Vooroordeel — ieders probleem
„WAAROM komt u morgen niet even langs?” vroeg de cheffin. „Ik ben er zeker van dat wij u aan een betrekking kunnen helpen.” Yvonne legde de telefoon neer, overtuigd dat zij de baan had gekregen. Kantoorwerk zou een fijne afwisseling betekenen na alle baantjes in de huishouding die zij sinds het verlaten van de middelbare school had gehad.
Toen zij zich de volgende dag op haar nieuwe werk kwam melden, vond Yvonne de vrouw met wie zij per telefoon had gesproken en stelde zich voor. Maar toen de vrouw opnieuw Yvonne’s „rare” achternaam hoorde, en daarbij nu haar onmiskenbaar oosterse gelaatstrekken zag, viel haar mond open van verbazing. „Ze schraapte zenuwachtig haar keel”, herinnerde Yvonne zich, „en ten slotte vertelde ze mij dat er geen werk was.” Maar Yvonne wist waarom zij opnieuw in de rubriek „hulp in de huishouding gevraagd” kon gaan zoeken: rassenvooroordeel.
Wiens probleem?
Als er over vooroordeel wordt gesproken, veroorzaakt dat bij de meesten van ons begrijpelijkerwijs een wat onbehaaglijk gevoel. Weinig onderwerpen zijn zo controversieel — of zo emotioneel geladen. Toch kan men vooroordeel niet negeren of zich er met een schouderophalen van afmaken alsof het voor ons geen probleem zou zijn. Vooringenomenheid beïnvloedt bijna elk terrein van de menselijke verhoudingen. Moeilijk uit te roeien mythen betreffende mannelijke superioriteit veroordelen veel vrouwen tot lage lonen en minimale kansen op een baan. Religieuze verschillen voeden het geweld in Ierland. Frans-sprekende Canadezen hebben onenigheid met hun Engels-sprekende landgenoten. Hoewel het kastenstelsel in India onwettig is verklaard, weigeren hindoes die tot een van de kasten behoren, aan dezelfde kant van de straat te lopen als de „onaanraakbaren”. De Europese indeling in maatschappelijke standen, gebaseerd op rijkdom en traditioneel prestige, plaatst de hogere kringen tegenover het gewone volk. Zelfs in landen zoals Brazilië, waar zwart en blank vrijelijk met elkaar omgaan, berichten enkele waarnemers een onderstroom van rassehaat.
Overdreven hoogschatting van de eigen cultuur werpt zelfs tussen rasgenoten barrières op, zoals wordt geïllustreerd door de ervaring van Kalu en Dupe. Beiden zijn in Nigeria geboren, maar Dupe’s moeder (van de Joruba-stam) verbood haar dochter te trouwen met iemand van de Ibo-stam. Kalu’s vader verwierp van zijn kant Dupe. Hij zei: „Als jij een Joruba-meisje trouwt, hoef je je niet meer als mijn zoon te beschouwen.”
Vooroordeel is daarom meer dan een kwestie van ras of een conflict tussen zwart en blank. Het is een schijnbaar universele reactie op verschillen in taal, cultuur en maatschappelijk niveau. En of dat nu in geweld tot uitdrukking komt of onder de oppervlakte blijft smeulen, vooroordeel kan pijnlijke gevolgen hebben: armoede, gesar en verlies van menselijke waardigheid voor de slachtoffers, en knagende schuldgevoelens en een bezwaard geweten voor de meerderheid van wie zich aan vooroordeel schuldig maken. Waar vooroordeel bestaat, heerst ook een klimaat van angst, onzekerheid en ongerustheid. Hele gebieden kan men niet vrijelijk betreden wegens raciale spanningen. Mogelijke vriendschappen worden vergiftigd door onnodig wantrouwen en wanbegrip.
Vooroordeel is daarom met recht „ieders probleem”. Maar hoe ontstaat vooroordeel? Waarom is de mens er in weerwil van alle pogingen niet in geslaagd vooroordeel uit te roeien? Laten wij, om enig inzicht te krijgen in deze vragen, eens een wijdverbreide vorm van vooroordeel onder de loep nemen: rassenvooroordeel.