Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g84 22/4 blz. 26-27
  • De overwinning op Peru’s oude moordenaar

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • De overwinning op Peru’s oude moordenaar
  • Ontwaakt! 1984
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Een medische puzzel ontraadselen
  • Hoe staat het er nu voor?
  • Ziekten en kwalen — Zal er ooit een eind aan komen?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1974
  • Zal er ooit een eind komen aan ziekte?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1983
  • Nieuw licht op lepra
    Ontwaakt! 1978
  • De strijd tegen ziekte en dood — Wordt hij gewonnen?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1991
Meer weergeven
Ontwaakt! 1984
g84 22/4 blz. 26-27

De overwinning op Peru’s oude moordenaar

Door Ontwaakt!-correspondent in Peru

HET was het jaar 1531. De Spaanse conquistador Francisco Pizarro en zijn mannen waren begonnen aan hun tocht om de schatten van het oude Peruaanse Inkarijk buit te maken. Gekleed in hun zware ijzeren harnassen en dikke, gewatteerde katoenen wambuizen trokken zij in de ondraaglijke hitte en vochtigheid van de maand januari voort door de Ecuadoriaanse provincie Coaqui (nu Manabí geheten). Terwijl zij al geplaagd werden door honger en uitputting, werden Pizarro’s mannen plotseling getroffen door een vreemde, afschuwelijke ziekte — verruga peruana.

Garcilaso de la Vega, die de geschiedenis van de Inka’s beschreef en wiens vader enige tijd bij Pizarro’s strijdkrachten had gediend, tekende op dat de ziekte „de vorm aannam van uitwassen die over hun hele lichaam, maar vooral op hun gezicht uitbraken. Eerst dachten zij dat het wratten waren omdat ze aanvankelijk op wratten leken [vandaar de naam verruga peruana, of Peru-wrat]. Maar na verloop van tijd werden ze groter en begonnen ze te rijpen als vijgen, waarmee ze in vorm en grootte overeenkwamen: ze hingen aan een steeltje te bengelen, scheidden bloed en lichaamsvocht af, en niets was verschrikkelijker om te zien, en niets was pijnlijker, omdat ze erg gevoelig waren voor aanraking. . . . Ja, sommigen stierven eraan”.

Andere schrijvers gaven een wat gematigder beschrijving: „De ziekte openbaarde zich in de vorm van zweren of, beter gezegd, grote afzichtelijke wratten die het gehele lichaam bedekten, en wanneer ze werden doorboord, zoals bij sommigen gebeurde, kwam er zo’n hoeveelheid bloed uit dat het voor het slachtoffer vaak fataal bleek.”

Er gingen drie eeuwen voorbij en de ziekte was nog steeds een mysterie. Toen kwamen de jaren 1870 en de aanleg van de Centrale Spoorweg. Net 64 kilometer boven Lima, bij Cocachacra, sloeg verruga peruana opnieuw toe. Deze keer richtte de ziekte zo’n slachting aan dat er volgens de inheemse arbeiders „evenveel doden als dwarsliggers waren”. Alle ingenieurs die de spoorbaan over de Andes inspecteerden, werden met de ziekte besmet. Volgens één autoriteit stierven in deze periode 7000 arbeiders, en kwam de aanleg bijna tot stilstand omdat arbeiders het werk op grote schaal in de steek lieten.

Een medische puzzel ontraadselen

In deze negentiende eeuw had de medische professie belangstelling gekregen voor de gevreesde ziekte. Daniel Alcides Carrión, een veelbelovende jonge medische student in het „Dos De Mayo”-ziekenhuis, besteedde enkele jaren aan het onderzoeken van de ziekte en werkte hard aan zijn proefschrift over verruga peruana. Op 27 augustus 1885 vertelde Carrión zijn collega’s dat hij, ten einde de precieze aard van de ziekte vast te stellen, zichzelf ging inenten met een vloeistof die hij had verkregen uit een van de roodachtige, op wratten gelijkende gezwellen van een herstellende patiënt in het ziekenhuis. Zijn vrienden protesteerden, maar toen zij zijn vastbeslotenheid zagen, werd hij door een van hen geholpen bij het uitvoeren van de vier inentingen in zijn armen. Daarmee begon een beproeving die Daniel Carrión tot een martelaar in de medische annalen van Peru maakte.

