Loopt de tijd voor deze wereld ten einde?
PROMINENTE personen in alle delen der wereld komen inderdaad tot de conclusie dat de tijd ten einde loopt. De krachten die de naties voortdurend dichter naar een kernoorlog drijven, doen in hun geest even zo vele alarmsirenes weerklinken. Het gevaar van een wereldwijde economische ineenstorting en de vele vormen van dodelijke milieuverontreiniging versterken hun onrust. Zij voelen dat de tijd niet slechts voor enkele naties maar voor de gehele wereld ten einde loopt. Waarom? Omdat geen enkele natie met oplossingen kan komen die werkelijk succes zullen hebben.
Hun grootste zorg is de dreiging van een kernoorlog. Begin vorig jaar zette de Bulletin of the Atomic Scientists in overeenstemming met het advies van 47 wetenschapsmensen, onder wie 18 Nobelprijswinnaars, zijn „doemsdagklok” één minuut vooruit — naar drie minuten voor middernacht. De klok geeft aan hoe dicht de wereld zich naar hun mening bij een nucleaire wereldbrand bevindt. „Het is een uiting van onze ongerustheid”, verklaren zij. De „doemsdagklok” heeft in dertig jaar nog niet zo dicht bij middernacht gestaan!
Andere dreigingen maken de waarschuwing nog dringender:
● De „kernwapenclub”, eens naar men dacht een exclusief groepje van zes naties, kan in werkelijkheid zijn uitgegroeid tot negen naties. Professor Daniel Yergin van de Harvard Universiteit meent dat er in 1985 40 naties zullen zijn die kernwapens produceren.
● De mogelijkheid dat de ruimte een toekomstig slagveld zal zijn, en dat om de aarde cirkelende wapens hun door lasers veroorzaakte vernietiging over het aardoppervlak gaan uitbraken, is heel reëel geworden.
● Militaire strategen overdenken het verschrikkelijke idee van een verrassingsaanval, in de hoop een kernoorlog te kunnen winnen.
Deze dingen bezorgen mensen de ’nucleaire rillingen’. Zij zien hoe deze ontwikkelingen de drempel van een kernoorlog verlagen en hoe de kans op een nucleaire holocaust bij vergissing erdoor wordt vergroot.
Kan een kernoorlog per ongeluk worden ontketend? Harold Freeman, hoogleraar aan het Massachusetts Institute of Technology, schreef een boek getiteld: This Is the Way the World Will End — This Is the Way You Will End Unless (Zo zal de wereld vergaan — Zo zult u aan uw eind komen, tenzij . . .). Daarin verklaart hij dat er tussen april 1979 en oktober 1980 151 aanwijzingen voor een onmiddellijke aanval werden geregistreerd. „Vier resulteerden in een alarmtoestand voor B-52 bommenwerpers en intercontinentale raketten als voorbereiding op een vergeldingsaanval”, zo zei hij. „Alle fouten werden tijdig hersteld, maar sommige waren op het nippertje.” Op 9 november 1979, vervolgt hij, „stegen bommenwerpers in zes minuten op, zich gereedmakend voor een nucleaire tegenaanval”.
Waar kunnen wij schuilen? Is het ergens veilig? Neen! Een kernoorlog die tot het noordelijke halfrond beperkt blijft, kan ook over het zuidelijk halfrond een deken van dodelijke radioactieve neerslag uitspreiden, of een wereldomvattende „nucleaire winter” veroorzaken. De ernst van de situatie heeft leiders van zes naties — India, Mexico, Tanzania, Zweden, Griekenland en Argentinië — ertoe gebracht een verklaring af te leggen die bekendstaat als het Vier Continenten Vredesinitiatief. Daarin wordt verklaard: „Vandaag bevindt het voortbestaan van de mensheid zich in gevaar.”
Heel wat mensen proberen echter hun geest voor dit alles te sluiten. Zij redeneren dat zij weinig of niets aan de situatie kunnen doen, en proberen daarom door het leven te gaan alsof er niets zal gebeuren. Door zo’n houding wordt echter een belangrijk feit buiten beschouwing gelaten. Welk feit is dat?
[Kader/Illustraties op blz. 4]
Welke toekomst voor jongeren?
Sommige jonge mensen geloven dat er werkelijk een toekomst bestaat voor de menselijke familie. Veel meer jongeren geloven dat het te laat is om een wereldramp te vermijden. „Ik heb mij er nu bij neergelegd dat heel waarschijnlijk alles een keer zal ophouden”, zei een tiener.
Bij sommigen hebben scepticisme en verwarring over de toekomst tot zelfmoord geleid. Lang geleden schreef een wijze man: „Waar het visioen ontbreekt, verwildert het volk” (Spreuken 29:18, Willibrordvertaling). Zonder een betrouwbaar „visioen” waardoor zij de toekomst met vertrouwen tegemoet kunnen zien, kiezen vele jongeren voor een manier van leven die gevormd wordt naar de filosofie „laat ons eten en drinken, want morgen sterven wij” (1 Korinthiërs 15:32). Sommigen keren zich tot drugmisbruik of vrije seks, stellen liefde voor genoegens op de eerste plaats, trekken zich terug in een fantasiewereld, willen nu „eruit halen wat erin zit”, omdat er misschien geen „later” zal zijn. Voor hen „schijnt plannen maken zinloos, en lijken gewone waarden en idealen naïef”, aldus Beardslee en Mack, twee bekende psychiaters.a
Dit gevoel van hopeloosheid heeft de ’punkers’ voortgebracht. Wellicht hebt u hen gezien, met hun bizarre kleding, hun veelkleurige haar dat in vreemde vormen is geknipt, de huid doorboord met veiligheidsspelden, de jongens met ringen in hun oren. Zij hebben heel sterk het gevoel buitengesloten te zijn en willen daarom niets met de maatschappij te maken hebben. „Sommige dingen die wij doen lijken misschien uitzinnig,” zei een punker, „maar het is de enige manier die ons rest om te zeggen dat wij geen deel zijn van jullie waanzinnige wereld.”
Andere jongeren die de alarmsignalen voor een nucleaire vernietiging opmerken, maken zich zorgen. In tegenstelling tot sommige volwassenen, die hun angsten voor een nucleaire ondergang van zich af kunnen zetten, kunnen jongeren met hun rijke verbeeldingskracht dat niet. Dit is wat zij zeggen:
● „Ik voel er niets voor om in rook op te gaan.” — Vanessa, 11.
● „Wanneer je daar werkelijk over gaat zitten nadenken, maakt het je angstig. Je reddingslijn zit aan een rode knop vast, en als die wordt ingedrukt, barst je uit elkaar.” — Dexter, 13.
● „De nachtmerries die ik heb gaan niet over een kernoorlog, maar over de leegte daarna.” — Stacey, 14 jaar.
Daar staat tegenover dat andere tieners, zonder onverschillig te zijn, toch niet angstig zijn. Zij zijn optimistisch over hun toekomst.
● „Jawel, er is een toekomst voor mij.” — Pam, 17.
● „Het is onmogelijk dat er een nucleaire holocaust komt.” — Oliver, 17.
● „Ik heb die angst niet.” — Dashunta, 18.
● „Ik heb de hoop te blijven leven; ik ben blij dat ik die kennis heb.” — Elizabeth, 15.
Waarom hebben deze jongeren zoveel vertrouwen? Welke kennis bezitten zij? Zij zijn bekend met de bijbel en zijn profetieën, zodat zij weten waarom de tijd voor deze wereld ten einde loopt.
[Voetnoten]
a „De uitwerking van nucleaire ontwikkelingen op kinderen en adolescenten”, uit de publikatie Psychosocial Aspects of Nuclear Developments van het Amerikaans Psychiatrisch Genootschap.