Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g85 8/3 blz. 14-17
  • Ik bleef zoeken, en ik heb het gevonden

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Ik bleef zoeken, en ik heb het gevonden
  • Ontwaakt! 1985
  • Vergelijkbare artikelen
  • „Ik gaf haar zes weken, zij gaf mij de waarheid”
    Ontwaakt! 1983
  • Mijn strijd om de beste te zijn — Was het de moeite waard?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1976
  • „Kijk niet naar die rolstoel — kijk naar mij!”
    Ontwaakt! 1984
  • Ik ontvluchtte religieuze misleiding
    Ontwaakt! 1988
Meer weergeven
Ontwaakt! 1985
g85 8/3 blz. 14-17

Ik bleef zoeken, en ik heb het gevonden

— Zoals verteld door William Roddis

Hij vocht in Vietnam en gebruikte drugs om de verschrikkingen van de oorlog te ontvluchten. Door een ongeluk raakte hij aan beide armen en benen verlamd, en ging weer drugs gebruiken om te ontvluchten aan het trauma van een leven in een rolstoel. Hij erfde wat geld, en daarmee kwamen vrienden die geen echte vrienden waren. Hij zocht naar waarheid bij filosofen en intellectuelen en vond slechts lege woorden. Pas toen hij zich tot de juiste bron wendde, vond hij waarnaar hij zocht.

MIJN leven raakte ontwricht toen ik 14 was. Mijn ouders gingen scheiden. Wat ik zonder meer als stabiel en normaal had beschouwd, hield op stabiel en normaal te zijn. Ik werd heen en weer gestuurd tussen een vader in Wisconsin en een moeder in Arizona. In mijn latere tienerjaren wilde ik niets meer met dit verscheurde gezinsleven te maken hebben en in 1967 ging ik daarom het leger in.

Ik ging naar Vietnam, was daar boordschutter van een gevechtshelikopter, kwam vervolgens terug en werkte aan experimentele vliegtuigen voor het leger. Mijn wensdroom was piloot te worden ergens diep in Alaska. Maar in een kort moment spatten deze plannen uiteen. In 1969, tijdens een weekendverlof in Panama City (Florida), rende ik het strand af, dook de branding in en sloeg met mijn hoofd op een zandbank. Op dat moment raakte ik aan beide armen en benen verlamd. Acht maanden later verliet ik het VA-hospitaal in Long Beach (Californië) en begon aan mijn leven in een rolstoel.

Ik kreeg een flatje in Long Beach, raakte in contact met enkele dubieuze figuren en ging uiteindelijk met hen een winkeltje drijven in psychedelische posters, hasjpijpen, toebehoren voor het roken van drugs, en al die andere krankzinnige dingen die met de drugcultuur te maken hebben. Om het leven in een rolstoel draaglijker te maken, ging ik drugs gebruiken — marihuana, cocaïne, hasj, mescaline en andere. Ik had in Vietnam drugs gebruikt om de verschrikkingen te ontvluchten. Nu gebruikte ik ze om het leven in een rolstoel te kunnen verdragen.

Met mijn zogenaamde vrienden zette ik mij ervoor in petities te laten circuleren waarin werd aangedrongen op het legaliseren van marihuana, en samen met anderen lukte het ons zelfs het marihuana-wetsvoorstel in Californië in stemming te krijgen. Wij gaven een underground-krant uit, The Long Beach Free Press.

Wel, dat was de koers waarin mijn leven zich in het begin van de jaren ’70 ontwikkelde. In diezelfde jaren begonnen er ook drie dingen te gebeuren. Eén daarvan zou mijn leven volledig veranderen.

Ten eerste: Ik erfde ongeveer driekwart miljoen dollar. Daarmee kwamen vele nieuwe vrienden, aangetrokken door het geld en de drugs die ik kon kopen. Met andere investeerders kocht ik een restaurant en verscheidene wijnwinkels. De zaken floreerden niet en gingen ten slotte failliet. Met het slinken van mijn bankrekening verdwenen ook mijn vrienden. Ik werd sceptisch en heel voorzichtig in het aanknopen van nauwe relaties. Ik trok mij terug op mijzelf, las Nietzsche en andere filosofen, en begon om te gaan met enkele intellectuelen van de Universiteit van Californië in Santa Barbara.

Ik was op zoek naar de waarheid. Toen kende ik die nog niet, maar ik was bezig te ervaren wat Jezus had beloofd: „Blijft vragen, en het zal u gegeven worden; blijft zoeken, en gij zult vinden; blijft kloppen, en u zal opengedaan worden.” — Lukas 11:9.

Ten tweede: Ik begon te beseffen dat ik met mijn druggebruik bezig was mijn lichaam te slopen. Door cocaïne verloor ik mijn eetlust. Als ik niet at, werd ik mager, en in mijn omstandigheden betekende mager worden doorgelegen plekken krijgen. Ik wist dat ik met drugs moest stoppen — inderdaad, gemakkelijker gezegd dan gedaan!

Ten derde: Jehovah’s Getuigen begonnen mij te bezoeken. Ik woonde in wat men noemt een exclusieve buurt nabij Los Angeles: de Palos Verdes Estates. Er was een bepaling die zei dat er in onze sjieke buurt niet gecolporteerd mocht worden. Toen Jehovah’s Getuigen aan de deur kwamen, belde ik dus de politie.

„Zij hebben een grondwettelijk recht om van deur tot deur te prediken”, kreeg ik te horen. „Zij hebben dat recht trouwens verworven in het Opperste Gerechtshof van de Verenigde Staten.”

Ik was onder de indruk. Ik begon hun tijdschriften De Wachttoren en Ontwaakt! te nemen. Toen liet een van de mannen niet alleen maar tijdschriften bij mij achter — hij begon een discussie. Maar dat kon ik wel aan! Hij was maar conciërge, hij was een zwarte, en ik had kort geleden een boek over bijbelprofetieën gelezen. Ik wist dus genoeg! Meer dan genoeg om het tegen deze man te kunnen opnemen!

Nou, ik bleek niet genoeg te weten. Hij ondersteunde alles wat hij zei met teksten uit de bijbel, en ik had altijd een diep respect voor de bijbel gehad. Maar door wat deze man mij nu uit Gods Woord liet zien, ging mij een licht op! De gesprekken leidden tot een studie in het boek De waarheid die tot eeuwig leven leidt.

„Ik wil er best over praten, maar ik ben niet van plan een Jehovah’s Getuige te worden”, waarschuwde ik hem bij het begin. Hij scheen niet uit het veld geslagen. Hij had dat vaker gehoord.

De eerste drie hoofdstukken interesseerden mij niet. Het vierde, „Waarom wij oud worden en sterven”, wel. Maar het was het volgende hoofdstuk, „Waar zijn de doden”, dat mij werkelijk pakte. Er klikte iets. Ik had mij beziggehouden met filosofie en met de menselijke opvatting van waarheid, en ik had gezocht naar antwoorden op de fundamentele levensvragen: Wie zijn wij? Waarom zijn wij hier? Waar gaan wij heen? Wie is God?

Wanneer filosofen die laatste vraag bespreken, verliezen zij zich al gauw in getheoretiseer. Omdat zij Gods Woord niet als een bron van informatie aanvaarden, wordt hun gepraat een nutteloze bezigheid. Ik had altijd in God geloofd, maar wie hij precies was — dat wist ik niet. Ik had geen innige band met hem. Hoe kon dat ook, ik wist niets van hem af.

Toen de Getuige dus was aangeland bij het hoofdstuk „Waar zijn de doden”, kwam ik tot leven. Wie kan zeggen waar de doden zijn? Geen enkel mens, geen enkele filosoof. Hun speculaties zijn nietszeggend. Maar nu begon ik eindelijk de antwoorden uit Gods Woord te krijgen.

