De bewoners van de aarde verergeren de problemen
Hun remedies hebben niet alleen een averechtse uitwerking, maar zetten ook rampzalige kettingreacties in werking die miljoenen slachtoffers eisen
RACHEL CARSONS beklemmende boek Dode lente markeerde een keerpunt in de wereldomvattende bezorgdheid voor het milieu. Haar boek maakte de wereld voor het eerst attent op de gevaren van pesticiden. Maar de wereld in het algemeen sloeg geen acht op de waarschuwing, en het probleem wordt alleen maar erger.
Schadelijke insekten tasten de gewassen aan. Om ze te doden, sproeien de boeren met insektenverdelgingsmiddelen. De insekten sterven bij miljoenen, maar enkele bezitten een natuurlijke immuniteit en blijven in leven. Ze dragen deze immuniteit over aan hun nageslacht en al gauw doet een ras van superinsekten zich te goed aan de gewassen. De remedie heeft een averechtse uitwerking gehad. Een probleem is erger geworden.
Maar er is meer gebeurd. Er is een reeks kettingreacties in werking gezet die nieuwe rampen teweegbrengen en nieuwe slachtoffers maken. De verdelgingsmiddelen doden waardevolle insekten die zich plachten te voeden met de schadelijke insekten, de regen spoelt de gifstoffen de grond in, waar ze schade aanrichten onder de bodembacteriën, water voert ze naar meren en zeeën, waar micro-organismen en plankton te gronde gaan en vissen besmet raken. Roofvogels eten de vissen en krijgen geen nieuw broed meer. Mensen eten de vissen en de verdelgingsmiddelen. Of mensen krijgen het gif via een andere voedselketen binnen — de verdelgingsmiddelen komen op gras terecht, het vee eet het gras, het gif verzamelt zich in de melk en het vlees, die vervolgens door mensen worden geconsumeerd.
Verdelgingsmiddelen zijn slechts een klein deel van het vervuilingsprobleem. Alleen al de krantekoppen laten zien dat vervuiling een wereldomvattend probleem is. Het is niet de bedoeling hier nog eens een beschouwing te wijden aan wat reeds ruimschoots publiciteit heeft gekregen. Er bestaat bij enkelen echter een groeiend besef dat er grote crisissen opdoemen: Het verlies van bovengrond. Het verlies van plante- en diersoorten. Het verlies van bezorgdheid voor anderen. Schenk hier alstublieft een moment aandacht aan.
Over de hele aarde gaat bovengrond verloren, maar laten wij onze beschouwing richten op de Verenigde Staten, ook wel „de korenschuur voor de hongerige menigten van de wereld” genoemd. Ruim één miljoen hectare bouwland wordt jaarlijks aan een agrarische bestemming onttrokken voor wegenbouw, industrialisatie of huizenbouw. Ruim anderhalf miljoen hectare gaat per jaar door erosie verloren. In Illinois verdwijnt ieder jaar bijna 165 miljoen ton — 70 liter grond voor iedere 35 liter maïs die wordt geproduceerd. Een eeuw geleden had Iowa gemiddeld 40 centimeter bovengrond, terwijl dat gemiddelde nu naar de 20 centimeter gaat. Iedere seconde stroomt 13 ton vruchtbaar bodemmateriaal weg uit de monding van de Mississippi. „De beste bovengrond van Iowa”, zo zeggen boeren, „kan in de Golf van Mexico worden aangetroffen.”
En de bovengrond die behouden blijft, ondervindt schade. Gezonde grond wemelt van leven — algen, wormen, insekten, bodembacteriën, zwammen, schimmels, gistbacteriën, protozoa en andere kleine organismen. Het is deze enorme gemeenschap van levende organismen — vijf miljard per theelepel grond in de gematigde zone, zo schatten sommigen — die ervoor zorgt dat organische stoffen vergaan en humus worden. Humus is van essentieel belang. Humus is voeding voor planten en verhindert erosie.
Een deskundige vertelde: „De verliezen aan vruchtbare grond namen in het begin van de jaren ’70, toen men een aanvang maakte met de intensieve landbouw, met 22% toe.” Kunstmest is geen vervanging voor humus. Wanneer ammoniumsulfaat wordt gebruikt, wordt het sulfaat zwavelzuur, dat dodelijk is voor de bodemorganismen die humus maken. Ook verdelgingsmiddelen eisen hun tol aan het bodemleven. Diepploegen begraaft de bodemorganismen centimeters onder hun natuurlijke diepte — de bovenste grondlaag van zeven à acht centimeter. Ook stelt het de losgemaakte grond bloot aan de eroderende krachten van wind en water. Nitraat-kunstmest wordt niet helemaal door de planten gebruikt — wel de helft ervan komt door uitloging in de oppervlaktewateren en uiteindelijk in de meren terecht. Daar produceert deze nitraat-kunstmest buitensporige algengroei, en wanneer de algen sterven en tot ontbinding overgaan, verdwijnt de zuurstof uit het water en sterven de vissen. Op deze manier ontstaan dode meren.
