Er is een invasie gaande — van robots!
Bedreigen stalen-boordenwerkers uw baan?
IN EEN onverlicht pakhuis zoekt een duistere figuur zich tastend een weg door de gangpaden tussen de dozen en kisten. Van de straatverlichting binnendringend licht werpt spookachtige schaduwen op muren en plafond. Op een muur ziet de insluiper zijn eigen silhouet afgetekend. De groteske, gebochelde vorm ervan is een stil getuigenis van zijn kwade bedoelingen. Plotseling merkt hij dat een tweede schaduw de zijne volgt. Er zit iemand achter hem aan. Zijn bewegingen worden sneller. Die van de achtervolgende schaduw ook. Hij begint te hollen. Er hollen nu twee schaduwen. Hij stuitert terug van een muur voor hem en valt hulpeloos op de grond. De achtervolgende schaduw is niet louter een silhouet meer. Dreigend staat zijn achtervolger over hem heen. De aspirant-dief, met een van angst verwrongen gezicht omhoog kijkend, kan zijn ogen niet geloven. Een levensgrote mechanische nachtwaker kijkt met koude ogen op hem neer. Een robot heeft hem te pakken!
In een snoepfabriek in Engeland kijkt een vermoeide werker naar de klok. Zijn lichaam zegt hem dat zijn werkdag voorbij zou moeten zijn, maar de klok zegt dat hij nog vier uur te werken heeft. Hij glimlacht bij de gedachte dat filmkomieken jarenlang deze zelfde routine hebben gebruikt om toeschouwers aan het lachen te maken — het oppakken en in een doos stoppen van bonbons die in een nooit eindigende stroom, twee per seconde, van de transportband blijven komen. De man heeft gemengde gevoelens. Met een uurtje zal een nieuwe werknemer zijn zenuwslopende werk overnemen. „Hij is supersnel”, zegt de baas over de nieuwe. „Hij zal nooit moe worden en klagen”, pocht de personeelchef. Maak plaats voor de stalen-boordenwerker. Het is alweer een robot!
Enige tijd reeds concurreren robots met menselijke werknemers in de kosmetische industrie in bijna dezelfde routine — het oppakken van flessen handlotion en die in dozen stoppen terwijl ze van de lopende band komen. Hun voorzichtige behendigheid doet ook niet voor die van hun menselijke tegenhangers onder in het testen van kleine thermometers, een proces waarbij onder andere haast microscopisch kleine gasbelletjes uit de breekbare glasbuisjes geschud moeten worden.
In een snelle verwisseling van de klassieke voorschoot met een stalen overall heeft de robot zelfs de zo bewonderde smid van weleer in de schaduw gesteld. Op armlengte afstand van ovens die worden verhit tot een blakerende, adembenemende hitte van 930° Celsius, verwijderen deze mechanische mannen withete stukken metaal en plaatsen ze voorzichtig in machines die ze tot schroefbladen zullen vormen, terwijl de mannen voor wie de robots in de plaats zijn gekomen, met opluchting en verwondering staan toe te kijken.
Robots hebben zich een plaats veroverd in de auto- en vliegtuigindustrie waar ze moeilijke taken verrichten die, alweer, hun menselijke ploegmaten ongelovig het hoofd doen schudden. Ze kunnen het opnemen tegen de beste lassers en spuiters in de auto-industrie. Ze zijn naar andere planeten gegaan en hebben daar bodemmateriaal verzameld. In de nabije toekomst zullen ze het zeewater in gestuurd worden om de kiel van schepen en de funderingen van pieren te inspecteren. Volgens deskundigen zal over vijftien jaar geen stuk kool meer boven de grond komen dat niet door robots is gedolven.
Reeds is men met allerlei grootse plannen bezig om robots aan het werk te zetten op manieren die variëren van zeer aards tot ronduit subliem — zo verheven dat ze daarvoor weer per raket de ruimte in gestuurd zullen worden. Volgens gepubliceerde rapporten is de NASA van plan om als alles goed gaat met de vluchten van de ruimtependel, rond 1986 een robot met de ’space shuttle’ omhoog te sturen. De robot zou worden getest op het verrichten van eenvoudige handelingen; later kan hij dan complexere taken uitvoeren zoals het repareren van satellieten in hun omloopbaan en het bouwen van ruimtestations. De invasie van de robots is begonnen!
Tot in welke mate dringen deze mechanische mannen onze wereld binnen? Volgens sommige rapporten bedraagt de wereldbevolking aan robots nu 17.500. Andere rapporten stellen dit aantal zelfs al op 20.000, waarbij Japan in produktie en gebruik op de eerste plaats staat, op grote afstand gevolgd door de VS, en daarna de Bondsrepubliek Duitsland, Zweden, Polen, Groot-Brittannië, Noorwegen, Finland, Denemarken en Nederland. Deze gegevens wijzigen echter haast dagelijks. Alleen al in de VS is de produktie van robots met 35 procent per jaar gestegen. Een firma vermeldt met trots dat er 55 robots per maand van haar assemblagelijn af komen, en dat ze even snel verkocht worden als ze geproduceerd kunnen worden. Andere grote firma’s die zien hoeveel vraag er in de industrie bestaat naar deze stalen-boordenwerkers, haken ook in en beginnen zich te outilleren voor de produktie van robots.
Japan heeft in januari 1981 een fabriek geopend die maand na maand 350 robots kan afleveren. Hier komt nog bij dat in Japan robots reeds zelf andere robots vervaardigen, 24 uur per dag. Tot voor kort had Engeland heel weinig belangstelling voor de mechanische mannen. Thans is de situatie echter veranderd. Firma’s die robots verkopen, zijn bestookt met verzoeken om inlichtingen van fabrikanten en managers, en de snelheid waarmee robots zich een plaats gaan verwerven in het Britse arbeidsleger, neemt toe.
Het Robot Institute of America, een handelsgroep in Dearborn (Michigan), laat zien hoe de invasie van mechanische mannen voortschrijdt door te voorspellen dat de verkoop van robots in de VS van 70 miljoen dollar in 1980 zal stijgen tot 225 miljoen dollar in 1985.
Het waarom van deze plotselinge invasie van robots in de industrie laat zich het beste begrijpen als men het verschil begrijpt tussen geautomatiseerde machines, die reeds generaties lang in de industrie gebruikt worden, en de machines die men robots noemt. Het Robot Institute of America geeft misschien de beste definitie van wat een robot nu tot een robot maakt: „Een opnieuw programmeerbare en multifunctionele manipulator die materiaal, onderdelen, werktuigen of gespecialiseerde apparatuur variabele geprogrammeerde bewegingen kan laten maken met het doel een verscheidenheid van taken te verrichten.”
Een eenvoudige geautomatiseerde machine kan alleen één ding doen. Bij wijze van voorbeeld: Als u op dit tijdschrift geabonneerd bent, dan is het exemplaar dat u aan het lezen bent, waarschijnlijk individueel gevouwen en van een adreswikkel voorzien door een machine die speciaal voor dat doel ontworpen is. Dat is de enige functie van die machine. Iets anders kan ze niet. Een robot daarentegen kan geprogrammeerd worden om heel veel dingen te doen. Hij zou ramen kunnen lappen, een ei bakken, spuiten of lassen, en ook dit tijdschrift in een wikkel pakken. Hierin ligt de werkelijke waarde van de robot voor de industrie.
De bewegingen van een robot zijn flexibel en kunnen in menselijke termen beschreven worden: rotatie van middel, schouder, elleboog en pols en buiging van arm en pols. Ze kunnen bijna alle bewegingen van een menselijke arm en pols nabootsen, tot het omroeren van een kopje koffie toe. Tot grote vreugde van hun werkgever zijn al hun bewegingen volledig programmeerbaar — om een bepaalde taak keer op keer te doen of om te stoppen en iets anders te doen. Ze kunnen met mensen werken — in een menselijk tempo, ten einde niet in conflict te komen met bestaande verrichtingen. Hebben wij hier de definitieve dienstknecht van de mens?
Maar wacht, dit is nog niet eens alles! De lijst van waardevolle eigenschappen van robots is nog veel langer. Zelfs de meest ingewikkelde verrichtingen zijn een robot heel gemakkelijk te leren. Hoe gemakkelijk dat gaat, kunt u opmaken uit een handboek van een producent:
„Met gebruik van een in de hand te houden instructie-orgaan onderwijst men de robot zijn taak door hem letterlijk aan de hand door de hem toegewezen verrichtingen heen te voeren. Playback-snelheden zijn onafhankelijk van instructiesnelheden zodat verrichtingen die langzaam zijn geïnstrueerd, ook bij hoge snelheid nauwkeurig uitgevoerd kunnen worden. Deze instructiemethode maakt het mogelijk dat men de robot in korte tijd aan een bepaalde taak kan zetten, snel ook op iets nieuws kan laten overgaan en snel het programma kan aanpassen. Er kunnen vele programma’s in het geheugen worden opgeslagen en naar behoefte worden opgeroepen. Er kunnen subroutines geïnstrueerd worden om een complexe taak te vergemakkelijken, en delen van programma’s kunnen gewijzigd worden zonder de produktie te onderbreken. Programma’s kunnen voor toekomstig gebruik op magneetband worden weggeschreven. De geheugencapaciteit kan voor complexere taken uitgebreid worden.”
Hebt u vroeger het gevoel gehad dat u als menselijke werker echt noodzakelijk was? Voelt u zich plotseling bedreigd? Als u in een fabriek werkt, welk percentage van uw werkdag geeft u dan echt aan uw werk? Bent u een klager? Meldt u zich vaker „ziek” dan uw collega’s? Pas op uw tellen. Misschien wordt u vervangen door een robot. Misschien heeft uw werkgever de goede kanten van het in dienst nemen van een robot al in studie. Ze worden hun taak nooit moe. Ze kunnen dag en nacht doorwerken. Ze klagen nooit, vragen niet om loonsverhoging, kennen geen ziekteverzuim, beginnen altijd op tijd, nemen geen vakantie, hoeven niet door hun baas bij het fonteintje weggehaald te worden — en geen koffiepauzen. De robotinvasie heeft een reden!
General Motors heeft ongeveer 400 robots in hun fabrieken. Ze worden in de eerste plaats gebruikt voor lassen en spuiten, het hanteren van onderdelen en maken van mallen. Een van de nieuwste robots wordt gebruikt voor de inspectie van de carrosserie. Uitgerust met camera’s beschikken de robots over „ogen” die mensen niet kunnen evenaren. General Motors voorspelt dat in plaats van de 400 van thans er in 1985 5000 geïnstalleerd zullen zijn. Volgens gepubliceerde rapporten is men van plan er tegen 1990 meer dan 14.000 te hebben. Voor de goede verstaander: De bedrijfskosten bedragen $5,50 per uur voor deze robots. Hierin is ook de aanschaf en het onderhoud verrekend. Vergelijk dit met de $18,10 per uur die de arbeider in de auto-industrie aan loon en uitkeringen kost, en de aantrekkingskracht van de robots spreekt voor zichzelf.
Dat robots mensen vervangen mag niet buiten beschouwing blijven. Toen een firma in Japan een computer-robot naar binnen haalde om onderdelen van stofzuigers te fabriceren, bleek daar dat de robot plus nog vier mensen het werk konden doen dat voordien door 120 man was gedaan. Met de hulp van robots heeft men in Japan voor het assembleren van televisietoestellen nog niet half zo veel werkkrachten nodig als de meeste fabrikanten in de VS. In de Volkswagenfabriek in Wolfsburg (Duitsland) hebben vier robots die als lassers zijn „aangenomen”, 22 menselijke lassers vervangen. Onderzoeken in die fabriek naar het gebruik van robots in het arbeidsproces wijzen uit dat voor iedere taak die door robots wordt verricht, tussen de vijf en zeven banen wegvallen.
Voorstanders van robots in de industrie argumenteren dat de arbeiders de robots met open armen moeten ontvangen, vooral voor taken waar door de aard van het gehanteerde materiaal gevaar bij betrokken is of voor laaggewaardeerd eentonig werk. Oppervlakkig beschouwd klinkt dit inderdaad heel loffelijk. Maar het argument wordt twijfelachtig wanneer men bedenkt dat het de werkgever is, en niet de werknemer, die bepaalt wat het eentonige en gevaarlijke werk is.
Dan wordt er in industrieën waar men reeds robots gebruikt of verwacht te gaan gebruiken, vanuit de directie het argument naar voren gebracht dat de arbeiders die door robots worden vervangen, eenvoudig kunnen doorschuiven naar witte-boordenbanen. Ook dat klinkt mooi. Maar hoeveel arbeiders die hun werk kwijtraken, zullen geschikt zijn voor de witte-boordenbanen die wellicht ontstaan?
Hoewel robots in het arbeidsleger kunnen zorgen voor grotere produktiviteit en beter werk, betekenen ze wel een probleem voor de arbeiders die plaats moeten maken. Zich bezighoudend met het onderwerp automatisering sprak Robert T. Lund, adjunct-directeur van het Centrum voor Beleidsalternatieven aan het Massachusetts Institute of Technology, van „problemen over de hele linie voor iedereen die de invloed ondervindt van nieuwe technologieën in de fabriek en op het kantoor”. Toen voegde hij eraan toe: „Arbeiders zullen een andere taak moeten krijgen, nieuwe vaardigheden moeten leren, van werk moeten veranderen — al deze dingen brengen moeilijkheden met zich.” Wie zullen de grootste moeilijkheden te verduren krijgen? De jonge arbeider zal de overplaatsing, het moeten leren van nieuwe vaardigheden en de verandering van werk wel als een avontuurlijke uitdaging willen accepteren. Maar hoe staat het met de arbeiders van middelbare leeftijd en ouder? Zal de overplaatsing en de verandering hun welkom zijn?
Momenteel wordt het grootste aantal robots gebruikt in de auto-industrie. General Motors, Ford en Chrysler hebben allemaal robots „in dienst”. Ook veel Europese landen maken gebruik van robots bij de vervaardiging van auto’s. Het tijdschrift Business Week van 3 augustus 1981 bespreekt een onderzoek naar het effect van robots, verricht door de Carnegie-Mellon University. De conclusie is „dat robots plus de nu nog in ontwikkeling zijnde robots met simpele sensorische mogelijkheden, ongeveer 7 miljoen bestaande arbeidsplaatsen in fabrieken zouden kunnen vervangen”. Business Week voegt eraan toe: „De United Auto Workers, een van de weinige vakbonden die zich reeds op de automatisering probeert in te stellen, verwacht dat haar ledental uit de auto-industrie tussen 1978 en 1990 van een miljoen tot 800.000 zal zijn gedaald, zelfs wanneer men uitgaat van een jaarlijkse stijging van 1,8% in het aantal verkochte auto’s op de thuismarkt.”
In Europa, waar de beroemde Volkswagen en Fiat worden gemaakt, bestaat een groeiende bezorgdheid dat er door de robotinvasie steeds meer arbeiders verdrongen zullen worden. Fiat heeft reeds besloten 7500 banen op te heffen. Volkswagen-arbeiders die aanvankelijk de integratie van stalen-boordenwerkers die de onplezieriger werkzaamheden zouden verrichten, hebben verwelkomd, hebben daar nu spijt van. Zij zien robots ontstaan met een hoger IQ, met de mogelijkheid om te „zien” en te „voelen” en daardoor de menselijke werker te verdringen naar minderwaardiger werk — omgekeerde integratie.
Bijna wekelijks worden in de media de pro’s en contra’s van robots besproken. Sommigen stellen dat een vierdaagse werkweek de oplossing is. Omdat de inflatie maar blijft stijgen, argumenteren anderen dat de mensen meer overwerk uitbetaald willen krijgen in plaats van minder arbeidsuren. Maar wat dan ook de voor- en nadelen mogen zijn, de robot staat onverzettelijk midden in het tumult. Hoe onschuldig hij ook is, hij is iemand om rekening mee te houden. Het is inderdaad waar: Robots zijn niet langer op komst — ze zijn er!
[Inzet op blz. 9]
Robots hebben op andere planeten bodemmateriaal verzameld. Spoedig zal men ze in zee de kiel van schepen laten inspecteren
[Inzet op blz. 10]
In Japan vervaardigen robots 24 uur per dag nieuwe robots
[Inzet op blz. 10]
Ze klagen nooit, vragen niet om loonsverhoging, kennen geen ziekteverzuim, beginnen altijd op tijd en nemen geen koffiepauze
[Inzet op blz. 11]
De robot plus nog vier mensen konden het werk doen dat voordien door 120 man was gedaan