Zij vonden een zinvol leven!
BIAGIO is een Italiaan, nu in de twintig. Op zijn zeventiende begon hij door Europa te zwerven. „Ik liftte van de ene plaats naar de andere”, zegt hij, „en ik had geen ander thuis dan de slaapzak op mijn rug. Mijn vrijheid was erg belangrijk voor mij en ik voelde me werkelijk vrij!” Maar dat duurde niet lang.
„Wanneer ik dan weer thuiskwam, werd ik door verveling overvallen. Ik vroeg me af of het mogelijk was een bevredigender leven te leiden. Buiten de gezinskring had ik geen vrienden, niemand zat op me te wachten als ik thuiskwam en niemand verwachtte van me dat ik iets zou gaan doen. Heel vaak zat ik naar de voorbijgangers op straat te kijken en vroeg ik me af wat anderen van hun leven maakten. Soms bedronk ik me, gewoonlijk wanneer ik alleen en eenzaam was.
Het gevoel van nutteloosheid waarmee ik te kampen had, heeft sommige jonge mensen tot drugverslaving of zelfs tot zelfmoord gedreven. Op een keer, toen ik in Amsterdam was en op het punt stond ergens binnen te gaan waar drugs vrij werden verhandeld, wierp een jonge man zich in een depressieve bui van het balkon af en was op slag dood. In zijn val miste hij me op een haar.
Ik begon te beseffen dat dezelfde misstanden die wij jongeren in het ’systeem’ verwierpen, ook onder ons bestonden. Wij waren niet vrij van opportunisme, wedijver of egotisme, en wij hadden voor onszelf gewoon een systeem ontworpen dat overeenkwam met het oude. Jonge mannen bijvoorbeeld, die hoge idealen beweerden te hebben, moedigden hun vriendin aan zich te prostitueren om geld te verdienen.
Wij veroordeelden de maatschappij, maar wij wilden er niet werkelijk iets aan doen. Waarom niet? Wij hadden geen zin om voor een betere toekomst te werken omdat wij helemaal geen toekomst in het verschiet zagen die de moeite waard was. Ik bemerkte dat ik steeds cynischer werd. Tegen de tijd dat ik twintig was, voelde ik me oud.
Op een avond kwam ik bij een vriend thuis een boek over de bijbel tegen. Het heette ’De waarheid die tot eeuwig leven leidt’, gepubliceerd door het Wachttorengenootschap. Ik las een paar hoofdstukken . . .”
Uit dat boek leerde Biagio dat het Gods oorspronkelijke voornemen was dat mensen in liefde en vrede zouden samenwonen. Hij kwam erachter dat God niet verantwoordelijk gesteld kan worden voor de wereldomvattende hebzucht en onderdrukking waarover rechtgeaarde mensen in deze tijd zo geschokt zijn. — Deut. 32:4, 5.
Maar als God niet verantwoordelijk is voor de huidige wereldtoestanden, wie dan wel? „Het hoofdstuk ’Zijn er goddeloze geesten?’ overtuigde mij ervan dat Satan, het geestelijke schepsel dat lang geleden tegen God in opstand kwam, dit gehele samenstel beheerst”, vertelt Biagio. Ja, de bijbel verwijst naar Satan als „de god van dit samenstel van dingen” of „de boze god van deze wereld” (2 Kor. 4:4, Nieuwe-Wereldvertaling; Today’s English Version). Geen wonder dat de wereld zo’n zelfzuchtige, wrede geest weerspiegelt!
Maar er is ook goed nieuws. „Ik ontdekte dat de bijbel over dingen spreekt waar ik altijd naar verlangd had”, zegt Biagio. „De bijbel belooft een nieuw samenstel van dingen, vrij van oorlog, ziekte, ouderdom en de dood.” Ja, net als miljoenen anderen die het boek De waarheid die tot eeuwig leven leidt hebben gelezen, vond ook Biagio het geweldig te vernemen dat de bijbel zo veel over de toekomst van onze aarde te zeggen heeft. Het is niet gewoon maar een boek over het ’hiernamaals’. Zegt de bijbel niet dat ’de zachtmoedigen de aarde erfelijk zullen bezitten’? (Ps. 37:11, Statenvertaling) Als God er niet in geïnteresseerd is de zaken op aarde recht te zetten, waarom zou Jezus zijn volgelingen dan geleerd hebben te bidden: „Uw koninkrijk kome. Uw wil geschiede, gelijk in de hemel, alzo ook op aarde”? — Matth. 6:10.
Opgewonden over wat hij te weten was gekomen, nam Biagio contact op met Jehovah’s Getuigen, en er werden regelingen getroffen voor een geregelde bijbelstudie met hem. „Direct vanaf het begin sprak de schriftplaats in Johannes 8:32 mij aan”, vertelt hij. „Daar staat: ’De waarheid zal u vrijmaken.’ Ik begon te begrijpen wat ware vrijheid betekent.” Nu begreep Biagio waarom zijn „vrije” levensstijl zo onbevredigend was geweest. „Ik was al die tijd eigenlijk een slaaf”, zegt hij, „ondanks dat ik had geprobeerd te ontsnappen.”
„Ik begon de vergaderingen van de Getuigen bij te wonen en zij heetten mij vriendelijk welkom op hun bijbelstudies. De jonge mensen die ik op deze vergaderingen ontmoette, waren van een ander slag dan die ik had gekend. Zij waren gelukkig, vriendelijk en beleefd. Ieder had zijn persoonlijke waardigheid en deed zijn best om anderen liefde te betonen. Dit waren dingen die ik altijd in de praktijk had willen zien!”
Vele jongeren hebben net als Biagio een droombeeld van een betere wereld. Jij misschien ook wel. Als je ervan overtuigd kon zijn dat zo’n wereld niet slechts een droom is, maar een zekerheid, hoe zou je je dan voelen? Zou je ertoe gebracht worden dat „goede nieuws” met anderen te willen delen? Dat was het geval met Biagio. „Ik stopte met roken, zorgde ervoor dat ik er wat netter uitzag, en vertelde mijn meisje dat wij er niet mee door konden gaan een immoreel leven te leiden als wij Gods goedkeuring wilden hebben”, vertelt hij. „Ik besefte zelf dat deze veranderingen noodzakelijk waren, zonder dat iemand me zei wat ik moest doen.” Biagio wilde ervoor in aanmerking komen om als een getuige van Jehovah gedoopt te worden. Waarom? Omdat Jehovah’s Getuigen hem hadden geholpen hoop voor de toekomst en een zinvol leven te vinden. Biagio wilde samen met de Getuigen anderen gaan vertellen wat hij gevonden had. Nu zijn hij en zijn vrouw speciale pioniers, volle-tijdpredikers van het „goede nieuws”.
„Ware vrijheid betekent niet eenvoudig jezelf behagen”, zegt hij. „Ik weet dat uit ervaring. Andere mensen moeten het ook weten. De beste manier om liefde voor onze naasten te tonen, is deze kennis te verbreiden en anderen te helpen een levenswijze te vinden die de moeite waard is.”
Doordat Biagio de waarheid omtrent Gods koninkrijk leerde kennen, kreeg hij hoop voor de toekomst. Het natuurlijke verlangen die hoop met anderen te delen, gaf hem iets dat werkelijk de moeite waard was om er zijn leven aan te wijden.
Khems speurtocht naar het doel van het leven
„Ondanks mijn jeugdige leeftijd was ik in mijn geboorteland Kambodja een succesvol schrijver”, vertelt Khem. „Ik had prestige, succes, een goedbetaalde baan — alles wat jonge mensen graag willen. Toch zag ik het leven als volkomen zinloos. Ik heb zelfs een roman geschreven met de titel ’Het leven heeft geen doel’.
Weet je, ik was streng boeddhistisch opgevoed, maar had mijn geloof in die religie verloren. Na het boeddhisme verlaten te hebben, ging ik me met filosofie bezighouden, maar ontdekte al gauw dat er voor elke filosoof ook een ’tegenfilosoof’ was. Wat moest ik geloven? Steeds weer vroeg ik me af: Waar leef ik voor?
In de jaren ’70 werd Kambodja in een burgeroorlog gedompeld. Ik zag executies plaatsvinden. Ik zag massagraven, en rivieren en meren vol dode lichamen en letterlijk rood van het bloed. Tweeduizend jaar Kambodjaanse traditie werd bijna van de ene dag op de andere weggevaagd. Geen enkele Kambodjaan had gedacht dat het ooit mogelijk zou zijn!
De autoriteiten zochten mij. Daarom vluchtte ik, samen met anderen, de jungle in en hoopte Thailand te bereiken. Op die tocht dacht ik veel na over het bestaan van God. Hoe prachtig en rijk is de schepping! Op de een of andere manier was het niet bevredigend dit aan louter toeval of blinde natuurkrachten toe te schrijven. Waarom zouden we de eer niet aan een wijze Schepper geven?
Ik dacht lang over die vraag na. Toen, voor de eerste keer in mijn leven, bad ik werkelijk vanuit mijn hart. Voor het eerst besefte ik dat er een Schepper moet zijn. Maar wat was zijn voornemen met de mens? Waarom laat hij lijden en kwaad toe, zoals ik in mijn eigen land had gezien? In welke religie wordt de ware God aanbeden? Ik besefte dat als ik levend uit de jungle zou komen, ik mijn speurtocht naar de antwoorden op deze vragen op de eerste plaats in mijn leven zou stellen. Na tien dagen kwamen wij uitgeput en half verhongerd in Thailand aan.
In het vluchtelingenkamp in Thailand kreeg ik een bijbel in mijn eigen taal te pakken, en ik leerde dat de God die zich in de oudheid aan de joden had geopenbaard, ook de God van de christenen was. In de bijbel las ik dat hij een persoonlijke naam heeft, Jehovah. Ik wilde deze God beter leren kennen.
Na vijf maanden in Thailand te zijn geweest, emigreerde ik naar Oostenrijk. Op een dag vond ik een strooibiljet waarop ik werd uitgenodigd naar een Koninkrijkszaal van Jehovah’s Getuigen te komen. De naam Jehovah betekende iets voor mij, maar wie waren zijn getuigen? Waarvan konden zij getuigenis afleggen? Sceptisch en nieuwsgierig bracht ik een bezoek aan hun Koninkrijkszaal.
Omdat ik nog bezig was Duits te leren, verstond ik niet alles van de lezing die ik te horen kreeg, maar ik begreep wel dat het over het goede nieuws van Gods koninkrijk ging. Door middel van Jehovah’s koninkrijk zou de aarde tot een paradijs gemaakt worden, waar mensen niet langer tranen van verdriet en pijn zullen storten en waarin God ’alle dingen nieuw zal maken’ (Openb. 21:3-5). Dit was precies wat ik van een machtige en rechtvaardige God verwachtte! Maar waarom had Jehovah niet lang geleden zo’n wereld geschapen?
De Getuigen begonnen geregelde bijbelbesprekingen met mij en beantwoordden mijn vragen”, zegt Khem. Tijdens die besprekingen leerde hij dat God de aarde had geschapen om zonder pijn, lijden en kwaad te zijn. Deze dingen, die Khem ertoe hadden gebracht zich af te vragen wat de zin van het leven was, hoorden in Gods oorspronkelijke voornemen niet thuis. Pas toen de mensheid Jehovah’s heerschappij had verworpen, begonnen die moeilijkheden de kop op te steken. Maar de aanwijzingen zijn onmiskenbaar dat ’s mensen droevige geschiedenis van opstand en vervreemding van God spoedig ten einde zal zijn!
„Ik was blij een religie gevonden te hebben die haar geloofsopvattingen aan de hand van de bijbel aan mij bewees, en geen blind geloof vereiste”, zegt Khem nu. „Wat zou ik het goede nieuws van Gods koninkrijk graag met mijn geteisterde volk in Kambodja delen! Aangezien dit op het moment niet mogelijk is, verkondig ik het ’goede nieuws’ aan mijn medemensen in Oostenrijk. Wat een voorrecht is het, Gods medewerker te zijn en een aandeel te hebben aan dit levenreddende werk! Nu kan ik vol vreugde zeggen: Het leven heeft wel degelijk een doel!”
[Inzet op blz. 9]
„Het gevoel van nutteloosheid waarmee ik te kampen had, heeft sommige jonge mensen tot drugverslaving of zelfs tot zelfmoord gedreven”
[Inzet op blz. 10]
Als God niet verantwoordelijk is voor de huidige wereldtoestanden, wie dan wel?
[Inzet op blz. 11]
Khem vernam dat God deze aarde zal veranderen in een paradijs waar niet meer geleden zal worden