Bekommert God zich om vrouwen?
’Ja!’ antwoordt de schrijfster van dit ware levensverhaal
„EEN jaar of wat geleden had ik een punt in mijn leven bereikt waarop ik voelde dat ik werkelijk Gods hulp nodig had. Maar kon ik mij tot hem wenden in het vertrouwen dat hij zich voldoende om mij zou bekommeren om te helpen? Ik moet toegeven dat ik mijn twijfels had. Waarom? Omdat ik een vrouw ben, en verbitterd tot de slotsom was gekomen dat God zich werkelijk niet zozeer om vrouwen bekommerde. Hoe kwam ik aan zo’n negatieve kijk op God? Mijn jeugdervaringen hadden ertoe geleid dat ik er zo over dacht.
Misschien weet u dat het mormonisme, de voornaamste religie in Utah, VS, eens tot polygamie heeft aangemoedigd. Toen werd in 1890 het beleid gewijzigd en was polygamie voor de mormonen niet langer toegestaan. Niet iedereen ging echter mee met die beleidswijziging. Sommige fundamentalisten gingen ertoe over hun eigen sekten te stichten, en gingen in het geheim door met het bedrijven van veelwijverij.
Zo kwam het dat mijn vader, toen ik nog een heel klein meisje was, besloot enkele van die sekten van de fundamentalisten te onderzoeken om te zien of zij de waarheid hadden. Op grond van zijn onderzoek besloot hij dat polygamie inderdaad Gods wil voor de mensheid was.
Dat was geen gering besluit! Mijn moeder had hem al vier kinderen geschonken en was in verwachting van de vijfde. Zij was verward en verbitterd. Zij redeneerde en huilde, en toen zij naar het ziekenhuis ging om haar vijfde kind te krijgen, wilde zij sterven. Het had ook niet veel gescheeld of ze was werkelijk gestorven, maar uiteindelijk herstelde zij. Op den duur ging zij geloven dat polygamie misschien wel Gods wil was, maar nooit kwam zij tot de overtuiging dat mijn vader de juiste man was om volgens die ’hoge wet van God’ te leven.
Naarmate mijn vader meer en meer bij polygamie betrokken raakte, bracht hij ons voortdurend in herinnering dat hij ’Gods wil’ deed. Die woorden, ’Gods wil” brandden in mijn geest, telkens wanneer ik zag hoe hij zich opdofte voor een vrijage, ’rechtvaardig’ zijn plicht betrachtend door met andere vrouwen dan mijn moeder uit te gaan. Telkens wanneer ik ’s nachts wakker werd en moeder alleen in bed zag omdat vader bij een andere vrouw was, kon ik de woorden ’Gods wil’ maar niet vergeten. Ik begon de mening te koesteren dat God de vrouwen erg oneerlijk bejegende.
Ja, ik gaf God de schuld van onze ongelukkige gezinssituatie. Natuurlijk weet ik nu dat het niet Gods wil is dat een man meer vrouwen neemt. Het is Gods wil dat zij ’de man van één vrouw’ zijn en dat ’mannen hun vrouw liefhebben als hun eigen lichaam’ en hun geen verdriet aandoen en in onzekerheid brengen (1 Tim. 3:12; Ef. 5:28). In die tijd kende ik die waarheden echter nog niet. Mijn vaders verkeerde voorstelling van God zaaide zaden van bitterheid in mijn hart.
Mijn moeder wist dat de hele kwestie mij dwars zat, dus zij probeerde mij te troosten. Zij redeneerde: ’Tenslotte is polygamie heel wat beter dan overspel, en mannen zijn van nature polygamisten die het niet bij één vrouw kunnen houden. Zo schijnt God hen gemaakt te hebben.’ Die woorden gaven me echter alleen maar een gevoel van hopeloosheid. ’Waarom heeft God de mannen zo gemaakt?’ vroeg ik me af. ’Waarom moet een vrouw haar man met andere vrouwen delen? Zijn vrouwen alleen maar het bezit van mannen zodat zij kinderen voor hen kunnen baren?’ Ik geloofde in God. Maar ik aanvaardde de leringen van mijn vader en begon mij erg benadeeld te voelen omdat ik een meisje was.
Een poging om mij los te maken
In de sekte van mijn vader was het de gewoonte dat meisjes al jong werden uitgehuwelijkt. Maar toen ik in de tienerleeftijd kwam, kon ik de gedachte mijzelf aan een of andere man te geven om slechts een van zijn vrouwen te worden, niet verdragen. Ik vond dat het dan maar beter was met iemand te trouwen die helemaal geen geloof had. Vader had het druk met zijn andere vrouwen, of met zijn pogingen andere vrouwen te krijgen, dus ik was vrij om mijn eigen gang te gaan. Ik bleef zo ver mogelijk uit de buurt van de leden van mijn vaders religie en mijn leven werd steeds goddelozer. Ik raakte betrokken bij de levenswijze van de hippies en trouwde ten slotte met een jonge man die er dezelfde levenswijze op na hield. Maar mijn problemen waren niet opgelost.
Ik ontdekte dat mannen zelfs zonder ’Gods wil’ te doen, vrouwen slecht kunnen behandelen. Het scheen mij toe dat vrouwen zowel zonder als met religie in het nadeel waren. Mijn nieuwe echtgenoot gaf na ons huwelijk zijn losse levensstijl niet op. Ik kwam tot de slotsom dat mannen niet alleen van nature polygaam maar ook van nature overspelers waren. Vrijwel elke man die ik kende, bedroog zijn vrouw, dus ik meende dat het iets was waar iedere vrouw vroeg of laat genoegen mee zou moeten nemen. Bovendien ontdekte ik meer over de fysieke problemen van het vrouw-zijn. Onder andere een pijnlijke miskraam gaf me het gevoel dat alle genoegens van het samenleven voor de mannen waren en alle problemen voor de vrouwen.
Een tijdlang bezocht ik de bijeenkomsten van een groep die geïnteresseerd was in de Vrouwenbevrijdingsbeweging. Van deze groep leerde ik nog meer redenen om wrok te koesteren wegens het lot der vrouwen, maar ik bleef al gauw van de bijeenkomsten weg toen de groep niets scheen te presteren dat enige werkelijke waarde voor mij had. Ik bleef God verwijten dat hij oneerlijk was jegens vrouwen. Toch kwam ik er weldra achter dat ik degene was die oneerlijk was. Ik baseerde mijn oordeel op onvoldoende bewijsmateriaal. Het duurde niet lang of ik leerde de andere kant van de zaak kennen.
Een nieuwe kijk op de dingen
Ik had dringend hulp nodig. Maar waar moest ik zijn? Ik begon op eigen houtje de bijbel te lezen en tot God te bidden. Zou God mijn gebed verhoren, ook al was ik ’maar een vrouw’?
Weldra kreeg ik bezoek van twee jonge christelijke vrouwen. Zij boden mij de nieuwste nummers aan van de tijdschriften De Wachttoren en Ontwaakt!, twee publikaties waarin wordt gesproken over de betekenis van de bijbel en de oorzaken van de problemen waarmee wij in deze wereld worden geconfronteerd. Ik had geen geld, maar zij gaven mij de tijdschriften toch. Ik las ze niet, en ook de volgende nummers niet waarmee de jonge vrouwen terugkwamen. Maar uiteindelijk stemde ik erin toe de bijbel te bestuderen met een van de jonge vrouwen.
Aanvankelijk was ik niet bijster geïnteresseerd. Maar weldra nam mijn belangstelling toe. Ik begon de bijbelverhalen die mijn vader mij had verteld om zijn handelwijze te rechtvaardigen, in een ander licht te bezien. Ik zag de oorzaak van het lijden van de mensen — zowel mannen als vrouwen. Ik leerde Gods standpunt kennen, namelijk dat hij niet goedkeurt dat vrouwen door mannen worden onderdrukt. Het is niet ’Gods wil’ dat mannen vele vrouwen nemen of andere dingen doen die hun pijn en leed berokkenen. Ik ontdekte dat in werkelijkheid ’God liefde is’ en ik begon warm te lopen voor zijn liefde. — 1 Joh. 4:8.
Er bleven echter resten van twijfel bestaan over de vraag hoe God nu werkelijk vrouwen beziet. Ik bad om meer hulp.
Een dieper begrip
Op een dag las ik de geschiedenis van Jakob in het boek Genesis. Voordien had ik dit verslag altijd gemeden, omdat er polygamie bij betrokken was. Nu echter zette ik me ertoe het te lezen.
Jakob hield van Rachel en hij had zeven jaar gewerkt om haar te kunnen trouwen. Door een list werd hij echter gedwongen Lea, haar oudere zuster, te trouwen. De vader van de twee meisjes, Laban, beweerde dat hij Jakob bedrogen had omdat het de gewoonte was dat het oudste meisje uit het gezin het eerst trouwde. Zeven dagen later trouwde Jakob het meisje dat hij werkelijk liefhad Rachel — hoewel hij nog eens zeven jaar moest werken om de bruidsprijs voor haar te betalen. Nu begon Lea pijnlijk te voelen wat het betekende om een onbeminde echtgenote te zijn. — Gen. 29:16-30.
Terwijl ik dit verhaal voor mijzelf las, begon het een nieuwe betekenis te krijgen. Het was niet God die Jakob ertoe bewoog twee vrouwen te nemen. Een man, Laban, bracht hem daartoe door een list. En het was beslist God niet, die Lea tot een ongewenste echtgenote maakte. Jehovah was daarentegen de enige die haar troostte in haar verdriet. Telkens opnieuw erkende Lea Jehovah’s hulp. En niet alleen dat, maar toen Rachel ongelukkig werd, hielp Jehovah ook haar. — Gen. 29:31-35; 30:22-24.
Mijn hart werd geroerd toen ik over Jehovah’s goedheid en zorg voor elk van deze beide vrouwen las. Hij behandelde hun problemen niet als onbeduidend of ’alleen maar vrouwelijke emotionaliteit’ en daarom niet werkelijk belangrijk. Hij bekommerde zich er werkelijk om.
Daarna vond ik nog vele andere verslagen in de bijbel die zonder enige twijfel aantoonden dat Jehovah God zich om vrouwen bekommert. Ik kreeg het vertrouwen dat God, net zoals hij naar de gebeden van Lea en Rachel luisterde toen die een situatie te verduren hadden die verre van ideaal was, ook naar mijn oprechte gebeden zou luisteren.
Bovendien liet het verslag over de schepping van Eva mij de waarde en de noodzaak van de vrouw op het aardse toneel zien (Gen. 2:18). De vrouw was een aanvulling van de man. Daarom werd het mensenras door haar hoedanigheden, die verschilden van die van de man, verrijkt. Ik verslond de raad en de aanmoediging die de bijbel speciaal voor vrouwen bevat. — Spr. 31:10-31; 1 Petr. 3:1-6; Matth. 26:6-13.
Ik merkte op dat, hoewel de bijbel aantoont dat ’de man het hoofd is van de vrouw’, mannen de raad krijgen vrouwen met achting en consideratie te behandelen (1 Kor. 11:3; 1 Petr. 3:7; Spr. 5:18-21; Ef. 5:28-33). En in het bijzonder werd ik getroffen door de manier waarop Jehovah dacht aan de weduwen, die in vroeger tijden — en thans dikwijls ook nog — arm en hulpeloos waren. — Jak. 1:27.
Vroeger was ik van mening geweest dat, wanneer het om seks gaat, mannen al het plezier en vrouwen al het lijden hebben. Maar doordat ik drie kinderen kreeg, leerde ik het baren van kinderen zien als een grote zegen die God de vrouwen heeft geschonken. Zelfs ondanks de pijn zullen veel vrouwen het ermee eens zijn dat het een van de opwindendste dingen is die ooit kunnen gebeuren, een vreugde waarnaar mannen alleen maar kunnen gissen, maar die zij nooit werkelijk zullen kennen.
Daarmee wil ik niet zeggen dat de ene sekse beter of belangrijker zou zijn dan de andere. De apostel Paulus vat de zaak heel goed samen: ’Bovendien is in verband met de Heer noch de vrouw zonder de man, noch de man zonder de vrouw. Want evenals de vrouw uit de man is, zo is ook de man door bemiddeling van de vrouw, maar alle dingen zijn uit God.’ — 1 Kor. 11:11, 12.
Zo kwam ik tot het inzicht dat God zich wel degelijk om vrouwen bekommert. Hij is de beste toevlucht voor vrouwen die zich in dit samenstel van dingen onderdrukt voelen. Ik zou graag iedereen uitnodigen om een onderzoek in te stellen naar de bijbel en de onbevooroordeelde God van de bijbel, Jehovah. Wat redding betreft is hij een God die ’gelijke kansen’ geeft. Wij allen kunnen Jehovah liefhebben, en ons in zijn liefde verheugen.” — Ingezonden.
[Inzet op blz. 14]
„Zijn vrouwen alleen maar het bezit van mannen zodat zij kinderen voor hen kunnen baren?”
[Inzet op blz. 14]
’God keurt niet goed dat vrouwen door mannen worden onderdrukt’
[Inzet op blz. 15]
’Mijn hart werd geroerd toen ik over Jehovah’s goedheid las’
[Inzet op blz. 16]
God is de beste toevlucht voor vrouwen die zich in dit samenstel van dingen onderdrukt voelen.
’Wat redding betreft is Jehovah een God die „gelijke kansen” geeft’
[Kader op blz. 15]
„Mijn vader vertelde mij dat een van de voorbeelden die hij volgde dat van Abraham was. Abraham had kinderen bij twee vrouwen, zijn echtgenote Sara en een slavin genaamd Hagar. De reden hiervoor was echter dat God de kinderloze Abraham had beloofd dat zijn nageslacht een grote natie zou worden. Toen Abrahams vrouw Sara te oud werd om kinderen te krijgen, gaf zij hem de slavin Hagar, in de gedachte dat het beloofde kind misschien uit haar geboren zou worden. Merk op dat het Sara was die het meisje aan Abraham gaf. Abraham nam niet zelf meer dan één vrouw. En ten slotte bleek dit toch niet Gods manier te zijn om zijn belofte te vervullen. Later gaf Jehovah Sara op wonderbaarlijke wijze haar voortplantingsvermogen terug, en de beloofde zoon kwam uit haar voort. — Gen. 12:1-3; 16:1-4; 21:1-5.”
[Kader op blz. 16]
De uitgevers van dit tijdschrift zullen u met het grootste genoegen helpen de uitnodiging van deze persoon te aanvaarden.