Jonge mensen vragen . . .
Is het normaal dat ik zoveel verdriet heb?
MITCHELLS vader is enkele maanden geleden bij een tragisch ongeval om het leven gekomen. Mitchell mist hem nog steeds — heel erg. Hij herinnert zich hoe hij zich voelde op de dag dat zijn vader stierf.
„Ik was in een shocktoestand. Die hele dag zou ik, als niemand ter sprake had gebracht dat mijn vader gestorven was, er niet meer aan gedacht hebben. Zelfs als ik het anderen vertelde, geloofde ik het niet. ’Het kan niet waar zijn’, hield ik mijzelf telkens weer voor. ’Vader heeft als beroepschauffeur iedere week, in weer en wind, honderden kilometers met zijn vrachtwagen gereden, en hij is altijd thuisgekomen. Het kan niet waar zijn.’”
Misschien heb jij iets soortgelijks meegemaakt. Iemand van wie je hield, is gestorven — een ouder, een broer, een zuster of een vriend of vriendin. Je zou denken dat je verdriet zou voelen en verder niets. Maar je kunt, ronduit gezegd, allerlei gevoelens hebben — van alles tussen woede, verwarring en angst.
Dan komen vrienden die het goed bedoelen maar je moeilijkheden nog erger maken door je te vertellen hóe je verdriet moet hebben: „Je moet dapper en sterk zijn.” „Je moet een voorbeeld voor anderen zijn.” „Je moeder [of wie er ook maar gestorven is] zou niet willen dat je huilde.” Maar hoe je ook je best doet, je kunt je tranen niet inhouden. Of je probeert de pijn die je voelt, te onderdrukken, weg te duwen.
Mankeert er soms iets aan je? Integendeel, het is heel normaal dat je zulke gevoelens hebt. Zelfs Jezus Christus „begon te wenen” en „zuchtte” inwendig toen hij hoorde dat een intieme vriend van hem gestorven was (Johannes 11:33-37). Wanneer je beseft dat anderen hetzelfde hebben gevoeld als jij, kan dat je misschien helpen je gevoelens beter te begrijpen en je verlies te verwerken.
Als een boze droom
Eerst voel je je wellicht verdoofd, net als Mitchell. Misschien hoop je in het diepst van je hart dat het allemaal maar een boze droom is, dat iemand je wakker komt maken en dat alles dan weer net zo is als altijd.
„Het lijkt onecht”, legt Brian uit, wiens vader enkele maanden geleden gestorven is. „Mensen die zeggen: ’Gecondoleerd met je vader.’ Het is net alsof het niet echt gebeurt.” Cindy beaamt dat. Haar moeder is aan kanker gestorven. Cindy verklaart: „Ik heb eigenlijk niet aanvaard dat zij er niet meer is. Er gebeurt iets dat ik vroeger met haar besproken zou hebben en dan betrap ik mij erop dat ik zeg: ’Dat moet ik Mams vertellen.’”
Het is dus heel normaal om te merken dat je het eerst niet kunt geloven als iemand van wie je houdt gestorven is. God heeft de mens gemaakt om te leven, niet om te sterven (Genesis 1:28; 2:9). Het is dus niet verwonderlijk dat de dood van iemand die wij liefhebben zo moeilijk te aanvaarden en zo gemakkelijk te ontkennen is.
„Hoe kon zij mij dat aandoen?”
„Het is bijna belachelijk boos te zijn op iemand die gestorven is”, legt de vijftienjarige Karen uit, „maar toen mijn zusje stierf, kon ik er niets aan doen. Gedachten als: ’Hoe kon zij doodgaan en mij helemaal alleen laten? Hoe kon zij mij dat aandoen?’ bleven mij maar door het hoofd spoken.”
Wees dus niet verbaasd als er ogenblikken zijn dat jij ook een beetje boos wordt op degene die gestorven is. Als het bijvoorbeeld een van je ouders is, kan het zijn dat je je verlaten, in de steek gelaten voelt, ook al weet je dat je vader of moeder niets kon doen aan wat er met hem of haar gebeurd is. Cindy herinnert zich: „Toen Mams stierf, heb ik af en toe wel gedacht: ’Je hebt ons niet echt laten weten dat je zou doodgaan. Je bent er gewoon vandoor gegaan.’ Ik voelde mij in de steek gelaten.”
De dood van een broer of zuster kan om nog andere redenen gevoelens van boosheid opwekken. Sommigen merken dat zij boos zijn op de overledene om alle pijn die zijn of haar dood de ouders heeft aangedaan. Of sommigen voelen zich verwaarloosd, misschien voelen zij zelfs iets van wrok vanwege alle tijd en aandacht die de zieke broer of zuster gekregen heeft voordat hij of zij stierf.
Soms worden ouders overdreven beschermend als zij een van hun kinderen door de dood verloren hebben. Hierdoor kan het gebeuren dat het nog in leven zijnde kind een beetje boos wordt op de gestorven broer of zus die Vader en Moeder hiertoe gebracht heeft. Als dit op het ogenblik bij jou thuis zo is, probeer dan te begrijpen dat je ouders misschien zichzelf verwijten wat er gebeurd is en daarom bang zijn ook jou te verliezen. Heb dus geduld met hen.