De consequenties van onoordeelkundig gebruik van landbouwgrond zijn verreikend. Ernstiger nog is echter het verlies van plantaardig en dierlijk genetisch materiaal.
De hoge opbrengsten leverende voedingsgewassen die de laatste twintig jaar zijn ontwikkeld, zijn afkomstig van variëteiten die duizenden jaren in het wild hebben gegroeid. De wilde planten hadden een natuur van de mens die intensief verbouwd worden op beschadigde grond, moeten hun bescherming ontlenen aan allerlei verdelgingsmiddelen tegen insekten en onkruid. In vele gevallen zijn de wilde stammen die oorspronkelijk zijn gebruikt om de nieuwe bastaarden te kweken, zelf uitgestorven en substanties die misschien wel tot de kostbaarste stoffen op aarde gerekend moeten worden, de kiemplasma’s van die gewassen, zijn verdwenen. Zonder een grote voorraad van dit genetische materiaal van wilde planten zal de mens niet over mogelijkheden beschikken om nieuwe hybriden te ontwikkelen ten einde het hoofd te bieden aan de nieuwe uitdagingen van superinsekten, planteziekten, weersomstandigheden en groeiende bevolkingen.
Meer dan 95 procent van het voedsel voor de mens is afkomstig van 30 voedingsgewassen en zeven diersoorten. Er schuilt een gevaar in de afhankelijkheid van zo weinig voedingsbronnen, vooral met het oog op de intensieve landbouw en de inteelt, die verzwakkend werken op de weerstand tegen schadelijke insekten, ziekten en klimaatsveranderingen. Een voorbeeld van de waarde van wilde soorten is de wilde koolplant. Uit deze plant zijn ontwikkeld de broccoli, spruitjes, koolrabi, boerenkool, kool en bloemkool. Ook hoopt men uit een verwant van de maïs, een wilde overblijvende plant, een maïssoort met hoge opbrengst te ontwikkelen die een overblijvende plant zou zijn en niet ieder jaar opnieuw uit zaad hoeft op te groeien.
Wanneer een plante- of diersoort eenmaal uitsterft, gaat de voorraad genetisch materiaal ervan voorgoed verloren. En dat gebeurt momenteel over de hele aarde. Meer dan 200 diersoorten zijn in de laatste drie of vier eeuwen uitgestorven. Meer dan 800 verkeren op het ogenblik in gevaar. De grootste bedreiging voor zowel dieren als planten is het verlies van hun natuurlijke woongebied.
Ieder jaar gaat zo’n 11 miljoen hectare tropisch woud verloren. In de gematigde zones van de wereld zijn 1,5 miljoen soorten organismen; tropische wouden bevatten 3 miljoen soorten. Ze kunnen een grote bijdrage leveren tot de ontwikkeling van nieuwe medicijnen en nieuwe voedingsbronnen. Maar de wouden verdwijnen, en daarmee ook het genenmateriaal. Wij zullen misschien nooit weten of er op de Filippijnen een onbekende plant is geweest die kanker kon genezen, of in het Amazonegebied een onbekende schimmel die hartaanvallen kon tegengaan. Afgezien van een kernoorlog kan dit de ergste crisis worden die aan de mens te wijten is.
Meer dan dit: Wanneer tropische bossen worden gekapt, spoelt de regen de grond weg, die toch al niet best is en niet langer dan een paar jaar achtereen gewassen of vee kan voeden. Dan trekken de boeren en veehoeders verder en herhalen de cyclus van verwoesting. De prognose is dat wat de Amazonejungle was, de Amazonewoestijn zal worden. En er is nog meer: Wanneer wouden worden platgebrand, komen daarbij grote hoeveelheden kooldioxide in de atmosfeer. Dit komt dan bij de enorme hoeveelheden die al door de industrie worden uitgebraakt. Sinds het begin van de Industriële Revolutie aan het eind van de jaren 1700 is het kooldioxide in de lucht toegenomen met een percentage van 15 tot 25 procent. Deze groeiende deken van kooldioxide zou het klimaat kunnen veranderen en de produktie van voedsel en onze overleving in gevaar kunnen brengen.
Vorig jaar zei milieudeskundige Norman Meyers tot een wereldconferentie: „Van de vijf miljoen soorten die de aarde kent, zouden wij er tegen het einde van de eeuw wel eens een miljoen verloren kunnen hebben. Wij verliezen nu al een soort per dag en tegen het einde van de jaren ’80 zou dat een soort per uur kunnen zijn. . . . Soorten en tropische wouden zijn de grote sluimerende kwesties van het laatste gedeelte van de twintigste eeuw. Het is moeilijk ons twee kwesties van groter potentieel belang voor de mensheid in te denken die toch minder als zodanig door het algemene publiek en zijn politieke leiders worden herkend.”
Of de politici der wereld dit nu wel of niet herkennen, zij hebben andere prioriteiten. Naar verluidt heeft president Reagan geen hoge dunk van milieubeschermende beperkingen voor de Amerikaanse industrie. Zijn algemene doelstelling is minder bepalingen, minder overheidstoezicht, lagere maatstaven en verlaagde straffen. De minister van Binnenlandse Zaken, James Watt, is begonnen een eind te maken aan beschermende bepalingen voor planten, dieren, lucht, water en bodem — en mensen. Ook andere landen zijn hun prioriteiten opnieuw aan het rangschikken zodat de economie voorrang krijgt boven de bescherming van het milieu.
Maar in het jaarlijkse rapport van het VN-milieuprogramma staat de uitspraak te lezen dat de schade ten gevolge van vervuiling in de ontwikkelde landen, meer kost dan de bescherming van het milieu. Het rapport signaleerde ook heel duidelijk een nieuwe tendens — de verplaatsing van verontreinigende industrieën van de ontwikkelde landen naar de ontwikkelingslanden. Het rapport zegt dat de Japanners dit doen. Ook Amerikaanse industrieën die risico’s voor de omgeving opleveren, worden verplaatst naar Mexico, Brazilië en andere ontwikkelingslanden.
Weerspiegelt dit niet een verharde onverschilligheid voor het welzijn van mensen? Een verlies van bezorgdheid voor anderen? Geen liefde voor de naaste, alleen liefde voor geld? Een kwestie van geldelijk gewin prioriteit boven mensen geven? Een illustratie van deze veronachtzaming van anderen is Cubatão in Brazilië. Buitenlandse industrieën hebben die stad zo vervuild dat haar vier rivieren nu dode stromen zijn. Vissen die gevangen worden in de dichtbij gelegen oceaanmonding, zijn blind of misvormd omdat ze kwik naar binnen hebben gekregen. Er zijn geen vogels, geen vlinders, geen insekten van welke soort maar ook, en wanneer het regent, komt er zure regen naar beneden. Vele baby’s worden misvormd of dood geboren, vele anderen sterven binnen een week. Aangezien zo’n schandelijke vervuiling in de ontwikkelde landen niet wordt toegestaan, zei de manager-directeur van een van Cubatão’s staalbedrijven ijskoud dat ’een ijzergieterij meer iets is voor „Derde Wereld”-landen’.
Wij moeten tot de oude waarden terugkeren. Liefde voor de naaste is de enige praktische handelwijze. Zorg voor het milieu is noodzakelijk voor onze overleving. Maar al te vaak is er schade aangericht voordat het gevaar wordt gezien. En zelfs nadat men het gevaar ziet, blijft men met het aanrichten van schade doorgaan. De draden van het web des levens zijn nauw met elkaar verweven. Brengt men een paar levensvormen in gevaar, dan zijn er meteen vele levensvormen in gevaar. Eerst gaat het alleen om een paar vlinders, maar dan zijn wij aan de beurt. Uiteindelijk zijn allen erbij betrokken.
„Is het werkelijk nodig”, zo vraagt Romain Gary, „om te blijven zeggen dat geen mens een eiland is? Hoeveel waarschuwingen hebben wij nodig? Hoeveel bewijzen en statistieken, hoeveel sterfgevallen, hoeveel verdwenen schoonheid, hoeveel ’laatste overgebleven exemplaren’ in die trieste dierentuinen? . . . òf het hart spreekt òf het zwijgt. . . . Het is absurd om onze museums vol te proppen met kunst en miljarden uit te geven voor schoonheid en dan schoonheid in al haar levende pracht moedwillig te laten verwoesten.” — Uit de inleiding van het boek Vanishing Species (Verdwijnende soorten).
De belangrijkste vraag is evenwel: Wat gaat de eigenaar van de aarde aan de vervuiling van zijn aarde doen?
[Inzet op blz. 6]
„De beste bovengrond van Iowa kan in de Golf van Mexico worden aangetroffen”
[Inzet op blz. 8]
„Hoeveel sterfgevallen, hoeveel verdwenen schoonheid, hoeveel ’laatste overgebleven exemplaren’ in die trieste dierentuinen?”
[Inzet op blz. 9]
Ieder jaar gaat zo’n 11 miljoen hectare tropisch woud verloren
[Illustratie op blz. 7]
Uit de wilde kool zijn gekweekt
broccoli
spruitjes
koolrabi
boerenkool
kool
bloemkool