De oorzaak van criminaliteit
„Het feit dat de Amerikanen de laatste zestig jaar steeds minder belangstelling tonen voor ’persoonlijkheidsvorming’, heeft in belangrijke mate bijgedragen tot de huidige hoge misdaadcijfers”, beweert Reo M. Christenson, hoogleraar in de politieke wetenschappen, in The Wall Street Journal.
De hoogleraar verwees in dat artikel naar de ideeën van James Q. Wilson van de Harvard Universiteit; laatstgenoemde beweert dat het „uitzonderlijk hoge en constante misdaadniveau” in de Amerikaanse steden in het midden van de negentiende eeuw werd teruggedrongen door een wijdvertakte poging „karakterontwikkeling” te stimuleren. Toentertijd benadrukten populaire lectuur, openbare scholen en kerken de waarde van morele zelfbeheersing en zelfdiscipline, zegt hij.
Volgens de hoogleraar heeft de Engelse geleerde Christie Davies evenzo opgemerkt dat de hoge misdaadcijfers in Engeland in het midden van de negentiende eeuw daalden onder invloed van de propaganda voor de tegenwoordig vaak verguisde Victoriaanse moraal. Deze moraal legde de nadruk op „eerlijkheid, ijver, gewilligheid, plichtsbetrachting, stiptheid, soberheid en verantwoordelijkheidsbesef”.
„In recenter jaren” echter, zo vervolgt Christenson, „heeft het culturele zwaartepunt zich meer gericht op zelfontplooiing, spontaniteit, verdraagzaamheid, individualisme en persoonlijke vrijheid. . . . En op de openbare scholen heeft men persoonlijkheidsvorming sterk naar de achtergrond gedrongen.” Het gevolg? Zijn conclusie is: „In de zestiger jaren rees de misdaad tot duizelingwekkende hoogten en sindsdien heeft ze zich op dat alarmerende niveau gehandhaafd.”
Het is opmerkenswaardig dat de bijbel heel duidelijk de nadruk legt op discipline en zelfbeheersing: „Leid een knaap op overeenkomstig de weg voor hem; ook als hij oud wordt, zal hij er niet van afwijken” (Spreuken 22:6). Er zijn echter nog andere factoren die bijdragen tot de uitbarsting van misdaad en criminaliteit in deze kritieke tijden, zoals duidelijk blijkt uit schriftplaatsen als 2 Timótheüs 3:1-5 en Openbaring 12:12.
Bewijs voor het bestaan van een Schepper
Reeds meer dan veertig jaar doorkruist de Duitse wiskundige Maria Reiche de woestijnvlakte die ongeveer 450 kilometer ten zuiden van Lima (Peru) ligt, ten einde de beroemde Nazca-lijnen te bestuderen. Deze lijnen vormen ingewikkelde meetkundige figuren en afbeeldingen van dieren die zo groot zijn dat ze alleen vanuit de lucht te herkennen zijn. Enkele van deze kilometers lange lijnen zijn zo nauwkeurig getrokken dat ze niet meer dan twee meter op een kilometer afwijken, hetgeen neerkomt op 0,2 procent.
Reiche en andere geleerden proberen niet erachter te komen hoe en door wie deze lijnen getrokken zijn, maar waarom ze getrokken zijn. „Ik heb wel eens aan mezelf getwijfeld en gedacht dat ik een bedoeling zocht in iets zinloos”, vertelt zij. „Maar het kan niet zinloos zijn. Daarvoor zit er te veel werk in.”
De nauwkeurigheid en het prachtige ontwerp van de Nazca-lijnen getuigen van het bestaan van intelligente ontwerpers, en wetenschappers proberen hun bedoeling te begrijpen. Hoe staat het dan met de nog veel grotere precisie en het nog grootsere ontwerp in het universum? Is het niet logisch dat die getuigen van het bestaan van een superieure intelligente Ontwerper, een goddelijke Schepper? Natuurlijk! In dit opzicht komen christenen tot dezelfde conclusie als de apostel Paulus: „Want zijn onzichtbare hoedanigheden worden van de schepping der wereld af duidelijk gezien, omdat ze worden waargenomen door middel van de dingen die gemaakt zijn, ja, zijn eeuwige kracht en Godheid.” — Romeinen 1:20.
Tanende roem
„Brezjnew is voor de Russen een vervagende herinnering”, aldus een krantekop in The New York Times, nauwelijks een jaar na zijn overlijden. Brezjnews graftombe met granieten borstbeeld bevindt zich op het Rode Plein, en er zijn straten, gebouwen en een stad naar hem genoemd. „Maar waar het werkelijk van belang is — in het hart en de geest van de meeste Russen en hun leiders — lijkt hij eigenlijk een vergeten man”, aldus het nieuwsbericht. Wat betreft de leiders zegt het bericht: „De heer Andropow heeft een- of tweemaal zijn naam in het openbaar genoemd, meestal terloops, en sinds de jaarwisseling helemaal niet meer.”
Wat toepasselijk is de bijbelse raad: „Vertrouw niet op machthebbers, het zijn maar mensen, zij kunnen je niet redden. Als de mens zijn laatste adem uitblaast, dan wordt hij weer stof, dan vergaat hij en met hem zijn plannen.” — Psalm 146:3, 4, Groot Nieuws Bijbel.