„Kuikentjes” en „haviken”
„Evenals het geschiedde in de dagen van Lot.” — Luk. 17:28
HAVIKEN duiken neer op kuikentjes en de Amerikaanse boeren houden daarom een geladen geweer bij de hand om een schot hagel op de haviken af te vuren. Tegenwoordig kunnen die woorden echter een andere bijbetekenis hebben. De „chickens”, „kuikentjes”, zijn jonge jongens, de „hawks”, „haviken”, zijn volwassen homoseksuelen, maar daarmee is de analogie uitgeput: de „boeren” ontbreken. De wetten zijn ontoereikend, er wordt niet genoeg de hand aan gehouden, de rechters zijn clement, en de „kuikentjes” worden het slachtoffer. Dit probleem is niet nieuw. Het bestond al in de dagen van Sodom en Gomorra. Maar de laatste tien jaar is de jacht van de „haviken” op de „kuikentjes” agressiever geworden, en de onbeschaamdheid ervan is ergerlijk voor diegenen wier gevoelens nog geschokt kunnen worden.
In zowel New York als Los Angeles is naar men zegt meer vraag naar jongens dan naar meisjes. Een brigadier van de zedenpolitie in Los Angeles, die in zijn werk speciaal met ontucht met kinderen te maken heeft, zegt: „De gegevens betreffende dit gebied zijn tussen de 70 en 75 procent jongens tegenover 25 procent meisjes.” In de Amerikaanse staat Massachusetts werd een organisatie ontdekt die geen ’callgirls’ maar ’callboys’, telefonisch te bestellen jongens, beschikbaar had: 250 jongens konden voor prijzen van $50 en hoger overal in de staat voor seks ontboden worden. Dit bleek echter slechts een deel te zijn van een landelijk netwerk dat zijn hoofdkwartier in Houston (Texas) had. „Haviken” konden vanuit elke plaats in het land opbellen en telefonisch „kuikentjes” „bestellen. Binnen een half uur zou de jongen aan de deur staan, mits de credit card van de „havik” die had gebeld, was goedgekeurd.
De „haviken” hebben zich georganiseerd en eisen sociale aanvaarding. De Rene Guyon organisatie in Californië gaat er prat op 8500 leden te tellen. Hun motto is ’Seks met acht jaar, anders is het te laat’. Er bestaan nog talrijke andere organisaties voor mannen die seks willen bedrijven met jongens. Er zijn lijsten samengesteld die vermelden waar in iedere staat jongens opgepikt kunnen worden. Eén zo’n organisatie heeft zijn hoofdkwartier in Londen, met onderafdelingen in de VS en andere landen. De homoseksuelen beijveren zich om de leeftijd waarop iemands toestemming rechtsgeldigheid heeft, verlaagd te krijgen en om seksuele betrekkingen tussen volwassenen en kinderen gewettigd te krijgen. Zij voeren een strijd voor de rechten van het kind, zo zeggen zij, en schilderen zichzelf af als strijders voor een goede zaak. De Gay Community News zei:
„De beweging voor homobevrijding vecht niet alleen voor de rechten van volwassenen om vrijelijk homo-erotische handelingen te bedrijven, maar ook voor de miljoenen kinderen in onze maatschappij die van een vrij seksleven moeten kunnen genieten . . . en voor het recht van kinderen om zeggenschap te hebben over hun eigen lichaam. In een tijd dat kindermishandeling door ouders epidemische vormen aanneemt, is het ironisch dat mannen die van jongens houden voor misdadigers worden uitgemaakt.”
Het recht van kinderen om misbruikt, geprostitueerd, aan sodomie onderworpen te worden? De beweerde bezorgdheid voor de rechten van het kind is een dekmantel voor mannen wier enige interesse is hun eigen seksuele perversie te kunnen bevredigen. Wanneer de kinderen iets ouder worden, zetten deze „liefhebbende” volwassenen hen weer op straat en pikken nieuwe slachtoffers op. Of zij er nu in toestemmen of niet, kinderen hebben op deze jonge leeftijd geen besef van de keus die ze maken, noch kunnen ze de consequenties ervan overzien. Ze zijn slachtoffers. Ze zijn kwetsbaar. Misleid zoeken ze genegenheid van een homoseksueel en krijgen een ontzettende psychologische klap te verwerken wanneer ze aan de kant worden gezet. Sommigen worden vermoord. Eén homoseksueel doodde drieëndertig jongens en begroef hen onder zijn huis. Waar is dan al die grote liefde gebleven?
Ondersteuning voor de zaak van de homoseksuelen komt uit een vreemde hoek. De bijbel is duidelijk in zijn oordeel over homoseksualiteit. Sodom en Gomorra werden vernietigd vanwege hun beoefening ervan. De Mozaïsche wet verbood het, op straffe van de dood: „Wanneer een man bij een manspersoon ligt zoals men bij een vrouw ligt, hebben beiden iets verfoeilijks gedaan. Zij dienen zonder mankeren ter dood gebracht te worden. Hun eigen bloed is op hen.” Hetzelfde standpunt wordt in de christelijke Griekse Geschriften ten aanzien van dergelijke mannen tot uitdrukking gebracht: „God [heeft] hen overgegeven aan schandelijke seksuele begeerten, want ook hun vrouwen hebben het natuurlijke gebruik van zichzelf veranderd in een tegennatuurlijk gebruik; en insgelijks hebben ook de mannen het natuurlijke gebruik van de vrouw laten varen en zijn zeer verhit geworden in hun wellust jegens elkaar, mannen met mannen, ontucht plegend.” — Lev. 20:13; Rom. 1:26, 27.
In weerwil van deze bijbelse veroordelingen nemen vele geestelijken en kerken het voor homoseksuelen op. San Francisco, waar 30 procent van de bevolking homoseksueel is, vormt een illustratie. Eén nieuwsbericht luidt: „Een goed deel van de verdraagzaamheid komt, ietwat verrassend wellicht, van de kant van de georganiseerde religie — van de belangrijkste protestantse, anglicaanse, rooms-katholieke en joodse kerken en synagogen. . . . Dominee Otto Sommers, de 50-jarige afgevaardigde voor de 250 gemeenten van de United Church of Christ in de staat Maine, . . . zegt: ’Homoseksuele seks, net als heteroseksuele seks, is een gave van God die men moet beleven onder de ethiek van liefde. Wij leven allen onder Christus.’”
Niettegenstaande de uitspraken van velen van de huidige religieuze leiders en hun kerkorganisaties is Jehovah’s standpunt met betrekking tot homoseksualiteit niet veranderd. En ten aanzien van de omstandigheden die er op aarde zouden heersen ten tijde van zijn tweede komst, zei Christus Jezus: „Evenals het geschiedde in de dagen van Lot . . . op dezelfde wijze zal het gaan op de dag waarop de Zoon des mensen geopenbaard zal worden.” — Luk. 17:28-30.
[Kader op blz. 5]
„De mannen van de stad, de man van Sodom, [omsingelden] het huis, van knaap tot grijsaard, het hele volk in een samenscholing. En zij bleven roepen tot Lot en tot hem zeggen: ’Waar zijn de mannen die vanavond bij u gekomen zijn? Breng hen naar buiten bij ons, opdat wij gemeenschap met hen hebben.’” — Gen. 19:4, 5