Mijn balletcarrière — een medaille met twee kanten
IK SLAAKTE een gil en viel bewusteloos neer. Ik kwam bij toen ik het theatergebouw werd binnengedragen waar ik net vandaan kwam. Haastig legde men bij wijze van geïmproviseerde tafel een plank op twee houten schragen en daar werd ik op gelegd. Er werd een grote schijnwerper op mij gericht.
De mensenmassa in het vertrek verdrong zich vol afgrijzen om mij heen. Het bloed stroomde van mijn gezicht, de schijnwerper verblindde me haast, en over mij heen gebogen stond een man, die op verbeten toon zei: „Niets aan de hand! Niets aan de hand! Hoor je me, er is niets aan de hand!”
Wat was er „niet” aan de hand? Wie waren die man en die mensen om me heen? Hoe kwam ik daar zo terecht? Welke gevolgen heeft het gehad? Ik wil die vragen graag beantwoorden, maar laat ik eerst teruggaan naar de tijd dat ik drie jaar oud was.
Ik was nu echt een typisch voorbeeld van het kleine meisje dat helemaal in extase was over de ballerina die ze op het televisiescherm zag. Ik nam toen het besluit dat ik ballerina wilde worden als ik groot was. Zo werd dansen het allerbelangrijkste in mijn leven. Mettertijd bereikte ik mijn doel om beroeps-balletdanseres te worden.
In de loop van mijn carrière ben ik in een aantal televisieprogramma’s verschenen, hetzij om te dansen of voor een interview. Bij een van de verschillende keren dat ik in de Mike Douglas Show zat, trad Carol Burnett als gastster op. Slechts enkele dagen vóór die show kregen wij bericht dat wij samen met Carol Burnett de cancan moesten dansen. Toen wij naar de tv-studio kwamen, legde men uit dat wij allemaal goede danseressen moesten voorstellen, met ons gezicht naar het publiek, maar dat Carol Burnett midden in de rij met haar rug naar het publiek alles verkeerd zou doen. En vanzelfsprekend zou zij zich dan op het eind omdraaien en zou het publiek te weten komen wie er zo uit de maat danste. Er zat echter één addertje onder het gras. De tv-studio verzuimde ons te vertellen dat men de muziek had veranderd van cancan in „The Most Beautiful Girl in the World”! Wat een ander tempo! Ze lieten het ons één- of tweemaal doornemen en namen de show live met publiek op. Ik vraag me nog steeds af of het publiek wel gesnapt heeft dat wij de „goede” danseressen moesten voorstellen.
Het oefenen van je geest
In mijn opleiding werden vanaf mijn kinderjaren verschillende dingen diep in mijn denken ingeslepen. Het eerste was volstrekte gehoorzaamheid aan de artistieke leider (iemand die de functie van balletmeester en choreograaf in zich verenigt). Het tweede was absolute loyaliteit aan het gezelschap en de danskunst; „the show must go on”, wat er ook gebeurt. En het derde: om je talent ten volle te kunnen ontplooien, moet je bereid zijn bij alles wat je doet — eten, slapen, ademhalen — aan ballet en niets anders dan ballet te denken. En toen ik eenmaal onder contract stond, werden zelfs beslissingen die te maken hadden met mijn privé-leven (dat beetje dat ik dan nog had), voor mij genomen.
Een ander deel van mijn opleiding hield in dat ik leerde hoe je op het allerlaatste moment nog veranderingen aanbrengt of bliksemsnel beslissingen neemt wanneer er iets onverwachts gebeurt, om er maar voor te zorgen dat de voorstelling zonder hapering verloopt. Om een voorbeeld te geven: op een keer moest ik me verschrikkelijk snel verkleden, zodat de kleedster maar een paar seconden had om mijn ritssluiting vast te maken voor ik op moest komen. Maar in de coulissen aan de andere kant van het toneel stond mijn partner met haar kleedster wanhopig te zwaaien en te gebaren dat de rits van haar kostuum het zojuist had begeven! Geen tijd om hem dicht te naaien of zelfs maar dicht te spelden. Als we opkwamen met één dichte en één open rits, zou het publiek merken dat er iets mis was gegaan. Toen ik de muziekmaten hoorde waarbij ik op moest komen, en naar voren liep, voelde ik tegelijkertijd dat mijn rits naar beneden gerukt werd. Zo maakten wij beiden onze entree op het toneel van de Academy of Music in Philadelphia (Pennsylvania), terwijl wij ons afvroegen of ons balletnummer zou ontaarden in iets heel anders! Gelukkig bleef het een balletvoorstelling.
In het begin van mijn tienerjaren werd kort haar voor meisjes populair. Ik had lang haar. Ik besloot van twee walletjes te eten door mijn haar wel af te knippen, maar het net lang genoeg te laten dat ik er een elastiekje omheen kon doen en er dan een haarstukje op kon zetten, een knotje. In theorie klonk dat prachtig. In de praktijk — tja, dat was een ander verhaal. Nadat ik minstens honderd haarspeldjes had gebruikt om die valse knot vast te steken, „lakte” ik mijn hoofd met de spuitbus en was klaar voor mijn optreden. Alles ging prima, tot na een serie pirouettes (draaipassen op één been) over het toneel. Ik stond stil, maar mijn knot ging door — precies een vliegende schotel, de lovertjes glinsterend in de schijnwerpers, regelrecht de donkere zaal in! Het publiek was hysterisch van het lachen, mijn directeur razend (om het zachtjes uit te drukken) en ik was doodsbang! Aangezien een beroepsdanseres nog geen stukje lint van haar spitzen op het toneel mag laten zien, kunt u zich voorstellen wat een „doodzonde” het is om je haar te verliezen. De rest van het gezelschap begreep dat er wat voor me zwaaide, en niet zo zuinig ook, en daarom verstopten ze mij in een muurkast tot de gemoederen wat bedaard waren.
Het oefenen van je lichaam
Misschien moet ik hier toch even zeggen dat ik de opleiding van een beroepsballetdanser beschrijf, en niet wat u mag verwachten als uw kind balletles wil nemen om zich elegant te leren bewegen en bij wijze van lichaamsoefening.
De opleiding voor een beroepsloopbaan betekent echter een intense, voortdurende discipline van het lichaam, met de mogelijkheid van allerlei lichamelijk letsel. Wat mij betreft, ik ben op mijn zevende jaar begonnen met één les per week. Dit groeide al snel uit tot 2, 3, 4 en ten slotte zelfs wel 15 lessen per week. Voordat ik beroepsniveau had bereikt, trad ik misschien achtmaal per jaar op.
Toen ik een jaar of zestien was, werd ons gezelschap beroeps, en het aantal voorstellingen sprong plotseling omhoog naar bijna tachtig per jaar. Dit vergde verschrikkelijk veel van ons. Toen ik in de examenklas van de middelbare school zat, had ik na schooltijd een deeltijdbaantje als secretaresse, ik volgde verscheidene lessen op elke doordeweekse avond op één na, en na die lessen kwamen de repetities. Het was niet ongewoon dat een repetitie tot één of twee uur ’s nachts voortduurde. Van vrijdagavond tot en met zondag traden wij gewoonlijk twee of drie keer op. Iedere voorstelling werd voorafgegaan door spieroefeningslessen en repetities. Ik schat dat ik tussen de 35 en 40 uur per week besteedde aan training, repetities en voorstellingen die op het programma stonden. In mijn „vrije” tijd verzorgde ik de choreografie bij musicals voor scholen en theatergroepen, waaronder Music Man, The King and I en Finian’s Rainbow.
Na de middelbare school had ik een volledige baan als secretaresse overdag en besteedde ik per week gemiddeld 45 tot 50 uur aan training, repetities en voorstellingen. Hoewel ik van mijn inkomen als beroepsdanseres had kunnen leven, verkoos ik er een baan bij te hebben om meer geld te kunnen sparen. Ik besefte dat ik, als ik wilde proberen mijn „kans” te grijpen bij een groot balletgezelschap, extra reserves zou moeten hebben om van te leven tot zich zo’n „kans” voordeed.
Hoe staat het met de voeten van een beroeps-balletdanseres nadat zij uren achtereen op de spitzen heeft gestaan? Om te beginnen is de schoen hard, en door de wrijving ontstaan blaren. Op den duur verharden die blaren en krijg je een likdoorn. Onder iedere likdoorn kan een nieuwe blaar ontstaan. En die cyclus blijft zich herhalen. Het eindresultaat is rauwe, bloederige tenen. Het komt voor dat alle likdoorns tegelijk hard zijn, en het komt voor dat er zich een aantal weer in het rauwe stadium bevindt — en meestal is het laatste het geval.
En je teennagels dan? Je moet bereid zijn die kwijt te raken en te blijven dansen terwijl de nieuwe aangroeien — op spitzen wel te verstaan die een paar maten kleiner zijn dan je gewone schoenen. Toch mis je nooit een voorstelling omdat je voeten pijn doen, wat meestal het geval is. Je zet je tanden op elkaar, zelfs als dat betekent dat je spitzen aan het eind van de voorstelling doorweekt zijn van het bloed, zoals bij mij wel is gebeurd. Wij leerden dat je niet als een echte beroeps werd beschouwd voordat je minstens éénmaal al je teennagels was kwijtgeraakt.
Nooit werd er consideratie betoond wegens een blessure. Toen ik 14 jaar oud was, kwam ik eens te laat op les. Het werken aan de barre (waar de spieren worden opgewarmd en gerekt) had ik daardoor gemist, en ik ging meteen meedoen met de klas, die de spagaat aan het maken was. Met nog koude, stijve spieren drukte ik door en — krak! Ik zal niet proberen de pijn te beschrijven. Op het horen van dat geluid kwamen er een paar moeders de wachtkamer uit hollen om te zien wie er een bot gebroken had. Wij kregen te horen dat het een gescheurde gewrichtsband was en ik moest er de hele avond mee blijven lopen. Ik huilde en smeekte om genade, maar ik kreeg te horen dat ik niet zo kinderachtig moest zijn. Ik was gehoorzaam en ben nooit naar een dokter gegaan.
Elf jaar later heb ik een zware operatie ondergaan vanwege de complicaties die door dat ongeluk waren ontstaan. De moeders hadden gelijk gehad. Ik vernam dat het onderste gedeelte van mijn bekken aan de rechterkant finaal afgebroken was. Ik had het gebruik van een aanzienlijk percentage van mijn zenuwen aan de rechterkant verloren, had spierbeschadigingen, en het onderste gedeelte van mijn bekken zit nog altijd los.
Een blessure kan klein of groot zijn. Maar doordat dansers hun lichaam voortdurend gebruiken, worden kleine blessures dikwijls chronisch, in die zin dat ze nooit de kans krijgen behoorlijk te genezen. Eén meisje in ons gezelschap verrekte de spieren van verscheidene ribben tijdens een bijzonder moeilijke lift (waarbij de danseres door haar partner opgeheven wordt). Zij kon daarna niet meer optreden zonder steunverband, wilde zij die lift kunnen uitvoeren. Ik herinner mij twee gelegenheden waarbij dansers vanwege dergelijke pijnlijke spierbeschadigingen een cortison-injectie kregen, om ten minste de hele voorstelling te kunnen meedraaien.
Mijn ervaring als beroepsdanseres is dat er minstens 75 tot 80 procent van de tijd wel iets in je lichaam schrijnt of pijn doet, of het nu voeten, spieren of zelfs botten zijn.
Droevig stemmende herinneringen
Toen kreeg ons kleine balletgezelschap financiële steun. Wij tekenden elk ons allereerste contract en werden nu betaald voor iets dat we heerlijk vonden! Het leven was geweldig — ongeveer een week lang. De directie koos mij uit als vertegenwoordiger van het gezelschap, om te bemiddelen tussen de dansers en de directie met betrekking tot vragen of geschillen over contracten. Daar heb ik me wat te horen gekregen. Vrijwel van de ene dag op de andere veranderden vrienden in rivalen. Driftbuien en ruzies laaiden hoog op. De taal die daarbij dikwijls werd gebezigd, paste slecht bij de sierlijke, gracieuze voorstelling die men van ons heeft. Wij kwamen erachter wat wedijver was en vergaten in sommige gevallen wat vriendschap betekende. Het was een heel andere wereld nu, en die deed pijn.
Hoe was het morele klimaat? Ik werd omringd door overspel, homoseksualiteit, biseksualiteit en andere perversies. Een van de dansers kwam eens binnen met een beroepsfoto van een beeldschone, zinnelijke vrouw in een avondjurk. Wij vroegen ons af wat hij met een foto van een vrouw moest, totdat wij hoorden dat het een foto van hemzelf was!
Ik had bij dit gezelschap gedanst sedert mijn elfde jaar, en was opgegroeid onder het toeziend oog van mijn leider, zodat ik hem als een vader beschouwde. Ik was goed van vertrouwen, loyaal en had mijn rollen verdiend door hard werken en talent. Ten gevolge van de blessure waarover ik al verteld heb, waren mijn rollen wat minder geworden, maar nu was ook ik solodanseres en had het voorrecht in een pas de trois (dans voor drie personen) te mogen optreden met onze prima ballerina en premier danseur (mannelijke ster in een gezelschap) in een oorspronkelijk, modern balletstuk.
Ik vond echter dat ik eraan toe was dat er speciaal voor mij een choreografie voor een rol werd gemaakt, omdat dat een belangrijk aandeel in mijn toekomst zou hebben. Ik sprak mijn leider erover aan en hij was het met me eens dat ik eraan toe was en hij zei dat hij die choreografie voor mij zou maken — op één voorwaarde — dat ik hem speciale, oneerbare „gunsten” zou verlenen.
Ik was gechoqueerd en eerst dacht ik dat hij een grapje maakte. Al spoedig bleek dat het hem ernst was. Nu was ik boos. Ik kon niet geloven dat hij mij dit zou aandoen! Ik weigerde botweg en was niet van plan toe te geven. Hij bleef proberen mij tot andere gedachten te brengen, waarbij hij mij er voortdurend aan herinnerde dat alles wat ik had bereikt — de rollen, het geld, het contract — aan hem te danken was. Wat deden hard werken en talent ertoe? Ik voelde me verward, gekwetst en verbitterd.
Nog meer schokkende ervaringen
Kort daarna was ik na een voorstelling naar buiten gegaan en liep naar mijn auto die verderop in de straat stond. Voor ik het portier open had kunnen maken, kwamen er twee jonge mannen achter vandaan en vielen mij aan. De ene hield mijn beide armen op mijn rug geklemd, terwijl de ander met zijn vuisten mijn gezicht bewerkte. Wat er daarna gebeurde, staat aan het begin van mijn verhaal.
Waarom wilden ze mij in elkaar slaan? Dit gebeurde tegen het eind van de jaren zestig, toen de rassenrellen en spanningen overal in de Verenigde Staten hoog oplaaiden. Ik was blank, zij waren zwart. Ik was dus het slachtoffer van een maatschappelijke frustratie.
Maar waarom bleef mijn leider dan maar boven mij herhalen, terwijl ik daar lag te bloeden: „Niets aan de hand”? Omdat men vreesde dat als het incident de pers en onze sponsors ter ore zou komen, wij onze subsidies wel eens konden verliezen. Iemand belde een ambulance. Die werd weer afgebeld. Anderen zeiden: „Breng haar naar een dokter of een ziekenhuis.” Dat werd geweigerd. Het enige dat erop aankwam, was het veilig stellen van de financiële belangen.
Terwijl ik daar zo lag, emotioneel verdoofd, drong het tot mij door dat ik niets meer was dan een stuk vlees dat werd gebruikt om geld te verdienen voor anderen. Toen mijn contract enige maanden later afliep, vertrok ik, en ik kreeg het dreigement mee dat ik kans liep op de zwarte lijst te komen zodat ik nooit meer bij een ander gezelschap zou kunnen werken.
Mijn hele wereld stortte in. Ik had het gevoel dat ik niets meer had om voor te leven. Omdat ik geen mens vertrouwde, bad ik ten slotte een hele nacht lang tot God, waarbij ik zijn naam, Jehovah, gebruikte. Mijn moeder had vroeger de bijbel bestudeerd met Jehovah’s Getuigen en had ons als kinderen onderwezen wanneer zij er maar kans toe zag, ondanks mijn vaders bittere tegenstand tegen haar bijbelstudie. Dientengevolge had ik enige kennis van de bijbel, maar het zei me eigenlijk weinig. Maar nu, in wanhoop, riep ik Jehovah aan, en aangezien de Getuigen aardig waren geweest voor mijn moeder, vroeg ik hem die nacht om Jehovah’s Getuigen te sturen als die mij konden helpen er weer bovenop te komen.
De dag na dat gebed verhuisde ik naar San Francisco, in de hoop opnieuw te kunnen beginnen bij een nieuw balletgezelschap en weldra begon ik te dansen bij het San Francisco Ballet. Binnen drie weken werd mijn gebed verhoord toen ik naar een nieuwe flat verhuisde en ontdekte dat de vrouwelijke beheerder met Jehovah’s Getuigen verbonden was! Onmiddellijk zorgde zij ervoor dat ik een vergadering in de Koninkrijkszaal bijwoonde. Ik was diep onder de indruk van de vriendelijkheid van iedereen daar. Maar helaas moet ik zeggen dat ik me zo in beslag liet nemen door de voorbereiding en voor een auditie bij het San Francisco Ballet voor het volgende seizoen en door mijn werk, dat er weken voorbijgingen voordat de Getuigen mij weer thuis troffen.
In die periode begonnen er echter twee dingen met mij te gebeuren. Voordat ik in elkaar geslagen werd, had ik problemen gehad met een van mijn ogen, en was zelfs herhaaldelijk geopereerd. Maar nu ik op mijn hoofd geslagen was, begon mijn gezichtsvermogen hard achteruit te gaan en leed ik erg veel pijn. Het enige dat ik wilde, was dansen, en toch schonk het dansen bij een nieuw gezelschap mij niet het geluk waarop ik zo vast had gerekend.
De neerslachtigheid en frustratie kwamen terug, maar ongeveer gelijktijdig kwamen ook de Getuigen weer. Zij praatten met mij en boden mij twee hulpmiddelen voor bijbelstudie aan. Ik wilde de boeken betalen, maar had nog maar 50 dollarcent over tot mijn volgende salaris, en dat geld had ik opzij gelegd voor een pakje sigaretten, want ik was verslaafd aan het roken. De boeken hebben het gewonnen. Die avond las ik er één van, met gedeelten uit mijn bijbel, en toen wist ik dat ik niet alleen de waarheid had ontdekt omtrent Gods voornemen voor de mensheid in het algemeen, maar bovendien een doel in het leven voor mijzelf.
Vooruitzien in geluk en zekerheid
Nadat ik met de Getuigen de bijbel had bestudeerd, werd ik een opgedragen, gedoopte dienstknecht van Jehovah God. Mijn doel was nu pionierster (volle-tijdbedienaar) te worden. Ik was er heel sterk van overtuigd dat ik een volslagen gebrek aan waardering zou tonen voor alles wat Jehovah voor mij had gedaan als ik, na mij dertien jaar lang met hart en ziel aan het dansen te hebben gewijd, Jehovah minder toewijding zou schenken.
Jawel, maar het dansen zat nog diep in mijn hart, en juist toen ik aan mijn nieuwe loopbaan als pionierster kon beginnen, bood een balletgezelschap mij de rol van de fee Suikerboon in De Notenkraker aan. Ze zeiden zelfs dat ik vrij kon krijgen op mijn vergaderavonden en dat het gezelschap zijn repetities zou aanpassen aan mijn schema. De meeste balletgezelschappen doen zo iets doodgewoon niet! Het was enorm verleidelijk.
Ik maakte de kwestie tot onderwerp van mijn gebeden, dacht na over alles wat mij was overkomen ten gevolge van mijn beroepscarrière en overdacht waarom ik mij aanvankelijk tot Jehovah had gewend. Ik dacht aan de vrede des geestes die ik nu ondervond. Die avond besloot ik voor die rol te bedanken en in dit samenstel van dingen nooit meer terug te keren naar mijn balletcarrière.
En hoe voel ik mij nu? Ik weet dat ik de juiste beslissing heb genomen. Ik ben gezegend met een liefhebbende echtgenoot en in de veertien jaar die zijn verstreken sedert ik mijn balletcarrière heb opgegeven, ben ik in de volle-tijdpredikingsdienst gebleven. Op het ogenblik dienen mijn echtgenoot en ik als vrijwilligers op het internationale hoofdbureau van Jehovah’s Getuigen.
Uiteindelijk ben ik één oog kwijtgeraakt om het gezicht van het andere te redden. Maar stel u mijn vreugde voor, toen een van de eerste personen die ik op de weg naar het leven hielp, mij toevertrouwde dat zij wist dat ik iets bezat wat zij wilde hebben, toen zij zag dat ik kon glimlachen en zo vol vertrouwen kon spreken over de dag waarop ik weer volledig zal kunnen zien. Ja, het is Gods voornemen de aarde te bevrijden van alle immoraliteit en goddeloosheid en deze aarde weer in een paradijs te veranderen. Dan zal de hele mensheid weer naar fysieke, emotionele en geestelijke volmaaktheid groeien en eeuwig leven bezitten.
En mijn dansen? Ik heb het dansen beslist niet voor eeuwig opgegeven. Ik heb een tijdelijke onderbreking ingelast. Het allerbelangrijkste wat ik nu kan doen, is anderen vertellen over die komende paradijsaarde. Dan zal ik eeuwig naar hartelust kunnen dansen, zonder de pijn en de frustratie die daar in dit samenstel bij komt. Ik verheug me er nu al op dat ik dan heel vaak zal kunnen dansen, net als koning David dit bij een vreugdevolle gelegenheid deed (2 Sam. 6:14). En ik hoop dat u er ook zult zijn om samen met mij te dansen. — Zoals verteld door Elizabeth Balnave.
[Inzet op blz. 18]
Het publiek was hysterisch van het lachen, mijn directeur razend en ik was doodsbang!
[Inzet op blz. 19]
Mijn ervaring is dat er minstens 75 tot 80 procent van de tijd wel iets in je lichaam schrijnt of pijn doet
[Inzet op blz. 20]
Ik werd omringd door overspel, homoseksualiteit en andere perversies
[Inzet op blz. 21]
Binnen drie weken werd mijn gebed verhoord