Als het je af en toe overkomt dat je boos wordt, blijf er dan niet mee rondlopen, krop het niet op. Probeer je hart uit te storten bij iemand die je kunt vertrouwen en respecteren. Een van de beste manieren om je gevoelens te verwerken, is ze onder woorden te brengen. Bedenk dat langdurige boosheid je alleen maar schade kan berokkenen. — Spreuken 14:29, 30.
Wees op je hoede voor „Als ik maar”!
Dan zijn er nog de „als ik maar”-gedachten, zoals: ’Als ik dit maar gezegd had’, of: ’Als ik dat maar niet gezegd had.’ Mitchell legt uit hoe hij zich af en toe voelt: „Ik wou dat ik geduldiger met mijn vader was geweest en meer begrip voor hem had gehad. Of meer in huis had gedaan om het hem gemakkelijker te maken als hij thuiskwam.” En de zeventienjarige Elisa merkte op: „Toen Mammie ziek werd en zo plotseling stierf, zat ik opeens met al die onuitgesproken gevoelens die wij voor elkaar gekoesterd hadden. Ik voel mij nu zo schuldig. Ik denk aan alles wat ik tegen haar had moeten zeggen, alles wat ik niet had moeten zeggen, alles wat ik verkeerd gedaan heb.”
Nu en dan kun jij je net zo voelen. Misschien heb je met de persoon die je liefhad, ruzie gehad voordat hij of zij stierf. Of misschien heb je wel eens een hekel aan je broer of zuster gehad die zoveel meer aandacht kreeg dan jij, en nu is hij of zij gestorven. Het kan heel moeilijk zijn om die schuldgevoelens te verwerken.
Misschien geef je zelfs jezelf de schuld van wat er gebeurd is. Cindy herinnert zich: „Ik voelde mij schuldig over alle meningsverschillen die wij ooit hadden gehad, over de stress die ik Mams bezorgd heb. Ik dacht dat alle stress die ik haar bezorgd had, wel eens tot haar ziekte kon hebben bijgedragen.”
Maar ook al kunnen er heel goed dingen zijn die je wel of niet had moeten zeggen of doen, realiseer je dat die dingen er in verreweg de meeste gevallen niet de oorzaak van zijn geweest dat iemand die je liefhad, gestorven is. Bovendien brengt de bijbel ons in herinnering: „Wij allen struikelen vele malen. Indien iemand in woorden niet struikelt, die is een volmaakt man, in staat om ook zijn gehele lichaam in toom te houden” (Jakobus 3:2). Is het niet waar dat wij allemaal dingen zeggen waar wij later spijt van hebben? „Allen hebben gezondigd en bereiken niet de heerlijkheid Gods”, vertelt de bijbel ons ook nog (Romeinen 3:23). Er zijn dus ongetwijfeld dingen die je gedaan of niet gedaan hebt, waarover je je nu schuldig voelt. Maar wees nu eens helemaal eerlijk: Maken wij ons daaraan niet allemaal schuldig, aangezien wij immers onvolmaakt zijn?
„Wat moet ik tegen mijn vrienden zeggen?”
Misschien voel je je af en toe ook verlegen, omdat je niet weet wat je tegen anderen moet zeggen. Een weduwe merkte over haar zoontje op: „Johnny kon niet over zijn gevoelens praten, maar wel zag hij kans mij te vertellen hoe vreselijk hij het vond tegen andere kinderen te zeggen dat zijn vader dood was. Het maakte hem verlegen en ook werd hij boos, juist omdat hij zich verlegen voelde.”
Voel je je wel eens geïsoleerd, nu je een geliefd persoon door de dood verloren hebt? Dat is helemaal niet ongewoon, zoals het boek Death and Grief in the Family uitlegt: „’Wat moet ik tegen mijn vrienden zeggen?’ is voor veel nabestaande broers of zusters een vraag van het allergrootste belang. Dikwijls hebben zij het gevoel dat hun vrienden niet begrijpen wat zij doormaken. Pogingen om uit te leggen hoe zwaar het verlies gevoeld wordt, oogsten misschien een nietszeggende of verbaasde blik. . . . Daardoor kan de diepbedroefde broer of zuster zich verstoten en geïsoleerd voelen en soms zelfs denken dat er iets raars aan hem of haar is.”
’Waarom reageren anderen zo?’ vraag je je misschien af. Welnu, probeer te begrijpen dat de dood voor iedereen een beproevingsvolle ervaring is. Soms weten anderen niet wat zij moeten zeggen en daarom zeggen zij niets. Jouw verlies herinnert hen eraan dat ook zij iemand kunnen verliezen van wie zij houden. Omdat zij daar niet aan herinnerd willen worden, lopen zij misschien met een boog om je heen.
Naarmate de weken en maanden verstrijken, zal de realiteit van je verlies langzaam maar zeker tot je doordringen. Als dat gebeurt, heb je misschien de neiging je gevoelens op te kroppen uit angst dat je ouders of anderen het niet zullen begrijpen. Toch is het belangrijk dat je je gevoelens leert verwerken.
[Illustratie op blz. 26]
„Dit overkomt mij niet echt!”