Een gelukkig gezinsleven
VERSCHEIDENE jaren geleden kwamen twee getuigen van Jehovah — een echtpaar dat een aandeel had aan de volle-tijdpredikingsactiviteit — in contact met een vriendelijk Tsjechisch gezin dat in Zwitserland woonde. De vrouw was lerares en haar man had in de roeisport de top bereikt. Beiden waren als atheïst grootgebracht, en wanneer God of de bijbel ter sprake werden gebracht, glimlachten zij. Na enkele gesprekken besloten de pioniers hen niet langer te bezoeken.
Later stond er echter in „De Wachttoren” een artikel over een donkere man die op de Olympische Spelen in Tokio met hardlopen een gouden medaille had gewonnen. De Getuige (wier man inmiddels was overleden) schrijft:
„Ik herinnerde me het Tsjechische echtpaar omdat de man op dezelfde Olympische Spelen een zilveren medaille had gewonnen. Dit artikel bracht mij daarom op het idee dit gezin weer eens te bezoeken. Eerst spraken wij over sport en luisterde ik hoofdzakelijk. Tijdens volgende bezoeken sprak ik steeds weer over de bijbel. Maar gewoonlijk werd ik tactisch onderbroken met de opmerking: ’Neemt u ons niet kwalijk, Mevr. ———. U vergeet dat wij beiden atheïst zijn.’ Desondanks bleef ik dit vriendelijke gezin bezoeken. Ergens voelde ik aan dat er iets niet helemaal in orde was.
Ten slotte kwam ik erachter dat zij gezinsproblemen hadden. Zij spraken al over scheiden. Dus liet ik hen aan de hand van de bijbel zien hoe zulke problemen opgelost kunnen worden. Het echtpaar was heel verbaasd over de praktische raad die er in de Schrift stond, en zij stemden in met een bijbelstudie. Hun huwelijk werd steeds hechter en ten slotte werden zij op een kringvergadering gedoopt.”
Door middel van de onderdompeling in water, of de doop, symboliseerden deze man en vrouw hun opdracht aan God. Terugblikkend op de heilzame geestelijke ontwikkelingen in hun leven, zei de man:
„Vroeger kon ik het gewoon niet verdragen om woorden als ’heilig’, ’engel’ en dergelijke te horen. Het deed mijn oren zeer. Ik wilde ook niets over vergaderingen horen. Maar dat is allemaal veranderd. Nu behoort mijn vrije tijd aan God en mijn gezin toe. Ook met betrekking tot onze vrienden hebben wij veranderingen aangebracht. En nu weet ik hoe belangrijk christelijke vergaderingen zijn. Bovendien heb ik geleerd de verantwoordelijkheid van een vader op mij te nemen, en wij hebben nu een gelukkig gezinsleven. Ik wil Jehovah God nogmaals dankzeggen voor het feit dat wij in de gelegenheid zijn gesteld om te leren bidden en dat hij ons zijn hand heeft toegestoken voordat wij hem zochten.”