Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g84 22/9 blz. 3-4
  • Bedrog in de wetenschap: Een enkele slechte appel in de mand?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Bedrog in de wetenschap: Een enkele slechte appel in de mand?
  • Ontwaakt! 1984
  • Vergelijkbare artikelen
  • Bedrog in de wetenschap: Een kijkje achter de schermen
    Ontwaakt! 1984
  • Bedrog in de wetenschap — Het haalt de koppen
    Ontwaakt! 1990
  • Bedrog in de wetenschap — Waarom het toeneemt
    Ontwaakt! 1990
  • Knoeierijen in de hallen der wetenschap
    Ontwaakt! 1991
Meer weergeven
Ontwaakt! 1984
g84 22/9 blz. 3-4

Bedrog in de wetenschap: Een enkele slechte appel in de mand?

DE WERELD van de medische research gonsde van opwinding. Een 24-jarige doctoraalstudent aan Cornell University had een nieuwe theorie over de oorzaak van kanker wereldkundig gemaakt en had bovendien de experimentele gegevens aangedragen die zijn theorie ondersteunden. Het werk leek zo indrukwekkend dat sommigen dachten dat het hem en zijn hoogleraar de Nobelprijs kon opleveren.

Door degenen die met hem samenwerkten, werd de jonge man als een van de briljantste wetenschapsmensen beschouwd. In enkele weken wist hij experimenten te voltooien waar anderen jaren mee hadden geworsteld. Projecten schenen alleen te kunnen lukken als hij meedeed. Het leek allemaal te mooi om waar te wezen.

De reden werd spoedig duidelijk. In juli 1981 werd er bedrog in zijn werk ontdekt. Een chemische verbinding die er helemaal niet had mogen zijn, deed kennelijk de experimenten verlopen zoals ze volgens verwachting moesten verlopen. Wetenschappelijke verhandelingen waarvan de publikatie op zijn werk gebaseerd was, werden ijlings teruggenomen. Verder onderzoek onthulde dat hij op de een of andere manier aan een promotie-onderzoek had kunnen werken zonder ooit aan een universiteit een kandidaats- of doctoraal examen te hebben afgelegd. Professoren van andere universiteiten waar hij had gestudeerd, herinnerden zich dat hij experimenten die hij beweerde te hebben uitgevoerd, niet had kunnen herhalen. Dit voorval is er slechts één in een reeks van schandalen die in de laatste paar jaar de wetenschappelijke wereld hebben geschokt.

Slechts zeven jaar na het voltooien van zijn medische opleiding had een andere briljante student, 33 jaar oud, al meer dan honderd publikaties in belangrijke wetenschappelijke tijdschriften op zijn naam staan. Zijn werk werd door zijn collega’s als briljant en creatief beschouwd, en hij zou stellig binnenkort lid worden van de onderwijsstaf van de Harvard Medical School en aan het hoofd staan van een eigen research-laboratorium.

Maar van dit succesverhaal zou spoedig niets overblijven. Toen hem in mei 1981 gevraagd werd de laboratoriumgegevens over te leggen van een experiment dat hij beweerde te hebben uitgevoerd, werd ontdekt dat deze verslagen waren vervalst om een paar uur werk er te doen uitzien als iets wat een aantal weken gekost zou hebben. Spoedig kwam er meer van zijn werk onder verdenking te staan. Er werd ook ontdekt dat hij buiten hun medeweten de namen van andere wetenschapsmensen had gebruikt als medeauteurs voor vele van zijn wetenschappelijke publikaties, en dat sommige van de experimenten waarop zijn verhandelingen gebaseerd waren, volledig fictief waren. Op de een of andere manier had hij 14 jaar lang bedrieglijk kunnen handelen zonder ontmaskerd te worden.

Deze zaken waren des te verontrustender omdat ze aan het licht kwamen nadat kort daarvoor al een hoorzitting van het Amerikaanse Congres aan wetenschappelijk bedrog was gewijd. Deze hoorzitting, op 31 maart en 1 april 1981, was gehouden omdat er toen pas een aantal gevallen van bedrog in research was ontdekt.

Een daarvan betrof een hoogleraar van de Yale University School of Medicine die werk van een andere onderzoeker voor eigen werk had laten doorgaan en eigen onderzoeksresultaten had vervalst en gladgestreken. In een ander geval ging het om een onderzoeker aan het Massachusetts General Hospital. In een onderzoek naar de ziekte van Hodgkin, een vorm van kanker, had hij gebruik gemaakt van een kweek van cellen van een nachtaapje en van een persoon die de ziekte niet bleek te hebben.

Behalve dat het nieuws van dergelijke bedrieglijke praktijken mensen schokt en in verlegenheid brengt en teleurstelt, werpt het ook een schaduw over de geloofwaardigheid en het beeld van de wetenschap en haar beoefenaars in de publieke opinie. Hoe kan bedrog zo ver gaan en zo lang duren voordat het wordt ontdekt?

Onveranderlijk luidt het antwoord van de wetenschappelijke gemeenschap dat het om niet meer gaat dan een enkele slechte appel in de mand en dat de pers de kwestie buiten alle proporties heeft opgeblazen. Het enorme aantal wetenschapsbeoefenaars in aanmerking genomen, moet het feit dat er zo weinig gevallen van bedrog aan het licht komen, volgens hen als een bewijs worden gezien dat de wetenschap een veel beter gemiddelde heeft dan welhaast ieder ander terrein van menselijke inspanningen. Dit komt, zo betogen zij, omdat de wetenschap een zichzelf corrigerend systeem vormt en beschikt over een ingebouwd mechanisme dat iedere poging tot vervalsing snel zou opmerken.

De weg naar erkenning van welke wetenschappelijke arbeid dan ook loopt via publikatie in een van de vakbladen. Voor publikatie aangeboden manuscripten worden eerst door een onafhankelijke groep deskundigen beoordeeld. Deze procedure, zo zegt men, vormt de eerste verdedigingslinie tegen vervalsing. Als het onderzoek eenmaal is gepubliceerd, heeft de hele wetenschappelijke gemeenschap de mogelijkheid het niet alleen kritisch te beschouwen maar ook te reproduceren, dat wil zeggen, het experiment moet door anderen herhaald kunnen worden. En uiteraard, zo wordt betoogd, zou hierbij een eventueel bedrog aan het licht komen.

Daar komt bij dat de kosten voor wetenschappelijk onderzoek tegenwoordig zo hoog zijn dat veel ervan door de overheid wordt gesteund. En ook hier treedt een adviserende commissie op die de subsidie-aanvragen beoordeelt en die bestaat uit deskundigen op het betreffende gebied. Deze procedure zorgt ervoor dat waardeloze en dubieuze projecten uitgezeefd kunnen worden voordat er zelfs maar aan begonnen wordt.

Met een dergelijk systeem — aldus de argumentatie — is het hoogst onwaarschijnlijk dat iemand zelfs maar zou proberen te frauderen. Wie dat toch doet, moet wel geestelijk onevenwichtig of gestoord zijn, een soort krankzinnige geleerde zoals Dr. Frankenstein.

De argumenten lijken goed, althans in theorie. Hoe staat het met de praktijk? Zijn gevallen van bedrog werkelijk zulke zeldzame uitzonderingen als de wetenschapsmensen beweren? Zijn degenen die zijn betrapt, personen met een afwijking? Kunnen wij als leken iets leren van het verschijnsel van bedrog in de wetenschap?

[Inzet op blz. 4]

Geknoei met onderzoeksresultaten, plagiaat, vervalsingen en een hoorzitting van het Amerikaanse Congres

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen