Het makke ezeltje is niet altijd zo gedwee!
In een lange rij sjokten vijftig ezels langzaam het slingerende bergpad omhoog, toen ze door boosaardige herdershonden werden aangevallen. De ezels negeerden de honden en vervolgden onbevreesd hun weg, elk met een zware vracht op zijn rug. Het tafereel veranderde toen een van de honden de voorste ezel in een achterpoot probeerde te bijten.
„Op hetzelfde ogenblik dat de hond wilde toehappen”, schreef Frank Hibben in Nature Magazine, „draaide de ezel zich, ondanks de zware bepakking, bliksemsnel om en schopte met een klein maar vinnig hoefje de grommende hond in het gezicht. Op hetzelfde moment opende hij zijn bek wagenwijd en balkte met alle kracht die hij in zijn longen had. . . . Ik had een ezel nog nooit op die manier horen balken.” Eén voor één volgden de overige 49 zijn voorbeeld — het was een schrikaanjagende oorlogskreet.
Toen de honden hun aanval hernieuwden, stoven de achterste ezels plotseling naar voren, zodat twee van de honden werden omsingeld. Gevangen in een kring van woedende ezels „dacht één hond dat hij een opening zag . . . en met zijn staart tussen zijn poten dook hij eropaf. De dichtstbijzijnde ezel bewoog snel zijn kop omlaag. Zijn tanden sloten zich haast geheel om de ruggegraat van de hond”. Op deze manier werden beide honden gegrepen en dood uit de kring geslingerd. De andere honden vluchtten. „Drie of vier ezels sperden hun neusgaten open en balkten luid alsof ze hun taak volbracht hadden, waarna alle dieren terugvielen in hun slaperige sukkelgangetje en weer hun plaats in de rij innamen. Het waren weer ’gewoon ezels’.”