Worden de vooruitzichten op Vrede beter?
HET streven naar vrede bestaat al zo lang als de mens oorlog voert, en onze moderne tijd vormt dan ook geen uitzondering. Toch kwam een journalist er onlangs toe de huidige inspanningen voor vrede te beschrijven als „een idee waarvoor nu de tijd misschien gekomen is”. Waarom? Zijn de vooruitzichten op wereldvrede thans werkelijk beter dan in het verleden? Wat is er zo ongewoon aan de hedendaagse vredesbeweging?
De voorgeschiedenis van de huidige vredesbeweging
Twee atoombommen, in augustus 1945 boven Japan afgeworpen, maakten met onverwachte abruptheid een einde aan de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de jaren na de oorlog verhoedde het schrikbeeld van een atoomoorlog dat de koude oorlog tussen de supermogendheden aanwakkerde tot een allesvernietigende wereldbrand. Naarmate de politieke en economische betrekkingen tussen hen en hun bondgenoten verbeterden, nam de spanning af. Woorden als „détente” hielden een belofte in voor duurzame vrede. Het scheen dat het „evenwicht van wederzijdse afschrikking” vruchten afwierp.
Toen kwam er, vrijwel zonder waarschuwing, een tegenslag voor de détente. De Verenigde Staten weigerden het SALT-II-verdrag te ratificeren. De Sovjet-Unie rukte Afghanistan binnen. Moeilijkheden in Polen maakten alles nog gecompliceerder. Er ontbrandde een controverse over het vervaardigen van een neutronenbom — de zogeheten schone bom — bedoeld om wel de mensen maar niet de gebouwen te vernietigen. De Verenigde Staten lanceerden een kolossaal programma voor uitbreiding van hun militaire apparaat. De NATO maakte plannen bekend om 572 Pershing II- en kruisraketten op Europees grondgebied op te stellen. Men begon te praten over de mogelijkheid van een „beperkte” nucleaire oorlog. Het ondenkbare — dat een nucleair conflict gewonnen zou kunnen worden — begon bij bepaalde overheidsfunctionarissen ingang te vinden.
Sommige Westduitsers waren ontzet bij de gedachte dat er voor hun land, waar toch al meer kernwapens per vierkante kilometer aanwezig zijn dan in enige andere natie ter wereld, nu nog meer van dat soort wapens in aantocht waren. Doodsbang om in de val te raken op een nucleair slagveld tussen Oost en West, lieten zij en hun Europese buren hun vrees omslaan in woede. En die woede vond een uitweg in actie. Een nieuwe vredesbeweging ontstond.
Iets anders
De hedendaagse vredesbeweging verschilt op een aantal punten van vroegere. Ook tijdens de Amerikaanse inmenging in Vietnam waren er anti-oorlogsdemonstraties geweest, zowel in Europa als in Amerika. Sommige Amerikaanse mannen verbrandden uit protest hun oproep voor militaire dienst. Hun woede was echter hoofdzakelijk tegen die oorlog gericht, en niet zozeer tegen oorlog in het algemeen. De huidige vredesbeweging daarentegen is geboren uit een welhaast hysterische angst voor een kernoorlog, uit de mening dat als door kernwapens het mensenras uitgeroeid kan worden, alleen al het bestaan van die wapens verkeerd en immoreel is.
Een ander verschil is de omvang. In Europa en Amerika zijn honderden organisaties ontstaan, verschillend van structuur en opvatting, maar verenigd in het gemeenschappelijke standpunt dat het nucleaire wapenarsenaal moet worden verminderd. De idee van bevriezing van kernwapens als een eerste stap tot ontwapening heeft in brede kringen ondersteuning gevonden. Dit zou een bilateraal — sommigen zijn zelfs voorstander van een unilateraal — moratorium betekenen op het testen, vervaardigen en verder opstellen van kernwapens door de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. Naar verluidt zijn vele Amerikanen, aangemoedigd door vooraanstaande politici, hier voorstanders van. Grote en kleine steden in het hele land — ja zelfs sommige staten — hebben met overweldigende meerderheid hun stem gegeven aan resoluties voor kernwapenbevriezing.a
Deze algemene internationale roep om vrede drong ten slotte ook door tot in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Associated Press meldde dan ook enkele maanden geleden dat dit verheven instituut met overweldigende meerderheid een aantal resoluties had aangenomen. Deze proclamaties drongen aan op bevriezing van de verdere ontwikkeling en plaatsing van zowel nucleaire als chemische wapens.
Ook onderscheidt de huidige beweging zich door haar brede basis. Het is niet meer zo dat alle betogers in spijkerbroek lopen. Er zijn mensen van alle leeftijden, van verschillende politieke en religieuze overtuiging en maatschappelijke status bij betrokken. In Bonn gingen meer dan 250.000 mensen de straat op, in Amsterdam over de 300.000 en gelijktijdig met de Tweede Ontwapeningsconferentie van de VN in juni 1982 demonstreerden ongeveer 700.000 mensen in de stad New York. En behalve alle „mensen op straat”, zo zegt George Ball, voormalig onderminister van de VS, „zitten er thuis nog reusachtige aantallen die er precies zo over denken”.
Ook de spontaniteit en snelle expansie van de beweging is markant. Het Duitse blad Der Spiegel noemde de populariteit van de vredesbeweging in de VS „de verrassing, misschien wel de sensatie van het voorjaar van 1982”. Het maakte gewag van „Amerikanen die demonstreerden voor vrede, zelfs op het punt stonden de strijders voor vrede in Europa voorbij te streven”.
Tot deze ondersteuning is ook bijgedragen door boeken en pamfletten, zoals de best-seller van Jonathan Schell, The Fate of the Earth (Het lot van de aarde). Deze publikaties hebben mensen de ogen geopend voor de verschrikkingen van een kernoorlog. In Engeland bracht de BBC A Guide to Armageddon (Een gids voor Armageddon), waarin de schade werd getoond die één enkele megatonbom die boven de kathedraal van St. Paul zou ontploffen, in Londen zou aanrichten. Roger Molander, de initiatiefnemer tot de „Ground Zero”-week in Amerika, zei over de nucleaire dreiging: „Ik wil dat de mensen precies weten wat de gevaren zijn, want zij zullen er verbijsterd over zijn dat niemand er iets aan doet, en zij zullen zich gedrongen voelen in actie te komen.”
En zij kwamen in actie — en met resultaat. Hun doeltreffendheid werd opgemerkt door een Canadees parlementslid dat zei: „De deskundigen hebben hun greep op deze kwestie moeten afstaan aan de volkswil.” En de Londense Times stemt daarmee in door te zeggen dat het „vrij duidelijk is dat de vredesbewegingen een behoorlijk, zij het dan vertraagd effect hebben gehad op de westerse regeringen”.
Betrokkenheid van religieuze zijde
Tal van redenen — politieke, sociale en religieuze — worden genoemd door hen die bij de vredesbeweging betrokken zijn. Paus Johannes Paulus II zei bij zijn bezoek aan Engeland in 1982: „In deze tijd maken de omvang en de verschrikking van de moderne, al dan niet nucleaire oorlogvoering deze volstrekt onaanvaardbaar als middel om geschillen tussen naties te beslechten.” Hoewel niet alle kerken een zo krachtig standpunt hebben ingenomen, „hebben door de kerk gesteunde protesten een belangrijke rol gespeeld bij het wakker schudden van de publieke opinie”, zegt het tijdschrift Time.
In mei 1982 werd in Moskou de van Sovjet-zijde gesponsorde „Wereldconferentie van gelovige arbeiders ter bescherming van de heilige gave van het leven tegen een nucleaire ramp” gehouden. Daar waren bijna 600 religieuze afgevaardigden uit 90 landen aanwezig als vertegenwoordigers van boeddhisten, Parsi’s, hindoes, joden, moslims, Sikhs, sjintoïsten en christenen. Een van de vooraanstaande deelnemers was de Amerikaanse evangelist Billy Graham, door een Duitse krant aangeduid als „een soort afgezant van de nieuwe Amerikaanse vredesbeweging”.
Ziet het er inderdaad niet naar uit alsof de kansen voor vrede er beter op worden, gezien de ontegenzeglijke en groeiende populariteit van de vredesbeweging en in aanmerking genomen hoeveel druk deze op de wereldleiders kan uitoefenen?
[Voetnoten]
a Sommige resoluties zijn niet aangenomen, voornamelijk omdat tegenstanders betogen dat een onmiddellijke bevriezing de Russen een al te grote militaire voorsprong zou geven.
[Inzet op blz. 4]
De huidige vredesbeweging is geboren uit een welhaast hysterische angst voor een kernoorlog
[Kader op blz. 5]
INTERNATIONALE STEUN VAN RELIGIEUZE ZIJDE
● In de Verenigde Staten „hebben religieuze groepen uit de meeste denominaties hun morele en politieke gewicht in de schaal gelegd [ten gunste van de bevriezingsbeweging]”. — Maclean’s
● „De brief [van de Amerikaanse bisschoppen] deed een beroep op de rooms-katholieken en ’alle mannen en vrouwen van goede wil’ om het scheppen van vrede tot hun voornaamste geestelijke en wereldlijke doelstelling te maken.” — New York Times
● „De katholieke bisschoppen in de Duitse Bondsrepubliek en in Frankrijk hebben een krachtige oproep doen uitgaan tot de militaire blokken om tot ontwapeningsbesprekingen te komen.” — Süddeutsche Zeitung
● In Duitsland „heeft de Lutherse Kerk zich met haar hele gewicht achter het anti-raketprotest geschaard . . . Door de kerken gesteunde protesten hebben een belangrijke rol gespeeld bij het wakker schudden van de publieke opinie”. — Time
● In de Duitse Democratische Republiek (Oost-Duitsland) „hebben duizenden en nog eens duizenden meest jonge christenen openlijk hun standpunt voor vrede ingenomen . . . door als uitdrukking van hun christelijke belijdenis ten gunste van vrede de leuze ’Zwaarden tot ploegscharen’ te voeren”. — Bonner General-Anzeiger
● „Het Interkerkelijk Vredesberaad . . . is een officieel orgaan van de belangrijkste Nederlandse kerken. Het voert als leuze: ’Kernwapens de wereld uit, om te beginnen uit Nederland.’” — The Economist