Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g81 22/5 blz. 26-29
  • „De waarheid zal u vrijmaken”

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • „De waarheid zal u vrijmaken”
  • Ontwaakt! 1981
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Verslaafd aan drugs
  • Gezinstragedies
  • Gebed om hulp
  • Overwinning op de drugs!
  • Waarom zij zich wenden tot drugs
    Ontwaakt! 1974
  • Wees een vat voor een eervol doel
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1973
  • Op pillen leven
    Ontwaakt! 1970
  • Verwoeste levens, verloren levens
    Ontwaakt! 1999
Meer weergeven
Ontwaakt! 1981
g81 22/5 blz. 26-29

„De waarheid zal u vrijmaken”

IK BEN aan drugs verslaafd geweest. Bijna 20 jaar was mijn leven een nachtmerrie. Het begon allemaal heel onschuldig, zonder dat ik besefte wat er eigenlijk gebeurde.

Ik was destijds 18 jaar oud. Ik had hier, in Argentinië, juist mijn onderwijzersakte gehaald. Op aandringen van mijn moeder, die beslist het beste met mij voorhad, ging ik biochemie studeren.

Maar liever was ik bij moeder thuis gebleven om te leren koken, naaien en huishouden. Ik was verlegen, eenzelvig, ernstig, stil — een introverte huismus. Het ontbrak mij aan de vrijmoedigheid en de dadendrang die dit wereldse samenstel zo noodzakelijk acht.

In die tijd begon ik wat dikker te worden. Ik ben maar iets meer dan 1,30 meter lang en zoals alle jonge meisjes die zich van hun figuur bewust zijn, kon ik het niet uitstaan als ik ook maar een pondje te veel woog.

Nadat ik het probleem met mijn moeder besproken had, besloten wij dat ik een dokter zou raadplegen. Wij gingen naar een endocrinoloog, een arts die gespecialiseerd is in stofwisseling en voeding. Hij zette mij op een dieet, gaf mij iets voor mijn schildklier en wat pillen om mijn eetlust te onderdrukken. Ik voelde mij geweldig en was binnen de kortste keren mijn ongewenste pondjes kwijt.

Verslaafd aan drugs

Maar ik was wel verslaafd, want die pillen waren amfetaminen. Amfetaminen en de componenten daarvan vormen de basis voor pillen om af te slanken en om studenten wakker te houden wanneer die zich op examens voorbereiden en meer tijd nodig hebben om te studeren. Deze produkten geven iemand het idee dat hij buitengewoon briljant is. Ze veroorzaken een gevoel van gelukzaligheid en zelfvertrouwen en ze drijven iemand er gewoon toe te bewegen, te handelen, te denken, anderen voorbij te streven. En ze werken verslavend.

Hierna stapte ik over op Actemine, een sterkere drug, die eveneens amfetaminen bevat. Als ik voor een examen gestudeerd had, was ik lichamelijk en geestelijk volslagen uitgeput. Mijn lichaam en hersenen smeekten om rust om zich te herstellen, minstens 10 dagen rust en slaap, maar ik kon er onmogelijk even tussenuit. Mijn andere vakken, mijn studie, mijn werk als assistente van een hoogleraar — ik kon dat allemaal niet onderbreken alleen maar omdat ik een examen afgelegd had. Dus nam ik steeds grotere hoeveelheden drugs.

Ik viel steeds dieper in een draaikolk van zelfvernietiging. Ik zou er graag mee opgehouden zijn, maar het kon eenvoudig niet. Het zou betekend hebben dat ik mijn carrière moest opgeven, dat ik mij op het hoogtepunt van mijn leven zou moeten terugtrekken om de rest van mijn leven te verslapen! Zo voelde ik dat. Hoe kon ik bij mijn moeder, die zulke hoge verwachtingen voor mij koesterde, aankomen met de boodschap: „Mams, ik kan niet verder studeren. Ik moet ik weet niet hoe lang rust nemen.”

Gezinstragedies

Ik trouwde en kreeg twee kinderen. Al die tijd bleef ik drugs gebruiken. Mijn tweede zoon werd ziek. Hij had een vreemde ziekte die de doktoren aarzelend als hersenvliesontsteking bestempelden, en als gevolg daarvan bleef zijn verstand in ontwikkeling achter. Ik weet niet of het feit dat ik drugs gebruikte, daarvoor verantwoordelijk was. Ik was wanhopig bij de gedachte dat mijn zoon zich geen plaats zou verwerven in het gezelschap van de sterken en machtigen in deze huidige wereld.

Tegen die tijd had ik mijn drugs al hard nodig om ’s ochtends te kunnen opstaan en de werkelijkheid van mijn leven onder de ogen te kunnen zien — mijn huis, mijn zoons, mijn man. Mijn leven was een volstrekte chaos. Zoveel problemen! Ik raakte volslagen depressief en werd overvallen door radeloze angst, vooral vanwege mijn zieke zoon. Mijn man en ik konden heel slecht met elkaar overweg. Tot tweemaal toe werd ik in een psychiatrisch herstellingsoord opgenomen.

Daar maakte ik kennis met barbituraten, de stoffen die in slaappillen worden gebruikt. Hè ja, slapen en alles vergeten! Toen ik uit die herstellingsoorden kwam, begon ik zowel amfetaminen als barbituraten te slikken om de harde realiteit van het leven aan te kunnen. Ten slotte moest ik mijn zoontje in een inrichting voor geestelijk onvolwaardigen laten opnemen. Daar beëindigde hij zijn korte bestaantje op 11-jarige leeftijd. Ik had het gevoel dat mijn hart zou breken van zoveel pijn en verdriet.

Mijn man en ik waren uit elkaar gegaan en wij hadden ons huis verkocht. Ik gebruikte mijn aandeel om mijn drugverslaving te bekostigen. Ik bracht mijn overgebleven zoon bij familie onder, aangezien ik niet werkte, terwijl het bedrag dat ik van mijn man kreeg, niet voldoende was om ons beiden te onderhouden. De lange jaren van scheiding van mijn zoon bezorgden mij nog meer pijn en verdriet.

In een poging een oplossing te vinden voor de problemen in mijn leven reisde ik naar Mar del Plata, waar ik werk vond in een visfabriek. Wat ik daar verdiende, was net genoeg voor een met andere meisjes gedeelde kamer en een ellendig bestaan. Ook studeerde ik in het laboratorium. Al die tijd verlangde ik er heel erg naar af en toe mijn zoon te zien. Wat was mijn leven leeg en triest! Ik maakte de laboratoriumcursus af met de verwachting dat ik nu met een diploma een beter betaalde baan zou kunnen vinden en met mijn zoon herenigd zou kunnen worden. Wat een teleurstelling! In de hogere beroepen is de competitie nog feller. Voor alles is de aanbeveling van invloedrijke personen nodig en ik kende niemand.

Met het geld dat ik nu uit een erfenis kreeg, deed ik een aanbetaling op een stuk land. In mijn wanhoop reisde ik naar mijn zoon en vroeg hem of hij, aangezien het zomer was, zin had tijdelijk met mij in een tent te kamperen op het stuk grond dat ik aangekocht had. Wij hadden allebei erg geleden onder onze scheiding. Hij stemde toe — hij was pas 15 jaar oud op dat moment. Zo kwam het, dat wij tegen het einde van 1975 samen in een tent woonden.

Gebed om hulp

Ik herinner mij nog heel goed dat ik in de nacht van 31 december, te midden van al het oudejaarsavondspektakel, mijn toevlucht nam tot een gebed. Ernstig smeekte ik God, die ik nog niet eens kende, mij nooit, alsjeblieft nooit meer van mijn zoon te scheiden.

Natuurlijk ging ik door met mijn drugs. Deed ik dat niet, dan wilden mijn hersenen niet functioneren. Nu moest ik niet alleen ter wille van mijn zoon in leven blijven, maar ook nog plannen maken voor de toekomst. Het geld verdween als sneeuw voor de zon. Bij een behoorlijk beheer zouden wij er genoeg aan gehad hebben, maar ik moest mijn druggewoonte bekostigen.

Weldra begon ik met de gedachte te spelen mijzelf en mijn zoon te doden.

Enkele dagen later bezocht een getuige van Jehovah onze tent en liet enkele nummers van het tijdschrift De Wachttoren bij ons achter. Nadat ik een paar artikelen gelezen had, zei ik tegen mijn zoon: „Daar loop ik nu al mijn hele leven naar te zoeken!” Enkele dagen later bezocht de Getuige ons weer en nodigde ons vriendelijk uit om bij haar thuis te komen lunchen, waar zij ons over het Koninkrijk vertelde. Ik voelde mij als iemand die na een reis over een door stormen gegeselde zee ten slotte op een warm en windstil strand aan land ging. Mijn dode zoontje weerzien! Oh — zou dat niet te veel zijn om op te hopen? — Joh. 5:28, 29.

Zodra ik die schitterende boodschap hoorde, voelde ik in mijn hart dat een God die zo liefdevol was, er geen behagen in kon scheppen dat ik drugs gebruikte. Waarom zou ik ze trouwens blijven gebruiken, nu ik in mijzelf een andere kracht had, een schitterende drijfveer, deze prachtige hoop? Gelukkig bewoog die mij ertoe te blijven leven en mijn leven te veranderen.

Overwinning op de drugs!

Natuurlijk was het niet gemakkelijk, niet nadat ik bijna 20 jaar lang mijn lichaam met drugs verzadigd had, zodat het alleen nog met behulp van drugs kon functioneren. Nadat ik die levengevende boodschap gehoord had, stopte ik onmiddellijk, van de ene dag op de andere. Maar mijn lichaam eiste zijn drugs. Ik was echter vastbesloten om samen met mijn zoon het leven moedig tegemoet te treden en orde te scheppen in de chaos van ons bestaan. Jehovah schonk mij de kracht dit te volbrengen. Zijn waarheid maakte mij vrij! — Joh. 8:32.

De Getuige die de bijbel met ons bestudeerde, bood ons aan bij haar in huis te komen, waar wij het comfortabeler zouden hebben, en uiteindelijk namen wij haar aanbod aan. Met haar aan mijn zijde leerde ik de grondbeginselen van de dagelijkse huishouding en gezinsverzorging, want ook zij had kinderen. Ik ben haar diep dankbaar voor alles.

Zowel mijn zoon als ik worstelden met taaie volharding voort en werkten hard en nu slaagden wij er door een goed financieel beheer en met Jehovah’s hulp en zegen in een bescheiden huisje voor onszelf in te richten, hetgeen meer betekende dan wij ooit hadden gedroomd.

Nu diende zich een ander ernstig probleem aan. Toen ik ophield met drugs, woog ik slechts 48 kilo en binnen een jaar nam mijn gewicht toe tot 75 kilo. Dat was opnieuw een zware beproeving voor mij; ik vond mijzelf in deze toestand niet om aan te zien.

Wat moest ik aan mijn gewicht doen? Het baarde mij zorgen. Ik wilde nog geen aspirientje innemen, laat staan een van die andere middelen die ik vroeger gebruikt had. IJverig zocht ik alle publikaties van Jehovah’s Getuigen na op informatie over mijn probleem. Ik vond enkele eenvoudige, maar hoogst doeltreffende regels, waarmee ik voortreffelijke resultaten bereikte. Na bijna twee jaar van harde strijd en het oefenen van zelfbeheersing kwam ik ten slotte weer op mijn oude gewicht. Ook dat was niet gemakkelijk. Maar ik voelde mij lichamelijk, mentaal en geestelijk beter.

Wanneer ik af en toe het gevoel had dat mijn krachten het dreigden te begeven, bad ik om Gods hulp en die kreeg ik ook. Ik heb de waarheid vastgesteld van de woorden in 1 Johannes 3:22: „Wat wij ook vragen, ontvangen wij van hem, omdat wij zijn geboden onderhouden en de dingen doen die in zijn ogen welbehaaglijk zijn.”

Mijn zoon en ik zijn nu beiden opgedragen en gedoopte christenen, en ik ben een volle-tijdpredikster van Gods koninkrijk. Dat is mijn manier om Hem te danken voor al zijn onverdiende goedheid. — Ingezonden.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen