbezielden, dier heiligen uit de oude stam die voor hun God Jehovah knielden in ’t heilgeloof van Abraham.”

Nicolaas Beets, Nederlands letterkundige en predikant, schreef onder de schuilnaam Hildebrand de Camera Obscura. De eerste editie verscheen in 1839. Een van de drie verhalen in dit boekwerk is getiteld „De familie Stastok”. Hij vertelt hoe Pieter Stastok wordt binnengeleid in de pronkkamer van de boerderij. Aan de wand hingen enkele schilderijen, alsook een verguld lijstje met een tabelletje waarop men kon lezen hoeveel hoofdstukken, verzen, woorden, letters, enzovoort, in de bijbel staan. En hoe luidt de kop van het tabelletje? „MEN VINDT IN DEN BYBEL, DE NAAM JEHOVAH OF HEERE, 6855 Maal, het middelste staat 2 Chron. 4, Vers 16.” Ja, het was heel gewoon de naam Jehovah te gebruiken.

Welke uitspraak is de juiste?

In feite kan niemand met zekerheid zeggen hoe de naam van God oorspronkelijk werd uitgesproken. Dit komt doordat de bijbel in het Hebreeuws werd geschreven en de schrijvers alleen medeklinkers gebruikten. Zolang het Hebreeuws nog een levende taal was, konden de ontbrekende klinkers gemakkelijk aangevuld worden, en als de Israëlieten destijds de vier medeklinkers zagen, vulden zij zonder erbij na te denken de klinkers in. Het zal voor u ook geen probleem vormen om „gulden” uit te spreken als u alleen maar „gld” ziet staan. Toen de Hebreeuwse taal minder gebruikt werd, raakte de oorspronkelijke uitspraak van Gods naam ten slotte in vergetelheid.

In veel Nederlandse encyclopedieën en bijbelse woordenboeken vindt u telkens weer de opmerking dat de uitspraak van de naam Jehovah minder gangbaar is dan de uitspraak Jahweh. Toch dacht men er vroeger blijkbaar anders over, zoals gebleken is uit de vele voorbeelden die in dit artikel werden getoond. Ofschoon het niet verkeerd is een vorm als Jahweh te gebruiken, zal de vorm Jehovah evenwel sneller ingang vinden omdat deze vorm in de meeste talen ingeburgerd is. Niet de uitspraak of precieze schrijfwijze is het belangrijkste, maar het volgende.

Een naam die bekendgemaakt moet worden

Alleen maar op de hoogte te zijn van het feit dat God een naam heeft die Jehovah luidt, is slechts een begin. Kijkt u eens naar de hierbij afgedrukte foto van de Nederlands hervormde kerk in Strijen. Onder de op buitengewoon indrukwekkende wijze afgebeelde naam Jehovah boven de kooringang, ziet u de woorden: „DIE MY EEREN ZAL IK EEREN. DIE MY VERSMADEN ZULLEN LIGT GEACHT WORDEN.” Dit is een aanhaling van het bijbelgedeelte in 1 Samuël 2:30. Daarom doen wij een dringend beroep op u meer te weten te komen over de ware God Jehovah. Dit zou ertoe kunnen leiden dat u zult gaan behoren tot degenen „die de naam van Jehovah aanroepen”, de naam die niet uitgewist kan worden (Romeinen 10:13). Aldus zult u aan uw redding werken. Jehovah’s Getuigen in uw omgeving zullen u hier graag behulpzaam bij zijn.

[Kader op blz. 20]

Een greep uit de lange lijst van gebouwen, voorwerpen en documenten waarop of waarin de naam Jehovah of het Hebreeuwse Tetragram te zien is

● Op een kerk in Losdorp, provincie Groningen

● Op een vroegere joodse synagoge in Roermond

● Op een van de ramen van de St.-Nicolaaskerk te Edam

● Op een synagoge uit 1909 in Emmen

● Op een zeventiende-eeuwse haardplaat van een woning op het terrein van boerderij Kloosterwijtwerd te Usquert, provincie Groningen

● In het Geuzenembleem

[Illustratie op blz. 18]

Groothoofdspoort in Dordrecht

[Illustratie op blz. 19]

Cartouche in de Ansinga-poort in Middelstum (Groningen)

[Illustratie op blz. 21]

Jehovah’s naam in de Nederlands hervormde kerk in het Zuidhollandse Strijen

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen