Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g83 8/12 blz. 19-23
  • Is een ster zijn voldoende?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Is een ster zijn voldoende?
  • Ontwaakt! 1983
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Kinderjaren vol moeilijkheden
  • Verliefd op het toneel!
  • De ladder naar succes
  • De werkelijkheid is anders
  • Een verandering van omstandigheden
  • Een nieuwe uitdaging
  • Acteur zonder werk
  • Het theater in Efeze en de omgeving
    Nieuwewereldvertaling van de Bijbel (studie-uitgave)
  • Schaatsend naar de top — Het betekende alles voor mij
    Ontwaakt! 1984
  • Het staat geschreven — Ik zal hem terugzien
    Ontwaakt! 2004
  • Het theater van Epidaurus — De tand des tijds doorstaan
    Ontwaakt! 2000
Meer weergeven
Ontwaakt! 1983
g83 8/12 blz. 19-23

Is een ster zijn voldoende?

OP DE avond van 17 augustus 1968 werden mijn dromen werkelijkheid. Ik vertolkte de moeilijke dramatische rol van Hippolytus in Phaedra, van de 20ste-eeuwse Spaanse schrijver Miguel de Unamuno. De andere beroepsacteurs, die de rollen van mijn vader en stiefmoeder speelden, waren topspelers met klinkende namen. De indringend en realistisch uitgewerkte scènes hielden het publiek in hun greep. Vijfmaal werden wij door applaus onderbroken. Twee van die open doekjes waren voor taferelen waarin ik het hoofdaandeel in de dialoog had.

Die avond tijdens het gemeentelijke festival van San Lorenzo del Escorial in de Spaanse provincie Madrid betekende een bijzondere triomf voor mij. Na jaren van bittere strijd proefde ik de zoete smaak van absoluut succes! Kort daarop begon ik meer en betere aanbiedingen te krijgen voor films en tv-optredens.

Maar waardoor was ik aan die toneelcarrière begonnen? Om u te helpen mijn motivatie te begrijpen, moet ik u mee terug nemen naar mijn kindertijd in de jaren veertig, naar Sevilla in Andalusië ten tijde van de verschrikkelijke periode na de Spaanse burgeroorlog van 1936-39.

Kinderjaren vol moeilijkheden

Ik was de oudste van vijf kinderen, grootgebracht in de armoede, honger en ellende die kenmerkend waren voor de naoorlogse periode. Wij waren zo arm dat ik bij de buurtkruidenier altijd buiten bleef rondhangen tot de andere klanten weggingen, zodat ik brood op de pof kon kopen zonder dat iemand het wist. Ik geloof werkelijk dat daar mijn acteertalent begonnen is, toen ik probeerde de buren om de tuin te leiden.

De stemming thuis was niet bepaald rozegeur en maneschijn. Mijn ouders waren altijd aan het kibbelen en ruzie maken. Vader was een openlijke vijand van alles wat naar religie rook, terwijl mijn moeder en grootmoeder in de maagd Maria en alle „heiligen” van de katholieke Kerk geloofden. Mijn leven als kind werd overheerst door angst en onzekerheid — angst voor geweld, angst die werd veroorzaakt door religieus bijgeloof, angst voor la mala suerte, of het noodlot, dat overal mee te maken scheen te hebben.

Ondanks dit alles boorde ik, met mijn kinderlijke verbeelding, soms een gaatje in het dak van mijn nachtmerrie en begon te dromen . . . te dromen van een betere wereld, waar de mensen elkaar zouden liefhebben en vertrouwen. Die kinderlijke dagdromen waren mijn veiligheidsklep.

Verliefd op het toneel!

Mijn eerste schuchtere kennismaking met het toneel vond plaats toen ik 16 jaar was. Ik woonde een amateurvoorstelling bij die werd gegeven in een plaatselijke katholieke school in Sevilla. Vol verwachting en ingehouden opwinding zat ik daar te wachten. Het doek ging op en voor mijn verbaasde ogen ontvouwde zich een prachtige wereld van muziek, kleur en fantasie. Van dat ogenblik af werd ik verliefd op het toneel. Daar had je nu een wereld vol geluk, schijnbaar zonder angsten, tranen of honger, waar ik mijn verbeelding de vrije loop kon laten. Toneel was de springplank om mijn dromen en mijn hoop met anderen te delen. Ik besloot dat ik acteur wilde worden.

Onmiddellijk nam ik contact op met een amateurtoneelgezelschap en vroeg of ik mee mocht doen in hun volgende stuk. Dat zou Lijden en dood van onze Heer Jezus Christus worden. Ze hadden figuranten nodig, en dus werd ik aangenomen. Ik kreeg het bijrolletje van Andréas, een van de 12 apostelen. Hoewel mijn aandeel zeer beperkt was, was het voldoende om mij de zekerheid te geven dat ik eindelijk mijn draai gevonden had. Dat eerste stuk was nog om een andere reden belangrijk — daardoor maakte ik kennis met de Jezus uit de bijbel. Zijn persoon wekte in mij een diepe eerbied en bewondering.

Ik was vastbesloten vooruit te komen en daarom liet ik mij inschrijven op de toneelschool van Sevilla om dramatische kunst te studeren. Toen ik 18 was, kreeg ik mijn eerste kans om met een beroepsgezelschap op te treden, dat een tournee door de provincies maakte. Mijn eerste rol was die van een student. Na een korte repetitie maakte ik mijn bescheiden debuut in een echt theater. Eindelijk had ik dan mijn voet op de onderste sport van de ladder naar succes. En wat waren die beroepsartiesten anders dan het amateurgezelschap! Hier hing een sfeer van betrekkelijke welstand, belangrijkheid en zelfstandigheid.

Verscheidene weken lang fungeerde ik als algemeen assistent van de directeur, die tevens de eerste acteur was. Ik kon mijn geluk niet op. Ik maakte nu deel uit van die prachtige wereld van doen-alsof.

De ladder naar succes

Jammer genoeg moet ik zeggen dat mijn jeugdige illusies al spoedig in scherven lagen. Ik begon te beseffen dat ik omringd werd door immoraliteit. De eerste acteur en actrice leefden samen, hoewel zij met iemand anders getrouwd was. Bovendien had zij er bezwaar tegen dat haar minnaar vriendelijk tegen mij was en binnen korte tijd raakte ik mijn baantje kwijt. Dus keerde ik terug naar Sevilla om mijn toneelstudie af te maken.

Ik wist dat ik ervaring moest opdoen en mijn repertoire moest uitbreiden, dus nam ik een contract aan bij een gezelschap uit de provincie. Na twee jaar rondtrekken door Andalusië en optreden in steden als Córdoba, Málaga en Sevilla, besloot ik dat het tijd was om naar Madrid te gaan, waar de meeste grote schouwburgen staan. Mijn eerste contract, in 1962, betrof het blijspel Hombre Nuevo (De nieuwe mens) door José María Pemán, in het Eslava Theater. Bij mijn rol behoorde het dansen van de twist, die toen in Spanje in de mode was. Ik schijn het niet onverdienstelijk te hebben gedaan.

Mijn volgende belangrijke stap op de ladder naar de roem was in 1967, toen ik optrad in Nachtasyl van de Russische toneelschrijver Maksim Gorki, in het María Guerrero Theater in Madrid. Weer werkte ik samen met goede acteurs, hetgeen zowel een oefening als een stimulans voor mij betekende.

In 1968 kwam eindelijk mijn grote kans voor het televisiewerk. Ik had voor dat medium al wel kleine rollen gespeeld, maar nu kreeg ik een hoofdrol aangeboden in het stuk La herida luminosa (De lichtende wond) van José María de Sagarra, een 20ste-eeuwse Catalaanse dichter en toneelschrijver. Bij die gelegenheid was zelfs het weer mij gunstig gezind. Het regende die avond zo hard dat veel mensen thuisbleven om tv te kijken. Onder mijn beroepsnaam, Manuel Toscano, werd ik in Spanje van de ene dag op de andere beroemd. Een filmproducer bood mij een hoofdrol aan in zijn eerstvolgende film.

De werkelijkheid is anders

Alles scheen mij mee te zitten. En toch was ik niet tevreden. Het theater was niet die subliem gelukkige fantasiewereld gebleken die ik me in mijn jeugd had voorgesteld. Op een hoge uitzondering na was het er een en al ijdelheid, afgunst, bijgeloof en immoraliteit. Laat ik u een van mijn ervaringen vertellen om mijn desillusie te illustreren.

Op een dag werd ik opgebeld door een onbekende, die wilde dat ik hem ontmoette in een bekend café in Madrid, waar veel beroemde acteurs en actrices komen. Op het afgesproken tijdstip stelde een keurig geklede heer zich aan mij voor als een regisseur die op zoek was naar een man voor de hoofdrol in het stuk dat hij wilde uitbrengen. Hij dacht zo, dat ik de ideale acteur was voor die rol en nodigde me uit om bij hem thuis te komen om de contractvoorwaarden te bespreken. Toen we binnenkwamen, vloog hij me om de hals en probeerde me te kussen!

Ja, het was een van de vele homoseksuelen in de toneelwereld. Hij verklaarde nadrukkelijk dat ik mij wat meegaander zou moeten opstellen, als ik die hoofdrol wilde hebben. Ik duwde hem opzij en stormde het huis uit met de mededeling dat ik niet bereid was om voor die prijs te werken.

Het is betreurenswaardig, maar waar: de amusementswereld is vergeven van perversie en morele corruptie. En velen leven er in een voortdurende sfeer van onzekerheid. De sterren lopen rond met de angst dat hun licht bij de eerstvolgende première gedoofd zal worden. Hun succes duurt slechts zo lang als er voorstellingen van hun nieuwste stuk worden gegeven. Het gevolg daarvan is dat zij regelmatig de vlucht nemen in drugs en ongeoorloofde seks.

Een verandering van omstandigheden

In 1965 ontmoette ik tijdens een bezoek aan de toneelschool voor dramatische kunst in Madrid een theaterstudente voor wie ik belangstelling kreeg. Later verloofden wij ons en in september 1967 zijn we getrouwd. Sindsdien is zij de moeder geworden van onze vier kinderen, die ons leven zinvol en vreugdevol hebben gemaakt.

Een andere gebeurtenis die ons levenspatroon zou wijzigen, vond plaats in 1969. Toen ik in de filmstudio „Roma” in Madrid was, waar ik meespeelde in de film Los cañones de Córdoba (De kanonnen van Córdoba), ontmoette ik een jonge actrice die met mij over de bijbel begon te praten. Zij legde me uit wat Gods voornemen met de mensheid en de aarde is, en hoe vrede en zekerheid weldra door Gods koninkrijk zouden worden teweeggebracht. Het intrigeerde me en ik wilde er meer van weten. Ze nodigde mij uit voor een congres van Jehovah’s Getuigen de volgende dag. In die tijd waren de Getuigen in Spanje nog niet wettelijk toegestaan. Het congres zou in een garage worden gehouden, maar daardoor liet ik mij niet afschrikken.

Toen ik daar kwam, raakte ik onmiddellijk onder de indruk van de oprechte hartelijke sfeer. Een van de ouderlingen, Ricardo Reyes, maakte een afspraak om de bijbel met mij te bestuderen. Zijn vredige kalmte, zachtmoedigheid en heldere gedachten waren precies wat ik met mijn extraverte acteurspersoonlijkheid nodig had.

Naarmate de studie vorderde, werd mijn geest door twijfel besprongen. Was dit werkelijk de waarheid, of gewoon nep, net als de andere religies? Zat er een truc of een foefje achter? Na zoveel jaar in de sfeer van een onechte fantasiewereld verlangde ik naar de waarheid, de werkelijkheid.

Het werd zo belangrijk voor mij, dat ik mijn werk verwaarloosde in mijn ijver om de bijbel te onderzoeken. Er zaten zoveel vragen in mijn geest, die schreeuwden om een antwoord. Wat is het doel van het leven? Bestaat God? Wat komt er na de dood? Met behulp van de bijbel en het studieboek De waarheid die tot eeuwig leven leidt verdwenen mijn twijfels. Na negen maanden studie waren mijn vrouw en ik ervan overtuigd dat het de waarheid was en in september 1970 werden wij gedoopt.

Een nieuwe uitdaging

De verandering van opvatting en persoonlijkheid die ik ten gevolge van de bijbel begon te ontwikkelen, betekende een uitdaging. Zou ik mijn nieuwe christelijke levenswijze in harmonie kunnen brengen met de rollen die ik in de schouwburg en voor de tv speelde? Ik geloof dat het keerpunt voor mij kwam op de dag dat ik met een paar andere acteurs, een regisseur en een theatermanager aan het repeteren was. Er ontstond een discussie over de vraag hoe wij de belangstelling van het publiek voor het stuk dat werd uitgebracht, zouden kunnen vergroten. De algemene klacht die werd geventileerd, was dat de censuur te streng was, en dat als die wat soepeler werd zodat er taferelen met meer seks op de planken konden worden gebracht, het publiek naar de kassa zou stromen. Toen ik zag hoe al die beroepsartiesten, mensen van aanzien in de toneelwereld, het met elkaar eens waren en niemand de moed had om de ware kunst, de goede zeden en de cultuur te verdedigen, besefte ik dat we allemaal samen in dezelfde val zaten — de commerciële val van op seks gebaseerd goedkoop succes. Ik besloot ermee op te houden.

Mijn vrienden voorspelden dat ik wel spoedig weer bij het toneel terug zou komen, omdat het me in het bloed zat. Nu doet mij dat denken aan een uitspraak van José María Rodero, een bekend Spaans acteur, die eens heeft gezegd: „Als het theater verdween, zou er niets gebeuren. Maar als we geen water hadden, dàt zou dramatisch zijn . . . De acteur is een luxe, net als het theater, net als de cultuur, een noodzakelijke luxe natuurlijk, maar niet onontbeerlijk.”

Nu, ruim tien jaar later, kan ik in alle oprechtheid zeggen dat ik niet hunker naar het podium. Ik kan nog steeds ieder jaar mijn kunst beoefenen, als regisseur en acteur, in de bijbelse drama’s die Jehovah’s Getuigen op hun districtscongressen opvoeren. Als deelnemers aan die drama’s hebben mijn vrouw en ik in verschillende gehoorzalen en voetbalstadions gespeeld voor een publiek dat in de duizenden liep. Het verschil is dat wij met een betere beweegreden zijn opgetreden. In het theater wou ik de ster zijn, bewierookt worden. In deze bijbeldrama’s gaat het om het verhaal, niet om de acteurs. Er heerst dus geen wedijver, geen ellebogenwerk. Deze bijbelse rollen hebben mij veel meer bevrediging geschonken, om de eenvoudige reden dat wij ware gebeurtenissen met een opbouwende moraal uit het leven van beroemde bijbelse persoonlijkheden hebben uitgebeeld.

Acteur zonder werk

Natuurlijk ligt het geval voor iedere acteur weer anders, en ik probeer niet te zeggen dat een christen niet aan het toneel verbonden zou kunnen zijn. Dat is een kwestie voor ieders eigen geweten. In mijn geval moest ik een baan zoeken toen ik het toneel vaarwel zei. Ik had geen andere bekwaamheden dan mijn toneelervaring. Na veel moeilijkheden kreeg ik eindelijk een baan, en dat betekende het einde van onze financiële problemen.

Wij zijn er beslist een bewijs van dat Jehovah zijn woord gestand doet en degenen onderhoudt die eerst zijn Koninkrijk zoeken. Zoals de bijbel het uitdrukt: „Eens was ik een jonge man, ook ben ik oud geworden, en toch heb ik een rechtvaardige niet volkomen verlaten gezien, noch zijn nageslacht zoekende brood.” — Ps. 37:25.

Shakespeare schreef: „De hele wereld is een toneel, en alle mannen en vrouwen niets dan spelers.” Toch heb ik ontdekt dat het leven veel meer kan betekenen dan dat, vooropgesteld dat men Jehovah en zijn liefdevolle voornemen voor de mensheid leert kennen. Als gezin hebben wij de gemeenschappelijke hoop deze aarde herschapen te zien worden in wat ze gezien haar mogelijkheden zou moeten zijn — een paradijspark voor een gehoorzame mensheid. Dat is geen verzinsel of fantasie. Het is gebaseerd op de plechtige beloften van de Allerhoogste God, en ons wordt verzekerd dat hij onmogelijk kan liegen (Hebr. 6:18; Tit. 1:2). — Zoals verteld door Manuel García Fernández.

[Illustratie van Manuel García Fernández op blz. 19]

[Illustratie op blz. 23]

Manuel García Fernández en zijn vrouw in een bijbels drama

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen