Werd de Mozaïsche wet overgenomen van het wetboek van Hammurabi?
HAMMURABI’S wetboek, gebaseerd op een reeds bestaande, oudere wetgeving, is een verzameling beslissingen of typerende gevallen op kleitabletten. Deze werden later gekopieerd op een zuil die in de tempel van Mardoek in Babylon werd geplaatst. Nadien werd deze zuil door een veroveraar naar Soesa overgebracht, waar ze in 1902 werd ontdekt.
Bepaalde delen van de Mozaïsche wet vertonen overeenkomst met onderdelen van het wetboek van Hammurabi, en om deze reden is er door geleerden beweerd dat de Hebreeën hun wet van Hammurabi ontvingen en niet van Jehovah God. Moderne geleerden onderschrijven deze mening in het algemeen niet. Het boek „Documents from Old Testament Times” verklaart „Er bestaat geen grond om aan te nemen dat de Hebreeën ook maar iets rechtstreeks aan de Babyloniërs hebben ontleend. Zelfs daar waar de beide wetsstelsels naar de letter weinig verschillen, zijn er toch grote verschillen naar de geest.”
Hier zijn enkele voorbeelden van de verschillen:
[Tabel op blz. 20]
Wetboek van Hammurabi Mozaïsche wet
Doodstraf voor diefstal van Dief moest slachtoffer
goederen van kerk of staat, of compensatie geven (Ex. 22:1-9).
voor het aannemen van gestolen
goed (Par. 6).
Een slaaf helpen ontvluchten, „Gij moogt een slaaf die van
of een voortvluchtige slaaf zijn meester naar u toe vlucht,
herbergen, betekende de dood niet aan zijn meester
(Par. 15, 16). uitleveren” (Deut. 23:15).
Als een slecht gebouwd huis de „Vaders dienen niet ter dood
dood veroorzaakt van de zoon gebracht te worden wegens
van de huiseigenaar, wordt de kinderen, en kinderen dienen
zoon van de bouwer ter dood niet ter dood gebracht te
gebracht (Par. 230). worden wegens vaders”
(Deut. 24:16).
Louter verbanning in geval van Doodstraf voor bloedschande
bloedschande: „Indien een heer (Lev. 18:6, 29).
[man van stand] gemeenschap
met zijn dochter heeft gehad,
zullen zij die heer de stad
doen verlaten” (Par. 154).
Klassejustitie: Ernstige „Gij moogt de geringe niet
straffen voor personen die partijdig bejegenen, en gij
anderen van een hogere klasse moogt de persoon van een groot
verwonden. Milde straffen voor man niet begunstigen”
verwonding van leden van een (Lev. 19:15).
lagere klasse (Par. 196-205).