Gaat de wereld ten onder in een nucleaire catastrofe?
Zal de aarde worden geruïneerd door een kernoorlog?
AAN het begin van dit jaar 1983 hebben de kernmogendheden in hun wapenarsenalen naar verluidt minstens 50.000 kernladingen gereedliggen. De gecombineerde uitwerking van deze wapens staat gelijk met een explosie van 1.600.000 maal de bom die Amerika in augustus 1945 op Hirosjima wierp.
Als slechts 300 superbommen uit dat doodgriezelige arsenaal in een gelijktijdige aanval op belangrijke bevolkingscentra in de VS vallen, kunnen ze 60 procent van de bevolking uitroeien en enorme gebieden in een woestenij veranderen. De Amerikanen vermoeden dat die 300 bommen niet meer dan drie procent uitmaken van het Russische arsenaal. Op hun beurt kunnen de Amerikanen de Russen op een soortgelijke wijze vernietigen.
Terwijl politieke leiders met elkaar wedijveren in het bijeenbrengen van wapentuig, blijven zij plechtig waarschuwen dat eens toch de wereldmachten „aan de conferentietafel zullen moeten plaatsnemen in het besef dat het tijdperk van bewapening is geëindigd, en dat het menselijke ras zijn handelingen aan die waarheid moet aanpassen of zal sterven”, om een uitspraak te citeren van president Dwight Eisenhower in 1956. Een kwart eeuw later verwoordde president Carter in zijn afscheidsrede de vrees dat als er al overlevenden zouden zijn na een totale kernoorlog, zij „een wanhopig bestaan zouden leiden te midden van de vergiftigde ruïnes van een beschaving die zelfmoord heeft gepleegd”. Russische leiders stemmen ermee in dat een kernoorlog een „universele ramp” zal zijn.
Albert Einstein was een beoefenaar van „zuivere” wetenschap, die streefde naar kennis omwille van de kennis. Dat streven deed hem de formule ontdekken waarmee de in het atoom opgesloten energie vrijgemaakt kon worden: E=mc2 (energie is massa maal lichtsnelheid in het kwadraat). Bij de processen van kernsplijting en kernfusie komt een gruwelijke hoeveelheid energie vrij. Hoeveel dat is? Wel, de hoeveelheid splijtbare massa die is verbruikt in de verwoesting van Hirosjima, kwam neer op ongeveer één gram.
In 1950, twee jaar voor de eerste proeven met de waterstofbom, waarschuwde Einstein dat „radioactieve vergiftiging van de atmosfeer en daarmee de uitroeiing van alle leven op aarde binnen het bereik van de technische mogelijkheden is gebracht”.
Wereldleiders zijn het erover eens dat in 6000 jaar van „beschaving” niet eerder een soortgelijk gevaar heeft bestaan. De mens heeft zich ten slotte de macht verworven om zijn eigen uitroeiing te bewerkstelligen. Een totale kernoorlog zou de vernietiging van alle leven kunnen betekenen.
De planeet Aarde zou kunnen sterven: In een miljoenste van een seconde zijn hele steden verdampt. Kraters dieper dan wolkenkrabbers markeren het punt waar een megatonbom op grondniveau is ontploft. Dag wordt nacht terwijl paddestoelvormige wolken zich aaneensluitend een heel continent overdekken en er een „zwarte regen” van dodelijke radioactiviteit over uitstorten. Vuurstormen omhullen de ruïnes. Verkoolde vormen van honden en paarden en mensen bekleden de puinhopen. Als er overlevenden zijn, doodt de straling hen. Als er dan nog overlevenden zijn, wankelen zij in een shocktoestand een wereld binnen waar alles uit verdwenen is wat eens vertrouwd was — voedsel, kleding, licht, elektriciteit, sanitaire voorzieningen, communicatie, medische verzorging, familie, vrienden, politie, regering — beschaving.
Is dit onafwendbaar?