De tv onderwijst geen hoffelijkheid
The Royal Bank Letter, die in Canada wordt uitgegeven, schreef onlangs over hoffelijkheid en de behoefte die hieraan bestaat. In dit verband werd er echter op gewezen dat mensen geen hoffelijkheid leren van de televisie: „Zelfs kinderen wier ouders ouderwets genoeg blijven om elkaar niet in bijzijn van de kinderen af te kraken, hebben alle kans ten kwade beïnvloed te worden door het slechte voorbeeld dat zij op de tv zien geven. De scherpe tong van de antihelden en de beledigende grappen van de komieken op de beeldbuis bieden geen richtsnoer voor wat bij het allereerste doel van hoffelijkheid is, namelijk mensen op hun gemak stellen. Sportberoemdheden laten duidelijk merken dat zij niet meer dan egotistische lomperikken zijn, terwijl tv-commentatoren op sportgebied de gedachte propageren dat winnen het enige is dat erop aankomt, of dat nu met eerlijke of met oneerlijke middelen lukt. Interviewers in programma’s over publieke aangelegenheden ondervragen hun gasten — of slachtoffers — met een maximum aan vechtlust en een minimum aan fatsoen. Het maakt allemaal deel uit van een bijzonder agressieve en twistzieke tijd, en agressiviteit en twistzucht zijn de vijanden van hoffelijkheid.”
De bijbel voorzei deze „agressieve en twistzieke tijd” door de mensen in de „laatste dagen” van dit samenstel van dingen te beschrijven als ’aanmatigend, hoogmoedig, niet ontvankelijk voor enige overeenkomst, zonder zelfbeheersing, heftig, onbezonnen, opgeblazen van trots’ (2 Tim. 3:1-5). Veel verkwikkender is het om te verkeren onder degenen die de bijbelse raad opvolgen en ’vriendelijk jegens elkaar worden, teder mededogend’ en zodoende altijd op hoffelijke wijze handelen. — Ef. 4:32.