Schijn kan bedriegen
„Ik zag Filip met Arthurs vrouw uit dat restaurant komen. Hij bracht haar naar huis. Het was donker. Ze gingen alle twee naar binnen en bleven er. Klaarblijkelijk was Arthur niet thuis. Het lijkt erop dat hier wel eens overspel bij . . .”
„Wacht eens even. Het kàn zo zijn, maar trek geen overhaaste conclusies. Dingen zijn niet altijd zoals ze schijnen te zijn. Denk maar eens aan het geval van Hanna, in het eerste hoofdstuk van het bijbelboek Eén Samuël.”
DE GESCHIEDENIS VAN HANNA
In haar hart, dus niet hoorbaar, doet Hanna de volgende gelofte aan Jehovah God:
„Indien gij . . . uw slavin . . . een manlijke nakomeling zult geven, zat ik hem stellig aan Jehovah geven al de dagen van zijn leven.”
De hogepriester Eli, die wel haar mond zag trillen maar geen woorden hoorde, „hield haar voor dronken”.
„Hoe lang zult gij u nog als een beschonkene gedragen? Doe uw wijn van u.”
„Neen, mijn heer! Ik ben een vrouw met een zwaar bedrukte geest en wijn en bedwelmende drank heb ik niet gedronken, maar ik stort mijn ziel uit voor Jehovah.”
„Stel uw slavin niet gelijk met een nietswaardige vrouw, want uit de overvloed van mijn bezorgdheid en mijn kommer heb ik tot nu toe gesproken.”
De hogepriester Eli oordeelde naar de uiterlijke schijn, had het bij het verkeerde eind en moest zijn oordeel herzien.
„Ga in vrede, en moge de God van Israël uw bede inwilligen, die gij van hem gevraagd hebt.”
DE VOLGENDE DAG
„Sjonge, wat ben ik blij eerst met jou gesproken te hebben voordat ik beschuldigingen uitte! Ik heb de kwestie onderzocht en ben erachter gekomen dat haar man bij een ongeluk op zijn werk gewond was geraakt. Filip had haar meegenomen om hem in het ziekenhuis te bezoeken. Daarna hebben zij snel wat in een restaurant gegeten en heeft Filip haar thuisgebracht. Hij is mee naar binnen gegaan om wat persoonlijke spulletjes van Arthur op te halen die hij hem toen in het ziekenhuis is gaan brengen.”
„De bijbel bevat veel lessen voor ons in deze tijd. Zoals wij gisteren bespraken, ging Eli op de uiterlijke schijn af en oordeelde verkeerd. De baby die Hanna ter wereld bracht en voor Jehovah’s dienst aanbood, Samuël genaamd, ging jaren later ook op de uiterlijke schijn af. Jehovah corrigeerde hem met de woorden: ’Ik oordeel niet zoals de mens oordeelt. De mens kijkt naar de uiterlijke schijn, maar ik zie naar het hart’ (1 Sam. 16:6, 7). Wij willen dus niet in dezelfde fout vervallen als Eli en onze broeders naar de uiterlijke schijn oordelen. Die kan bedriegen.”