Drie weken nadat hij was ingeënt, had Carrión pijn bij het lopen. Op 18 en 19 september ervoer hij, zo vermeldt zijn dagboek, hevige koude rillingen en hoge koorts, vergezeld van slapeloosheid. Zijn temperatuur schoot eerst omhoog tot 40 °C en zakte toen tot 35 °C. Hevige krampen, door ernstige bloedarmoede veroorzaakte depressiviteit, braken, buikpijn, spiertrekkingen in armen en benen — al deze verschijnselen folterden zijn lichaam en geest. Hij slaagde erin om bijna tot aan het eind van zijn leven zijn eigen medische waarnemingen op te tekenen; maar het was maar al te gauw voorbij. Op 5 oktober, precies 39 dagen na de inenting, stierf Daniel Carrión, slechts 26 jaar oud.

Verwachtte Carrión dat hij zou sterven? „Het doet er niet toe wat er gebeurt,” zei hij, „ik wil mijzelf inenten.” Maar blijkbaar was hij optimistisch over het uiteindelijke resultaat. De geïnfecteerde vloeistof kwam van een patiënt die een zeer milde vorm van de ziekte had. Carrión werkte aan zijn proefschrift en hij had een carrière in de medicijnen voor zich. Op 28 september had hij zijn bezorgde collega’s gerustgesteld met de woorden: „Jullie hebben je veel te ongerust gemaakt over mijn ziekte; de symptomen die ik voel, kunnen alleen maar betekenen dat de wratten opkomen, wat spoedig gevolgd zal worden door de periode dat de wrat naar buiten uitbreekt, en alle wratten zullen weer verdwijnen.” Hij ontving ook enige medische behandeling.

Daniel Carrións lijdensweg en dood leverden directe, gedocumenteerde informatie over de ziekte op. Er werd onder andere bewezen dat de oroya-koorts (een onjuiste benaming, omdat niemand ooit de koorts in La Oroya had opgelopen maar aan de spoorweg die naar La Oroya werd aangelegd) en de Peru-wrat slechts twee afzonderlijke stadiums van dezelfde ziekte waren. Pas enkele decennia later ontdekte Dr. Albert Barton dat de ziekte werd veroorzaakt door een zeer kleine bacil die overgebracht werd door de zandvlieg waarvan de valleien en ravijnen van de Andes zijn vergeven. Tegenwoordig duidt men verruga peruana dan ook vaak aan als de ziekte van Carrión of bartonellosis.

Hoe staat het er nu voor?

Na zo veel jaren van onderzoek en strijd lijden nog steeds mensen aan de Peru-wrat. Alleen al in Peru stierven gedurende de jaren ’40 en ’50 honderden mensen aan de ziekte. Zelfs in de jaren ’80 zijn er nog steeds kleine uitbarstingen van de ziekte en stijgt het dodental. Doordat echter de regering steun geeft aan de besproeiing van besmette gebieden en het gebruik van antibiotica, weet men de ziekte grotendeels in de hand te houden. Tegenwoordig moet iemand wel heel afgelegen gebieden opzoeken en opzettelijk alle voorzorgsmaatregelen negeren om de ziekte op te lopen.

Het verhaal van de Peru-wrat, of de ziekte van Carrión, is slechts één hoofdstuk uit de lange, bewogen historie van ’s mensen strijd tegen ziekten en menselijk lijden. De volledige uitroeiing van de vele ziekten die de mensheid kwellen, ligt echter nog in de toekomst. Dat blijft voorbehouden aan Gods koninkrijk, onder welk bestuur er „noch rouw, noch geschreeuw, noch pijn” meer zal zijn. — Openbaring 21:4; vergelijk Jesaja 33:24.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen