Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g82 22/8 blz. 9-11
  • Sport en het gezin — een evenwichtige zienswijze

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Sport en het gezin — een evenwichtige zienswijze
  • Ontwaakt! 1982
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Evenwichtige betrokkenheid
  • Lichamelijke oefening — nuttig?
  • Hoe sport binnen de perken te houden
    Ontwaakt! 1991
  • Moet ik bij een sportteam gaan?
    Ontwaakt! 1996
  • Jeugdsport — De nieuwe epidemie van geweld
    Ontwaakt! 2002
  • De huidige problemen met de sport
    Ontwaakt! 1991
Meer weergeven
Ontwaakt! 1982
g82 22/8 blz. 9-11

Sport en het gezin — een evenwichtige zienswijze

Sport — Waarom steeds meer geweld?

„DAT mens kwam met veel misbaar en schelden aanhollen. Ik week terug. Ze schopte en krabde me.” Repliek van de andere partij: „Ik liep erheen en deze vrouw sloeg naar me en ik trapte naar haar en we misten allebei. Het spijt me dat ik miste. Ik zou het een volgende keer weer gedaan hebben.”

Wat was er aan de hand? Een worstelwedstrijd voor vrouwen? Neen, twee Canadese moeders hadden ruzie over een voetbalwedstrijd waarin hun tienjarige zoontjes meespeelden.

Misschien illustreert dit een van de problemen waarmee kinderen bij sport te kampen hebben — hun ouders. Een moeder schreef over de deelname van haar kind aan het Little League baseball: „Wij hemelden het voor onze jongens op als iets geweldigs, een voorrecht . . . En wij waren degenen die er helemaal door werden meegesleept. Wij legden onze eigen gevoelens van wedijver aan die kinderen op, en voordat wij het wisten, waren zij niet meer baseball aan het spelen omdat ze er zelf zin in hadden maar om ons tevreden te houden.”

In Australië „worden kinderen die nog maar vijf of zes jaar oud zijn, opgejut om aan wedstrijdsport deel te nemen, met alle spanningen van dien, ondanks het officiële standpunt van vele organisaties — rugby, voetbal en cricket — dat zij daar niet voor hun tiende of twaalfde jaar aan behoren te beginnen”. Dr. W. W. Ewens in New South Wales zei dat het bewijsmateriaal „de conclusie wettigt dat jonge kinderen in fysiologisch, psychologisch en sociologisch opzicht nog geen serieuze sportbeoefening aankunnen”.

Waarom oefenen ouders en trainers dan zoveel pressie uit op kinderen? „Ouders overschrijden een grens wanneer zij zich te veel met hun kinderen identificeren of proberen via hun kinderen te leven”, zegt de Newyorkse kinderpsycholoog Dr. Leonard Reich. „Sommige ouders zien hier hun kans om tot de dagen van hun jeugd terug te keren.” Het probleem is alleen dat zij geneigd zijn volwassen maatstaven op het spel van hun kinderen toe te passen. Het gevolg is dat plezier moet wijken voor de plicht te winnen!

Evenwichtige betrokkenheid

Het is duidelijk dat ouders belangstelling moeten hebben voor de ontspanning van hun kinderen, maar hun betrokkenheid moet evenwichtig en opbouwend zijn. Bobby Orr, een gevierd ijshockeyspeler, legde uit: „Mijn vader heeft me nooit in een bepaalde richting geduwd. Ik speelde hockey omdat ik dat leuk vond.” De Newyorkse atletiektrainer Vincent Chiapetta zei over zijn houding ten aanzien van zijn zoon: „Hoewel ik aan atletiek heb gedaan, heb ik niet geprobeerd mijn zoon te dwingen ook te gaan hardlopen. . . . Ik ging kijken wanneer hij een wedstrijd liep, omdat hij mijn kind en mijn verantwoordelijkheid was. Maar toen ik zag dat de trainer pressie uitoefende op de jongelui, zei ik hem dat ik mijn zoon terugtrok. Ik liet hem weten dat wat mij betreft, winnen niet het enige was. Per slot van rekening gaat het maar om het spel.”

En hoe vinden jongeren het wanneer Pa en Ma ook meedoen wanneer er een vriendschappelijk wedstrijdje aan de gang is? Rick Rittenbach komt uit een gezin met zes kinderen en herinnert zich: „Omdat wij met zijn zessen waren, speelden wij vaak softball of volleybal. En ik weet nog goed dat wij het altijd prachtig vonden als Pa en Ma meededen. En zij genoten er duidelijk ook van. Ik ben er zeker van dat dit een van de factoren is geweest die ons hielpen als gezin verenigd te blijven.”

Aan sport doen kan voor iedereen, zowel jong als oud, als een tonicum werken. Maar vooral voor kinderen is ontspanning een hoogtepunt, en wanneer dat dan ook nog gekoppeld is aan een goede verhouding tot de ouders, kan het niet beter. Het resultaat is een gelukkig, gezond, verenigd gezin. Maar de sleutel is evenwichtigheid. Sport moet een tijdverdrijf zijn, geen zaak van dodelijke wedijver.

Lichamelijke oefening — nuttig?

Geeft de bijbel praktische richtlijnen op het terrein van sportbeoefening?

Laten wij allereerst aandacht schenken aan de waardevolle fundamentele raad van de bijbel: „Uw redelijkheid worde aan alle mensen bekend” (Fil. 4:5). Dit toont direct al aan dat voor alle dingen een evenwichtige zienswijze nodig is. Zo schreef de apostel Paulus in een sterk op atletiekbeoefening gerichte tijd aan een jonge man: „Oefen uzelf in geestelijk opzicht. Lichaamsoefening heeft echt wel nut, maar het nut van geestelijke gezindheid is onbegrensd” (1 Tim. 4:7, 8, The Jerusalem Bible). Een andere vertaling geeft dit weer met: „Training van het lichaam heeft slechts beperkte waarde.” — Het Nieuwe Testament in de omgangstaal.

Als de waarde ervan toch maar beperkt is, doet iemand er dan verstandig aan om van de sportbeoefening een zaak te maken waar al zijn tijd aan gewijd is? Zijn de werkelijke waarden van het leven gebaseerd op sport? En als die sport bovendien indruist tegen fundamentele christelijke beginselen zoals ’heb uw naasten lief gelijk uzelf’ of ’handel jegens anderen zoals gij wilt dat anderen jegens u doen’? En als sportactiviteiten buiten het gewone studieprogramma tot gevolg hebben dat men nodeloos omgaat met personen voor wie geen christelijke beginselen gelden? Zal dat een geestelijke instelling ondermijnen? Antwoordt Eén Korinthiërs 15:33 hier niet Ja op? „Wordt niet misleid. Slechte omgang bederft nuttige gewoonten.”

Sport als ontspanning kan dus een beperkte mate van voordeel bieden, maar men moet zich bewust zijn van mogelijke gevaren als de sport te serieus wordt genomen. De bijbel verschaft in dit opzicht een richtlijn: „Laten wij niet egotistisch worden, onderlinge wedijver aanwakkerend, elkaar benijdend” (Gal. 5:26). Ons vorige artikel liet zien hoe een steeds sterkere wedijver tot geweld kan leiden. Een buitensporige geest van wedijver vernietigt veel van de vreugde van het spel omdat het winnende doelpunt het enige wordt dat betekenis heeft.

Andere vertalingen van die tekst zeggen: „[Wees] niet begerig naar ijdele glorie” (Petrus-Canisiusvertaling). „Dan hoeven wij niet te zoeken naar eer en populariteit” (The Living Bible). Jonge mensen laten zich door hun fantasie meevoeren naar de topregionen van de sport. Zij dromen ervan de ster te zijn, de winnaar, omstuwd door bewonderaars. Voor de overgrote meerderheid komt die droom nooit uit. Voor de „gelukkige” uitzonderingen is de prijs hoog, vaak verschrikkelijk hoog. Darryl Stingley, een vroegere footballspeler, weet dat maar al te goed. Als gevolg van een noodlottige tackle in augustus 1978 is hij sindsdien van zijn nek tot zijn voeten verlamd.

Heitor Amorim, de Braziliaanse voetballer, stelt de zaak heel duidelijk door te zeggen: „Er mag nooit vergeten worden dat het er maar heel weinig zijn die de top bereiken en alle roem verwerven die met succes gepaard gaat. Voor iedere sportman die heel hoog komt, zijn er duizenden die gefrustreerd zijn. Zij hebben hun studie laten schieten, hebben van hun sportcarrière geen succes weten te maken en zijn in de steek gelaten. Niemand wil tegenwoordig een mislukkeling nog kennen.”

Wat is dan kort gezegd de beste raad ten aanzien van sport? Wij zullen het antwoord op die vraag laten geven door de Australiër Peter Hanning, voormalig footballspeler (professional van 1964 tot 1975 voor Swan Districts): „Mijn raad aan jonge mensen is: Geniet van je lichaamsbeweging. Sport is een vorm van ontspanning waarbij je gezond en gelukkig zal blijven. Maar beroepssport is een andere zaak. Het vergt een totale, al het andere buitensluitende betrokkenheid, een volledige toewijding. En de prijs die je betaalt, is hoog — alle betrekkingen, hetzij met mensen of met God, hebben eronder te lijden. Je gaat behoren tot een in zichzelf besloten wereldje van verering, immoraliteit, afgunst, trots en gierigheid. En je loopt het voortdurende gevaar een blessure op te lopen die je tot een invalide maakt. Of, wat misschien nog erger is voor iemand die een geweten bezit, het gevaar een ander ernstig te verwonden. Mijn eigen lijst van verwondingen vermeldde een gebroken arm, neus (viermaal) en jukbeen, kraakbeen in mijn knie verwijderd, rugletsel en tweemaal hersenschudding. En vergeleken met sommige anderen ben ik er nog gemakkelijk afgekomen!”

Terwijl het dus waar is dat ’het sieraad der jongemannen hun kracht is’ (Spr. 20:29, PC), moet er in gedachte worden gehouden dat de betrekkingen die er in het leven bestaan tussen personen, niet gebaseerd zijn op kracht maar op wijsheid. Geniet dus op een evenwichtige wijze van sport. Laat sport afleiding bieden, maar geen obsessie worden. Laat er een vernieuwende kracht van uitgaan, maar laat sport nooit tot een bezetenheid worden.

[Illustratie op blz. 11]

„Lichamelijke oefening is nuttig voor weinig.” — 1 Tim. 4:8.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen