Hebt u zich ooit afgevraagd —
Wat doet Jezus Christus thans?
JEZUS CHRISTUS was een bijzonder mens. Door miljoenen mensen over de gehele wereld wordt hij als een van de grootste onderwijzers in de geschiedenis beschouwd — ook door velen die niet zijn volgelingen zijn. Maar dat hij leefde en onderwijs gaf, ligt ver in het verleden, bijna 2000 jaar!
HOE BEZIET U HEM HEDEN TEN DAGE?
In de kersttijd denken velen aan hem als een baby in een kribbe. Zo werd een klein meisje meegenomen om het kerststalletje te zien. Toen zij in de kribbe keek, snapte zij er niets van en vroeg aan haar moeder: „Is Jezus ooit groot geworden?” „Natuurlijk liefje! Waarom vraag je dat?” was het antwoord. „Wel”, zei het meisje, „hij is sinds vorig jaar helemaal niet gegroeid!”
Wellicht glimlachen wij om haar kinderlijke weetgierigheid, maar toch is haar vraag nog zo gek niet. Hij is niet aldoor het „kindeke Jezus” gebleven. U beseft ongetwijfeld dat Jezus een groot onderwijzer werd. Maar wist u ook dat tijdens zijn leven duizenden mensen ervan overtuigd waren dat hij een groot koning zou worden? Hij wordt zelfs „Koning der koningen” genoemd.
JEZUS ALS KONING — MAAR WANNEER?
Velen dachten in Jezus’ tijd dat hij toen reeds zijn koninklijke macht over de wereld zou opnemen. Maar zij hadden het bij het verkeerde eind. In een van zijn gelijkenissen liet Jezus zien dat er een lange tijd overheen zou gaan voordat hij koning der wereld zou worden. Doelend op zichzelf, sprak hij over ’een zeker mens van edele geboorte die naar een ver land reisde om koninklijke macht voor zich te verkrijgen en dan terug te keren’. In bijbelse tijden zou zo’n reis „naar een ver land” heel wat tijd kosten. — Luk. 19:11-14.
Na zijn dood en opstanding steeg Jezus derhalve naar de hemel op en ging naast zijn Vader zitten, wachtend totdat hem „heerschappij en waardigheid en een koninkrijk [werd] gegeven, opdat de volken, nationale groepen en talen alle hém zouden dienen”. — Dan. 7:13, 14.
Jezus verschafte een gedetailleerd teken opdat zij die er vurig naar verlangden deze Koning der koningen te „dienen”, een richtsnoer zouden hebben om het begin van zijn heerschappij vast te stellen. Hij voorzei dat er zich internationale oorlogen, voedseltekorten, aardbevingen, epidemische ziekten en wetteloosheid of misdaad zouden voordoen, om slechts enkele dingen te noemen. Niet dat zijn heerschappij zulke toestanden zou teweegbrengen, maar ze zouden aan het begin van zijn heerschappij algemeen zijn. De toestanden zouden volgens Jezus’ zeggen dermate uitzichtloos zijn, dat de mensen „mat [zouden] worden van vrees en verwachting omtrent de dingen die over de bewoonde aarde komen” (Luk. 21:26). Waarom leest u niet voor uzelf de onderdelen van het teken in Matthéüs 24, Markus 13 en Lukas 21?
Als wij de toestanden op aarde sinds de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) vergelijken met Jezus’ profetie, kunnen wij daaruit opmaken dat hij ons een beeld heeft geschilderd van de toestanden die in onze tijd zouden heersen. Jezus moet derhalve nu in de hemel regeren.
WAT DOET HIJ DAN ALS HIJ THANS REGEERT?
Hij onderzoekt wie werkelijk zijn onderdanen willen zijn en brengt hen bijeen in een verenigde wereldomvattende broederschap. Jezus gaf dit te kennen in een gelijkenis waarin hij een beschrijving gaf van het begin van zijn heerschappij, wanneer ’hij op zijn glorierijke troon plaats neemt’. Hij richt zijn aandacht op „alle natiën” en begint „de mensen van elkaar [te] scheiden, zoals een herder de schapen van de bokken scheidt”. — Matth. 25:31-33.
Mensen krijgen de gelegenheid om te laten zien hoe zij werkelijk over het koningschap van Jezus denken. Nadat al deze met schapen te vergelijken personen zijn bijeengebracht, zal Jezus de „bokken” vernietigen en de „schapen” uitnodigen het aardse gebied van zijn koninkrijk te „beërven”. Psalm 72 beschrijft op welke wijze de Koning zijn onderdanen rijkelijk zal belonen. Hij ’zal de arme die om hulp schreeuwt’ bevrijden van onderdrukking en van geweld’. Ook zal er „volop koren op aarde” zijn. — Ps. 72:1, 12-14, 16.
Verdwenen is dan een maatschappij van goddeloze, onderdrukkende, gewelddadige personen. Voedseltekorten, ziekten en zelfs de dood zullen uitgebannen zijn. Om hun deze zegeningen deelachtig te doen worden, brengt Jezus thans zijn „schapen” bijeen. — Openb. 21:3, 4.
WIE ZIJN THANS ZIJN ONDERDANEN?
Niet een ieder wil een onderdaan van Jezus Christus zijn. Voor velen zou gehoorzaamheid aan hem betekenen dat zij veranderingen in hun leven moeten aanbrengen die zij niet willen aanbrengen. Zij zien Jezus liever als een onschuldige baby, niet als een machtige Koning.
Nadat Jehovah’s Getuigen een Engelse dame verschillende keren hadden bezocht, begon zij met belangstelling de bijbel te lezen. Na een korte tijd raakte zij ervan overtuigd dat de ’tekenen des tijds’ een aankondiging vormden van Jezus’ heerschappij. Aangezien zij een actief kerklidmaat was, sprak zij vaak met haar predikant over haar bevindingen. Hij genoot van deze besprekingen en achtte ten slotte de tijd gekomen zijn gemeente op Christus’ koningschap en de komende Koninkrijkszegeningen opmerkzaam te maken.
In zijn kerstpreek sprak hij met ernst over de noodzaak Jezus niet alleen als een baby te bezien, maar hem als Koning te aanvaarden en de bijbel te bestuderen ten einde de ’tekenen des tijds’ te onderkennen. Jammer genoeg was de gemeente hierover zeer misnoegd! Zij verenigden zich en stuurden een woordvoerder die tegen de predikant zei „Hoewel wij waardering hebben voor uw oprechtheid bij alles wat u zei, waren wij daarvoor toch niet gekomen.” Vervolgens kreeg hij de waarschuwing: „Wanneer u op deze wijze blijft preken, zult u ons allemaal zien heengaan.” Uit vrees zijn baan te zullen verliezen, gaf de predikant toe. Maar wie was werkelijk de verliezende partij? De gemeente, die er tevreden mee was om elk jaar opnieuw het „kerstverhaal” te beleven. Jezus’ koningschap betekende niets voor hen. Hoeveel betekent het voor u?
Deze ervaring vestigt echter wel de aandacht op één groep die Jezus niet alleen als Koning wenst, maar zijn koninkrijk in meer dan 200 landen aan anderen aanbeveelt, precies zoals Jezus had voorzegd (Matth. 24:14). Zij staan bekend om hun eenheid en loyaliteit jegens deze hemelse Koning. Zij zien vurig uit naar de zegeningen die Jezus’ heerschappij spoedig over deze aarde zal brengen. Deze christenen zullen u graag nog meer inlichtingen willen verschaffen over deze hoop en over wat Jezus thans als hemelse Koning doet.
„Ik zag, en zie! een wit paard; en die erop zat, had een boog; en hem werd een kroon gegeven, en hij trok er op uit, overwinnende en om zijn overwinning te voltooien.” — Openb. 6:2.