Toen belandden wij bij het onderwerp waarheid: Wat is waarheid? Is ze altijd in overeenstemming met zichzelf? Ik leerde dat Satan de god van deze huidige wereld is, en de wanorde waarin de wereld verkeert, werd begrijpelijk. Ik begon de dingen in een heel nieuw licht te zien. De voorbije geschiedenis en de huidige gebeurtenissen begonnen een logische samenhang te krijgen toen ik vernam over Satans organisatie en over Gods beloofde koninkrijk onder Christus, dat er spoedig voor zal zorgen dat Gods wil op aarde wordt gedaan. Net zoals ik in het Onze Vader had gebeden! De waarheid werd reëel. Jezus was gekomen om getuigenis af te leggen van de waarheid. Wat waarheid is? Toen hij in gebed tot God sprak, zei Jezus: „Uw woord is waarheid” (Johannes 17:17). Vanaf die tijd vielen mij de „schellen” van de ogen!

Ik begon de pasgevonden bijbelse waarheid te gebruiken als een toetssteen om alles te onderzoeken. Ik had wel eens wat contacten gehad met leden van een pinkstergemeente. Ik werd aangetrokken door hun warmte. Het was een religie die emotioneel aansprak. Maar nu herinnerde ik mij dat zij mij hadden gezegd, „Wijn is het instrument van de Duivel!” Door de bijbel als toetssteen te gebruiken besefte ik dat dit niet waar kon zijn aangezien Jezus’ eerste wonder bestond in het veranderen van water in wijn.

Ik ging ook naar een episcopale priester met vragen over Openbaring. „Ik heb op de theologische school twee jaar lang het boek Openbaring bestudeerd”, zei hij. „Het is niet te begrijpen en je moet je er maar helemaal niet mee bezighouden. Ga de politiek in. Verbeter de wereld.”

Opnieuw toetste ik dit in gedachten aan de bijbel: „Hebt de wereld niet lief noch de dingen in de wereld.” „De gehele wereld ligt in de macht van de goddeloze.” „Vriendschap met de wereld [is] vijandschap met God.” — 1 Johannes 2:15; 5:19; Jakobus 4:4.

Er moest overigens een psychologisch probleem overwonnen worden om zover te komen. Vanwege mijn eigendunk had ik het moeilijk met het feit dat deze zwarte conciërge naar mijn huis kwam en mij zoveel leerde. De man zelf voelde het probleem aan en loste het op. Op een avond kwam hij met een andere Getuige en zei:

„Weet je, we zijn helemaal geen bollebozen als het om de bijbel gaat. Er zijn een hoop dingen die wij niet weten. Wij moeten studeren voor onze vergaderingen. Als je het niet erg vindt, studeren wij hier ook.”

En dus zaten zij in mijn huiskamer te studeren voor hun gemeenteboekstudie op dinsdagavond terwijl ik mij voorbereidde op mijn les uit het Waarheid-boek. Nu was het in orde. Mijn ego was gesust. Wij waren allemaal studenten. Zij moesten ook studeren!

En hierdoor werd nog iets bereikt. Het maakte mij nieuwsgierig naar hun vergaderingen op dinsdagavond. Dus begon ik die vergadering bij te wonen. Vervolgens bezocht ik hun vergadering op zondag, en daarna hun vergadering op donderdag die de Getuigen opleidde voor hun velddienst. Spoedig predikte ook ik van huis tot huis.

Wat deze religie voor mij echt anders maakte dan elke andere religie was de van-huis-tot-huisprediking. Ik voelde dat het voor mij persoonlijk van belang was om er ondanks mijn handicap een aandeel aan te hebben. In onze huidige onvolmaakte toestand is immers iedereen gebrekkig. Sommigen hebben gewoon meer gebreken dan anderen. Gewoonlijk trok ik er dus met de groep op uit, ik in een rolstoel. Meestal kon ik niet dicht genoeg bij de deuren komen om op de bel te drukken, en dus nam ik een lange stok mee om daarmee aan te bellen.

Ik werkte vaak samen met een bepaalde Getuige in de gemeente die oud en invalide was. Hij had een beroerte gehad, zijn ogen waren heel slecht, hij hoorde niet goed, maar hij had bijna 40 jaar lang gepredikt. Wij werkten in het predikingswerk vaak samen. Gewoonlijk duwde hij mijn rolstoel en bestuurde ik de auto en diende hem tot ogen en oren. Het leek alsof ik maar één helft, en hij de andere helft was, maar te zamen vormden wij één hele Getuige!

Tegen deze tijd was mijn derde doel bereikt — en meer dan dat. Wat gemakkelijker was gezegd dan gedaan, was nu bereikt: Om een Getuige te worden had ik alle drugs opzijgezet. Hieraan werd een andere zegen toegevoegd: Omdat ik met drugs was opgehouden, verbeterde mijn gezondheid en nam mijn kracht zo toe dat ik met krukken kon lopen!

Omstreeks deze tijd maakte ik plannen om te trouwen. Patsy was een van de pioniersters — volle-tijdbedienaren — in de gemeente. Als de groep eropuit trok om te prediken, werkten zij en ik vaak samen. Ten slotte trouwden wij en pionierden wij samen.

Het was snel gegaan sinds de Getuigen mij voor het eerst bezochten. In januari 1974 begonnen mijn gesprekken met de Getuigen. In februari begon ik met hen te studeren. In maart ging ik voor het eerst in de velddienst. In juni voltooide ik mijn studie van het Waarheid-boek. In juli bezocht ik mijn eerste districtscongres van Jehovah’s Getuigen. In augustus werd ik gedoopt. In september deed ik een huwelijksaanzoek. In december trouwde ik. In januari ’75 was ik aan het pionieren. Dertien drukke maanden!

In 1977 verhuisden mijn vrouw, ons dochtertje Dolores en ik naar het noorden van Californië, naar Calistoga, in het hart van de wijnstreek. Ik kocht 14 hectare bebost heuvelland — met daarin een klein dal met 1,2 hectare wijnstokken. Ik begon wat wijn te maken, en nam ten slotte een hypotheek op mijn bezit en begon op commerciële basis wijn te verkopen. Met behulp van een ook op golfbanen gebruikt wagentje kon ik mij in de wijngaard verplaatsen en in de wijnmakerij had ik mijn krukken, en zo was ik ondanks mijn handicap in staat het noodzakelijke werk te doen.

Momenteel ben ik bezig met de verkoop van deze landerijen en de wijnhandel en probeer ik mij ergens anders in hetzelfde gebied te vestigen. Dit doe ik om voor mijn vrouw en mijzelf meer vrijheid te hebben om anderen over Gods koninkrijk te vertellen. Het is onze hoop dat wij door middel van Jehovah’s onverdiende goedheid mogen blijven leven om op de paradijsaarde Jehovah’s belofte in vervulling te zien gaan dat hij ’een feestmaal zal bereiden voor alle naties van de wereld — een feestmaal met het rijkste voedsel en de beste wijn. Hier zal hij plotseling de wolk van smart verwijderen die over alle naties heeft gehangen. De Soevereine HEER zal de dood voor eeuwig vernietigen! Hij zal de tranen uit ieders ogen wissen’. — Jesaja 25:6-8, Today’s English Version.

Ik ben daarom blij dat ik ben blijven zoeken, want ik vond de waarheid en de daaruit voortvloeiende voldoening en tevredenheid.

[Inzet op blz. 15]

Met het slinken van mijn bankrekening verdwenen ook mijn vrienden

[Inzet op blz. 15]

Toen Jehovah’s Getuigen aan de deur kwamen, belde ik de politie

[Inzet op blz. 16]

Ik wil er best over praten, maar ik ben niet van plan een Jehovah’s Getuige te worden

[Inzet op blz. 17]

Meestal kon ik niet dicht genoeg bij de deuren komen om op de bel te drukken, en dus nam ik een lange stok mee om daarmee aan te bellen

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen