Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g81 22/7 blz. 8-12
  • De Elektronische Kerk schokt de Amerikaanse politiek

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • De Elektronische Kerk schokt de Amerikaanse politiek
  • Ontwaakt! 1981
  • Vergelijkbare artikelen
  • Hoort religie in de politiek thuis?
    Ontwaakt! 1981
  • Moeten geestelijken politiek actief zijn?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2004
  • Hoort religie zich bezig te houden met politiek?
    Meer onderwerpen
  • De Elektronische Kerk komt in de ether
    Ontwaakt! 1981
Meer weergeven
Ontwaakt! 1981
g81 22/7 blz. 8-12

Deel 3

De Elektronische Kerk schokt de Amerikaanse politiek

DE SPREKER was vurig en dynamisch. Zwaaiend met zijn bijbel betoogde hij voor een groep van 1000 predikantsvrouwen: „Wij hebben het antwoord op de politieke chaos in het land, op het economische verval, op de morele schande en de zwakte van het gezin.”

Wat was dat antwoord? „Wij moeten onze harten en onze handen verenigen om deze natie samen weer overeind te helpen . . . Wij moeten een ommekeer eisen”, zei dominee James Robison uit Texas.

In woorden die vele oprechte christenen zouden aanspreken, sprak hij een scherpe veroordeling uit over abortus. „Als het verminken en vermoorden van de ongeborenen in de schoot van hun moeders niet verdorven is, dan bestaat er geen enkele zonde meer waaraan de mens nog schuldig bevonden kan worden.”

Ondertussen stond een andere spreker in een heel ander deel van het land op al even welsprekende wijze raad te geven aan een kamer vol collega’s. „Wat kunt u vanaf de kansel doen?” vroeg hij. „U kunt mensen op de kiezerslijst inschrijven. U kunt hun uitleggen om welke kwesties het gaat. En u kunt kandidaten aanbevelen, tijdens uw zondagsdienst in uw eigen kerk.” Net als Robison was Jerry Falwell — superster van de Elektronische Kerk — energiek bezig campagne te voeren voor politieke kwesties.

Er luisteren heel wat mensen naar wat deze predikanten zeggen. James Robisons wekelijkse tv-programma wordt door 100 stations uitgezonden. Falwells show is zelfs nog populairder. Iedere week bereikt hij tussen de 6 en 18 miljoen mensen via bijna 400 tv-kanalen en nog eens 400 radiostations.

Bij deze politiek gesproken conservatieve predikanten van de Elektronische Kerk was beslist de sterke wens aanwezig om invloed uit te oefenen op de Amerikaanse verkiezingen afgelopen herfst. Kort voor de verkiezingen voerden sommigen van hen in Dallas (Texas) het woord op een ’National Affairs Briefing’ die werd bijgewoond door ongeveer 15.000 fundamentalisten, meest dominees. De Republikeinse kandidaat Ronald Reagan sprak de groep ook toe en prees hen. Hij zei: „Religieus Amerika is aan het ontwaken. Misschien net op tijd om de belangen van ons land te dienen.” Hij kreeg een warm applaus.

Inmiddels heeft Reagan de verkiezingen gewonnen in wat een „conservatieve aardverschuiving” is genoemd. De religieus-politieke actiegroep Moral Majority maakt er aanspraak op een aandeel te hebben gehad aan die overwinning, omdat zij tijdens de campagne zo’n vier miljoen kiezers heeft geregistreerd, van wie de meesten op Reagan hebben gestemd. Het is betekenisvol dat velen van de senatoren die door de Moral Majority en soortgelijke groepen werden tegengestaan, hun zetel hebben verloren aan betrekkelijk onbekende politici.

In een overzicht van de senaatsverkiezingen merkte de New York Times op dat „de Moral Majority, Christian Voice en andere conservatieve, kerkelijk georiënteerde groepen een actieve rol hebben gespeeld met hun ’waarderingscijfers voor moraliteit’ die zij tegen liberale politici hanteerden. In het midden latend hoeveel congresleden zij aan een overwinning hielpen, hun effect zal nog lange tijd voelbaar blijven vanwege het aantal ambtsdragers die zij een forse schrik aanjoegen”.

Eén predikant was in de wolken en noemde de resultaten „de grootste dag voor de zaak van het conservatisme en de Amerikaanse moraliteit die ik in mijn volwassen leven heb meegemaakt”. Anderen waren er minder mee ingenomen. De episcopale bisschoppen van Amerika deden een pastorale brief uitgaan waarin zij het veroordeelden dat een predikant politieke kandidaten aanbeveelt. De bisschoppen stelden dat een dergelijke aanbeveling „in de naam van God de christelijke waarheid vervormt en de Amerikaanse religieuze vrijheid bedreigt”.

Ook andere predikanten maakten zich zorgen over de politieke activiteiten van de Elektronische Kerk. Een dominee uit Fort Worth voerde aan dat bijeenkomsten als de National Affairs Briefing weliswaar als niet-partijgebonden worden aangekondigd, maar dat ze „altijd op een Republikeinse verkiezingsbijeenkomst schijnen uit te draaien”. Zelfs conservatieve politici hebben bezorgdheid geuit, zoals een assistent van Reagan voor wie „dit huwelijk van religie en politiek het gevaarlijkste, het griezeligste [is] dat ik ooit heb gezien”.

Niets van al deze kritiek kan de activisten van streek brengen. Een van hen geeft toe: „Vijftien jaar geleden was ik sterk gekant tegen wat ik nu zelf doe, maar ik heb de overtuiging dat dit land moreel ziek is en zich niet zal herstellen tenzij we ons ermee bemoeien.”

Deze predikanten zullen niet nalaten te wijzen op de duidelijke huichelachtigheid van liberale geestelijken die hebben geageerd tegen de oorlog in Vietnam of de kernenergie, maar die soortgelijk activisme van de conservatieven veroordelen. „Niemand heeft ooit de Nationale Raad van Kerken ervan beschuldigd religie en politiek te vermengen”, klaagt een van hen. Maar, zo voegt hij eraan toe, wanneer hij zich met politiek bemoeit, „is dat wel een schending van de scheiding tussen kerk en staat.”

Tegen het einde van de verkiezingscampagne was het duidelijk dat de Amerikaanse religieuze leiders scherp verdeeld waren. Liberale religieuze leiders vonden dat conservatieve dominees ten onrechte impliceerden dat mensen die het niet met hen eens waren, dan ook geen christenen waren. De Nationale Raad van Kerken, die zich de gramschap van deze conservatieven op de hals had gehaald, gaf een verklaring uit dat „er niet gesproken kan worden van één exclusief christelijke manier van stemmen.”

De conservatieven daarentegen waren ervan overtuigd dat zij een goddelijke zending hadden om het land op moreel gebied te doen omkeren, en dat hun liberale medegeestelijken een deel van het probleem waren. Toen dan ook bijvoorbeeld de Moral Majority besloot dat een baptistische dominee die 16 jaar zitting had gehad in het congres, te liberaal was, hielpen zij zo’n 2000 vrijwilligers te organiseren die van deur tot deur moesten gaan ten gunste van de politieke tegenstander van de dominee. „Het was de Moral Majority beweging die heel stilletjes, maar heel effectief mijn district als een tent overdekte”, gaf de predikant toe, die in de voorverkiezingen werd verslagen.

Het lijdt geen twijfel dat velen van de politiek actieve dominees van de Elektronische Kerk zich ernstig zorgen maken over het stijgende tij van immoraliteit in Amerika en de rest van de wereld. De meesten van hen hebben de sterke overtuiging dat een natie die abortus tolereert, niet Gods goedkeuring kan bezitten, en iedere oprechte christen moet het daarmee eens zijn. Zij geloven dat een nationaal gebrek aan belangstelling voor de bijbel heeft bijgedragen tot de morele ineenstorting die wij vandaag de dag zien. In een tv-preek heeft een van hun leiders gezegd: „Wij moeten allen de bijbel bestuderen en leren in God te geloven. Het is van levensbelang dat wij zijn onderwijzingen volgen zodat we de sterkte zullen hebben om terug te vechten en ons te verweren tegen de immorele en godslasterlijke krachten die de politiek en de media overnemen.”

Welke christen zou ontkennen dat wij de bijbel moeten bestuderen en geloof in God moeten stellen? De vraag is: Leert God ons in de bijbel „terug te vechten” ten einde de politiek en de media te kunnen beheersen? Is dat de boodschap van Gods Woord voor onze tijd?

U zult zich herinneren dat Jezus Christus meer dan één gelegenheid heeft gehad om politieke macht uit te oefenen, maar dat nooit heeft willen doen. Toen de mensen zagen dat hij hen op wonderbare wijze kon voeden, probeerden zij hem koning te maken, ongetwijfeld met de gedachte dat dan hun economische problemen opgelost zouden zijn. Het verslag vertelt: „Toen de mensen derhalve de tekenen zagen die hij verricht had [het voeden van ongeveer 5000 mannen met slechts vijf broden en twee visjes], zeiden zij: ’Dit is stellig de profeet die in de wereld zou komen.’ Daar Jezus wist dat zij wilden komen en hem wilden grijpen om hem koning te maken, trok hij zich wederom op de berg terug, geheel alleen.” — Joh. 6:14, 15.

Jezus zocht geen politieke macht; hij ontvluchtte die! Waarom zou hij verwikkeld willen raken in de smerige politiek van Judéa en Galiléa? Zoals Jezus later aan Pilatus duidelijk maakte, ’was zijn koninkrijk geen deel van deze wereld’ (Joh. 18:36). Als Jezus’ koninkrijk niet van deze wereld was toen hij op aarde was, is het dan nu van deze wereld louter omdat Jezus op dit ogenblik in de hemel is? Dat zou toch niet logisch zijn?

Jezus wist dat hij de corrupte politiek van zijn dagen niet kon hervormen, en hij deed geen pogingen in die richting. Hij wist dat als hij zich zou opwerpen als een politieke messías met een belofte van bevrijding van Romeinse onderdrukking, hij alleen maar gebruikt zou worden door allerlei belangengroepen, zoals de joodse nationalistische zeloten, en dat hij daarna terzijde zou worden geschoven. Niets hiervan zou zijn Vader, Jehovah God, enige heerlijkheid verschaffen.

Is het waarschijnlijk dat Jezus erin geïnteresseerd is de al even corrupte politiek van onze dagen te hervormen? Of is het waarschijnlijker dat predikanten die zich op het terrein van de politiek begeven, zich al gauw voor iemands karretje laten spannen, en ook zelf door hun contact met de corrupte politiek gecorrumpeerd — dat wil zeggen, bedorven — zullen worden? Het is veelbetekenend dat de Moral Majority niet het idee was van een predikant. Het idee en zelfs de naam Moral Majority waren afkomstig van een groep conservatieve politieke lobbyisten die de heer Falwell overreedden om de organisatie te ondersteunen met zijn nationale populariteit, zijn enorme gecomputeriseerde adressenlijst en zijn bewezen bekwaamheid om gelden bijeen te brengen. Zelfs de welbekende „Elektronische Kerk”-ster Pat Robertson, gastheer van The 700 Club, geeft toe dat „evangelisten het gevaar lopen gebruikt en gemanipuleerd te worden”.

Was het niet juist deze manipulatie die Jezus wilde vermijden toen hij Satans aanbod van „alle koninkrijken der wereld en hun heerlijkheid” afwees? Er was een voorwaarde aan dat oorspronkelijke aanbod verbonden die er nu nog aan vastzit. Satan vroeg Jezus ’neer te vallen en een daad van aanbidding jegens hem te verrichten’ (Matth. 4:8, 9). Er is politieke macht beschikbaar voor de dominees van de Elektronische Kerk. Het enige wat zij moeten doen, is blijven meelopen als een deel van het politieke stelsel van deze wereld onder Satan. — Joh. 14:30; 15:19; 2 Kor. 4:4.

Ongetwijfeld hebben de afvallige vierde-eeuwse christenen zich verheugd toen hun na zoveel vervolging politieke macht in handen viel onder keizer Constantijn. Maar welke uitwerking had die macht op hen? „Bijna onmiddellijk nadat de christenen in het Rijk een wettelijke status kregen, begonnen de kerkleiders de magistraten te vertellen hoe zij hun ambt moesten uitoefenen”, merkt de theoloog Robert Culver op. Spoedig was de Kerk helemaal betrokken bij de Romeinse politiek, vocht ze oorlogen en martelde ze haar vijanden. Was politieke macht die prijs waard? Of had Satan die macht eenvoudig gebruikt om de Kerk ertoe te verlokken de gedachten van Christus te verlaten?

Veronderstel dat de dominees van de Elektronische Kerk, hoe goed hun bedoelingen ook zijn, diezelfde mate van politieke macht zouden verkrijgen als die vroege kerkleiders. Zouden zij in staat zijn weerstand te bieden aan de corrumperende invloed van Satans politieke stelsel? De geschiedenis geeft geen reden om dat te verwachten. In zijn beperkte politieke loopbaan tot op dit moment heeft een van hen zelfs al in het openbaar erkend dat hij zijn toevlucht heeft genomen tot een eeuwenoude tactiek van de Duivel — bedrog. Hij was gedwongen toe te geven dat een gesprek met de president van de Verenigde Staten over personen in de presidentiële staf, van wie beweerd wordt dat zij homoseksuelen zijn, door hem verzonnen was. „Ik had dat niet moeten zeggen”, gaf hij toe. „Kennelijk is het een roekeloze verklaring geweest.”

Degenen die op politiek vertrouwen, vertrouwen in laatste instantie op politici, onvolmaakte mannen, die hun problemen zouden moeten oplossen. De bijbel geeft ons eenvoudig niet te verstaan dat mensen die bekwaamheid bezitten. Jeremia, die niet onbekend was met de corrupte politiek van het Jeruzalem van voor de ballingschap, merkte op: „Ik weet heel goed, o Jehovah, dat het niet aan de aardse mens is zijn weg te bepalen. Het staat niet aan een man die wandelt, zelfs maar zijn schrede te richten.” — Jer. 10:23.

De ironie van vertrouwen op politici — van hopen dat sommigen meer moraliteit bezitten dan anderen vanwege het standpunt dat zij in politieke kwesties innemen — werd geïllustreerd door de waarderingscijfers volgens het „moraliteitsrapport” van The Christian Voice. Indrukwekkende cijfers van 94 uit het totaal van 100 punten werden behaald door een congreslid tegen wie een aanklacht wegens omkoping liep, en door een ander die toe gaf alcoholproblemen en homoseksuele neigingen te hebben!

De bijbel geeft degelijke realistische raad wanneer dat boek zegt: „Dat wat krom wordt gemaakt, kan niet recht worden gemaakt” (Pred. 1:15). De politieke stelsels van deze wereld zijn zonder meer krom. Hun voornaamste makelaar in macht, Satan, is „een leugenaar en de vader van de leugen” (Joh. 8:44). En de geschiedenis én de Schrift laten zien dat de mensheid, in weerwil van alle goede bedoelingen in de wereld, haar problemen nooit via de politiek zal oplossen.

Betekent dit dat er geen hoop is voor de mensheid? Zullen wij ons erbij moeten neerleggen dat wij een geestelijke dood sterven in een vloed van vuil en immoraliteit? Is er niets te doen aan abortussen, homoseksualiteit, vrij geslachtelijk verkeer onder tieners, misbruik van kinderen voor pornografie, en stijgende echtscheidingscijfers?

Er kan iets aan al deze problemen worden gedaan, en dit zal ook gebeuren — en wel spoedig! Lees erover in het volgende artikel.

[Inzet op blz. 10]

Velen van de senatoren die door de Moral Majority werden tegengestaan, hebben hun zetel verloren aan betrekkelijk onbekende politici

[Inzet op blz. 11]

„Dit huwelijk van religie en politiek is het gevaarlijkste, het griezeligste dat ik ooit heb gezien”

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen