Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g84 8/11 blz. 24-27
  • Onschuldige slachtoffers van het atoomtijdperk

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Onschuldige slachtoffers van het atoomtijdperk
  • Ontwaakt! 1984
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Intussen . . .
  • En toen?
  • Hoe verging het de andere slachtoffers?
  • „Verwachting die wordt uitgesteld . . .”
  • Problemen in het „paradijs”
    Ontwaakt! 1982
  • Paradijselijke eilanden in de Grote Oceaan
    Ontwaakt! 1982
  • Het nucleaire dilemma
    Ontwaakt! 1988
  • Kernoorlog — Wie vormen de dreiging?
    Ontwaakt! 2004
Meer weergeven
Ontwaakt! 1984
g84 8/11 blz. 24-27

Onschuldige slachtoffers van het atoomtijdperk

Door Ontwaakt!-correspondent op Guam

OP MAANDAG 1 juli 1946 verbrijzelde een verblindende explosie het glinsterende wateroppervlak van de lagune van een vrij onbekend, tot de Marshall Eilanden behorend atol, ongeveer 3200 kilometer ten zuidwesten van Hawaii. Een radioactieve paddestoelvormige wolk schoot tien kilometer de lucht in en Bikini verwierf op slag bekendheid als de plek waar de eerste atoomproef in vredestijd plaatsvond.

Het Bikini-atol bestond uit een aantal kleine eilanden en eilandjes, geschaard rond een ovale, 775 km2 metende lagune. Vijf maanden nadat de steden Hirosjima en Nagasaki door atoombommen waren verwoest, koos de Amerikaanse regering Bikini uit als de plek voor verdere atoomproeven, en in de VS werden daarover bekendmakingen gedaan. Pas enkele weken later echter kregen de bewoners van Bikini te horen dat zij zouden moeten verhuizen.

De 167 eilandbewoners voelden er helemaal niets voor om te vertrekken, maar zij stemden toe toen men hun vertelde dat de proeven ’in het beste belang van de mensheid waren en een eind zouden maken aan alle wereldoorlogen’. Spoedig begonnen militairen en wetenschapsmensen bij duizenden op het met palmen begroeide atol te arriveren en werden er honderden schepen en vliegtuigen samengebracht. Ondertussen maakten de bewoners van Bikini zich treurig gereed om hun huis te verlaten en te beginnen aan een lange odyssee die voor velen van hen nog niet is geëindigd.

Men had hun verteld dat zij na afloop van de proeven naar huis konden terugkeren; daarom verkozen zij zich op het Rongerik-atol te vestigen, 200 km oostelijker. Maar Rongerik was Bikini niet. Dit voorheen onbewoonde, uit 17 eilanden bestaande atol had slechts 1,3 km2 landoppervlak, in vergelijking met de 6 km2 van Bikini. De 142 km2 metende lagune was in de verste verte niet te vergelijken met de 775 km2 grote lagune van Bikini. Uit de enige bron welde slechts brak water op. De kokosnoten waren van slechte kwaliteit. En vele soorten vis die op Bikini eetbaar waren, waren giftig op Rongerik. Binnen twee maanden na aankomst vroegen de bewoners van Bikini te mogen terugkeren. Dit was helaas onmogelijk.

De bewoners van het nabijgelegen Rongelap-atol hoorden van hun nood en trachtten hen te helpen door hun in vlerkprauwen vis en andere voedingsmiddelen te brengen. Maar de situatie op Rongerik verslechterde voortdurend. Een rampzalige brand verwoestte 30 procent van de produktieve kokospalmen waardoor het voedseltekort nog nijpender werd. Verscheidene medische rapporten die gedurende de daaropvolgende twee jaar werden uitgebracht, onthulden dat de oorspronkelijke bewoners van Bikini „een verhongerend volk” waren, en dat hun vertrek van Rongerik „te lang uitgesteld” was.

Ten slotte werden zij een tweede keer geëvacueerd, nu naar een tijdelijk kamp op de marinebasis Kwajalein, eveneens op de Marshall Eilanden. Enkele maanden later stemden zij voor vertrek naar Kili. Dit was één enkel eiland, slechts 0,86 km2 groot. Maar er was één factor die tot aanbeveling strekte — het was onbewoond. Waarom was dat belangrijk?

De bewoners van de Marshall Eilanden kunnen alleen in atollen van hun eigen sociale groep rechten doen gelden op grond. Zij kopen en verkopen ook geen land zoals mensen in andere naties dat doen. Omdat de bewoners van de Marshall Eilanden voor voedsel afhankelijk zijn van het land en de zee, vestigen zij zich ongaarne op een plek waar reeds andere eilandbewoners leven. Op elk bewoond atol zou hun status overeenkomen met die van arme familieleden, afhankelijk van de welwillendheid van de ingeborenen. De bewoners van Bikini wilden dat niet; dus gingen zij naar het onbewoonde Kili.

Maar de levensomstandigheden daar waren slecht. Kili is omringd door een smal onderzees rotsplateau dat steil wegduikt naar diep water. Hoewel kokosnoten er goed groeien en er overvloedig regen valt, komen er geen op het rif levende vissen en geen schaaldieren voor, want de branding breekt rechtstreeks op het rotsplat. Kano’s zijn niet te gebruiken omdat het onmogelijk is ze door het ruwe water in open zee te brengen. Tijdens het seizoen van de passaatwinden maakt de stormachtige zee het voor bevoorradingsboten onmogelijk het eiland te bereiken. Een oorspronkelijke bewoner van Bikini die nu op Majuro woont, merkte op: „Het leven op Rongerik en Kili was erg hard. Het was erger dan in de gevangenis zitten omdat de eilanden zo klein waren en er niet genoeg voedsel was.”

Intussen . . .

Intussen had men voor verdere atoomproeven het oog laten vallen op een uit 40 eilandjes bestaand atol genaamd Eniwetok, ook behorend tot de Marshall Eilanden. Bijgevolg werden de bewoners geëvacueerd en overgebracht naar Ujelang, 200 km ten zuidwesten van Eniwetok. Dit eiland was toevallig ook door de bewoners van Bikini uitgekozen. Zij waren daar reeds bezig nieuwe huizen voor zichzelf te bouwen toen de autoriteiten met nauwelijks enige waarschuwing in plaats daarvan de bewoners van Eniwetok op de eilanden onderbrachten. Hierover waren de bewoners van Bikini zeer bitter gestemd.

Toen kwamen de waterstofbommen, waarvan de eerste in 1952 bij Eniwetok werd getest. Eén eiland en gedeelten van twee andere werden volledig verdampt. Een rampzalige proefneming (die ironisch genoeg de naam Bravo meekreeg) deed zich op 1 maart 1954 voor op Bikini. Deze bom, aangekondigd als de grootste waterstofbom, was misschien wel 700 maal krachtiger dan de eerste atoombom die men op Bikini had laten vallen. Een verblindende lichtflits, gevolgd door een vuurbal met een hitte van tientallen miljoenen graden, schoot met een snelheid van 480 km per uur omhoog. Binnen een paar minuten steeg de enorme paddestoelvormige wolk tot een hoogte van ongeveer 30 kilometer.

De lagune werd opgezweept door windstoten met snelheden van honderden kilometers per uur. Honderden miljoenen tonnen van Bikini’s koraalrif, eilanden en lagune werden verpulverd en in de lucht omhooggezogen. Hoge winden droegen de dodelijke radioactieve as 130 km verder, waar ze als een sneeuwbui neerkwam op 23 Japanse vissers in een boot genaamd Lucky Dragon (Gelukkige draak). Op een afstand van meer dan 160 km viel er een vijf centimeter dikke laag korrelige radioactieve as op de bewoonde Rongerik- en Rongelap-atollen — waarvan de inwoners zo vriendelijk waren geweest voor de ballingen van Bikini. Bijna 440 km verderop daalde een fijne as neer op het Utirik-atol. In totaal ondergingen 11 eilanden en 3 atollen de rechtstreekse gevolgen van de proef.

Spoedig daarna begon bij de Japanse vissers en de bewoners van Utirik en Rongelap de uitwerking zichtbaar te worden van directe blootstelling aan straling: jeuk, een branderige huid, misselijkheid en overgeven. Niet lang daarna stierf een van de Japanse vissers, en binnen de daarop volgende twee jaar ontving de Japanse regering twee miljoen dollar als schadeloosstelling voor de overige zieke bemanningsleden en de schade aan de tonijnvisserij.

Toen de proefnemingen waren afgelopen, had men 23 nucleaire ontploffingen op Bikini en 43 op Eniwetok laten plaatsvinden, in kracht variërend van 18 kiloton tot 15 megaton! Alhoewel er pauzes waren tussen de proeven, werd er tijdens zo’n serie proeven gemiddeld om de dag een kernwapen tot ontploffing gebracht.

En toen?

Enige tijd na afloop van de proefnemingen dacht iedereen dat de bewoners van Bikini naar huis konden terugkeren. Na een eerste onderzoek door de Commissie voor Atoomenergie werd Bikini in 1969 veilig verklaard. Al het puin dat met de proeven te maken had zou op drie plaatsen op minder dan 11/2 km afstand in de lagune moeten worden gedumpt. De bewoners van Bikini werd verteld: „Er is vrijwel geen straling meer, en wij kunnen geen merkbaar effect waarnemen op hetzij het planteleven of het dierlijk leven.” In een periode van acht jaar zou de hele schoonmaak gereed zijn en zouden alle bewoners zich opnieuw gevestigd hebben.

Maar de langgekoesterde droom veranderde in een nachtmerrie. In plaats van de weelderige eilanden die zij hadden achtergelaten, troffen degenen die terugkeerden een uiteengeslagen atol aan, bedekt met dik, waardeloos struikgewas, enkele bomen en tonnen puin dat van de proeven was achtergebleven. Sommigen huilden bitter. Niettemin togen zij met financiële ondersteuning aan het werk door opnieuw kokospalmen en andere gewassen te planten en huizen te bouwen.

Maar hun problemen waren nog niet voorbij. Radiologische tests in 1972 en 1975 onthulden hogere stralingsniveau’s dan men voorheen had vermoed. Het water van sommige bronnen was te radioactief om te worden gedronken. Bepaalde voedingsmiddelen werden verboden. In hun lichamen trof men hoge niveau’s van radioactiviteit aan. Opnieuw moesten de bewoners van Bikini dus verhuizen — terug naar Kili. De 50.000 kokospalmen en 40 nieuwe huizen die deel uitmaakten van het drie miljoen dollar kostende rehabilitatieplan werden in de steek gelaten. Uit wetenschappelijke onderzoekingen van Bikini in april 1983 blijkt dat het zonder uitgebreide schoonmaakwerkzaamheden op zijn minst 110 jaar zal duren eer daar ooit weer iemand zal kunnen wonen.

Hoe verging het de andere slachtoffers?

Bij een explosie van 18 kiloton in 1958 volgde geen kettingreactie, en dodelijk plutonium-237 verspreidde zich over het eiland Runit, één van de 40 eilanden van Eniwetok. De brokstukken werden later vergaard, in de bomkrater begraven en overkapt met een 113 m metende, 48 cm dikke betonnen kap. De overkapping bedekt 84.000 m3 van ’s werelds gevaarlijkste afval. Volgens één rapport zal het „voor eeuwig” verboden terrein blijven. Slechts drie eilanden van het atol kunnen worden bewoond, en het voedsel zal voornamelijk bestaan uit geïmporteerde levensmiddelen totdat de plaatselijk geplante palmbomen, broodvruchten en pijlwortels rijp zijn. In 1980 keerden 500 inwoners naar Eniwetok terug, maar minder dan twee jaar later gingen er 100 weg wegens de moeilijke omstandigheden. De stapsgewijze schoonmaakwerkzaamheden en rehabilitatie kosten $218 miljoen.

Intussen is op de atollen waarop radioactieve neerslag terechtkwam, het percentage afwijkingen aan de schildklier, staarvorming, achterstand in groei, doodgeboren kinderen en miskramen onder de bewoners veel hoger dan onder de andere bewoners van de Marshall Eilanden. Veel van de 250 eilandbewoners die waren blootgesteld aan de „Bravo”-ontploffing van 1954 hebben tumoren aan de schildklier. Alle 250 hebben afwijkingen in de schildklierwerking. Zij schijnen ongewoon vatbaar te zijn voor verkoudheid, griep en keelkwalen. De meesten van hen worden gauw moe en bijna allen maken zich zorgen over hun gezondheid.

Een regeringsleider zei: „Elkeen die eraan is blootgesteld vraagt zich af, ’Zal ik morgen nog wel gezond zijn? Zullen mijn kinderen geen afwijkingen hebben?’ En wanneer hij ziek wordt, vraagt hij zich af, ’Is dit een gewone ziekte, of komt het spook van de bom mij — na al die jaren — toch nog opeisen?’” Eén man op het Utirik-atol klaagde: „Verscheidene van mijn kinderen die bij hun geboorte gezond waren, stierven voordat zij een jaar oud waren . . . In totaal heb ik vier kinderen verloren. Mijn zoon Winton werd precies een jaar na de bom geboren, en hij heeft twee operaties aan zijn keel ondergaan voor schildklierkanker.”

„Verwachting die wordt uitgesteld . . .”

De toekomst voor de ballingen van Bikini is nog steeds onzeker. Hun meest recente keuze voor overplaatsing, Hawaii, wordt door de Amerikaanse regering overwogen. De meesten wonen nog steeds op Kili. Wat zij hebben ervaren laat duidelijk zien hoe tragisch de nucleaire wapenwedloop is. Ze kost meer geld en inspanning dan het menselijk ras zich kan veroorloven, en zelfs in vredestijd eist ze slachtoffers, met inbegrip van onschuldige buitenstaanders op afgelegen eilanden, ver verwijderd van de machtige naties die met elkaar wedijveren om de nucleaire suprematie.

De bijbel zegt: „Verwachting die wordt uitgesteld, maakt het hart ziek” (Spreuken 13:12). De bewoners van Bikini hebben ondervonden dat dit gebeurt als men op mensen vertrouwt. Niettemin is reeds jarenlang vanuit Majuro over alle Marshall Eilanden een radioboodschap uitgezonden dat niet een bewapeningswedloop maar Gods koninkrijk de bron van ware zekerheid vormt. Dit Koninkrijk zal werkelijk ’in het beste belang van de mensheid zijn en een eind maken aan alle wereldoorlogen’. Spoedig zal dat Koninkrijk ’oorlogen doen ophouden tot het uiteinde der aarde’, en „verderven die de aarde verderven”. — Psalm 46:9; Openbaring 11:18.

Wanneer de op Kili ondergebrachte bewoners van Bikini Majuro bezoeken om voorraden in te slaan of zaken te doen, krijgen zij deze boodschap persoonlijk te horen van de vele actieve, plaatselijke getuigen van Jehovah. De wetenschap dat de tijd zeer nabij is waarin het Koninkrijk paradijselijke omstandigheden op aarde zal gaan herstellen, zal hen helpen het tweede deel van de bovengenoemde spreuk te ervaren: „Het begeerde is een boom des levens wanneer het inderdaad komt.” Onder dat Koninkrijk zal er geen atoomdreiging meer zijn — noch slachtoffers.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen