Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g85 22/3 blz. 24
  • Hersenraadsels waar de wetenschap geen weg mee weet

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Hersenraadsels waar de wetenschap geen weg mee weet
  • Ontwaakt! 1985
  • Vergelijkbare artikelen
  • Kunstmatige intelligentie — Hoe intelligent?
    Ontwaakt! 1988
  • Is een huiscomputer iets voor u?
    Ontwaakt! 1984
  • Een door computers beheerste wereld — science fiction of werkelijkheid?
    Ontwaakt! 1979
  • Heeft Jantje nu echt een computer nodig?
    Ontwaakt! 1989
Meer weergeven
Ontwaakt! 1985
g85 22/3 blz. 24

Hersenraadsels waar de wetenschap geen weg mee weet

„EEN nieuw slag superslimme computers begint vorm aan te nemen in de laboratoria voor kunstmatige intelligentie”, schrijft High Technology. Het betreft een tweede-generatie „expert”-systemen die — net als hun tegenhangers van de eerste generatie — in hun gegevensbestanden de gespecialiseerde kennis van menselijke experts hebben zitten. De nieuwere systemen zullen bovendien beschikken over bekwaamheden in het oplossen van problemen die in de oudere versies nog niet aanwezig waren. Maar zullen ze kunnen denken?

Ooit een computer te maken die kan denken heeft de computerbouwers al voor ogen gestaan sinds in het midden van de jaren ’50 kunstmatige intelligentie een welomschreven gebied van de computerwetenschap werd. Maar tot dusver is die droom nog niet verwezenlijkt. „Wij hebben geen programma’s die echt creatief zijn, of echt inventief, of die dat hele complexe proces van hoe iemand redeneert, kunnen begrijpen”, zo wordt toegegeven door Roger C. Schank, hoofd van het Kunstmatige Intelligentie Project aan de Yale Universiteit. Het tijdschrift Psychology Today vat 25 jaar research als volgt samen: „Elke menselijke peuter kan drie dingen doen die nog geen enkele computer presteert — een gezicht herkennen, een natuurlijke taal begrijpen en op twee benen lopen.”

Computers blijven eenvoudig ver achter bij wat de menselijke geest kan. Waarom? Om één punt te noemen, de microcircuits van de meest geavanceerde computer zijn nog maar heel elementair vergeleken met de onderlinge verbindingen tussen de naar schatting 100 miljard (100.000.000.000) neuronen — zenuwcellen — in de menselijke hersenen. Volgens één theorie is het systeem dat de hersenen gebruiken om informatie terug te vinden, gebaseerd op een netwerk van verbindingen en „dit rijke netwerk van verbindingen in het menselijke geheugen is een van de meest diepgaande verschillen tussen mensen en machines. Het vermogen van de hersenen om simultaan in miljoenen neuronen informatie te zoeken is ronduit griezelig”. Verder, zo schrijft Science, „maken de hersenen miljoenen of miljarden simultane, parallelle berekeningen met hun neuronen; onze huidige generatie van seriegewijze, stap-voor-stap werkende computers is daarbij hopeloos in het nadeel”.

Toegegeven, sommige computers kunnen ingewikkelde mathematische berekeningen maken in een fractie van de tijd die het de knapste rekenkundigen zou kosten. Geavanceerde computers kunnen zelfs beter schaken dan de meeste mensen. Maar de machines hebben ernstige beperkingen. „Een schaakprogramma van topklasse zal een goede speler kunnen inmaken,” verklaart een recent artikel in The New York Times Magazine, „maar verander de spelregels een beetje . . . en de machine is nergens meer, terwijl de menselijke speler zich redelijk zal kunnen handhaven.”

Waarom zijn mensen op deze wijze in het voordeel? Wij redeneren, en zien analogieën. Wij bekijken een probleem uit verschillende hoeken, en kunnen onderscheid maken tussen gegevens die belangrijk zijn en die welke niet relevant zijn. Verder hebben wij geen moeite met begrippen op het gebied van taal, en kunnen wij uit ondervinding leren. Kortom, wij hebben „gezond verstand”. De frustraties die wetenschapsmensen ervoeren toen zij dit ’gezonde verstand’ probeerden na te bootsen, zo schrijft Science, gaf hun „een bepaalde nederigheid, een besef hoe indrukwekkend complex de gewoonste menselijke handeling kan zijn — hoeveel een computer (of een mens) wel moet weten voordat hij eigenlijk iets kan presteren”.

Geleerden geven toe dat er op het gebied van kunstmatige intelligentie geen spoedige belangrijke doorbraken te verwachten zijn, hoezeer ook de mogelijkheden van de nu in aantocht zijnde computers zullen zijn toegenomen. Ten dele komt dit probleem voort uit het feit dat wij ons eigen denkproces niet goed genoeg begrijpen om er een model van te creëren.

„Aha!” zeggen wij als er een goed idee in ons opkomt. Maar hoe wij dat idee hebben gekregen, blijft nog een raadsel.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen